Christophe Busch – Zelfs de burgemeester van Samson praat al over omvolking


Hoe verwordt een doodgewone jonge vrouw tot een sadistische kampbeul? En wat drijft een samenleving tot excessief collectief geweld? In zijn nieuwe, vuistdikke boek De duivel in elk van ons bundelt Christophe Busch alle inzichten die hij de afgelopen dertig jaar over onze kwaadaardigheid heeft verzameld. ‘Je zou ook een boek kunnen schrijven over onze goedaardigheid,’ zegt Busch, ‘maar daarin ben ik niet gespecialiseerd.’

Jeroen De Preter – Knack


Busch, een publieke figuur sinds hij directeur van de Mechelse Kazerne Dossin werd, leidt vandaag het Hannah Arendt Instituut, een organisatie die wil werken aan wat ze noemt ‘een stabiele samenleving waarin iedereen zich betrokken voelt’.

We spreken elkaar na een dag waarop nog maar eens gebleken is hoe wankel die stabiliteit wel is. De klinkende overwinning van Geert Wilders in Nederland zindert nog na, de openingsvraag ligt voor de hand.

Waarom kiezen zo veel ‘nuchtere’ Nederlanders voor een extremist?

‘In de eerste plaats vanwege de migratiedruk’, repliceert Busch. ‘Dat vraagstuk zal door de klimaatverandering de komende decennia alleen maar pertinenter worden.

Absurd genoeg steken politici als Wilders wel hun kop in het zand als het over het klimaat gaat. Tegelijk – en dat is toch ook een stevig alarmsignaal – zie je dat de denkkaders over migratie overal verschuiven. Ideeën of opvattingen die vroeger in de marge zaten, worden plots mainstream. Neem bijvoorbeeld de omvolkingstheorie.

Toen ik eind jaren negentig criminologie studeerde, kwam je die theorie vooral tegen op Duitse neonazistische websites of in publicaties van de Ku Klux Klan. Vandaag hoor je over omvolking praten in het Vlaams Parlement. Zelfs de burgemeester van Samson (CD&V’er Walter De Donder, nvdr) praat over omvolking. Dan weet je: hier is iets verschoven.

In het ontstaan van collectief geweld is wegkijken telkens een wezenlijke factor.

Hoe kan zo’n theorie van de marge naar de mainstream verhuizen?

Christophe Busch: De denktank Institute for Strategic Dialogue heeft daarover een mooi rapport gemaakt. Een belangrijke factor was, in 2011, de publicatie van het boek Le grand remplacement door Renaud Camus.

Via de sociale media bereikten die ideeën razendsnel een veel ruimer publiek, waar ze konden aanslaan omdat ze samenvallen met een nieuwe realiteit in grote, superdiverse steden als Brussel. Je kunt er niet naast kijken dat Brussel in korte tijd veel diverser is geworden en dat dit behoorlijk wat uitdagingen met zich meebrengt.

Alleen: dat is géén omvolking.

Omvolking is in wezen een vorm van social engineering: je verwijdert, intentioneel, een volk uit een bepaalde regio, en vervangt het door een ander.

Het idee dat moslims de autochtone bevolking van Brussel willen vervangen, is een complottheorie, net als het tijdens de jaren dertig verspreide idee dat het Duitse volk ‘omvolkt’ zou worden.

Cynisch genoeg waren het de nazi’s die niet veel later een echte omvolking georganiseerd hebben in het oosten van Polen.

Ook niet meteen geruststellend: de man die nog niet zo lang geleden het publiek ophitste met de belofte van ‘minder Marokkanen’ kan straks minister-president van Nederland worden.

Busch: Ook dat kan er uiteraard voor zorgen dat we zaken die we vroeger abject vonden plots normaler gaan vinden.

Maakt die evolutie de stap naar collectief geweld waarschijnlijker?

Busch: Ja, maar ze zal er niet noodzakelijk toe leiden. Collectief geweld of een genocide is het resultaat van een complex samenspel van factoren en actoren.

Er is niet één recept met drie ingrediënten, goed schudden en klaar, hier heb je de genocide.

Een van die ingrediënten is, behalve de normalisering van het abnormale, de dehumanisering.

De dehumanisering in Auschwitz is nooit beter beschreven dan door Primo Levi (Joods-Italiaanse schrijver en Holocaustoverlever, nvdr).

Levi beschrijft hoe iemand in het kamp een gevangene gebruikt om zijn vuile handen aan af te vegen. De mens, gereduceerd tot een vod.

Maar, en dat is het punt dat ik wil maken, dehumanisering leidt niet noodzakelijk tot geweld. In Vlaanderen worden Walen soms parasieten genoemd en omgekeerd de Vlamingen nazi’s.

Dat is problematisch, want taal schept een realiteit, maar op dit ogenblik dreigt het conflict tussen Vlamingen en Walen helemaal niet gewelddadig te worden. Er is veel meer nodig in het samenspel van actoren en factoren om tot geweld te komen.

De Duitse ontsporing tijdens de jaren dertig is niet te verklaren zonder de ontwrichtende economische crisis die volgde op de beurscrash in 1929. Daarin verschillen het Nederland en het Vlaanderen van nu: als we al mogen spreken van een economische crisis, is die niet te vergelijken met die van toen.

Busch: En toch ben ik ervan overtuigd dat de huidige polarisering óók voortkomt uit economische onzekerheid. De oorlog in Oekraïne, die op zich al destabiliseert, heeft geleid tot een energiecrisis, die de prijzen pijlsnel de hoogte heeft ingejaagd.

Die prijsverhogingen zijn grotendeels gecompenseerd door indexeringen.

Busch: Juist, maar dat is niet hoe ons brein werkt. Op sociale media zijn we bestookt met berichten over gigantische energiefacturen. En aan de kassa van de supermarkt betaal ik plots een pak meer. Dat kan mij het gevoel geven dat ik koopkracht verlies.

Mensen zijn – veel meer dan rationele – emotionele wezens. De foto van het jongetje Aylan (de driejarige Syrische bootvluchteling die in 2015 dood aanspoelde op de Turkse kust, nvdr) heeft meer indruk gemaakt dan om het even welk migratierapport.

Aylan

Vlamingen en Nederlanders zijn veel hoger opgeleid dan de gemiddelde Duitser 90 jaar geleden. Maakt dat collectief geweld vandaag minder waarschijnlijk?

Busch: Ik vrees van niet. Het is niet omdat je bepaalde mechanismes beter begrijpt dat je er controle over hebt. Want nogmaals: wij zijn voor alles emotionele wezens.

Dat zie je nu ook in het conflict tussen Israël en Palestina. Dat is zo uitzichtloos en gruwelijk omdat het drijft op emoties van haat. En die emoties worden ook nog eens geëxploiteerd door de algoritmes van de sociale media.

Het mag intussen wel duidelijk zijn dat die bijzonder schadelijk kunnen zijn voor een democratische rechtsstaat. De Brexit en Donald Trump zijn er producten van. En ik vrees dat een aantal toepassingen van artificiële intelligentie nog problematischer zijn. 

Seeing is believing. Dat kan niet zonder gevolgen blijven.

‘Dehumanisering leidt niet noodzakelijk tot geweld.’
‘Dehumanisering leidt niet noodzakelijk tot geweld.’ © Karoly Effenberger

Voorlopig blijft grootschalig collectief geweld in de westerse wereld uit. Al kwam de bestorming van het Amerikaanse Capitool in de buurt.

Busch: Een aantal patronen die daartoe kunnen leiden – denk aan groeiend populisme, verglijdende denkkaders en waarheidsverval – zijn al heel duidelijk aanwezig.

Of die patronen vertragen dan wel plots versnellen en tot geweld leiden, heeft vaak te maken met onvoorziene gebeurtenissen. De bestorming van het Capitool is daar een goed voorbeeld van.

Een president verliest de verkiezingen en slaagt erin om een grote groep mensen te laten geloven dat de verkiezingen gestolen waren. Dat gaf een vonk die – absurd genoeg – tot een gewelddadige aanval leidde op het hart van de democratie.

Die onvoorziene gebeurtenis kan dan op haar beurt tot een kettingreactie leiden.

In Duitsland koesterden de extreemrechtse Reichsbürger plannen voor een gewelddadige aanval op de Bondsdag, in Brazilië hebben aanhangers van ex-president Javier Bolsonaro het parlementsgebouw echt bestormd.

Uiteindelijk was ook de coronapandemie zo’n niet te voorziene brandversneller. In het Chinese Wuhan raakt een vleermuisje besmet, niet veel later zit je met een pandemie die een geweldige boost geeft aan anti- overheids narratieven en de polarisatie verder aanjaagt.

Om maar te zeggen: het mechanisme in kaart brengen dat tot collectief geweld leidt, is bijzonder ingewikkeld. Dat geldt trouwens ook voor radicaliseringsprocessen van individuen.

Voor een jonge gast in Brussel was de dood van een bevriende IS- strijder in Syrië een trigger om hem daar te gaan wreken. Maar het kan ook omgekeerd werken.

Zo is er het verhaal van een lid van het Iers Republikeins Leger (IRA) voor wie de dood van zijn beste vriend tijdens een interventie de trigger was om te deradicaliseren.

Het is geen mechanica. Je kunt alleen zeggen: vandaag zien we een aantal onrustwekkende patronen tegelijk opduiken. Of dat zal leiden tot een complete ontsporing is niet te voorspellen.

© Karoly Effenberger

Het is zoals met lucifers spelen op een hooizolder. Dat leidt niet per definitie tot brand.

Busch: Nee, maar we kunnen wel een analyse maken van de geschiedenis, die ons geleerd heeft dat met lucifers spelen op een hooizolder al tot enorme branden heeft geleid.

Om een nieuwe brand te vermijden heeft Duitsland de fameuze Erinnerungskultur ontwikkeld. Het idee dat je met musea, struikelstenen en monumenten een heropleving van extreemrechts tegenhoudt, mag ondertussen wel op de schop. In peilingen behaalt de AfD dezelfde scores als Vlaams Belang en Wilders.

Busch: Je mag het effect van herinnerings educatie niet overschatten. Er zal wel een zekere impact zijn, maar het is duidelijk geen vaccin tegen extreemrechts of nieuwe uitbarstingen van collectief geweld. En het zal dat nog veel minder zijn in achtergestelde regio’s, zoals het oosten van Duitsland.

Specifiek voor Duitsland kun je je ook de vraag stellen in hoeverre die Duitse Erinnerungskultur heeft bijgedragen aan die merkwaardige relatie met Israël. De cultivering van de Duitse schuld verklaart volgens mij mee waarom Duitsland vandaag onverdedigbare Israëlische oorlogsmisdaden verdedigt.

Het is een vorm van blindheid, die een te simplistische, symbolische visie op het kwaad verraadt.

Wat bedoelt u daarmee?

Busch: In de benadering van de Holocaust zie je grosso modo twee wegen.

De eerste is de symbolische, waarbij de nazi’s gezien worden als emanaties van het absolute kwaad, die onschuldige Joden, Roma en Sinti op grootschalige wijze probeerden uit te roeien.

Die benadering is een logische reactie op de onmetelijke gruwel die we na de bevrijding van de concentratiekampen hebben gezien. Dat kon alleen het werk van barbaren zijn, een term die niet toevallig opnieuw opduikt in het conflict tussen Israël en Hamas.

Dat simpele beeld duikt nadien ook vaak op in films, documentaires en tentoonstellingen, en heeft ook iets verleidelijks. Door de daders af te schilderen als het absolute kwaad, kun je je er niet mee identificeren en is het makkelijk om het van je af te duwen.

Het probleem met die benadering is dat ze de Holocaust ziet als iets unieks, exceptioneels en buitenmenselijks. Dat was hij in zekere zin natuurlijk wel, maar de patronen die tot dat collectief geweld hebben geleid, zijn dat zeker niet. Die hebben we teruggezien in Rwanda, in ex-Joegoslavië, en zien we vandaag ook terug in Gaza.

Daarom is de tweede, analytische benadering volgens mij veel nuttiger. Ze helpt verklaren waarom heel gewone mensen in staat zijn tot bijzonder kwaadaardige handelingen.

Rudolf Höss, de kampcommandant van Auschwitz, was óók een plichtsgetrouwe man en een liefdevolle vader.

Die nieuwere, academische benadering brengt een veel beter begrip van collectieve geweldsystemen, en maakt duidelijk dat het niet over zwart en wit gaat, maar over oneindig veel grijstinten daartussen. Dat inzicht is uiteindelijk ook doorgedrongen tot in de populaire cultuur, ook de Duitse.

De recente tv-reeks Unsere Mütter, unsere Väter (2013) toont een veel mistigere, maar veel accuratere realiteit waarin heel gewone jongens gruweldaden kunnen plegen.

In die zin vond ik dat de verfilming van Wil, het boek van Jeroen Olyslaegers, wat te veel in die symbolische benadering bleef steken. In de film worden de nazi’s en collaborateurs neergezet als brullende onmensen, hollywoodiaanse karikaturen waarmee je je onmogelijk kunt identificeren. Terwijl dat toch een van de bedoelingen was van het boek.

© Karoly Effenberger

Uw boek heet niet voor niets De duivel in elk van ons. Mogelijk onbedoeld is het de negatie van de fameuze boektitel van Rutger Bregman: De meeste mensen deugen.

Busch: Mijn kritiek op de stelling van Bregman is dat ze te simplistisch is. Mensen zijn niet goed- of kwaadaardig van nature. Mensen zijn sociale, rationeel-emotionele dieren die, in meer of mindere mate en afhankelijk van de referentiekaders waarin ze opereren, allemaal het potentieel hebben om goede of slechte daden te stellen.

In uw boek beschrijft u hoe Adolf Eichmann, de architect van de Holocaust, aanvankelijk nog min of meer ‘humane’ oplossingen zocht voor wat de nazi’s het Jodenprobleem noemden.

Busch: Als je Eichmann in 1936 had gevraagd of hij een genocide plande, had hij dat zeker ontkend. Hij was een bureaucraat die naar oplossingen zocht om het land ‘Jodenvrij’ te maken. Een antisemitische bureaucraat, weliswaar, maar dat was toen al het normale denkkader.

Eichmann speelde met het idee om ‘het probleem’ op te lossen door de Joden naar Palestina te verhuizen. Min of meer de oplossing die na de Tweede Wereldoorlog uit de bus kwam.

Busch: De Britten hebben daar toen een stokje voor gestoken, maar inderdaad, de concentratiekampen zijn er niet met dat doel gekomen.

Die hadden aanvankelijk de bedoeling om er politieke vijanden in op te sluiten. Voor de ‘raciale inferieuren’ werd gezocht naar manieren om ze te deporteren.

Eerst mochten de Joden uit vrije wil vertrekken. Vervolgens gingen de nazi’s een beetje duwen. Dan nog wat harder. Tot de oorlog uitbreekt, en je in een gruwel producerende context terechtkomt en de referentiekaders radicaal verschuiven.

Dan gaat het van genocidair denken naar genocidair handelen. De eerste slachtoffers zijn de zogenaamde Erbkranker Nachwuchs, de mensen met erfelijke afwijkingen. Het is een stap in het afglijdingsproces waarin op den duur ook de raciale vernietigingspolitiek wordt genormaliseerd.

Een mogelijk probleem van de analytische benadering is dat ze daders vooral ziet als willoze schakels in een boosaardig systeem.

Busch: Hannah Arendt, op dit vlak een pionier, heeft daar veel kritiek voor gekregen. Haar analyse werd als kil ervaren.

De gedachte dat veel mensen zijn meegestapt in dat systeem omdat ze hogerop wilden in de samenleving of – gedachteloos – uitvoerden wat van hogerhand werd opgelegd, is natuurlijk veel klinischer dan een emotioneel zwart-wit verhaal over slachtoffers tegenover het absolute kwaad.

Zo’n analyse maakt het absolute kwaad tot iets menselijks. Maar het is ook juist dat je in die analytische benadering kunt doorschieten.

Zeggen dat Eichmann een willoze schakel was in een boosaardig systeem, is een ontkenning van de menselijke handelingsmarge.

© Karoly Effenberger

U noemt het voorbeeld van Hans Münch, bijgenaamd ‘the good man of Auschwitz’. In de context van een vernietigingskamp waarin geen enkele rem bestaat op het kwaad, zei hij: ‘Ik doe niet mee.’

Busch: Hij kreeg in Auschwitz de opdracht om te selecteren wie nog nuttig was als arbeidskracht voor het systeem. De anderen werden naar de gaskamer gestuurd.

Hij weigerde die opdracht, zoals er ook in Antwerpen agenten waren die weigerden om deel te nemen aan de razzia’s.

Dat is die handelsmarge waar ik het over had. Maar het is, alweer, complexer dan dat.

Münch bleef wel deel uitmaken van het systeem, waardoor hij het op een manier toch legitimeerde. En omdat hij het vuile werk niet wilde opknappen, werd het uitbesteed aan iemand anders.

Münch is mede daarom na de oorlog kunnen ontsnappen aan een veroordeling, maar hij maakte onmiskenbaar deel uit van het systeem. Dat toont hoe mistig het uiteindelijk allemaal is.

Zijn verhaal laat wel zien dat er niet in elk van ons een kampbeul schuilt.

Busch: Dat klopt, maar in elk van ons schuilt wel het potentieel om bij te dragen aan die extreme vormen van collectief geweld.

Sommigen zullen de rol van kampbeul op zich nemen, anderen zullen een meer ambtelijke rol op zich nemen.

Na lezingen krijg ik weleens de vraag wat ik zou doen. Mijn antwoord is dan: ik was vast in Berlijn gebleven, om me met het beleid bezig te houden.

Dat is wat ik vandaag doe. Daar zit mijn daderpotentieel.

Maar een andere, zo mogelijk nog belangrijkere vraag is welke rol we vandaag opnemen bij vormen van collectief geweld.

In dat opzicht is het concept Erziehung zum Wegsehen relevant. Het leren wegkijken.

In het ontstaan van collectief geweld blijkt dat ‘wegkijken’ telkens een wezenlijke factor. Wij zijn daar bijzonder goed in, ook vandaag.

Je kunt niet tegelijk mensenrechten belangrijk vinden én doen alsof we met het conflict tussen Israël en Palestina niets te maken hebben.

Met zo’n dubbele moraal rijden we onszelf in de prak.

Bio Christophe Busch

  • 1977: geboren in Gent.

  • 1999: studeert af als criminoloog aan de Universiteit Gent. Werkt daarna 12 jaar in de forensische psychiatrie.

  • 2007: behaalt een master in Holocaust and Genocide Studies aan de Universiteit van Amsterdam.

  • 2012: wordt operationeel directeur van Kazerne Dossin.

  • 2016: wordt algemeen directeur van Kazerne Dossin.

  • 2019: stapt op bij Kazerne Dossin en wordt directeur Hanna Arendt Instituut.

  • 2022: promoveert op een proefschrift over beeldvorming van daderschap tijdens de Holocaust aan de Universiteit van Amsterdam.

  • 2023: publiceert De duivel in elk van ons, een analyse van onze gewelddadige geschiedenis.
De duivel in elk van ons
Christophe Busch © Karoly Effenberger

Lees ook

De meesterontsnapper van Auschwitz – De man die de wereld vertelde over de Holocaust
Hannah Arendt – Wat betekent het om van de wereld te houden

Bron: Knack

Welkom op Facebook

Naar de website


Scroll naar boven