Dave Sinardet – Waarom de Antwerpse stadsdichters een plaats in de canon van Vlaanderen verdienen


Dave Sinardet is professor politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en de Université Saint-Louis Bruxelles. Zijn column verschijnt voortaan tweewekelijks, afwisselend met die van Alain Gerlache.

De Morgen


Mag ik zo vrij zijn de commissie die de canon van Vlaanderen moet opstellen een bescheiden suggestie te doen?

Het Antwerpse stadsdichterschap zou daar allerminst in misstaan. Het vormt een typische literaire traditie van het Nederlandse taalgebied, binnen het huidige Vlaanderen voor het eerst georganiseerd in Antwerpen.

Stadsdichters hebben een onmiskenbare inwerking op beeld en leven van de Scheldestad en een culturele uitstraling die ze ver overstijgt.

Bovendien leren ze ons veel over het politieke bedrijf in onze contreien. Dat bleek alweer afgelopen weekend, toen het ontslag van de vier resterende stadspoëten het einde van dat fraaie instituut inluidde.

De bal ging eerder aan het rollen met de weigering door het stadsbestuur van Losgeld, een gedicht dat de opdeling van leerlingen in A- en B-stromen hekelt, waarop auteur Ruth Lasters verbolgen opstapte.

Steen des aanstoots, volgens cultuurschepen Nabilla Ait Daoud, zaterdag op Radio 1:

“Dit was echt wel een politiek gegeven. Het stadsdichterschap is geen politiek platform of megafoon en dat is wat er wel gebeurd is bij het gedicht van Lasters.”

Een politiek gedicht!
O, de horror!
Hoe durven ze?

Nochtans, doorlees alle stadsgedichten en je vindt vaak minstens evenveel politiek terug. Nogal wiedes, want met de woorden van voormalig stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen:

“Een gedicht in de publieke ruimte is altijd politiek.”

Meer algemeen ontstaat cultuur steeds in een politiek-maatschappelijke context waartoe ze zich sowieso verhoudt. Zelfs wie die context probeert te negeren maakt ergens een politiek statement.

Zeker een N-VA-schepen zou dat moeten begrijpen. Het nationalisme is historisch immers de stroming die kunst het sterkst met politiek verbindt: het ziet in cultuur een cruciale drager van de natie en aldus een argument voor nationaal zelfbestuur. Daarvoor wordt Hendrik Conscience door burgemeester De Wever nog steeds geprezen.

Eisen dat stadsgedichten apolitiek zijn, is dus ontkennen wat cultuur is. En al helemaal wat politiek is. Lasters’ verzen werden niet gewraakt omdat ze politiek geladen zijn, wel om de aard van die lading.

In haar onbeholpen stijl gaf de schepen dat verder in het interview onbedoeld toe: “Politieke of maatschappelijke thema’s mogen zeker en vast maar hier stonden wij niet achter.”

Het incident was een voorspelbaar gevolg van de eerdere beslissing om het stadsdichterschap in vijf te splitsen.

Een politieke klassieker: wil je iets opdoeken zonder daar verantwoordelijkheid voor te nemen, hol het dan uit tot het vanzelf in elkaar stuikt.

Zoals ontslagnemend stadsdichter Yannick Dangre het uitdrukt: “Een gezichtsloos amalgaam is minder bedreigend dan een stadsdichterschap met een smoel.” Het aperte gebrek aan steun en interesse vanuit de stad deed de rest.

Nog zo’n politieke beslissing die haar naam niet durft te noemen was het afschaffen van de Antwerpse projectmiddelen voor de kunsten.

Er moet nu eenmaal bespaard worden, dus moet ook cultuur zijn duit in het zakje doen, klinkt het. Dat klopt.

Maar waar vervolgens geknipt wordt en waar niet, waar veel en waar weinig, is uiteraard uitermate politiek. Zo verkoos het stadsbestuur de projectsubsidies drie jaar volledig te schrappen, maar tegelijk een nieuw groot prestigeproject te steunen.

Zonder dat er noodzakelijk een groot masterplan achter schuilt, rijmen al deze keuzes met de visie van N-VA op cultuur.

Die partij zet liever in op grootschalige, klassieke, prestigieuze en gevestigde projecten dan op kleinschalige, innovatieve, alternatieve, experimentele en vooral kritische kunstuitingen, die ze nogal snel als een aanval op haar waarden beschouwt.

Dat kunnen legitieme politieke keuzes zijn, maar waarom spreekt men die niet gewoon uit? Om de tegenmobilisatie niet te versterken?

Dat is alvast grandioos mislukt. Was dat de betrachting, dan had de partij beter een cultuurschepen ingeschakeld die wat meer bedreven is in cultuur. Of toch in politieke communicatie. Of minstens in politiek tout court.

‘Waarom aanvaardt de stad dat er een compleet onbeslagen figuur op die stoel zit?’

Tom Lanoye 
Auteur

Eerst toonde de schepen zich een geschikte schietschijf maar stilaan wordt Nabilla en liability. Voor N-VA maar nog meer voor haar coalitiepartners, die politiek meer schade oplopen door de vertrouwensbreuk met de cultuurwereld.

Of Open Vld eigenlijk nog in het schepencollege zit, is al een tijdje het grootste mysterie van ’t Stad, maar ook Vooruit-boegbeeld Jinnih Beels bekwaamt zich zo mogelijk nog meer in zwijgzaamheid dan Nabilla.

Dat is stilaan een vastgeroeste rolverdeling in het stadsbestuur, maar ook dat zal wel niets met politiek te maken hebben.

Dave Sinardet. Beeld Tim Dirven

Lees ook

Vul hieronder de zoekopdracht Dave Sinardet in en vind meer berichten.


Bron: De Morgen

Naar Facebook

Naar de website


Scroll naar boven