36 jongeren over politiek – Jos D’Haese van TikTok zou dat ziek goed doen als minister


Over precies een jaar trekken honderdduizenden jonge Vlamingen voor het eerst naar de stembus. Waarvan liggen ze wakker? En zijn er politici die ze vertrouwen? Knack vroeg het aan 36 jongeren.

Elisa HulstaertJeroen de Preter

Knack


Laatst was Vlaams Belang-parlementslid Jan Laeremans te gast in de Sint-Donatusschool in Merchtem voor een debat met de zesdejaars.

Emrys Borms en Bo Rommens, allebei uit de richting humane wetenschappen (aso), waren erbij en zijn minstens één tussenkomst van Laermans nog niet vergeten.

‘Toen het over mentale gezondheid ging, zei hij dat de school leerlingen niet als watjes moet behandelen. Hij zei dat het onderwijs jongeren weerbaar moet maken.’

De jonge vrouwen geloofden hun oren niet. En zij niet alleen.

‘Je voelde meteen dat Laeremans een gevoelige snaar had geraakt’, vertelt Frederik Van den Broeck, hun bevlogen leraar geschiedenis.

‘Sommige leerlingen waren gechoqueerd, andere knikten instemmend. Mentaal welzijn is een thema dat onze leerlingen beroert.

´In de aanloop naar het debat hadden we de leerlingen gevraagd wat ze het belangrijkste onderwerp vonden. Mentale gezondheid stond op één, gevolgd door migratie, werkgelegenheid en energie.’

De zesdejaars van Sint-Donatus zijn geen uitzonderingen. De afgelopen maand voerde Knack gesprekken met in totaal 36 jongeren die voor het eerst hun stem mogen uitbrengen.

Opvallend veel jongeren schoven mentaal welzijn naar voren als een prioritair thema. Vaak vertelden ze dat zijzelf, hun vrienden of hun klasgenoten hulp nodig hebben, maar op een wachtlijst staan. Die wachtlijsten tonen volgens hen aan dat er niet genoeg politieke aandacht voor is.

‘Ik heb zelf mentale problemen gehad’, zegt Hanne De Mey, leerling in het zesde jaar sociaal-technische wetenschappen (tso) in Sint-Angela in Tildonk (Vlaams- Brabant).

‘Het was zo moeilijk om hulp te vinden. Die wachtlijsten moeten dringend hoger op de agenda komen.’

Mariken Vanheusden, studente vrije kunsten uit Ham (Limburg), noemt het ‘een superbelangrijk thema’.

‘Mijn huisgenote had een psychose, en ze heeft maanden moeten wachten op een opname. Dat systeem zit echt niet goed in elkaar.’

Mentale problemen zijn onder jongeren zo’n belangrijk thema geworden omdat er niet langer een taboe op rust. Ze lijken zich er minder dan vroeger voor te schamen. Een positieve evolutie, zou je zeggen, al zijn er ook die vinden dat de slinger wat doorslaat.

‘Het is goed dat er meer openheid over is,’ zegt Elisa Bovendaerde, zesdejaars in Don Bosco, een aso-school in Zwijnaarde (bij Gent), ‘maar ik vraag me af of sommige jongeren niet te snel naar een psycholoog gaan. Je moet ook leren omgaan met tegenslagen.’

‘Gevolg van woke’

Het thema leidt tot een stevig debat tijdens een klasgesprek met het zevende specialisatiejaar Business Support (bso) in Tildonk.

Een jongeman poneert er dat de verhoogde aandacht voor mentaal welzijn ‘is meegekomen met woke. Mensen kunnen niets meer verdragen, waardoor plots bijna iedereen een mentaal probleem heeft. Die problemen worden ook te snel serieus genomen. Ze hebben wat donkere gedachten, gaan naar de psycholoog, en hop: ze zijn zogezegd depressief.’

© National

De jongeman vertolkt, voor zover we dat konden nagaan, een minderheidsstandpunt. De meeste jongeren die we spraken, zien een groeiend, reëel probleem en leggen een link met de pandemie.

‘Dat is toen echt ontploft’, zegt Emrys Borms.

‘Er was in die periode weinig sociaal contact, en er waren veel spanningen’, vertelt Tessa Defort, leerlinge sociaal-technische wetenschappen uit Schiplaken.

‘We hebben een belangrijk deel van onze jeugd gemist door thuis te zitten. Terwijl je net tijdens je jeugd veel sociaal contact nodig hebt om jezelf te ontwikkelen.’

Sophie De Wintere, directeur van het Stedelijk CLB Antwerpen, bevestigt het beeld dat uit onze gespreksronde naar voren kwam.

‘De klachten met betrekking tot mentaal welzijn nemen toe en worden ook ernstiger’, zegt ze.

‘We spreken dan onder meer over depressies en suïcidale gedachten.’ Maar of corona de belangrijkste oorzaak is?

‘We zagen het aantal klachten al voor de pandemie toenemen. Corona is eerder een katalysator geweest.’

Frederik Van den Broeck, leraar geschiedenis in Merchtem, ziet het met lede ogen aan.

‘Ik ben geen Dirk De Wachter of Paul Verhaeghe, maar ik zie het wel gebeuren. Ons CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding, nvdr) doet wonderen, maar het is overbevraagd.

´Ik kan uit het hoofd een tiental leerlingen noemen die worstelen met een ernstige tot zeer ernstige problematiek. Dat dit onderwerp zo leeft, is geen verrassing.

´In de aanloop naar de vorige verkiezingen in 2019 was het klimaat nog het grote thema, ook hier, in deze nog relatief landelijke school. Veel leerlingen zijn toen gaan betogen voor het klimaat. Vandaag lijkt dat thema een stuk minder te leven.’

‘Valse beloftes’

In 2019, kort na de vorige verkiezingen, vroeg het onderzoeksbureau iVOX 1000 jongeren naar de partij van hun voorkeur. Groen kwam, met 26 procent, als populairste uit de bus. Mogelijk profiteerde de partij toen van het moment: 2019 was het jaar van de klimaatmarsen. Hét thema van Groen leek toen ook hét thema van de jongeren.

Yousra (haar achternaam wil ze niet in het artikel), studente human resources, zat vier jaar geleden in het zesde jaar.

‘In onze school mochten we niet spijbelen voor het klimaat, maar bijna iedereen deed het toch. Vandaag denk ik: heeft dat ook maar iets geholpen? Oké, bij McDonald’s moet je nu drinken uit kartonnen bekers. (lachje) Daarmee zullen we de planeet zeker redden.’

© National

Dat defaitisme is vrij algemeen. Billie Van den Bossche, zesdejaars in Don Bosco (Zwijnaarde), verwijst naar de klimaatakkoorden.

‘Veel landen hebben ze ondertekend, maar er zijn amper landen die de doelen zullen halen.’ Schoolgenoot Ruben vult aan: ‘Die akkoorden blijken dus niet bindend.’

Een voorzichtige conclusie? Ook vier jaar na de klimaatmarsen maken jongeren zich zorgen over het klimaat. Tegelijk lijkt het alsof de klimaatmarsen het gevoel van onmacht nog hebben aangescherpt.

‘Die marsen hebben alleen maar valse beloftes opgeleverd’, vindt Boris Nollet, ook zesdejaars in Don Bosco.

Zal die gelatenheid straks ook electorale gevolgen hebben?

Politoloog Dieter Stiers, verbonden aan het Centrum voor Politicologie van de KU Leuven, deed na de vorige verkiezing onderzoek naar de politieke ideeën van Gentse min-18-jarigen. Hij verwacht dat Groen ook volgend jaar nog goed zal scoren bij jongeren.

‘In alle landen waar ze actief zijn,’ zegt Stiers, ‘doen groene partijen het beter bij jongeren. Klimaat zal voor hen een belangrijk thema blijven. Als Groen het bij de volgende verkiezingen lastig krijgt, zal het eerder zijn vanwege de sterkere concurrentie op links.’

Over die concurrentie dadelijk meer. Wij konden ons tijdens onze vele gesprekken niet van de indruk ontdoen dat Groen met een imagoprobleem kampt.

Frederik Van den Broeck merkt dat zijn leerlingen vaak lacherig doen over de partij.

Pippa Rhebergen, leerlinge in het vijfde jaar sociaal-technische wetenschappen in Sint Maria in Antwerpen, herkent dat.

‘Als ik iets zeg over het klimaat of over vegetarisch eten, dan lachen ze me letterlijk uit.’

Volgens Jade Deterville-François, zesdejaars in Sint-Donatus in Merchtem, zijn veel mensen gewoon tegen Groen.

‘Alleen al de naam’, valt schoolgenoot Lennart Lafère haar bij. ‘Ik denk dat die naam veel mensen afschrikt. Ze zouden hem beter veranderen.’

En nu we het toch over namen hebben: wanneer we polsen welke politici de jongeren zoal kennen, klinken de namen van de partijvoorzitters van Groen geen énkele keer.

‘Ik vind het wel erg dat ik niemand van Groen ken, terwijl ik toch overweeg om op die partij te stemmen’, zegt Julie Anne Van den Steen, studente sociaal werk uit Lede (Oost-Vlaanderen).

De naam van vicepremier Petra De Sutter valt tijdens onze gespreksronde wel een keer, zij het omdat de leerling in kwestie bij haar stage liep.

‘Die van TikTok’

Er is een Vlaamse politicus die niet meer hoeft te werken aan zijn naamsbekendheid bij jongeren. Van Lommel via Haacht tot Drongen, in het bso, de Latijn-wiskunde of in de hogeschool: overal kennen ze Jos D’Haese, Vlaams fractieleider van de PVDA, met zijn 131.000 volgers de koning van TikTok.

Alleen Conner Rousseau komt met 110.000 volgers een beetje in zijn buurt.

En er is nog meer goed nieuws voor D’Haese. De politicus is behalve bekend ook bijzonder geliefd.

Die van TikTok is mijn favoriet’, zegt Jedi Ankrah, leerlinge van het vijfde jaar zorg en welzijn aan het Sint-Ursula-Instituut in Wilrijk.

‘Ook als hij iets zegt wat me niet echt interesseert, blijf ik kijken. Omdat hij het zo goed zegt.’

Een vrijwel identieke reactie tekenen we op in het zevende specialisatiejaar business support in Tildonk.

‘Alles wat hij zegt klopt. Da’s echt een goeie gast.’

Shae De Witte uit het zesde jaar sociaal- technische wetenschappen vertrouwt Jos D’Haese het meest van alle politici.

‘Hij lijkt oprecht en verwoordt perfect wat ik denk. Nu ook over Sanda Dia. Als je je abonnement op de trein vergeet, krijg je een boete van 500 euro. De boetes die de Reuzegommers kregen, zijn lager.’

© National

Opvallend: via sociale media lijkt D’Haese ook een groep jongeren te beroeren die niet of nauwelijks met politiek bezig is. In een aantal gevallen is ‘die van TikTok’ de enige politicus die ze kunnen noemen.

Yousra, die D’Haese leerde kennen via Instagram, zegt dat haar vriendinnen ‘echt niks’ van politiek weten.

‘Maar als we er toch eens over spreken, dan gaat het over iets wat Jos D’Haese heeft gezegd.’ En ja, ook zij is fan.

‘Ik denk dat hij dat ziek goed zou doen, als hij bijvoorbeeld minister zou worden.’

Een bijkomende troef lijkt D’Haeses toegankelijkheid.

‘Ik ben dit jaar naar een betoging geweest met de PVDA waar Jos D’Haese ook was. Sindsdien is hij een goede vriend geworden’, zegt Abdelhakim Abouallal (17) uit Antwerpen.

En ook Ege Tokman (17) uit De Pinte ontmoette D’Haese al verschillende keren. ‘Ik kon altijd heel spontaan met hem praten. Hij was altijd vriendelijk en respectvol.’

The Masked Singer

Stel: alleen de stemmen van jongeren tellen volgend jaar mee. Wie wordt dan onze minister-president?

Conner Rousseau’, zo gokken de leerlingen uit Don Bosco in Zwijnaarde. De Vooruitvoorzitter, bij sommigen uitsluitend bekend als ‘die van The Masked Singer’, is volgens deze scholieren de politicus over wie het meest wordt gesproken.

‘Dat komt omdat hij vaak opvallende uitspraken doet’, verklaart Ruben.

‘Wat Bart De Wever (N-VA) ooit deed, doet Conner Rousseau vandaag.’

De naam De Wever viel tijdens onze gesprekken overigens slechts zelden, en telkens als antwoord op de vraag welke politicus ze vertrouwen.

‘Maar van zijn partij moet ik niet weten’, zegt Victor Dille, student uit Aartselaar.

‘Volgens mij is dat een partij voor boomers’, stelt Ruben.

Maar over Vooruit dus.

‘Een vriendin van mij is grote fan van Conner Rousseau’, vertelt Emrys Borms en ze rolt even met haar ogen.

‘Ze vertelt altijd weer dat ze met hem gechat heeft op Instagram. Ik denk dat hij zo populair is bij jongeren omdat hij zelf nog jong is. En ook wel een beetje knap.’

Frederik Van den Broeck, haar leraar geschiedenis, spreekt van een sterrenstatus.

‘We gaan met onze school elk jaar naar het Vlaams Parlement. Dit jaar wilden leerlingen absoluut weten op welke stoel Rousseau zit. Op die stoel gingen ze dan selfies maken. Dat heb ik nooit eerder meegemaakt.’

De Vlaamse sociaaldemocraten hebben minder florissante tijden gekend. Tot voor kort was jongeren aantrekken een groot probleem. Volgens de jongerenpeiling van iVOX verleidde de SP.A in 2019 nauwelijks 8 procent van de jonge kiezers, oftewel nog 2 procentpunten minder dan de schamele 10 procent van het echte verkiezingsresultaat.

‘Vandaag doet Vooruit weer mee bij jongeren’, zegt Dieter Stiers.

‘Dat blijkt ook uit een enquête bij onze eerstejaarsstudenten. Goed, die is niet wetenschappelijk, maar als we naar de evoluties over de laatste twintig jaar kijken, zien we wel dat die enquêtes de algemene tendens lijken te volgen, en soms zelfs iets voor zijn.’

Of de groeiende populariteit bij jongeren zich straks zal vertalen in een klinkende overwinning is een andere vraag.

‘Het kan ook zijn dat de koers van voorzitter Conner Rousseau afkeer oproept bij de oudere kiezers, en dus netto weinig oplevert’, zegt Stiers.

‘Maar bij jongeren werkt het heel duidelijk wel. En dat komt zeker niet alleen door sociale media. De partij lanceert duidelijke beleidsvoorstellen. Er is een politieke strategie, en die slaat duidelijk aan bij jongeren.’

Rousseau en D’Haese danken hun populariteit in belangrijke mate aan Instagram en TikTok. Ze lijken als geen ander te begrijpen hoe die media werken. Maar of je met die skills verkiezingen kunt winnen? Nee, zegt Stiers.

‘Nog altijd merken we dat de politieke fundamentals – denk aan posities over belastingverlagingen, werkloosheidsuitkeringen al dan niet beperken in de tijd, of migratie – essentieel zijn om kiesgedrag te verklaren.

´Je kunt zeggen dat een politicus mee groot is geworden door tv of sociale media, maar dat is maar een beperkt deel van het verhaal.

´Ongetwijfeld heeft Rousseaus optreden als konijn in The Masked Singer of, eerder, De Wevers verschijning in De slimste mens, die politici populairder gemaakt. Maar dat werkt alleen omdat kiezers zich kunnen vinden in hun politieke aanbod.

´Sammy Mahdi (CD&V) heeft het ook geprobeerd met zijn hond, maar over hem zijn we nu niet aan het praten. Dat zegt iets.’

© National

‘Een mop’

En het Vlaams Belang? Volgens de iVOX- peiling uit 2019 behaalde die partij bij jonge kiezers 19 procent. In de leeftijdsgroep 15 tot 18 jaar liep de score op tot 23 procent.

Kunnen rode rakkers Rousseau en D’Haese hen straks op andere gedachten brengen? Moeilijk te zeggen. Je outen als Belanger blijkt ook voor jongeren nog geen evidentie.

Billie Van den Bossche vermoedt dat een aantal jongens uit haar klas op het Vlaams Belang zal stemmen, al hebben ze dat nog nooit expliciet gezegd.

‘Onlangs hebben ze een sticker van het Vlaams Belang op mijn iPad geplakt. Ze vinden dat grappig, omdat het provocerend is.’

Roan Van Den Bosch, zesdejaars sociaal- technische wetenschappen uit Rotselaar, maakt geen grapjes.

‘Ik weet dat het controversieel is,’ zegt hij, ‘maar ik ga op het Vlaams Belang stemmen. Door het cordon sanitaire hebben ze nog nooit mee kunnen besturen en ik vind dat ze eindelijk eens de kans moeten krijgen om hun woorden in daden om te zetten.’

Een twintigjarige student communicatiewetenschappen uit Lommel vertelt ons dat hij op het Vlaams Belang zal stemmen, maar niet met zijn naam in Knack wil verschijnen. Ook dat is veelzeggend.

‘Vroeger was ik heel open over mijn politieke voorkeur, maar al snel stond ik op de campus bekend als “die Vlaams Belanger”. We worden in de marginaliteit geduwd.’

Als politici die te vertrouwen zijn, noemt hij Tom Van Grieken en – jawel – ook Jos D’Haese.

‘Hun manier van politiek voeren is anders dan die van de traditionele partijen. Ze kaarten dingen aan die echt bij de jeugd leven.’

Over het succes van het Vlaams Belang bij jongeren is na de vorige verkiezing veel gezegd en geschreven.

‘Maar dat succes zou ik toch relativeren’, stelt Dieter Stiers.

‘De 19 procent van die jongerenpeiling komt overeen met het verkiezingsresultaat. En de peiling is afgenomen na de verkiezingen, een moment waarop respondenten de neiging vertonen om zich aan te sluiten bij de winnende partijen.

´Voor de stelling dat jongeren meer dan hun ouders geneigd zouden zijn om op het Vlaams Belang te stemmen, heb ik nog geen bewijs gezien.’

‘Ik ken er niks van’

Politiek is, op het eerste gezicht, niet iets waar veel jongeren van wakker liggen.

‘Ik ben helemaal niet bezig met politiek’, zegt Terence Wong, student journalistiek uit Antwerpen. Het is een variatie op een steeds terugkerend thema.

Ook dun gezaaid: jongeren bij wie politiek positieve connotaties oproept. Politiek wordt vaak geassocieerd met ‘ruzie’ of ‘corruptie’.

Studente Yousra noemt onze politici ‘kleine kinderen met een stropdas’.

Haar vriend Victor Dille, student Media and Entertainment Business, ziet politiek als ‘een eindeloze discussie, zonder dat er ook maar iets verandert’.

Die vrij algemene afkeer lijkt zich te vertalen in een eerder matig enthousiasme voor hun allereerste deelname aan het ‘feest van de democratie’.

We vroegen de jongeren of ze volgend jaar zouden gaan stemmen als er geen opkomstplicht was. Minstens de helft zou thuisblijven.

‘Omdat ik geen enkele politicus vertrouw’, verklaart Arvid Kestens, leerling Office en Retail (bso) uit Steenokkerzeel.

‘Daarom stem ik volgend jaar blanco.’ Hij is zeker niet de enige met dat voornemen.

Hoe deze antwoorden te begrijpen?

Dieter Stiers wijst op een algemene trend.

‘Sinds de jaren tachtig zien we haast overal ter wereld een daling van de opkomstpercentages. Dat percentage ligt het hoogst bij mensen van middelbare leeftijd, en daalt per generatie.

´Door onze opkomstplicht zie je die tendens in ons land niet, maar er is geen reden om te denken dat het hier anders zou zijn.

´Wil dat zeggen dat jonge mensen minder met politiek bezig zijn? Het kan ook betekenen dat ze minder op die manier met politiek bezig zijn.

´Wie deelneemt aan een klimaatmars of lid is van een jeugdraad, is duidelijk politiek actief. Maar het is geen betrokkenheid in de partijpolitieke zin.’

© National

Jongeren zijn, zo is onze indruk na een maand van gesprekken, over het algemeen wél politiek betrokken. Over de zaak-Sanda Dia zijn ze opvallend goed geïnformeerd en winden ze zich geweldig op.

Over de wachtlijsten in de zorg maken ze zich oprecht zorgen. En klimaat is nog altijd een ding. Wel is het geloof dat hun stem hier een verschil kan maken eerder klein. Ook beseffen ze soms niet dat al die kwesties politiek zijn.

‘Wat heeft mentale gezondheid met politiek te maken?’ De vraag is ons een paar keer letterlijk zo gesteld.

En dan is er nog die andere drempel.

Hanne De Mey, een jonge vrouw uit Haacht, had over de belangrijkste thema’s van deze tijd een heldere, geïnformeerde mening. Toch vervult het idee dat ze volgend jaar naar de stembus moet haar met angst.

‘Omdat ik er te weinig over weet.’

Dieter Stiers herkent het probleem.

‘Veel jongeren zijn wat bang om te gaan stemmen. Ze denken: ik weet er niks van, dus zal ik foute keuzes maken. De school zou op dat vlak een belangrijke rol kunnen spelen. Een pakket lessen over politiek, de politieke partijen en waar die voor staan, zou die drempel kunnen verlagen.’

Het was tijdens onze gesprekken een steeds terugkerend patroon. Haast alle jongeren die we spraken, begonnen met de verzuchting dat ze ‘eigenlijk niks’ van politiek kennen.

Ze zouden willen dat hun school dat gat in hun kennis dicht. In scholen waar dat vrij systematisch gebeurt, zoals in Sint-Donatus in Merchtem, lijkt dat ook vruchten af te werpen.

‘In het vak cultuurwetenschappen hebben we les gekregen over de werking van België, het federale en het Vlaams Parlement’, vertelt Bo Rommens.

‘In het begin dacht ik: dit is niks voor mij. Maar dankzij die lessen ben ik gaan begrijpen hoe belangrijk politiek wel is.’

Een andere leerlinge, Jade Deterville- François, vertelt hoe het recente politieke debat op haar school als een kieswijzer fungeerde.

‘De voorzitter van de jongsocialisten was er ook bij, Brent Bellefroid. Hij deed me inzien dat zijn partij het best past bij mijn ideeën.’

Een belangrijke kanttekening nog: dat jongeren zo vaak aangeven ‘niks’ van politiek te kennen, mag je zelfonderschatting noemen.

Tijdens onze gesprekken deden we de test.

We vroegen hen om vijf verschillende, zeer kenmerkende standpunten uit de partijprogramma’s te linken aan de juiste Vlaamse politieke partij. Een meerderheid, zowel uit tso, bso als aso, slaagde daar feilloos in.

Tot een vergelijkbare conclusie kwam eerder ook Dieter Stiers, na een onderzoek naar politieke ideeën bij Gentse min-18- jarigen.

‘Jongeren met linkse ideeën vonden vlot de weg naar linkse partijen, zoals ook jongeren met rechtse ideeën de weg vonden naar de partijen aan de rechterzijde. Je mag het politieke bewustzijn van jonge mensen niet onderschatten.’

Vooruitgangsrealisme

Dit verhaal is een poging om 36 gesprekken samen te vatten. 36 is naar journalistieke normen behoorlijk veel, maar uiteraard veel te weinig om enige wetenschappelijkheid te kunnen claimen.

Misschien wel de grootste vertekening zal zitten in het feit dat we alleen konden praten met jongeren die over politiek wíllen praten.

Tijdens onze twee klassikale gesprekken hadden we soms het gevoel dat ‘ze’ echt mee waren. Tot we beseften dat maar een minderheid van vijf leerlingen zich liet horen.

Uiteraard krijgt ook de zwijgende meerderheid straks een stembrief in de bus.

En toch, niettemin. Op onze vraag welke politici ze vertrouwen, antwoordde één jongere: ‘Bart Tommelein.’

Minstens twintig keer werd Jos D’Haese genoemd. Even gelijklopend waren de antwoorden op de vraag welke politieke thema’s ze belangrijk vinden.

Mentaal welzijn is voor de meesten een prioriteit.

Mogelijk is er een verband met nog een andere constante: veel jongeren blikken teleurgesteld terug op de klimaatprotesten, en wat die uiteindelijk hebben opgeleverd.

Een ingrijpende klimaatcrisis lijkt onafwendbaar. En niet alleen dat. Dit is een generatie die, tijdens een cruciale fase in haar ontwikkeling, gekortwiekt werd door een pandemie.

En misschien nog belangrijker: dit zijn jongeren die door de (sociale) media dag in dag uit met onheilstijdingen worden bestookt. Het geloof dat ze het straks beter zullen hebben dan hun ouders, is bij de meesten afwezig. Net als het geloof dat de politiek daar verandering in kan brengen.

‘Ik ben een kind van de jaren negentig’, vertelde Frederik Van den Broeck ons, nadat we vier van zijn leerlingen hadden geïnterviewd.

‘Ik was jong op een moment dat we dachten dat alles beter zou worden. Daar geloven jongeren niet meer in. Ze worden volwassen op een moment dat niks nog zeker is. Dat laat een ongelooflijke indruk na op die gasten.’

Vooruitgangsoptimisme? ‘Dat is weg’, stelt Ruben, een welbespraakte leerling van Don Bosco in Zwijnaarde die straks filosofie gaat studeren.

‘De vraag is niet hoe we het beter kunnen maken, wel: hoeveel slechter kan het worden?’

Mogen we dan spreken van vooruitgangspessimisme?

Billie Van den Bossche verkiest de term vooruitgangsrealisme.

‘Misschien krijgen we het allemaal nog wel opgelost. Maar daar zullen zware inspanningen voor nodig zijn, en ik weet niet of mensen die willen leveren.’

Ruben: ‘Jullie vroegen ons aan het begin van ons gesprek wat de term “politiek” bij ons oproept.

´Mijn idee: onze democratie is, in theorie, een schitterend systeem. Maar in de praktijk is het vaak teleurstellend.’


© National

Lees ook


Overzicht

Lees alle berichten in deze categorie



Bron: Knack

Naar Facebook

Naar de website


Scroll naar boven