De benoeming van Axel Miller als voorzitter van de raad van bestuur van de Federale Participatie en Investeringsmaatschappij is voor Koen Schoors het signaal om er zelf te vertrekken. ‘Ik vond het mijn plicht om erop te wijzen dat hij misschien niet de beste keuze is.’
Koen Schoors – De Morgen
4 april 2026
Leestijd: 8 min
Naar aanleiding van de benoeming van Axel Miller als voorzitter van de raad van bestuur van de FPIM (Federale Participatie en Investeringsmaatschappij) kwam die organisatie meer dan gebruikelijk in het nieuws.
Er was kritiek op het gebrek aan transparantie, op een aantal minder gelukkige investeringen, en er werd een neerbuigende vergelijking gemaakt met het hogere rendement van het Noorse Staatsoliefonds.
Dat was meer dan welkom.
Het is prima dat er over de FPIM wordt gepraat en gediscussieerd, want de FPIM is van ons allemaal.
Zo hoort het in een democratie en we zouden het meer moeten doen.
De FPIM kan er alleen maar van leren en het zal van de FPIM een betere organisatie maken.
Maar bij de kritiek kon enige journalistieke luiheid de gezamenlijke media toch niet ontzegd worden.
De FPIM kan beter communiceren en we mogen op dit vlak meer verwachten, maar anderzijds staan alle participaties van de FPIM gewoon op de website.
Elke burger kan dus open en bloot zien waarin ze investeert.
Ook de nu uitdovende strategie van de FPIM staat helder samengevat met een eenvoudige figuur.
De informatie zit niet ergens begraven op een obscure plaats op de website, maar is onmiddellijk zichtbaar.
Surf gewoon naar de website van de FPIM en je komt er met een enkele klik.
Bij een snelle telling blijkt dat de FPIM rechtstreeks participeert in meer dan 180 bedrijven, en via investeringen in andere fondsen nog een pak meer bedrijven en projecten ondersteunt.
Strategische verankering
Dus even voor de goede orde een korte oplijsting op basis van publieke informatie.
De FPIM, dat is de financiële sector, met participaties in BNP Paribas, Ethias, Aegeas, Euroclear en Euronext.
In de pers werd getoeterd over Belfius, maar dat klopt niet helemaal, want Belfius wordt niet opgenomen in de geconsolideerde balans van de FPIM.
- De FPIM, dat is een pak investeringen in gezondheid die hielpen het Belgisch ecosysteem voor biotech en gezondheidstechnologie te creëren.
- De FPIM, dat is investeringen in luchtvaartbedrijven, wat nu met de toenemende aandacht voor defensie weer belangrijker wordt.
- De FPIM, dat is infrastructuur, zoals wegen, bruggen, havens, luchthavens, distributie van elektriciteit en gas, isolatie van grote gebouwen, offshorewind, laadpalen en grote batterijparken.
- De FPIM, dat is vervoer en communicatie, zoals Proximus, ASTRID, Bpost en ook het noodlijdende LINEAS, dat vrachtvervoer per spoor verzorgt.
- De FPIM, dat is investeringen in heel wat fondsen die dan zelf weer in tal van bedrijven investeren.
- De FPIM, dat is strategische verankering van bedrijven die we niet zomaar willen laten gaan.
- De FPIM, dat was ook een poging om bij te dragen aan impact, maar dit werd politiek aan de kant geschoven.
Misschien dat de termsovereign wealth fund, die ook door de FPIM wordt gebruikt, voor verwarring zorgt, maar de FPIM vergelijken met het Noorse Staatsoliefonds slaat nergens op.
In dit Oliefonds, officieel het Internationaal Pensioenfonds van Noorwegen, bundelt Noorwegen zijn overvloedige olie- en gasinkomsten en investeert deze over de hele wereld, onder auspiciën van de onafhankelijke Noorse Nationale Bank.
Noorwegen probeert dus zijn eenmalige natuurlijk kapitaal (olie- en gasvoorraden) om te zetten in een permanent financieel kapitaal waarvan de opbrengsten moeten dienen voor toekomstige pensioenuitkeringen.
Dit Oliefonds heeft als voornaamste doelstelling een stabiel financieel rendement en krijgt voldoende afstand van politieke overwegingen op korte termijn om deze doelstelling te halen. Dit fonds heeft een totale omvang van om en bij de 2.000 miljard dollar.
Even serieus blijven.
De FPIM heeft een andere bron van inkomsten, een andere omvang, een volledig andere investeringsdoelstelling, een focus op andere investeringsdomeinen, investeert vooral in het binnenland en staat veel dichter bij de politiek.
De FPIM investeert minder, lokaler, gerichter, met bredere doelstellingen dan alleen rendement, en dikwijls als uitvoerder van overheidsbeleid.
Af en toe loopt er een investering fout. Van die fouten kan en moet de FPIM leren, maar de FPIM is geen staatsbank of pensioenfonds, het is een staatsinvesteringsfonds met een strategie die risico met zich meebrengt.
Mijnheer Axel Miller heeft vele talenten, maar goede beslissingen nemen over grote investeringen hoort daar helaas niet bij
De FPIM draait op een uitzonderlijk klein en competent team van een paar tientallen mensen die bergen werk verzetten.
Alhoewel ze functioneren in een moeilijke politieke context maakt de expertise van deze mensen in tal van dossiers het verschil.
Ze maken strategische nota’s, bereiden investeringsdossiers voor en volgen investeringen op en doen dit naar best vermogen.
Bij elke wissel van de regering breekt er voor het team een periode van onzekerheid aan.
- Zal de nieuwe regering hen nog gunstig gezind zijn?
- Zal hun contract verlengd worden?
- Zal de strategie opnieuw omgegooid worden?
Maar ondanks die knagende onzekerheid, de vermoeidheid en de soms hobbelige wegen van de politiek blijven ze trekken aan de kar van nationale belangen.
Niets is perfect, maar de organisatie deed grote inspanningen om te professionaliseren en zich aan de al te strikte politieke voogdij te onttrekken.
Ik zag in het laatste jaar ook hoe verkiezingen de goede werking ontregelen en hoe die politieke ontvoogdingsstrijd na elke verkiezing opnieuw van nul begint.
Daarom wil ik het hele team graag mijn hulde, respect en dank betuigen.
Ze moeten met steeds veranderende riemen roeien op een dolend politiek kompas en doen dat met verve.
De immer veranderende relatie tussen de FPIM en haar politieke overheid uit zich ook in benoemingen van een aantal leden van de raad van bestuur.
Dit gebeurt formeel op voordracht van een politieke partij en is voorwerp van politieke onderhandelingen na de verkiezingen.
Zo werd ik voorgedragen door de partij Groen.
We kunnen er een boompje over opzetten of politieke benoemingen een goed idee zijn, maar dit is momenteel het systeem, dus het komt MR toe om de nieuwe voorzitter van de raad van bestuur aan te duiden.
MR koos ervoor om mijnheer Axel Miller voor te dragen. Zij hebben daartoe vanzelfsprekend het recht, maar ik vond het mijn plicht om erop te wijzen dat hij misschien niet de beste keuze is.
Mijnheer Miller heeft vele talenten, maar goede beslissingen nemen over grote investeringen hoort daar helaas niet bij, zo bewijst zijn brokkenparcours bij Dexia, Petercam en D’Ieteren.
Daarnaast moest hij bij de twee laatste bedrijven als CEO uiteindelijk baan ruimen omwille van wrijvingen over de strategie en de prestaties met zijn raad van bestuur en dus met de eigenaars van de betreffende bedrijven.
Ik vertel daarmee niets nieuws. Dit is allemaal publieke informatie.
Een dergelijke conflictueuze stijl werkt allicht goed in de politiek, maar lijkt vragen om problemen in een investeringsvehikel als de FPIM.
Toen ik deze bezwaren uitte, wat volgens mij dus mijn plicht is, werd dit in de media snel geklasseerd als politiek gekleurd omdat ik door Groen werd voorgedragen, wat alweer een sterk staaltje van journalistieke luiheid was.
Ik aanvaardde mijn voordracht door Groen op voorwaarde van voldoende onafhankelijkheid in mijn handelen, wat ik ook verkreeg.
Ook dat is publieke informatie en kwam expliciet aan bod in een interview met toenmalig minister De Sutter.
Daarnaast polsten vier verschillende democratische partijen me al om op een verkiezingslijst te staan of als kabinetschef te fungeren, wat ik steeds consequent heb geweigerd.
Mijn advies werd gevraagd door ministers of eerste ministers van alle partijen die ooit ministers hadden en dat heb ik altijd gratis gegeven.
Vier partijen nodigden mij uit als spreker op een van hun conferenties of bijeenkomsten en dat deed ik met plezier. Maar ik heb dus duidelijk geen enkele partijkaart.
Veel van deze informatie is ook publiek.
Rokende puinhopen
Is het dan niet een beetje te simplistisch om een inhoudelijk punt direct te klasseren op basis van politieke voordracht?
Als een politieke voordracht je uitspraken diskwalificeert, wie in de raad van bestuur van de FPIM mag dan nog iets zeggen over een inkomende voorzitter?
En wie zal in de toekomst nog bereid zijn een functie op te nemen, als het zo gemakkelijk je geloofwaardigheid ondergraaft?
Daarnaast is er ook het signaal aan onze bevolking.
Krab in tienduizenden Belgische gezinnen en verenigingen twee lagen verf van de muur en je ruikt nog steeds de brandlucht van de rokende puinhopen die mijnheer Miller en anderen – want hij was zeker niet alleen verantwoordelijk – achterlieten.
Door hem te benoemen dienen we het al lage vertrouwen in de overheid een nieuwe klap toe.
Bovendien waren de bankencrisis en het faillissement van Dexia het onderwerp van verschillende parlementaire onderzoekscommissies, waarbij ook de rol van het management aan bod kwam.
Moeten alle parlementairen die daar toen aan meewerkten bij het tandenpoetsen niet eens in de spiegel kijken en zich afvragen of ze dit dictaat van de particratie nog willen aanvaarden?
Tot slot zou ik aan mijn voormalige collega’s in de raad van bestuur het volgende willen zeggen: het was een eer om samen met jullie de FPIM te dienen.
Bedankt voor de goede samenwerking en hou het schip recht.
Het zou nodig kunnen zijn.

Lees ook
Klik op de hyperlinks
en lees meer berichten
Bron: De Morgen