Ideologie – De totalitaire fantasieën van Bart De Wever


Onze individuele vrijheid is niet in gevaar, het geschiedenislesje van historicus Bart De Wever zit vol gaten, schrijft Annelien de Dijn. Zijn betoog past in een perverse strategie van (radicaal-)rechts.

Annelien de Dijn – De Standaard


Op 4 januari werd Jeff Hoeyberghs veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden. In een lezing voor de rechtse studentenclub KVHV zette hij aan tot discriminatie, haat en geweld tegen vrouwen.

Zo vergeleek Hoeyberghs vrouwen met koeien en ­poneerde hij dat ze van nature dom en lui zijn. Ze zouden ook het best voor hun veertiende ontmaagd worden.

(‘Al wat nog rond hun 20-21 maagd was, leert het nooit nog’.)

Ook individuele vrouwen werden geviseerd. Hoeyberghs spoorde zijn publiek aan om een klasgenootje van zijn zoon na school op te wachten en te mishan­delen.

Logisch dus, zou je denken, dat ­deze haatprediker veroordeeld wordt. Maar zo ziet N-VA-voorzitter Bart De Wever het niet.

In zijn opiniestuk klaagt hij de veroordeling van Hoeyberghs aan als een gerechtelijke dwaling (DS 10 januari).

De Wever is het ­ermee eens dat Hoeyberghs een antipathiek man is, en dat zijn uitlatingen ‘vulgair’ en ‘seksistisch’ zijn.

Maar zijn veroordeling en de straf die hem werd opgelegd, zijn een gevolg van ‘slechte wetten’ en juridische activisme (‘rechters die het onder onze neus wrijven door die slechte wetten voluntaristisch toe te passen’).

Sterker, de zaak-Hoeyberghs – net zoals die van Bart De Pauw enkele maanden eerder – toont volgens De Wever aan hoe wankel de rechtsstaat is geworden.

Daarmee zou in België de individuele vrijheid ernstig onder druk staan.

Het spookbeeld van Orwells 1984 – een staat die zelfs onze innerlijke gedachten wil controleren, komt alsmaar dichterbij, waarschuwt De Wever.

Welvarende elite

Het lijkt misschien wat overdreven om dergelijke conclusies te verbinden aan de veroordeling van een controversiële figuur als Hoeyberghs. Maar volgens De Wever is die zaak een symptoom van een groter probleem: de ondergang van de vooroorlogse nachtwakersstaat en de opkomst van een activistische ‘aansprakenstaat’.

Aanvankelijk bood de Belgische Staat krachtdadige bescherming van de individuele vrijheid, legt De Wever uit, dankzij de uiterst ‘vooruitstrevende’ grondwet die in 1831 werd ingevoerd.

(Voor een Vlaams-nationalist is Bart De Wever verrassend positief over de vroege Belgische Staat. Maar dit ter­zijde.)

De nachtwakersstaat moest in de loop van de 20ste eeuw evenwel ­wijken voor een ‘steeds uitdijende welvaartsstaat’, ‘waarin de overheid een aanwezige actor werd in vrijwel elk aspect van ons bestaan.’

Dat leidde, zo stelt De Wever, tot het ontstaan van de ‘aansprakenstaat’, die ­gelijkheid – onder meer die tussen mannen en vrouwen – tot elke prijs wil ­afdwingen en zo de individuele vrijheid steeds meer uit het oog verliest.

Het idee dat de 19de-eeuwse staat meer individuele vrijheid bood dan de onze is van de pot ­gerukt.

Annelien de Dijn

Dat klinkt heel alarmerend. Maar het geschiedenislesje van De Wever zit vol gaten. De vrijheid van de 19de-eeuwse staat was beperkt tot een heel kleine groep: de rijke, mannelijke burgerij.

Vrijheid van meningsuiting, bijvoorbeeld, kreeg in 1831 inderdaad een prominente plaats in de grondwet. Maar tegelijk werd het dagbladzegel behouden dat kranten erg duur maakte. De drukpers draaide dus ­alleen voor de welvarende elite.

Ook nadat het dagbladzegel was afgeschaft, bleef het recht van arbeiders om zich te mengen in het publieke debat beperkt.

Niet alleen werd hen tot 1893 het stemrecht ontzegd, strenge wetten die de ­‘samen­spanning’ van arbeiders strafbaar maakten, beknotten ook hun ­demon­stratie- en stakingsrecht tot in het interbellum.

Ook de individuele vrijheid van ­andere groepen werd op allerlei ­manieren ingeperkt.

Gehuwde vrouwen waren tot 1958 wettelijk gezien volledig onderworpen aan hun echt­genoot. Zo mochten ze alleen een ­beroep uitoefenen met zijn toestemming.

In de intieme sfeer oefende de overheid eveneens sterke controle uit over vrouwen. Abortus en anticonceptie waren verboden.

Op overspel door gehuwde vrouwen stond een gevangenisstraf van 3 maanden tot 2 jaar.

(Mannen kwamen ervan af met een geldboete, en dan nog alleen als ze gingen samenwonen met hun concubine.)

Homoseksualiteit was in het 19de-eeuwse België niet expliciet verboden, maar homomannen liepen het gevaar tot gevangenisstraffen te worden veroordeeld voor openbare zedenschennis.

Vanaf de jaren 30 ­werden mannen met homoseksuele neigingen soms zelfs gecastreerd.

Pim Fortuyn

Het idee dat de 19de-eeuwse staat meer individuele vrijheid bood dan de onze is dus compleet van de pot ­gerukt.

Zowel toen als vandaag zijn er duidelijk grenzen aan de vrijheid – al verschilt de aard van die grenzen fundamenteel.

Daar waar de vooroorlogse staat de bezittende klasse en het ­patriarchaat in bescherming nam, probeert de overheid vandaag juist kwetsbare groepen te verdedigen.

Die verschuiving is niet aan een onwillige bevolking opgedrongen door de politiek correcte elite, zoals conservatieven ons graag willen doen geloven. Wel is die van onderop bevochten.

Doorheen de 19de en 20ste eeuw hebben gemarginaliseerde groepen een lange strijd gevoerd om de overheid meer responsief te maken tegenover hun noden en belangen – een ­gevecht waarbij de uitbreiding van het stemrecht in 1893, 1918 en 1948 een cruciale rol speelde.

Als historicus weet De Wever dat natuurlijk allemaal wel. Maar het punt van zijn verhaal is niet om iets zinnigs te zeggen over de geschiedenis van België.

Wel moeten we de fantasieën van De Wever over de nakende komst van het totalitarisme begrijpen als onderdeel van een beproefde strategie. Sinds 2000 werpen conservatieve en radicaal-rechtse politici zich steeds vaker op als de enige betrouwbare verdedigers van de vrijheid.

Die strategie werd voor het eerst ingezet door Pim Fortuyn en is ondertussen overgenomen door alle partijen aan de (radicaal-)rechtse kant van het ­politieke spectrum.

Politici zoals Geert Wilders, Thierry Baudet en Dries van Langenhove – en nu dus ook Bart De Wever – presenteren zich sindsdien steevast als ­taboedoorbrekende verdedigers van de uitingsvrijheid. En met succes: die aanpak heeft een enorme boost gegeven aan radicaal-rechts.

Uit onderzoek blijkt dat radicaal-rechtse politici in de Lage Landen al jaren veel meer media-aandacht krijgen dan je zou verwachten op basis van hun kiezersaantallen, ongetwijfeld omdat veel journalisten bang zijn anders te worden weggezet als onderdeel van het onderdrukkende establishment.

Het is dus hoog tijd dat we die strategie ontmaskeren als de perverse verdraaiing van de werkelijkheid die ze is.

Het idee dat antidiscriminatie­wetten een aanslag zijn op de vrijheid, is absurd. Door Hoeyberghs te verbieden aan te zetten tot haat en geweld tegen vrouwen gaat niets waardevols verloren.

Wel ziet onze democratisch verkozen overheid er op deze manier op toe dat de verspreiding van misogynie – een mensbeeld dat in België jaarlijks tientallen dodelijke slacht­offers maakt – aan banden wordt gelegd.

Antidiscriminatiewetten zijn niet iets wat politiek correcte elites of activistische rechters aan ons opdringen.

Ze zijn wel onderdeel van een lang historisch proces dat vrijheid heeft veranderd van het privilege van een kleine, elitaire groep tot het recht van alle burgers – of ze nu man of vrouw zijn, rijk of arm, heteroseksueel of homoseksueel, en burgers met of zonder migratieachtergrond.

Het vrouwenstemrecht in 1948: niet opgedrongen door een politiek-correcte elite, wel van onderop bevochten. belga 
Vrijheid. Een woelige geschiedenis

Annelien de Dijn. Hoogleraar politieke geschiedenis (Universiteit van Utrecht). Auteur van Vrijheid. Een woelige geschiedenis (Alfabet Uitgevers).


Lees ook

Bart De Wever (N-VA) – De tirannie van slechte wetten

Bron: De Standaard

Naar Facebook

Naar de website


Scroll naar boven