Essay – Joël De Ceulaer – Een analyse van het politieke midden


In Nederland kan de nieuwe partij van Pieter Omtzigt, die scoort met ernst en inhoud, nu al de grootste worden. Is dat hier ook mogelijk? Of kan het politieke midden de krachten bundelen tegen de uitersten? Komt er, kortom, een crisis of een kanteling?

Joël De CeulaerDe Morgen


De fascinatie voor Annelies Verlinden past bij een verlangen naar saaiheid


Het is toch iets om over na te denken. Vlaanderen kent twee partijen die voor hun succes niet afhankelijk zijn van hun voorzitter, en juist die twee partijen worden − ook door veel politicologen en journalisten − voortdurend als ‘antipolitiek’ weggezet.

Akkoord, Tom Van Grieken en Raoul Hedebouw zijn bij respectievelijk Vlaams Belang en PVDA niet zonder verdienste, maar zouden hun partijen echt veel minder goed scoren met pakweg Barbara Pas en Jos D’Haese aan het roer?

Ik denk van niet. Men kan hun gedachtegoed verwerpen, maar VB en PVDA scoren met inhoud, niet met poppetjes. Hun aanbod slaat aan, los van welke personencultus ook. Zij doen aan politiek, niet aan antipolitiek.

Aan antipolitiek doe je als je de verkiezingen wilt afschaffen, het parlement wil bestormen of de kiezer niet meer vertrouwt en de representatieve democratie constant in een kwaad daglicht stelt.

Vlaams Belang en PVDA zijn ook geen symptoom van de fameuze kloof met de burger. Wel integendeel: dat hun boodschap zo aanslaat, wijst erop dat ze een gat in de politieke markt hebben gevonden, dat ze als het ware een kloof met de burger hebben gedicht.

Het zijn de middenpartijen die zich niet hebben aangepast aan nieuwe maatschappelijke breuklijnen, van migratie en identiteit tot globalisering en ongelijkheid.

Alleen Bart De Wever is er met N-VA de voorbije decennia in geslaagd om óók een aanbod te presenteren dat met met de tijdgeest spoort. Hij slaagde er zelfs tijdelijk in om vele VB-kiezers, moe gebeukt tegen het cordon sanitaire, voor zich te winnen.

Maar die kiezers is hij weer kwijt − en nee, ze zullen in 2024 niet terugkeren. Logisch ook: het VB heeft de trouwste achterban van alle Vlaamse partijen, en die achterban voelt dat het cordon, zeker lokaal, eindelijk kan barsten.

En dus is het crisis.

Het politieke midden − alles tussen VB en PVDA, dus ook N-VA en Groen − staat in lichterlaaie.

De groenen moeten, voor de tweede keer deze eeuw, de kiesdrempel vrezen, en zelfs Open Vld duikt in de jongste peiling van RTBF en La Libre Belgique onder de 8 procent.

Alleen N-VA en Vooruit houden stand, maar beide partijen zijn wél afhankelijk van hun voorzitter; mocht dat niet het geval zijn, dan zou Conner Rousseau na zijn racistische praat direct zijn buitengegooid.

Maar de prijs is hoog: elke Vooruit-mandataris zal voortaan de duimen moeten leggen in debatten over racisme. En moreel waren de ­socialisten al gehavend.

Geen enkele Vivaldi-partij − cd&v, Open Vld, Groen of Vooruit − heeft politieke tegenstanders nog lessen te leren over mensenrechten, na het asielbeleid van staatssecretaris Nicole de Moor (cd&v).

Reden te meer voor VB-kiezers om zich af te vragen waarom dat cordon nu nog bestaat. Daar zijn goede redenen voor, maar bij klassieke politici klinken die niet meer geloofwaardig.

Oog in oog met VB’ers zullen die met de broek op de enkels staan. Zover is het gekomen.

Tel daarbij nog het pertinente pessimisme over het palmares van de Vlaamse en federale regering, en de toekomst oogt somber.

Als men in 2024 een kladderadatsch wil vermijden, moet er iets gebeuren.

  • Maar wat?
  • Hoe?
  • Met wie?

Vragen om grondig te verkennen.

INHOUD EN ERNST

Vele ogen zijn op Nederland gericht. Onze noorderburen gaan op 22 november een nieuw politiek kantelpunt tegemoet. Zowel inhoudelijk als qua stijl.

Dat heeft alles te maken met de opmars van Pieter Omtzigt, die bijna twintig jaar lang voor het christendemocratische CDA in de Tweede Kamer zat en nu zijn eigen partij leidt.

NSC, Nieuw Sociaal Contract, werd in augustus gesticht en zou vier maanden later de grootste kunnen worden. Dat is ongezien.

Zelfs Lijst Pim Fortuyn, gesticht in februari 2002, werd bij de verkiezingen in april 2002, negen dagen na de moord op de lijsttrekker, de tweede grootste partij van Nederland. Het CDA bleef toen heer en meester.

Omtzigt combineert twee eigenschappen die haaks lijken te staan op de politiek zoals die de jongste jaren in de Lage Landen werd beoefend.

Hij drijft niet op holle slogans en dito debatfiches, maar gaat ernstig in op elke vraag, elk dossier.

Wie hem ziet in Buitenhof of bij Op1, weet meteen: dit zou in Vlaanderen niemand kunnen of durven.

Ofschoon zijn verkiezingsprogramma nog moet worden uitgewerkt − hij heeft zijn ploeg pas verzameld − is hij inhoudelijk doorwrocht.

Ook over de vraag naar een eventuele samenwerking met de extreemrechtse Geert Wilders is hij duidelijk:

“De standpunten van Wilders raken aan de rechtsstaat en daar heb ik problemen mee.”

Voor hem is een minderheidskabinet ook mogelijk. Dan wordt het parlement vrijer en is niet alles meerderheid tegen oppositie.

null Beeld ZAZA productions
Beeld ZAZA productions

Ook stilistisch is Omtzigt een spookrijder op de snelweg van de politiek. Noem hem gerust: droog. Uithalen naar tegenstanders doet hij niet. Hij geeft liever complimenten. En als hij iets uitlegt, doet hij dat zo helder als mogelijk, maar zo complex als nodig.

Zijn succes in de peilingen − hij zou nu meteen de grootste worden − roept vragen op.

  • Is het midden terug van weggeweest?
  • Mag politiek weer ergens over gaan?
  • Wordt saai het nieuwe sexy?

Ook in Vlaanderen, waar een deel van de politieke journalistiek zich heeft gespecialiseerd in het noteren van uithalen (X ‘haalt uit’ naar Y, waarna Y ‘terugslaat’, enzovoort), raken die vragen een snaar.

Kunnen geruchten, ‘zattemansklap’ en wildplassen ophouden, zodat we naar de kern van de zaak moeten gaan?

En kan dat op een beschaafde manier, zonder dat iemand op de knieën moet en slikken, of zijn aderen moet doorsnijden en in een warm bad gaan liggen?

  • Kan het minder toxisch?
  • Minder kwetsend?
  • Constructiever?
  • Misschien zelfs vervelender?

Jawel, ook dat woord valt: politiek mag ‘vervelender’ worden.

EB EN VLOED

Vervelende politiek? Een spannende evolutie, maar die viel te verwachten. Ook politieke communicatie kent eb en vloed.

Ongeveer twintig jaar geleden werd het debat in de Lage Landen op scherp gezet.

Bij onze noorderburen rekende de flamboyante Pim Fortuyn af met het paarse papje dat liberalen en socialisten lang hadden geserveerd.

In Vlaanderen deed Bart De Wever hetzelfde. Als politicus zeg je pas iets zinvols − aldus een boutade van de N-VA-voorzitter − wanneer je iets beweert waarmee andere politici het óneens kunnen zijn.

Als je zegt dat je ‘de problemen van de mensen’ wilt oplossen, kun je evengoed niets zeggen.

  • Welke problemen dan?
  • Van welke mensen?
  • En hoe ga je dat doen?

Dáárover moet het politieke debat gaan. En dat mag op het scherp van de snee. Politiek is de strijd om de macht.

Die verloopt vreedzaam − wie vandaag een blik op de wereld werpt, telt in dit fijne stukje ervan elke dag zijn zegeningen − maar wel genadeloos.

De kiezer heeft maar één stem, en die wil je als politicus in de wacht ­slepen.

Het debat kwam mooi tot leven.

Maar als ­iedereen op dezelfde manier aan politiek doet, ontstaat er vanzelf opnieuw een gat in de markt − voor wie daarvan afwijkt, namelijk.

Toen het paarse papje klef begon te smaken, moest er peper en zout in. Nu het debat constant wat ­pikant is, ontstaat bij sommigen de behoefte aan mildheid. Aan droge, saaie, soms wat ­vervelende politici. Aan rustige vastheid, een nieuwe smaak in het midden.

Die serveert ­Omtzigt.
Is zoiets ook hier mogelijk?

Ja, Omtzigt is wat saai, en een man van het midden. Maar hij is helder over zijn positie. Hij staat links op de sociaal-economische as en rechts op de sociaal-culturele as. Beeld ZAZA productions
Ja, Omtzigt is wat saai, en een man van het midden. Maar hij is helder over zijn positie. Hij staat links op de sociaal-economische as en rechts op de sociaal-culturele as.
Beeld ZAZA productions

Het korte antwoord is: nee. Vlaanderen heeft geen Omtzigt. Zelfs niemand die in zijn buurt komt.

Omtzigt heeft een ijzersterk palmares. Als christendemocraat deed hij in de Kamer altijd zijn werk als verkozene des volks en criticus van de macht, ook als zijn partij in de meerderheid zat.

Omtzigt was geen partijslaaf. Hij was een van de krachten achter de ontbloting van het toeslagenschandaal: in Nederland bleek dat tienduizenden gezinnen jarenlang niet de uitkeringen ontvingen waar ze recht op hadden.

Die affaire leidde vorig jaar tot het ontslag van de regering-Rutte III, waar ook CDA toe behoorde − die Omtzigt al had verlaten; hij zetelde twee jaar als onafhankelijke.

Een vergelijkbaar profiel bestaat hier niet.

Ja, er zijn politici die weleens tegen hun partij in gingen − van Sihame El Kaouakibi en Els Ampe bij Open Vld tot Hermes Sanctorum bij Groen, maar om uiteenlopende redenen valt van hen geen heil te verwachten. Sanctorum verliet de politiek al, en Ampe en El Kaouakibi zullen straks wellicht hetzelfde doen.

Blijven over: de plannen om Een Geheel Nieuwe Partij te stichten. Die doken de voorbije jaren af en toe op. Nu eens voelde Karel Van Eetvelt zich een nieuwe heiland, dan weer waren het Dyab Abou Jahjah en Rik Torfs die op een blijde boodschap bleken te broeden. Maar de plannen bleven vaag.

Tot nu. Een vers boekje biedt tekst en uitleg.

LINKS EN RECHTS

David D’Hooghe is de auteur van dat boekje, dat pas verscheen. Hij was de man achter de schermen bij de gesprekken die Abou Jahjah en Torfs voerden over een nieuw politiek initiatief – waar niets van terechtkwam.

Het essay van D’Hooghe maakt duidelijk waarom er niets van kon komen. Het initiatief miste iets veeleer wezenlijks: inhoud.

D’Hooghe is jurist van opleiding, maar verdween ondertussen uit de openbaarheid. Begin deze maand legde hij de eed af als lid van de Raad van State, een plek waar hij niet meer aan politiek kan doen.

De eerlijkheid gebiedt, met alle respect, om te zeggen dat de Raad van State hem beter zal liggen dan de politiek.

De titel van zijn tekst luidt: Rede, empathie en dialoog. Op zoek naar een nieuw politiek midden.

Dat klinkt nog interessant. Het essay is dat ook, maar om de foute redenen: D’Hooghe heeft volgens mij een te sprookjesachtige visie op de samenleving.

Zo schrijft hij dat er een nieuw soort politieke partij nodig is, ‘niet gestoeld op een van de klassieke ideologieën, maar op ruim gedeelde doelstellingen en waarden, op redelijkheid en empathie.

´Een partij waarin voor de concrete uitdagingen op basis van een open dialoog naar werkbare oplossingen worden gezocht.’

null Beeld ZAZA productions
Beeld ZAZA productions

Die partij mag, zo schrijft D’Hooghe, absoluut ‘niet’ steunen op een politieke ideologie, maar moet mensen samenbrengen die zich willen laten leiden door:

  • een redelijke aanpak
  • een pragmatische benadering
  • een open houding
  • een reële luisterbereidheid

Centrale waarden zijn:

  • vrijheid
  • samenwerking
  • zorgzaamheid

Opnieuw met alle respect, maar valt in die ongetwijfeld oprechte woordenvloed iets concreets te bespeuren?

Het verschil met Pieter Omtzigt kan niet groter zijn.

Ja, Omtzigt is wat saai, en een man van het midden. Maar hij is helder over zijn positie.

  • Hij staat links op de sociaal-economische as en rechts op de sociaal-culturele as.

  • Hij wil een plafond op de nettomigratie van 50.000 per jaar, verdeeld over arbeids-, studenten-, en asiel­migratie.

  • Op links is ‘bestaanszekerheid’ het nieuwe toverwoord.

  • De overheid moet mensen steunen en waar nodig ingrijpen in de markt, zodat iedereen een fatsoenlijk bestaan kan leiden.

Omtzigt wil ook de woningnood aanpakken, belooft meer rechtsbescherming en een betere bestuurlijke cultuur. Zo wil hij, wat ­Nederland nog niet heeft, een Grondwettelijk Hof om wetgeving af te toetsen.

Bij David D’Hooghe is het vruchteloos speuren naar een concreet idee. En als hij er finaal toch eentje lanceert, stemt het sceptisch: hij wil dat zware debatten uit de politieke arena worden geëvacueerd en via bemiddeling worden beslecht.

Lees: met intendanten, zoals dat bij het Oosterweeldossier gebeurde. Dat betekent een uitholling van de democratie.

In maart 2019, toen er even sprake was van een Vlaamse klimaatintendant, tweette De Tijd-columnist Rik Van Cauwelaert, met een knipoog uiteraard:

‘Wat te denken van een college van intendanten, elk met zeer specifieke bevoegdheden, bijvoorbeeld Defensie, Financiën, Sociale Zaken, en waarom niet Klimaat, voorgezeten door een Eerste Intendant. Verdient toch overweging.’

Juist. Geef ons ministers, hoe onvolmaakt ook. Geen intendanten.

TRAGISCH OF UTOPISCH

Niet iedereen heeft hetzelfde idee over politiek. Daarom is het goed om een stapje terug te zetten en te kijken naar twee totaal verschillende mensbeelden die vaak onzichtbaar blijven ­tijdens discussies over politiek.

Je kunt op twee manieren naar de wereld kijken. Dat leer je uit het briljante A Conflict of Visions van de conservatieve Amerikaanse jurist Thomas Sowell, die wordt bijgetreden door de progressieve Amerikaanse intellectueel Steven Pinker.

Je kunt een utopisch of een tragisch mensbeeld hebben. In politieke debatten valt die tweedeling op.

  • De utopische denker gelooft dat empathie, dialoog en overleg alles kunnen uitklaren, en dat er voor elk probleem een oplossing bestaat.

  • De tragische denker weet dat niets minder waar is, dat we vaak moeten kiezen tussen twee kwaden en een compromis dan het hoogst haalbare is.

De ‘oplossing’ versus het ‘compromis’: ziedaar een fundamentele breuklijn.

D’Hooghe is een utopist. En als hij vertolkt wat Abou Jahjah en Torfs zoal bespraken, dan zijn die twee het blijkbaar ook. Wat verbazend is.

Neem nu hét onderwerp van de voorbije week: de fatale gebeurtenissen in het Midden-­Oosten.

Denken D’Hooghe, Abou Jahjah en Torfs echt dat we dat conflict kunnen beslechten als er ‘met redelijkheid en empathie’ en ‘op basis van een open dialoog naar werkbare oplossingen worden gezocht’?

Natuurlijk niet. Er bestaat geen ‘oplossing’ voor het Midden-Oosten, het hoogst haalbare zal − ooit, misschien, hopelijk − een voor alle partijen onbevredigend ‘compromis’ zijn.

Het is nog maar de vraag of de partij van Torfs en Abou Jahjah ooit tot een gemeenschappelijk standpunt over deze kwestie zou komen. Waarschijnlijk niet, gelet op de felle meningen die Abou Jahjah op X postte, zoals deze:

‘Ik zou het ook erg vinden als een groep Joodse verzetsstrijders uit het getto van Warschau Duitsers die feest vierden aan de randen van het getto zouden hebben gedood tijdens WO II. Altijd iemands kind. Of het legitiem is? Voor een Jood in die tijd en plaats en situatie? Zeker.’

In De tafel van Gert liet Torfs maandag weten dat de aanslagen van Hamas “op geen enkele manier te verantwoorden” zijn.

Nu is het Midden-Oosten een van de meest complexe, onoplosbare problemen ter wereld, maar aan iets minder complexe en onoplosbare problemen is geen gebrek.

De utopische denker sluit de ogen voor die tragiek.

En velen onder ons vertolken de utopische visie elke keer als we zeggen dat ze daar in de Wetstraat ‘moeten proberen overeen te komen’.

Ook Annelies Verlinden (cd&v), federaal minister van Binnenlandse Zaken, ziet het blijkbaar zo.

In De Standaard zei ze laatst:

“Laten we nu toch eens gewoon samenwerken in plaats van elkaar voortdurend te bekampen. Het is geen raket­wetenschap.”

En dat klopt. Politiek is geen raketwetenschap. Politiek is véél ingewikkelder.

STRIJD EN BESTUUR

Natuurlijk is politiek niet alleen maar strijd en verkiezingen. Politiek is ook bestuur. Zodra een regering gevormd is, moeten verschillende partijen samenwerken.

Wie voortdurend openlijk de coalitie afvalt, loopt altijd een risico, maar kan zich tegelijk ook profileren. Het is een delicaat evenwicht, waarbij er maar één finale scheidsrechter is: de kiezer.

De fascinatie die sommige politiek waarnemers hebben voor Annelies Verlinden, past bij een verlangen naar saaiheid, maar is tegelijk vreemd: zij heeft zich alleen nog maar lokaal en regionaal − in Schoten met succes, in Vlaanderen zonder succes − maar nog nooit op federaal niveau aan de kiezer gepresenteerd.

Dat hoefde niet, zij is minister, maar het zal in 2024 wel moeten gebeuren.

Dan pas zal blijken of haar nogal droge stijl aanslaat of niet. Maar tot dan geniet ze dus de aandacht en bewondering van zowel schrijver David Van Reybrouck, die deze zomer een dubbelinterview met haar deed voor De Standaard, als van de jonge denker Julien De Wit, voorzitter van de Vlaamse Vereniging van Studenten en auteur van Ge(e)neratie. Jonge oplossingen voor hedendaagse problemen, een zoekend manifest over de stand van de samen­leving.

Behalve een fascinatie voor Verlinden delen Van Reybrouck en De Wit een vreemd soort wantrouwen in de kiezer.

Allebei verwachten ze veel van gelote burgerpanels en andere vormen van democratische vernieuwing, maar zijn ze pessimistisch over het vermogen van de kiezer om goed bestuur te belonen.

In zijn pamflet Tegen verkiezingen vraagt Van Reybrouck zich af wie nog ‘krachtdadig’ wil besturen als de prijs voor regeringsdeelname zo onverbiddelijk hoog is. Terwijl de kiezer een regering misschien afstraft juist omdat ze niet krachtdadig genóég heeft bestuurd.

De Wit dacht zoals Van Reybrouck toen hij samen met enkele andere jongeren in De Morgen pleitte voor meer staatsmanschap.

We hebben, zo luidde het, nood aan ‘beleidsmakers die moeilijke beslissingen kunnen nemen, die niet gaan voor het verzekeren van een herverkiezing, maar voor een toekomst’.

null Beeld ZAZA productions
Beeld ZAZA productions

Die redenering impliceert eigenlijk dat de auteurs slimmer zijn dan de kiezer, die blijkbaar niet in staat is om staatsmanschap te belonen, die niet wakker ligt van de toekomst, die geen krachtdadig bestuur wil.

Dat intellectuele wantrouwen in de kiezer is voor mij een van de echte symptomen van de crisis van onze representatieve democratie. Geloven we er met zijn allen nog wel in? Of alleen als onze favoriete partijen winnen?

Terzijde: dat de prijs voor regeringsdeelname onverbiddelijk hoog is, klopt niet.

Alleen al in België kan iedereen met een geheugen zó drie regeringen voor de geest halen die door de kiezer werden beloond:

  • Dehaene I in 1995
  • Verhofstadt I in 2003
  • Di Rupo in 2014

En zeker ­Dehaene had zéér krachtdadig bestuurd, met het oog op de toekomst.

Al moet gezegd dat ook politici zelf dat vergeten zijn. Te vaak denken regeringspartijen dat ze herverkozen worden door cadeautjes uit te delen aan de achterban, zoals vandaag, zowel op Vlaams als op federaal niveau.

Maar electoraal succes lijkt niet te zullen volgen.

  • Wat als ­Vivaldi nu eens het pensioendossier én de fiscale hervorming tot een degelijk einde had gebracht?

  • Wat als de Vlaamse regering de wachtlijsten in de zorg had afgebouwd, en een degelijk openbaar vervoer had uitgebouwd?

Zou dat afgestraft of beloond worden?

Saaiere campagnes, inhoudelijker bestuur – laat het een nieuwe trend worden.

Dat cd&v in de al vermelde peiling van La Libre stevig oprukte naar ruim 13 procent, zou volgens collega Bart Eeckhout misschien al een soort Van Peteghem-effect kunnen zijn – de federale minister van Financiën combineert ernst met een zekere saaiheid.

Zelf denk ik helaas veeleer dat cd&v de vruchten plukt van het genadeloze asielbeleid van Nicole de Moor – zoals haar voorgangers Maggie De Block (Open Vld) en Theo Francken (N-VA) dat eerder deden.

EEN NIEUW KARTEL

Terug naar de kernvraag: of er een Vlaamse Omtzigt bestaat en indien niet, of een politieke krachtenbundeling de machtsverhoudingen dan wel kan herverkavelen.

Er is de jongste maanden één moment geweest waarop er hoop aan het venster gloorde: toen Valerie Van Peel namens N-VA, maar vooral namens zichzelf, een emotionele toespraak hield in de Kamer naar aanleiding van Godvergeten.

Onder meer theatermaker Stany Crets liet toen meteen op X weten dat hij blind voor haar zou stemmen mocht ze met een eigen partij naar de kiezer trekken. Hij was niet de enige die door dat enthousiasme werd gegrepen.

Helaas trekt Van Peel haar stekker uit de politiek, als de zoveelste in een serie gedreven mandatarissen, onder wie de al genoemde Hermes Sanctorum bij Groen en Philippe De Backer bij Open Vld.

Van Peel wordt niet de Vlaamse Omtzigt.

Als er in Vlaanderen nog iets fundamenteel beweegt, zal het initiatief daartoe niet van een individu, maar van een bestaande partij moeten komen.

De kiezer dreigt het landschap in 2024 genadeloos te herverkavelen.

De meeste partijen in het midden zullen gokken, zoals Open Vld, Groen en Vooruit. Gokken dat ze het halen.

De partij die gek genoeg het meest is aangewezen op versterking en eventuele kartelvorming, is N-VA. Het is geen toeval dat Bart De Wever al een tijd openlijk spreekt over een “herstichting” van centrumrechts. 

We schreven het hier eerder, maar hij heeft nu een groot belang bij een kartel met cd&v. Dat zou van N-VA/cd&v in 2024 wellicht de grootste formatie maken in het Vlaams Parlement, wat van onschatbaar psychologisch belang is ten aanzien van Vlaams Belang.

Wie neemt het initiatief? Wie heeft de overhand? Wie zet de lijnen voor een coalitie uit? De formatie met de meeste zetels. Als er niets gebeurt, is dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid Vlaams Belang.

Ooit heeft cd&v de Vlaams-nationalisten erbovenop geholpen, wat misschien niet had gehoeven: journalist Johny Vansevenant zei onlangs in De Morgen dat Yves Leterme paars ook in zijn eentje had kunnen verslaan.

Misschien was Leterme het dichtste dat Vlaanderen ooit bij een eigen Pieter Omtzigt kwam.

En bij gebrek aan een nieuw individueel talent van dat kaliber − ook op De Wever zit sleet − zal het van een krachtenbundeling moeten komen.

Dit is uiteraard een gok, een hypothese, maar het lijkt het enige wat in een paar maanden nog mogelijk is: een heruitgave van het kartel, met andere krachtsverhoudingen, maar dezelfde politieke missie.

Federaal is de kwestie complexer dan in Vlaanderen. De opstanding van wat overbleef van de christendemocratie in Franstalig België, met Les Engagés, doet vermoeden dat het midden niet dood is.

Tegelijk weten we dat elke verkiezing een verrassing kent. Federaal bijvoorbeeld een forse score voor Alexander De Croo.

Het zou de relatieve saaiheid van de liberale premier in een ander daglicht zetten.

De kiezer vraagt nog even uw geduld.

Rede, empathie en dialoog
A Conflict of Visions
Ge(e)neratie
Tegen verkiezingen

Annelies Verlinden, Alexander De Croo, Vincent Van Peteghem, Bart De Wever
Beeld Photo News

Vul hieronder de zoekopdracht Essay in en vind veel meer berichten.


Bron: De Morgen

Naar Facebook

Naar de website


Scroll naar boven