Vervreemding wordt altijd aan migratie gekoppeld, merkt Bieke Purnelle. Zou het niet kunnen dat veel mensen zich vervreemd voelen om heel verschillende redenen?
Bieke Purnelle – De Standaard
18 juni 2026
Leestijd: 5 min
Pogroms in Belfast, brandende asielcentra in Nederland …
Het publieke debat over migratie is de term debat al even voorbij, en wat er in de plaats komt, jaagt mensen de stuipen op het lijf.
Voor die destructieve vorm van “activisme” halen sommige politici en opiniemakers graag de term “bezorgde burgers” boven.
Hun daden zijn laakbaar, zeker, maar we moeten wel naar die mensen luisteren en proberen te begrijpen wat hen drijft.
Zorgen, zo blijkt. Dat zal best. Activisten handelen doorgaans uit bezorgdheid.
- Klimaatactivisten zijn bezorgd over het klimaat.
- Vredesactivisten zijn bezorgd over oorlog.
- Boerenprotesten worden gedreven door zorgen over het boerenbestaan.
Bezorgdheid is de moeder aller activisten.
Toch wordt het etiket “bezorgde burger” alleen voor bepaalde groepen gebruikt, terwijl anderen “amokmakers” of “onnozelaars” zijn.
Over die discrepantie kunnen we een boek schrijven, maar meer nog is het de vaakst aangehaalde reden tot bezorgdheid die mij fascineert.
Mensen zijn tegen migratie omdat ze zich “vervreemd” voelen.
Dat verandering leidt tot vervreemding, is op zich niet onbegrijpelijk. Mensen willen de wereld waarin ze leven herkennen om zich thuis te kunnen voelen.
Die herkenning schuilt soms in kleine dingen. Zodra die herkenning erodeert, ontstaat afstand.
Tegelijk lijkt het me niet zo moeilijk om te erkennen dat mensen zich vervreemd kunnen voelen in een superdiverse samenleving en tegelijk grenzen te stellen aan de manier waarop ze die gevoelens uiten.
Wie doelbewust brand sticht waar mensen leven of huizen binnenvalt om de bewoners te verdrijven, is geen “bezorgde burger”, maar een gewelddadige crimineel, vervreemd of niet.
Café De Sportduif
Los daarvan kun je je afvragen waarom we alleen naar vervreemding wijzen als het over migratie gaat. Alsof vervreemding alleen optreedt als het straatbeeld diverser wordt.
Is het erger om je vervreemd te voelen omdat café De Sportduif is vervangen door een kebab zaak of omdat er een vrouw met een hoofddoek aan de kassa van de supermarkt zit, dan omdat je stad één groot shoppingcenter is geworden waar kleine middenstanders verdreven worden door multinationals?
Zou het niet kunnen dat veel mensen zich vervreemd voelen om heel verschillende en tegelijk onlosmakelijk verbonden redenen?
Vervreemd van de wereld, van hun omgeving, van zichzelf of van wie ze dachten te zijn?
De filosofie behandelt vervreemding als het idee dat mensen zich afgescheiden voelen van iets dat of iemand die in se bij hen hoort.
Karl Marx gaf het begrip een grotendeels werkgerelateerde invulling.
Hij omschreef vervreemding als een gevolg van een kapitalistische samenleving, waarin mensen weinig tot geen mogelijkheid zien om uiting te geven aan hun ware natuur en om aan hun intrinsieke noden te voldoen.
Dat komt volgens Marx doordat ze amper zeggenschap hebben over hun leven, of in ieder geval over de manier waarop ze dat leven invullen.
Ze worden gedwongen de ander te zien als concurrent in plaats van als medemens.
Ze voelen zich niet betrokken bij hun werk omdat ze het werkproces niet bepalen en omdat het product van dat werk een ander toebehoort.
Ze voelen zich niet betrokken bij de staat omdat die niet hen, maar een andere, dominante en geprivilegieerde groep vertegenwoordigt.
De context waarin Marx die vervreemding schetste, met name een tijdperk waarin arbeiders 70 uur per week werkten voor een hongerloon, mag dan grotendeels achterhaald zijn, de grote lijnen van zijn definitie zijn voor veel mensen akelig herkenbaar.
De arbeiders van toen zijn vervangen door pakjesbezorgers, poetshulpen, bouwvakkers en stratenleggers.
Het patronaat is vervangen door multinationals.
De 70-urenweek is vervangen door het dogma dat iedereen aan de slag moet, kunnen of niet.
Smeltende gletsjers
Vervreemding overvalt niet alleen wie worstelt met de diversifiëring van zijn leefomgeving, maar de meerderheid van de bevolking.
Het gaat om een fundamenteel gevoel dat er iets wezenlijks is weggenomen, een gevoel van verlies, van machteloosheid.
Wie rouwt om smeltende gletsjers en verdwijnende diersoorten, voelt zich niet minder vervreemd dan wie moeite heeft met een snel evoluerende demografie.
Wie zich zorgen maakt over de haat die non-stop in kwetsbare tienerbreinen wordt gepompt door algoritmen zonder moraliteit, voelt zich niet minder vervreemd dan wie weerstand voelt bij genderdiversiteit.
Wie vreest zijn job te verliezen door digitalisering en AI, voelt zich niet minder vervreemd dan wie denkt dat migranten ons werk en onze huizen komen inpikken.
Wie ziek is en zichzelf als profiteur ziet weggezet worden, ervaart evenveel vervreemding als wie hard werkt, maar toch geen betaalbare woning vindt.
- Het gevoel van senioren die voor elke levensnoodzakelijke handeling moeten klikken, scannen en scrollen in plaats van geholpen te worden door een vriendelijke loketbediende
- De ervaring van kinderen met een beperking die twee uur onderweg zijn naar school omdat hun transport niet te veel mag kosten
- De uitputting van verpleegkundigen of sociaal werkers die het elk jaar met nog wat minder moeten doen terwijl ze in de krant lezen hoeveel de luchthaven van Deurne of de Oosterweelverbinding mag kosten
Het zijn allemaal vormen van vervreemding.
Laten we het woord “vervreemding” zijn oorspronkelijke betekenis teruggeven en het inzetten voor wat de meeste mensen verbindt, in plaats van voor datgene wat hen uit elkaar drijft: het gevoel dat ze zich aan de verliezende kant van de samenleving bevinden.
Misschien lukt het dan eindelijk om te zien wie er werkelijk aan de overkant staat en hoe groot de afstand is.
Bieke Purnelle is freelanceschrijver en directeur van Rosa, kenniscentrum
voor gender en feminisme.

© Marcel van den Bergh/anp
Lees ook
Klik op de hyperlink
en ontdek meer berichten
Lees ook
Bron: De Standaard