Bieke Purnelle – Na jaren ploeteren in de bouw laten we die Poolse werknemers vallen als bakstenen


Er bestaan bedrijven die niets anders doen dan Poolse werkkrachten uitzenden voor de bouwsector, ook naar België. Maar achter allerlei onontwarbare kluwens van onderaannemingen gaat vaak uitbuiting schuil, schrijft Bieke Purnelle.

Bieke Purnelle – De Standaard

7 mei 2026

Leestijd: 5 min


Deze week werden in Antwerpen twee Poolse thuislozen begraven. Twee mannen die op straat leefden en daar eind april in stilte, zonder iemand lastig te vallen, overleden.

Ze hadden niet altijd op straat geleefd. Zoals de meeste thuislozen hadden ze ooit een thuis, of toch minstens een dak boven hun hoofd en iets wat voor een bed kon doorgaan.

In de winter hadden ze een bed gevonden in de nachtopvang. Toen die de deuren sloot voor mensen zonder verblijfsvergunning, was er alleen nog de straat.

Hoe ze daar beland waren na jaren ploeteren in de bouwsector, was niet zo duidelijk.

Een artikel suggereerde malafide werkgevers. Wie die werkgevers waren en of die gecontroleerd en bestraft werden, kwamen we niet te weten. Niet dat het nog veel verschil maakte voor de mannen zelf.

Had een bed voor de nacht hen kunnen redden? Wie zal het zeggen?

Wat we weten is dat opvang weigeren aan mensen zonder wettig verblijf niet het gewenste gevolg heeft (terugkeer en afschrikking), maar vooral ongewenste effecten teweegbrengt.

Wie geen veilige, droge en warme plek heeft om te slapen en om zich te wassen, verkeert in een permanente staat van stress, kampt vaker met gezondheidsproblemen en is gevoeliger voor verslaving.

Wie op straat leeft, komt er niet aan toe de stap te zetten die nodig is om zijn leven weer op de rails te krijgen.

Het gevolg is dat mensen in portieken, stations en parken slapen; dat mensen dronken of gedrogeerd door de straten lopen.

Het gevolg is wat we ‘overlast’ noemen.

Hardvochtig beleid mag dan ‘redelijk’ en ‘noodzakelijk’ heten, in de realiteit baat het helemaal niemand.

Piotr en Jaro zijn geen uitzonderingen. Alleen al in Antwerpen stierven vorig jaar dertien thuisloze Oost-Europeanen op straat.

Jaro. ©  Ilse Cockx

Sinds de uitbreiding van de EU in 2004 vinden opvallend veel Polen de weg hiernaartoe. Velen van hen hebben hier decennia in het zwart gewerkt, ongeregistreerd en onverzekerd. Als hun werk wegvalt, hebben ze niets om op terug te vallen.

Anderen hebben dan weer wel sociale rechten opgebouwd, maar vinden hun weg niet door de administratie die vereist is om die rechten ook op te nemen.

Van de circa 250.000 arbeiders die vandaag in de Belgische bouwsector werken, komt meer dan een derde uit een ander Europees land. De meesten uit Nederland en Duitsland, een kwart uit Polen.

Een groot deel van de tewerkstelling in de bouwsector wordt gerealiseerd door arbeidsmobiliteit binnen de EU, via het vrij verkeer van personen, de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten.

Belgische bedrijven maken gretig gebruik van intra-EU detachering, waarbij werkgevers tijdelijk werknemers naar een andere lidstaat kunnen sturen om er te werken.

Een groot deel van die gedetacheerden is actief in de bouwsector, die op deze manier knelpunt beroepen invult en personeelstekorten opvangt. Iemand moet immers al die huizen en kantoren (ver)bouwen, en het mag allemaal niet te veel kosten.

Er bestaan bedrijven die niets anders doen dan Poolse werkkrachten uitzenden voor de bouwsector. Een lucratieve business, zo blijkt. Alleen nemen niet alle werkgevers het even nauw met de arbeidswetgeving. Inbreuken zijn geen uitzondering.

Een euvel waar de Cel voor Financiële Informatieverwerking al jaren geleden voor waarschuwde. Achter allerlei schimmige constructies en onontwarbare kluwens van onderaannemingen gaat vaak uitbuiting schuil.

Kwetsbare burgers worden aan werkgevers gekoppeld, maar de uitzendkantoren geven niet thuis zodra er problemen rijzen.

Daarnaast vormt het detacheringssysteem ook een risico op onderverloning, vermits het minimumloon waar ze in hun thuisland recht op hebben aanzienlijk lager ligt dan dat in België, waardoor ze veel minder verdienen dan hun Belgische collega’s voor hetzelfde werk, terwijl ze hier leven.

Bovendien maakt de praktijk van detachering hen kwetsbaar, omdat ze sterk afhankelijk zijn van hun werkgever voor hun werk- en verblijfsvergunning: een ideale voedingsbodem voor misbruik en wantoestanden.

Wie een bedrijf inschakelt voor een bouw- of renovatieproject heeft geen idee wie die werken komt uitvoeren en aan welke voorwaarden. Het zijn details die de offerte niet vermeldt en waar we ook niet naar vragen.

Mensen mogen onze huizen en kantoren komen bouwen en poetsen voor een aalmoes, maar zodra ze dat werk niet meer aankunnen of verliezen, laten we hen vallen als een baksteen.

Hoe mensen op straat belanden, is complex en vaak een samenloop van noodlottige omstandigheden.

Maar aan dat leven op straat is veelal een ander leven voorafgegaan, een leven dat verrassend veel leek op dat van andere doodgewone mensen, maar dat op een zijspoor belandde omdat er geen vangnet was, omdat we mensen aan hun lot overlieten en omdat we halsstarrig weigeren hen te beschermen tegen wie hen schaamteloos en zonder gevolgen misbruikt.

Dat mensen sterven op straat omdat we hen daar laten liggen, staat in schril contrast met het luide ‘gelukzoekers’-discours.

Als er iets is wat deze mensen niet hebben gevonden, dan is het wel geluk, en een waardig leven zou niet enkel een kwestie van geluk mogen zijn.


Bieke Purnelle is freelance­­schrijver en directeur van Rosa, kennis­centrum
voor gender en feminisme.


Oost-Europeanen in de bouw verdienen vaak minder dan hun Belgische collega’s.  © Flip Franssen


Lees ook

Klik op de hyperlink
en ontdek meer berichten

Bieke Purnelle


Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven