Analyse – De internationale reputatieschade is aanzienlijk – Complimenten uit het Kremlin krijg je liever niet


Het lijkt wel de ultieme Wetstraat-paradox. Terwijl eerste minister Bart De Wever (N-VA) ongekend populair blijft, verzandt zijn regering door interne strijd in stilstand. Waar moet dat eindigen?

Bart Eeckhout – De Morgen

21 maart 2026

Leestijd: 8 min


Poppolls met politici zijn nog dubieuzer dan gewone peilingen, maar toch pakte Het Laatste Nieuws niet onterecht uit met de kop ‘Nooit was een premier zo populair als De Wever’. Een dik jaar regeringsleiding heeft het vertrouwen in de N-VA-voorman alleen maar doen stijgen, zo toonde een poll in de krant. Bart De Wever is niet alleen groter dan zijn partij, hij is nu ook groter dan zijn regering.

Tot spijt van wie het benijdt, en dat zijn wel wat mensen, is de duurzaamheid van De Wevers populariteit stilaan uniek in de Vlaamse politieke geschiedenis. De N-VA’er is zeker niet de eerste toppoliticus die piekt in de volksgunst, maar geen enkele voorganger bleef zo lang en zo ononderbroken zo populair. Regeringsdeelname doet daar, voorlopig, niets aan af.

Dat is wel merkwaardig, want met die regering gaat het eigenlijk niet zo goed. Helemaal niet goed zelfs. Een opeenstapeling van incidenten wijst op een diepe verdeeldheid. Kiezers keren zich meestal af van ruziemakende bestuurders, maar op het harnas van De Wevers populariteit ketst tot nader order alles af.

Toch speelt de premier zelf een bedenkelijke hoofdrol in een van die incidenten. De Wever mag zweren van niet, en zijn immer strijdvaardige en inhoudelijk beweeglijke aanhang met hem, maar zijn pleidooi om de relaties met Rusland te ‘normaliseren’ was een diplomatieke misstap.

En De Wever, zo blijkt uit het interview in L’Echo, besefte wel degelijk dat hij niet de Europese consensus vertolkte maar iets ongehoords zei, overigens niet voor het eerst.

De internationale reputatieschade is aanzienlijk. Complimenten uit het Kremlin krijg je liever niet. Vandaar dat minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot (Les Engagés), in afspraak met de premier, de verklaringen zo snel en zo beleefd mogelijk weersprak.

Hier zit de binnenlandse relevantie van de blunder: De Wever filosofeerde voor eigen rekening, zonder naar zijn regering om te kijken. Dat is een luxe die een premier zich niet te vaak kan permitteren.

Die verregaande, publieke onenigheid is geen uitzondering. Ze is de regel bij Arizona. Een laat en halfslachtig compromis over grondslapers in de gevangenis en militairen op straat dekt een ander incident van afgelopen week enigszins toe: de eenzijdige beslissing van MR en N-VA om alvast militairen mee Joodse sites te laten bewaken.

Zeker, de urgentie was reëel en de frustratie over de onbeweeglijkheid van justitieminister Annelies Verlinden (cd&v) was groot. Dan nog blijft het uitsluiten van een partner uit gevoelige besluitvorming redelijk ongezien in een regering die collegiaal hoort te te werken.

Dat de premier niet echt geloofwaardig kan ontkennen dat hij wist wat op til was, is nefast voor de cohesie. Hier is een diepere breuklijn in het kabinet blootgelegd.

Nog openlijker gebeurde dat bij weer een ander conflict in de meerderheid. Regeringspartij Les Engagés ondersteunt de klacht van vluchtelingenorganisaties bij de Raad van State tegen de beslissing van minister van Asiel Anneleen Van Bossuyt (N-VA) om haar beleid te handhaven ondanks een schorsing door het Grondwettelijk Hof. ‘De rechter beslist’, stelde Les Engagés-voorzitter Yvan Verougstraete kurkdroog op X.

Opnieuw geldt: inhoudelijk heeft Verougstraete wellicht gelijk, want de poging van Van Bossuyt om het Grondwettelijk Hof te omzeilen, flirt met de limieten van de rechtsstaat. Maar het gaat wel ver als een regeringspartij mee een klacht indient tegen een regeringsbesluit. En dat dus allemaal in een kleine week tijd…

Diepere breuklijn

Een opsomming van al die botsingen is een tikje lui. Relevanter is de diepere breuklijn. Wat al die conflicten met elkaar verbindt, is dat ze de kloof tussen de rechterflank in de regering en de centrumflank ontbloten. Telkens staat N-VA in harmonie met MR lijnrecht tegenover andere coalitiepartners.

De vraag of de regering-De Wever een voluit rechtse of een centrumregering zou zijn, was in de formatie al een verscheurende kwestie. Die ideologische kloof werd met een regeerakkoord toegedekt.

Nu, een dik jaar later, ligt de verdeeldheid weer open en bloot op tafel. Lange tijd kon de schuld daarvoor eenzijdig in de schoenen van ‘ruziemaker’ Georges-Louis Bouchez (MR) geschoven worden, vandaag gaapt de wond veel breder. Niemand houdt zich nog in voor de ander.

Ga maar na, de tegenstelling tussen links en rechts speelt ook in andere recente, prangende dossiers. Neem pensioenen. De grote woede van Vooruit en cd&v over de onbeholpen verklaringen van minister Jan Jambon (N-VA) dat “vrouwen zich wel zullen aanpassen” is zeer begrijpelijk.

Dan sluit je met veel moeite een compromis over een grote hervorming waarvan de hardste hoeken zijn weggevijld, dan komt Jambon plompverloren zelf duwen waar de grootste pijn zit: de nadelige gevolgen voor vooral vrouwen met een onvolledige loopbaan.

Nog zo’n vervelende kwestie is militaire steun aan ‘bevriende’ Golfstaten in de oorlog in Iran. Aan die vraag zit allang geen goede kant meer. Terecht willen Europese landen met die voorspelbaar escalerende oorlog niks te maken hebben, anderzijds staan met elke gastank die opbrandt in de Golf hun economische belangen wel mee op het spel.

Toch maar minimale steun bieden dan? Dat ligt lastig in de regering omdat de grote promotor van die steun defensieminister Theo Francken (N-VA) is. De ergernis is bijzonder groot in de coalitie over hoe Francken zich de voorbije weken kritiekloos heeft opgesteld als tamboer-majoor van president Trump over de oorlog in Iran. Gevolg: alweer gesteggel.

De vraag is gewettigd of er eigenlijk nog wel iets is waar de regering-De Wever het wél over eens is. Zelfs om haar geprefereerde rechter bij het Grondwettelijk Hof benoemd te krijgen, moest N-VA de spelregels ombuigen.

Te hunner verdediging werpen premier en regering op dat zij wel degelijk een indrukwekkende hervormingstrein in gang hebben gezet. Dat klopt, ten dele. Het meest concreet uitgevoerde plan blijft de beperking van de werkloosheid in de tijd. Die wordt binnen de coalitie niet betwist, maar op het terrein happen de OCMW’s, die extra leeflonen moeten verwerken, nu al naar adem.

Over de grote pensioenhervorming is er ook een akkoord, maar dat blijft juridisch kwetsbaar, omdat bijvoorbeeld rechten met terugwerkende kracht worden afgebouwd.

Juridische kwetsbaarheid zit ook in de meerwaardebelasting. De fiscale btw-hervorming is, zoals bekend, al in duigen gevallen. Niemand weet hoe dat in deze breekbare coalitie ooit nog rechtgetrokken raakt.

De centenindex was dan weer bedoeld als stimulans voor werkgevers, maar wordt nu al betwist door precies die werkgevers wegens te complex en mogelijk zelfs te duur.

Dat is allemaal slecht nieuws voor de begroting. Het vlaggenschip van de regering-De Wever − budgettair herstel − heeft zorgwekkende gaten in de romp. Iedereen verwacht dat het Monitoringcomité volgende week nog een alarmlampje zal toevoegen aan de flikkerende lichtjes van het Rekenhof en het Planbureau.

Met wat wiskundige creativiteit probeert premier De Wever het mooier voor te stellen, maar het pijnlijke feit is dat zijn regering op deze koers tegen 2030 ongeveer op het punt zal uitkomen dat voorspeld was bij ongewijzigd beleid van de vorige regering. Dat zou een blamage zijn.

Francken en Iran

Die voorspellingen houden nog niet eens rekening met de uit de hand lopende gevolgen van de oorlog in Iran waar minister Francken twee weken geleden nog zo verguld mee was. Een nieuwe energiecrisis dendert met een rotvaart op ons af. Een vertwijfelde coalitie, stremmende hervormingen, een lekkende begroting en een onberekenbare wereldcrisis: aan de Arizona-einder loert een Vivaldi-scenario.

Het grootste, zo niet enige, verschil tussen Vivaldi toen en Arizona nu? Bart De Wever. Met zijn populariteit weet de premier de impasse in zijn regering vooralsnog af te schermen van het grote publiek.

Hoewel de realiteit er veel grijzer uitziet, blijft een redelijk groot deel van het electoraat, volgens de peilingen toch, erop vertrouwen dat deze regering het anders en beter doet. Waarom? Omdat De Wever het zegt, tiens.

Dit werpt een ander licht op die andere merkwaardige uitspraak van De Wever, dat hij “geen premier blijft als de regering niet meer in staat is om iets te beslissen”. Dat klinkt als een waarschuwing aan de coalitiepartners, maar evengoed als een poging om als premier afstand te nemen van het eventuele falen van de eigen regering.

Hij zou er nog mee wegkomen ook. Met zijn populariteit heeft Bart De Wever zich in een ongenaakbare positie genesteld. Als de regering succes oogst, zal het zijn succes zijn; als ze faalt, zal hij de moedige staatsman zijn die lafhartig geslachtofferd is. Altijd prijs.

De coalitiepartners weten dat. Als de regering breekt, betalen zij de electorale kosten, niet de premier. Het is een goede reden om toch maar te blijven zitten, ook als het schip water maakt.

En zo is de populariteit van Bart De Wever stilaan het enige cement van de regering die zijn naam draagt.


Premier Bart De Wever staat de pers te woord na een VBO-event begin deze week. Bart Eeckhout (links): ‘Veel mensen vertrouwen erop dat deze regering het anders en beter doet. Waarom? Omdat De Wever het zegt, tiens.’ Bron Eva Beeusaert / BELGA

Lees ook


Lees ook

Klik op de hyperlinks
en lees meer berichten

, Bart Eeckhout


Bron: De Morgen

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven