Vlaamse studenten moeten werken, zorgen, rusten, feesten, sporten, vallen, opstaan en weer doorgaan. En als het even uitkomt ook studeren. De voortgang van studenten is al jaren een heikel punt.
Klaas Maenhout – De Standaard
1 mei 2026
Leestijd: 8 min
“Ja. Wij zien door de jaren heen duidelijk een langere studieduur doordat het profiel van studenten verschuift”, zegt Heidi Schepers zonder enige twijfel.
Ze staat al twaalf jaar aan het hoofd van de bachelor verpleegkunde aan de Vives Hogeschool.
Kort samengevat: een steeds kleinere groep volgt nog het modale traject in de daarvoor voorziene tijd.
Vandaag volgt maar liefst twee derde van alle studenten in Vives een ander traject dan de standaard.
Het cijfer stemt overeen met recente data van de onderwijsadministratie. Slechts 30 procent van de Vlaamse studenten haalt zijn of haar bachelor binnen de voorziene drie jaar.
Het merendeel van de studenten sleept wat vakken mee, stelt een stage uit of maakt een foute keuze en verliest een jaar.
Tussen 2008 en 2025 groeide die groep stelselmatig, van 64 procent in 2008 tot 72 procent in 2024.
“Dat is een bijzonder ernstig probleem”, zegt ex-Oeso-topman Dirk Van Damme.
Kristof De Witte, onderwijseconoom aan de KU Leuven, onderschrijft die ernst, maar wil nuanceren.
Het cijfer waar de overheid naar verwijst, slaat op het aantal studenten dat een bachelor behaalt binnen de voorziene drie jaar. Alleen is dat geen eerlijke parameter, zegt hij.
In internationale context is bachelor plus één jaar de referentie.
“Studenten hebben dan de ruimte om zich aan te passen aan het hoger onderwijs of door te schuiven naar een andere richting”, zegt hij.
Ook in Nederland, waar De Witte mee besliste over de toekenning van miljarden euro’s aan universiteiten en hogescholen, wordt die parameter gebruikt.
Met die nieuwe maatstaf ziet het studieduur cijfer er al beter uit, benadrukt hij. Om en bij de 54 procent van de Vlaamse studenten behaalt op vier jaar tijd een bachelordiploma, tonen internationale data.
Dat is even goed als buurland Nederland en zelfs beter dan Frankrijk.
Toch, zo onderstreept De Witte, blijft het naar Europese normen ondermaats.
Hopeloos ouderwets
Van Damme wijst naar de doorgeslagen flexibilisering als fundament.
Begin jaren 2000 schakelde het hoger onderwijs over van een jaarsysteem naar een systeem met studiepunten. Even later volgde de Bologna-hervorming, die het huidige systeem van bachelors en masters invoerde.
“Vanuit liberale hoek wilde men meer macht geven aan de student. Men vond het jaarsysteem hopeloos ouderwets en wilde van de student een soort consument maken”, zegt Van Damme.
Ook het progressieve kamp ging mee in dat verhaal.
“Ze zagen een kans om kwetsbare studenten op hun eigen tempo te laten studeren.”
“Alleen was de hervorming veel te verregaand”, benadrukt hij.
Van Damme was toen vanuit de Vlaamse interuniversitaire raad (Vlir) betrokken bij de onderhandelingen en later ook als kabinetschef bij minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (Vooruit).
“De vrees die velen toen al hadden, is uitgekomen: studenten begonnen vakken uit te stellen en een curriculum bijeen te sprokkelen.”
Jan Eggermont, jarenlang voorzitter van de onderwijsraad aan de KU Leuven, zag de goede bedoelingen gaandeweg wegebben.
“Aanvankelijk was het zo dat studenten die beslisten om vakken mee te nemen het volgende jaar bijvoorbeeld twee bijkomende vakken oppakten. Hun mandje werd zwaarder, zodat ze zouden kunnen bijbenen. Alleen haalden studenten dat niet meer in. Ze stapelden alles op doorheen de opleiding.”
De Witte kent tal van voorbeelden van “doorgeschoten flexibilisering”.
“We hadden studenten die alle mastervakken succesvol hadden afgewerkt, maar nog steeds een 4 of 6 haalden op het eerstejaarsvak statistiek.
“Dat zijn schrijnende deliberaties. We konden het diploma niet uitreiken. Want uiteindelijk hadden die studenten wel statistiek moeten kennen.”
Goedkoop hoger onderwijs
Ook de manier waarop Vlaanderen de toegang tot het hoger onderwijs organiseert, speelt mee.
De instap is breed en goedkoop. Wie een diploma secundair onderwijs heeft, kan meestal meteen beginnen, meestal zonder selectie aan de poort en zonder torenhoog inschrijvingsgeld.
Bovendien stromen veel jongeren rechtstreeks van de schoolbanken door, soms zonder goed te weten of de gekozen richting wel bij hen past.
Net omdat de financiële drempel relatief laag ligt, is ook de prijs van een verkeerde keuze niet hoog.
“Een jaartje proberen kost de wereld niet”, zegt De Witte.
“Die openheid is een sterkte van het systeem, maar ze maakt het ook makkelijker om studietijd te verliezen.”
“In Vlaanderen primeert duidelijk het recht op onderwijs”, zegt Dylan Couck, expert Onderwijsrecht aan de UGent.
“Bij het flexibeler maken van het systeem is te weinig nadruk gelegd op de verantwoordelijkheid van studenten om hun studietraject goed te laten verlopen. Bovendien werd onvoldoende opgevolgd hoe ze daarmee omgingen.”
Zelfs vandaag hebben proffen of docenten nog weinig zicht op waar studenten vastlopen, zegt hij.
“Veel verantwoordelijkheid voor het studieproces en -traject ligt bij de student. Eigenlijk wordt die in het diepe gegooid.”
Ook een ander maatschappelijk probleem speelt het hoger onderwijs parten, zegt Eggermont. Hij verwijst naar de kwaliteitserosie in het secundair onderwijs.
“Het is moeilijk om een specifiek kantelpunt aan te wijzen”, zegt hij.
“Maar de overgang van het secundair naar het hoger is doorheen de jaren voor veel studenten moeilijker geworden.”
Zelfs in zijn eerstejaarsvak in de opleiding geneeskunde ziet hij dat.
“Van studenten die niet slagen, hoor ik vaak dat ze in het secundair nooit hebben leren werken. Dat ze geen werkattitude of zelfregulatie hebben aangeleerd.”
In de hogeschool ziet men die observatie in het kwadraat.
“Door de flexibilisering en de democratisering zien we in het hoger onderwijs een steeds grotere groep die daar in het middelbaar niet op is voorbereid”, zegt Schepers.
“Tien jaar geleden kwam het gros van de studenten uit het voormalige ‘algemeen secundair onderwijs’.
“Vandaag hebben veel jongeren nooit geleerd hoe ze moeten studeren. We moeten met hen nog aan de slag gaan om inzicht te krijgen in een goede studiemethode.”
Werk en mantelzorg
Toch zou dat te gemakkelijk zijn als verklaring, benadrukt ze. Ook de maatschappelijke context is in twintig jaar voor veel studenten pittiger en uitdagender geworden.
“Bij een grote groep wordt de focus op studie steeds moeilijker”, zegt ze.
Veel meer studenten combineren hun studie met werken of vakantiejobs. Een groep is mantelzorger voor een familielid.
“Tegelijk is dit een generatie die ook zelfs bij haar studies een betere werk-levenbalans nastreeft. Ze willen nog werken, of hobby’s uitoefenen.”
De ultieme vraag is of die evolutie gemakkelijk recht te trekken valt.
De KU Leuven had tien jaar geleden al door dat het systeem volledig dreigde te ontsporen. Op aanzet van voormalig rector Luc Sels begon de universiteit toen een interne analyse.
“Eigenlijk kregen studenten nooit echt een duidelijk signaal of ze wel goed bezig waren”, zegt Eggermont.
“Zeker bij wie problemen had in het eerste jaar, liep de studieduur op. Terwijl niemand hen de vraag stelde: is de richting wel conform met jouw competenties?”
De KU Leuven introduceerde daarop de ‘mijlpaal’.
Studenten moesten alle eerstejaarsvakken op het einde van het tweede jaar hebben afgewerkt om door te mogen doen.
“Voor het eerst maakten we toen ook duidelijk dat studenten de ambitie moeten hebben om voor alles te slagen”, zegt Eggermont.
Het systeem werd enkele jaren later in heel Vlaanderen uitgerold door toenmalig minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA), als de zogenaamde ‘harde knip’.
De vraag is of dat volstaat. De eerste signalen zijn positief, benadrukt Eggermont, maar een cohorte studenten analyseren duurt jaren.
Het kabinet van Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) vindt alvast dat het nog strenger mag.
Demir wil de ‘eeuwige student’ aanpakken via hardere grenzen. Een denkspoor is om het aantal verplicht te behalen studiepunten te verhogen.
De Witte ziet verschillende knoppen om aan te draaien.
Een daarvan is de lat verhogen om te mogen doorstromen. Hoeveel studiepunten moet een student minimaal behalen om verder te mogen, en hoeveel eerstejaarsvakken mag hij nog meeslepen?
Een andere optie is om het studiegeld te verhogen.
“Zo geef je het signaal dat studies serieus te nemen zijn.”
De meest voor de hand liggende ingreep vindt hij harder inzetten op de juiste studiekeuze, bijvoorbeeld met ijkingstoetsen voor de start van een opleiding.
Eggermont wijst erop dat dat een delicate oefening is.
“Er moet een zekere ruimte blijven om te falen. Om te corrigeren”, zegt hij.
“Het is des mensen dat niet alles vanaf de eerste keer goed gaat.”
Ook de Vlaamse vereniging van studenten (VVS) was om die reden bijzonder kritisch voor het strengere voorstel van Demir.
Ten slotte spelen ook andere maatschappelijke fenomenen een grote rol, benadrukt Van Damme.
Hij verwijst expliciet naar de uitbreiding van de studentenarbeid tot 650 uur per jaar.
“Ik vind dat redelijk waanzinnig en beleidsmatig niet te verdedigen”, zegt hij.
“Als je studeert, is dat een gigantische investering van de samenleving. Daar mag voor mij wel iets tegenover staan.”

Lees ook
Lees ook
Klik op de hyperlinks hieronder
en vind meer berichten
Bron: De Standaard