An Peeters – Alsof er een glazen wand stond tussen mij en de wereld


Als haar dochters schaterlachen, lacht An Peeters superhard met ze mee. Het is ooit anders geweest. Op het dieptepunt van haar depressie was ze de verbinding met alles en iedereen kwijt, ook met haar gezin. ‘Ik had zelfs de energie niet om mijn haar te kammen.’

De Standaard


‘Voor Klaas, Lia en Iza, opdat ze ­weten dat ik gevochten heb om voor altijd bij hen te kunnen ­blijven.’

Het is de opdracht in het boek dat leerkracht An Peeters over haar eigen depressie heeft geschreven. Het kreeg de titel Wordt het ooit weer licht? en is een dagboek dat ze ten dele op het moment zelf, en ten dele achteraf heeft bijgehouden.

‘In de eerste zes maanden had ik er de energie niet voor.’

Peeters wil graag vertellen over haar ervaring omdat ze het taboe wil doorbreken. En ook voor anderen, die het meemaken.

‘Opdat zij zich niet zo alleen zouden voelen. Ik heb me ontzettend alleen gevoeld in mijn depressie. Het klinkt gek, ­omdat ik een fantastische man en superfijne kinderen heb.

´Zij hebben mij per slot van rekening ook gered, door hun aanwezigheid en door de knuffels die ze me gaven. Maar ik was zozeer de verbinding met ­mezelf kwijt, dat ik me evenmin ­verbonden kon voelen met anderen, zelfs niet met mijn gezin. ­

´Alsof er een glazen wand stond tussen mij en de wereld.’

Wanneer het precies begon? Die vraag verwachtte ze, maar het antwoord is niet zo eenduidig.

‘Ik besef nu dat ik al vijftien jaar ­eerder naar een psycholoog had moeten gaan. In mijn tienerjaren worstelde ik met mezelf, en met donkere gedachten.

´Dat kwam in golfbewegingen, op en neer. Soms was de zwarte vlek in mij zo klein als een speldenknopje, maar soms nam ze brutaal mijn ­hele hart over.

´Ik kon er weleens over praten met een vertrouwensleerkracht, en die babbels deden deugd. Maar ik was een goede leerlinge, en daarom maakte ­niemand zich echt zorgen over mij. Ik wist zelf ook niet waar ik hulp kon vinden.’

Ineens op

Ze studeerde verder, trouwde en kreeg twee dochters. Een maand of negen na de geboorte van de tweede was het ineens helemaal op.

‘Ik was heel trots op mijn dochters, maar ik had een groot slaaptekort opgebouwd. Ik heb diep gezeten, heel diep, tot en met zelfmoord gedachten toe. Ik besefte dat ik hulp nodig had.

´De huisarts verwees me door naar een psychiater. Toen die me vroeg wanneer ik voor het laatst nog ergens echt plezier aan had beleefd, kon ik me niets voor de geest ­halen. Het woord depressie viel.’

‘Ik besloot niet in opname te gaan, omdat ik zo hard voelde dat mijn gezin het enige was dat mij nog enigszins bij deze wereld hield. Onze jongste dochter was nog zo klein. Ik gaf haar nog borstvoeding.

´Het betekende dat ik aan een lang en intensief traject van therapie ­begon. Gelukkig vond ik een psychologe met wie het goed klikte – ik denk dat het heel anders had kunnen lopen als dat eerste gesprek was tegen­gevallen.

´Van de psychiater moest ik aan mijn man zeggen dat ik doodsgedachten had – een vreselijke opdracht.

´Gelukkig kennen we elkaar al lang.

´Klaas heeft alles overgenomen en gedragen, echt alles. Het huishouden, de zorg voor de kindjes, mij, alles.

´Als hij weg was naar zijn werk, bleef ik de hele dag in de zetel zitten en tv kijken. Ik wist dat dat het veiligste was: als ik deze dag maar doorkom.

´Ik had zelfs de energie niet om mijn haar te kammen.’

Verliezen en terugvinden

‘Ik was 28. Ik kon me niet inbeelden dat ik ooit 30 zou worden. In mijn hoofd was er geen enkel ­perspectief. De therapeute vergeleek me met een kastanje die ­opgesloten zat in haar bolster. Ze probeerde die laag voor laag af te pellen, maar soms was het ­nodig om de bolster weer even te sluiten.

´Therapie kan heel zwaar zijn. Als je het gevoel hebt dat je in ­duizend stukjes uiteen dreigt te vallen, moet je even afremmen. Je moet voldoende sterk zijn om in de diepte te kunnen gaan. Daar ben ik nu pas mee ­bezig, bij een andere therapeut.’

‘Vriendinnen die berichtjes bleven sturen, ook als ik niet antwoordde, ben ik erg dankbaar.

Het is het mooiste wat je kunt doen voor iemand met een depressie: toch contact houden’

‘Achteraf bekeken ben ik vrij snel weer aan het werk gegaan, misschien te snel. Ik bleef thuis van ­januari tot augustus 2016, en ging in september deeltijds ­opnieuw ­lesgeven.

´Het was een ­geluk dat ik de week kon beginnen en afsluiten met de zesde klas Moderne Talen, waarmee ik een erg goede band had. Die ­leerlingen boden me een zachte start en een zachte landing.

´Vriendinnen die berichtjes bleven sturen, ook als ik niet antwoordde, ben ik erg dankbaar. Het is het mooiste wat je kunt doen voor iemand met een depressie: toch contact houden.

´Medicatie was ook een belangrijk hulpmiddel, al moest er lang ­gezocht worden naar de juiste ­combinatie.’

‘En natuurlijk was er mijn man, die op de kritieke momenten tijd voor me maakte, en de kindjes, die me feilloos aanvoelden.

´Ik heb weleens tegen mijn jongste dochter gezegd dat ik ­verdrietig was omdat ik iets kwijt was. Ze ging weg, rommelde wat in de wasmand, kwam ­terug en zei:

“Ik ben ook iets kwijt, mama, maar we zullen het samen wel vinden.”

‘Stilaan werd het beter en klaarde de lucht op. Toen ik eind 2017 een uitnodiging kreeg om mijn nieuwe identiteitskaart op te halen bij de dienst bevolking, heb ik nog lang getalmd.

´Ook toen mijn man zei dat hij me een elektrische fiets wilde geven voor mijn 30ste verjaardag, schrok ik even: ik was herstellende, maar was zo’n grote investering in mij wel verantwoord?

‘Ik ben het nog aan het leren, maar ik kan steeds beter vooruitkijken’

‘Ik heb lange tijd feestjes of drukke bijeenkomsten geschuwd, want niets is erger dan zien hoe vrolijk en gelukkig ­anderen zijn, en daar helemaal niets bij te voelen.

´Vandaag kan ik daar wel al van genieten en ik besef dat ik veel gemist heb. Ik kan me daar schuldig om voelen, maar het heeft geen zin.

´Ik geef nog steeds deeltijds les. Herstellen van een depressie duurt lang, en het is ­nodig om jezelf een beetje heruit te vinden. Ik studeer nu vroedkunde via afstandsonderwijs. Mijn honger naar kennis is terug, en dat doet deugd.’

Donorkind

‘Wat zeker ook geholpen heeft, is dat ik mijn biologische vader heb gevonden, de man die donor is ­geweest voor mijn ouders. Ik was 24 toen ik dat te weten kwam. Sindsdien ben ik naar hem op zoek gegaan.

´Met dat doel nam ik deel aan het tv-programma ­Vandaag over een jaar van Cath Luyten.

´Ik heb hem pas in september 2019 gevonden en voor het eerst ontmoet – nu twee jaar geleden. Het was alsof alles op zijn plaats viel. Het plaatje klopte, en ik klopte ineens ook. Als ik hem ­nodig heb, kan ik hem altijd ­bellen.

´Ik heb ook contact met zijn dochter – mijn halfzus – wat fijn is, want ik ben een enig kind.’

‘Ik kan nog steeds verdrietig zijn om de 32 jaar dat we elkaar hebben moeten missen. Want ik ben in mijn tienerjaren zo hard op zoek ­gegaan naar wie ik echt was.

´Ik ­vertoon veel gelijkenissen met mijn moeder, maar ik miste iets, en dacht dat het aan mezelf lag. Toen ik het wist, moest ik mijn moed bijeen­rapen om naar hem op zoek te gaan.

´In een ­wereld die zegt dat biologie er niet toe doet, voelde ik me heel klein. Alsof ikzelf het als persoon niet waard was om te leren ­kennen. Het was een bevrijding om de zoektocht toch aan te vatten, en te vinden.’

‘Ik heb dit thema niet in mijn boek verwerkt. Mijn depressie heeft ongetwijfeld wortels in het feit dat ik een donorkind ben, maar het hoeft niet elk donorkind te over­komen en het kan ook anderen treffen.

´Iedere persoon die depressief is, zit diep, en het gebeurt bij iedereen om een andere reden.

´Ik vond het ­belangrijker om in mijn boek te vertellen hoe het voelt om ieder uur van de dag en iedere minuut te moeten vechten tegen je depressie, omdat dat heel ­herkenbaar kan zijn.’

 Wordt het ooit weer licht?

Wie vragen heeft rond zelfdoding, kan terecht op de zelfmoordlijn via het gratis nummer 1813 of op www.zelfmoord1813.be


TE GEK!? WELLICHT

In Vlaanderen bestaan veel vooroordelen en misver­standen over psychische ­problemen en kwetsbaarheid. Nochtans komt een op de vier mensen er tijdens zijn ­leven mee in aanraking. En toch is praten over problemen ­moeilijk en schakelen veel mensen ­rijkelijk laat hulp in.

Te Gek!?, de organisatie die van het hoofd een zaak maakt, start deze week met Wellicht, een nieuwe ­jaarcampagne over geestelijk welzijn, die focust op depressie.

Meer info via

Tegek.be


Meer interviews

Mentaal welzijn



Bron: De Standaard

Naar Facebook

Naar de website


Scroll naar boven