Jan Jambon schittert door afwezigheid – Zelfs zijn eigen partij lijkt hem op te geven


De Vlaamse regering heeft in 2023 nog taaie knopen door te hakken. Maar minister-president Jan Jambon (N-VA) zelf lijkt zich steeds meer te schikken in een rol op de achtergrond. Van Sterke Jan naar Afwezige Jan in vijf vaststellingen.

Stavros KelepourisDe Morgen


‘Het lijkt wel alsof zijn eigen partij hem opgegeven heeft.’


Talloze krantenpagina’s zijn al gevuld over het lastige jaar dat de federale regeringscoalitie te wachten staat. Met de verkiezingen van 2024 in aantocht zullen de campagnes elke dag dichter en dichter komen, waardoor het steeds moeilijker zal ­worden om nog compromissen te sluiten. Voor premier Alexander De Croo (Open Vld) wordt het een jaar vol lastige klippen.

Maar hetzelfde geldt voor Vlaanderen.

De ­regering-Jambon heeft al een bijzonder woelig parcours achter de rug, en een reeks netelige dossiers ligt nog steeds open. De stikstofcrisis en de gevolgen daarvan voor de Vlaamse boeren dreigen een splijtzwam te worden voor de Vlaamse centrumrechtse coalitie. Minister-­president Jan Jambon (N-VA) kan nog niet achteroverleunen.

Maar waar is Jan Jambon?

Het valt niet te ontkennen dat de Vlaamse regeringsleider alles­behalve een prominente plek opeist in het publieke debat. Wanneer de alarmbellen voor de zoveelste keer afgaan in het Vlaamse onderwijs of wanneer nog maar eens blijkt dat onveilige crèches open kunnen blijven, is Jambon in geen velden of wegen te bekennen.

Op zoek naar de redenen voor zijn afwezigheid kwamen we tot vijf vaststellingen.

1. HIJ IS GEEN TAFELSPRINGER

Jambon is niet (langer) de regeringsleider die het beleid met hand en tand gaat verdedigen in de journaals. Die rol laat hij over aan zijn ministers.

Zelfs Matthias Diependaele (N-VA), een koele vakminister die tot voor kort enigszins onzichtbaar bleef achter de stapel dossiers, komt tegenwoordig vaker en mediagenieker in beeld dan de mp.

Terwijl het toch de taak is van een regeringsleider om het werk van zijn ploeg in de verf te zetten.

Enige context is op zijn plaats: als Vlaams ­minister-president is Jambon nooit de grootste tafelspringer geweest.

Na enkele communicatieve uitschuivers in de begindagen van zijn mandaat heeft Jambon nooit meer koste wat het kost de schijnwerpers opgezocht.

Sowieso is de Vlaams-nationalist niet het soort politicus die elke dag zo nodig wil opvallen met een scherp Facebook-bericht of een TikTok-dansje. Ook zijn ervaren woordvoerder Olivier Van Raemdonck laat de druk van (sociale) media met veel plezier passeren. Zijn devies: het is niet omdat je niet constant zichtbaar bent dat je je werk niet doet.

Collega’s omschrijven Jambon dan ook als een teamspeler. Soms tot frustratie van de eigen partij.

In volle ­coronacrisis hoopte die meermaals dat Jambon op het Overlegcomité het federale beleid zou afblokken, maar op het eind van de dag onderschreef de mp altijd loyaal het beleid.

Men kan vermoeden dat pakweg Zuhal Demir dat toch anders, scherper geprofileerd zou hebben aangepakt. Met ex-minister Wouter Beke (cd&v) bleef de verhouding altijd goed, en met Hilde Crevits (cd&v) sloot Jambon een lastig eerste stikstofakkoord (dat cd&v vervolgens nooit voluit verdedigde).

Zelfs met Waals minister-president Elio Di Rupo (PS) werd een verstandhouding opgebouwd. Dat is een kwaliteit, maar niet altijd in een tijdperk van aandachtspolitiek.

2. HIJ IS (TE) VAAK OP REIS

Toch is er meer aan de hand. De Vlaamse regeringsleider is een wel erg makkelijke schietschijf geworden.

“Schaam u, meneer Jambon”, haalde Vooruit-voorzitter Conner Rousseau vorig weekend nog uit op de persconferentie van de socialisten. Dat is stevig, maar op de keper beschouwd niet meer dan oppositiepraat.

Problematischer is dat ook in de eigen meerderheid wel eens de analyse gemaakt wordt dat de Vlaamse minister-president schittert door afwezigheid op de publieke bühne.

Jambon geeft de indruk dat hij in zijn opzegperiode zit, klinkt het op het hoofdkwartier van een regeringspartner. De ‘Sterke Jan’ uit de federale regering-Michel is nergens meer te bekennen.

Maar die vergelijking gaat niet op, zegt politicoloog Carl Devos (UGent).

Jambon was strijdvaardig als crisismanager in een heel acute, ­immanente crisis. Maar hij is nooit het haantje-de-voorste geweest dat altijd als eerste de pers te woord wilde staan. Ook in de Vlaamse regering niet.

“Er zijn weliswaar een aantal dossiers die echt chef­sache zijn. Er is de onvrede bij de boeren, en dat heel vervelende geschil met de VREG over het capaciteits­tarief. Moet hij die dossiers naar zich toe trekken? Ik weet dat niet. Als je de komende maanden de arbiter wil spelen binnen de regering, wordt dat misschien lastiger als je je eerst heel hard profileert op een dossier.

“Op dat vlak is Jambon te vergelijken met De Croo: op federaal niveau liggen de asielproblemen maar te etteren en te etteren, maar je hoort De Croo daar niet over.”

Jan Jambon op bezoek in Oekraïne. Beeld BELGA
Jan Jambon op bezoek in Oekraïne.
Beeld Belga

De kritiek die al langer weerklinkt, is dat Jambon niet alleen in de media, maar bijvoorbeeld ook in het parlement erg afwezig is. Een gevolg van de drukke reisagenda van de minister-president.

Afgelopen week was hij te vinden in Davos en Oekraïne. Op het wekelijkse vragenuurtje kreeg Jambon daarover een reeks vragen vanuit het halfrond. Dit keer tekende hij wel present, maar PVDA’er Jos D’Haese legde met­een de vinger op de wonde:

“We weten nu dat we vragen moeten stellen over uw buitenlandse reizen om u in het parlement te zien.”

Jambon beet van zich af. Davos is een unieke gelegenheid om investeringen naar Vlaanderen te halen, zei hij. Hij had er contacten gelegd met een veertigtal CEO’s van internationale topbedrijven, waaronder Microsoft.

“Ik kan nergens zo efficiënt die contacten leggen als daar in Davos in een paar dagen tijd.”

Daarmee miste Jambon volledig het punt.

Niemand − behalve misschien Vlaams Belang − ontkent dat er op het World Economic Forum in Davos interessante contacten gelegd kunnen worden. Maar ook een minister-president heeft maar 24 uur per dag en 365 dagen per jaar.

De vraag is waar zijn tijd het best besteed is. Moet Jambon zo nodig zelf met veertig CEO’s praten?

Qua bevolking is Vlaanderen vergelijkbaar met Europese regio’s als Catalonië, Oberbayern, Lazio en Rhône-­Alpes: is een beleefdheidsbezoek aan Oekraïne dan echt een must?

3. HIJ HEEFT GEEN ZIN IN BOZE BOEREN

Jambon lijkt zich met momenten terug te plooien op de ‘dinges’ waar hij nog zin in heeft.

Op het internationale niveau is dat een rol als ambassadeur en CEO van de NV Vlaanderen. Op handelsmissie voelt hij zich prima in zijn sas.

In Vlaanderen komt Jambon de deur uit voor cultuur met een grote C: de aankoop van een belangrijk manuscript van Paul van Ostaijen, de heropening van het KMSKA.

Maar waar zijn hart echt sneller van gaat slaan, is technologie. De kracht van de informatisering is een van de absolute dada’s van Jan Jambon.

Dat was al het geval als minister van Binnenlandse Zaken: hij stouwde Vlaanderen vol ­ANPR-camera’s die nummerplaten herkennen, liet de vingerafdruk op de identiteitskaart plaatsen, en zag in big data en algoritmische predictive policing de toekomst van ons veiligheids­beleid.

Niet verwonderlijk dat Jambons ogen blinken als hij het mag hebben over het gloednieuwe innovatieplatform Flanders Technology & Innovation, dat innovatie in Vlaanderen moet ondersteunen.

Jambon houdt van de grote lijnen en van prestigeprojecten.

“Boze boeren of leerlingen met slechte toetsen, dat is zijn ding niet”, zegt een Vlaams Parlementslid uit de meerderheid.

Het doet denken aan de samenvatting die N-VA-voorzitter Bart De Wever maakte in De Tijd: “Jan zaagt dikke planken, maar de afwerking is niet zijn ding.”

4. N-VA LIJKT HEM ZELF OP TE GEVEN

Zinnetjes als die van De Wever zijn er de voorbije jaren erg vaak geweest, ook uit de eigen rangen.

En ze zijn dodelijk voor de perceptie van Jambons minister-presidentschap.

“N-VA suggereert voortdurend dat hij straks aan het einde van de rit zit.

“Dat ze hem onvoldoende ernstig vinden voor de toekomst van de Vlaamse regering.

“Dat een partij haar eigen regeringsleider zo des­avoueert: hoe wil je dan dat de buiten­wereld hem wel ernstig neemt?” zegt Carl Devos.

Het contrast met Open Vld is erg groot: de liberalen laten geen kans onbenut om Alexander De Croo naar voren te schuiven als de man die het land nog jarenlang door woelige wateren kan leiden.

Bij N-VA wordt Jambon daarentegen allesbehalve als de sterke leider voor de toekomst neergezet.

Meer nog: “Het lijkt wel alsof zijn eigen partij hem opgegeven heeft”, zegt een goedgeplaatste bron.

‘N-VA droomde er altijd van de Vlaamse regering te leiden. Dan zou je toch denken dat ze alles op ­Jambon inzetten? Maar neen, ze vallen hem zelfs af’, zegt politicoloog Carl Devos. Beeld Belga/HLN
‘N-VA droomde er altijd van de Vlaamse regering te leiden. Dan zou je toch denken dat ze alles op ­Jambon inzetten? Maar neen, ze vallen hem zelfs af’, zegt politicoloog Carl Devos. Beeld Belga/HLN

Voorzitter De Wever schuift Jambon nooit naar voren als de volgende minister-president. Die eer viel een tijdlang te beurt aan Vlaams minister Zuhal Demir.

Sinds kort wordt Diependaele dan weer op het voorplan geduwd. Een ontwikkeling die overigens voor opluchting zorgt bij Open Vld en cd&v. Die twee partijen zien in Demir een politica die voortdurend ‘ambras zoekt’ en ‘niet te vertrouwen is’.

Het is alsof N-VA zelf Jambon de wacht heeft aangezegd. Die conclusie zou je bijvoorbeeld kunnen trekken uit de sociale­media­budgetten die de partij voor haar kopstukken reserveert.

Een regeringsleider is onmiskenbaar een absoluut pronkstuk voor een partij. Toch werd de voorbije drie maanden op Facebook ‘slechts’ 5.300 euro gespendeerd aan betaalde advertenties op de pagina van Jambon − een peulschil voor een partij die vorig jaar in totaal 1,7 miljoen euro overschreef naar Facebook en Instagram.

Ter vergelijking: op de pagina van Zuhal ­Demir werd in dezelfde periode voor net geen 30.000 euro aan advertenties gesponsord.

Bij Diependaele gaat het om iets meer dan 18.000 euro, bij Ben Weyts om 37.000 euro.

Jambon lijkt in de communicatieplannen van de partij geen hoofdrol meer te spelen.

5. MISSCHIEN IS HIJ VERKEERD GECAST

Wat daarbij ook niet helpt, is dat de minister-president uit zichzelf geen kei in communicatie is.

Zijn hele politieke loopbaan is dooraderd met uitschuivers en uitschuivertjes, zoals in oktober nog, toen hij in De tafel van vier plompverloren toegaf dat hij zijn chauffeur weleens de opdracht gaf om sneller te rijden dan toegelaten is.

Het wekt de indruk van een politicus die niet altijd de focus en tegenwoordigheid van geest heeft om ook echt ‘top’ te zijn.

Ook Jambon weet dat hij niet de eerste keuze is om zichzelf op te volgen.

Veelzeggend: dat was hij ook niet in 2019. Het was voorzitter De Wever die voor het minister-presidentschap ging, Jambon werd uitgespeeld als federale kopman.

Pas na de langste Vlaamse formatie­ronde in de geschiedenis werd Jambon alsnog gesommeerd om als invaller de Vlaamse regeringsleider te worden.

De Wever trok zich terug, officieel om de federale regeringsonderhandelingen in handen te kunnen nemen.

“En vergeet de persconferentie niet waar de partij aankondigde dat Jambon kandidaat-premier was. Een vreemd moment: De Wever moest Jambon zelf aanporren om te zeggen dat hij kandidaat was”, zegt Devos.

“Was regeringsleider worden wel de carrièremove die hij zelf wilde?

Jambon is daar misschien gewoon niet de figuur voor. De vraag is dus of hij wel in die rol gecast moest worden.

“N-VA heeft er altijd van gedroomd de Vlaamse regering te leiden. Nu hebben ze dat leiderschap: dan zou je toch denken dat ze alles op Jambon inzetten? Maar neen, ze vallen hem zelfs af. En het is al de tweede keer”, vult Devos nog aan.

De tragedie is inderdaad dat de geschiedenis zich herhaalt. De vorige minister-president Geert Bourgeois, aartsvader van N-VA, werd bij de verkiezingen van 2019 geëvacueerd naar de Europese lijst wegens te grijs.

De interne analyse was dat N-VA via Vlaanderen haar Vlaams-nationalistische verhaal − wat we zelf doen, doen we beter − moest bewijzen. Maar daarvoor was iemand nodig die met vuur en passie de verwezenlijkingen van de Vlaamse regering uitdraagt. Dat was Bourgeois niet.

Dat is Jambon nadrukkelijk ook niet. Er zit weinig patina op het parcours van deze Vlaamse regering.

“Het verhaal van N-VA is dat Vlaanderen het beter zal doen met meer bevoegdheden. Maar dat blijkt niet het geval: Vlaanderen doet het helemaal niet zoveel beter dan de rest. In dat opzicht is de regering-Jambon de achilleshiel van De Wever”, zegt een liberaal.

En zo voelt deze regeerperiode voor N-VA nog meer als een gemiste kans dan de vorige, onder Bourgeois. Want meer dan in de vorige legislatuur kon een dominante N-VA een stempel op het regeerakkoord drukken.

Een nationalistische stempel (denk aan de canon, of het museum van de Vlaamse Geschiedenis) en een behoorlijk rechtse stempel, zoals blijkt uit het woon- of inburgeringsbeleid of de exit uit Unia.

Dat pak zou een politicus als Jambon als gegoten moeten zitten, maar die indruk kon de minister-president nooit helemaal waarmaken.

De ‘gebeurtenissen’ namen de perceptie over: de corona­nood in de woon-zorgcentra, de crisis in de kinderopvang, het boerenprotest, het lerarentekort.

Een beetje regeringsleider van stavast kan zich juist in crises profileren, maar dit zijn niet het type hindernissen waar een centrumrechtse achterban blij van wordt.

Terug naar het begin: wat vermag dit kabinet nog? Binnen de regering is men best wel gelukkig met de rol van dealmaker die Jambon zichzelf heeft aangemeten. Het maakt het makkelijker om een doorbraak te vinden in de netelige dossiers die nog op de plank liggen. Met Jan valt te werken, klinkt het dan. Steevast gevolgd door: in ­tegenstelling tot anderen.

Die anderen, dat is Zuhal Demir.

Cd&v en Open Vld houden hun hart al vast voor een scenario waarin ze na 2024 niet meer met Jambon compromissen moeten zoeken, maar met de Genkse. De kans is klein dat Demir als minister-president zich gedeisd zou houden in de ­coulissen.

Al lijkt volgens Devos ook N-VA haar hart vast te houden. Dat Matthias Diependaele nu ook door de partij naar voren geschoven wordt, leest hij onder meer als een signaal aan Demir:

‘Pas op, het is nog niet binnen, je krijgt het niet cadeau, je moet als minister-president ook weleens in de pas kunnen lopen.’

Want erger dan een minister-president die te weinig aandacht opeist, is een minister-president die te veel aandacht opeist.


Jambon lijkt zich terug te plooien op de dingen waar hij nog zin in heeft: grote lijnen en prestigeprojecten. Boze boeren of onderwijs, dat is zijn ding niet.
Beeld DM

Vul hieronder de zoekopdracht Jambon in en vind meer berichten.


Bron: De Morgen

Naar Facebook

Naar de website


Scroll naar boven