Leef-Tijd –  Josefien Cornette (29)


Het leven was voor Josefien Cornette (29, zij/die) tot nu toe geen pretje. Na een jeugd van ziekenhuis in, ziekenhuis uit verloor ze vier jaar geleden van de ene op de andere dag ook haar lief. ‘In het begin was de pijn allesoverheersend, nu is het een kamer in mijn hoofd waar ik soms vertoef.’

Joke Van Caesbroeck – De Standaard


‘Rouwen en leven met een beperking lijken sterk op elkaar, je botst voortdurend op je limieten’

Josefien Cornette


‘Onlangs zei iemand me: “Josefien, jij gaat een betere dertiger zijn dan je een twintiger bent geweest.”

Ik ben het daarmee eens. Mijn jaren als twintiger waren woelig, de tweede helft was zelfs extreem turbulent. Ik heb veel moeten incasseren en verwerken, heb veel levenslessen gekregen in enkele jaren tijd. Een soort versneld rijpingsproces was het.

Hoewel ik vroeger ­tegen die dertig opkeek, ben ik er nu van overtuigd dat er meer rust zal zijn. Ik hou ook wel van de symboliek: een decennium afsluiten en een doorstart maken.’

‘Ik voel me geen 29. Op sommige dagen voel ik me een pak ouder, op andere dan weer veel jonger. Die kloof heeft te maken met mijn lijf, dat eigenlijk altijd pijn doet. En bij een weigerend lichaam hoort ook vaak een mistig hoofd. Op die dagen voel ik me stokoud. Maar wanneer mijn lijf beter meewerkt en mijn geest helder is, voel ik me net veel jonger.

‘Omdat ik al mijn hele leven met een beperking leef, sta ik veel vaker stil bij hoe wonderlijk een lichaam eigenlijk is.’

Een poot en een stok

‘Ik ben geboren met een zeldzame afwijking aan mijn skelet. Concreet manifesteert zich dat in mijn rechterbeen. Ik heb amper spiermassa, geen kuitbeen en maar vier tenen. Ik zeg altijd: mijn linkerbeen is een stevige poot, mijn rechterbeen een stokje.’

‘Als kind onderging ik operatie na operatie. Een ziekenhuisjeugd. Dat vormt je. Die littekens draag ik letterlijk mee. Maar omdat ik zo vaak met dokters in contact kwam, weet ik dat ook zij maar mensen zijn, dat ook zij fouten kunnen maken en vooral: dat ook zij niet alles kunnen oplossen. Dat er geen garanties zijn. Voor niemand. Die ervaring heeft me geholpen bij het verwerken van de dood van mijn lief, in september 2019.’

‘We kenden elkaar nog maar een maand, maar we waren tot over onze oren verliefd, zaten vol plannen. Van het ene moment op het andere is hij van me weggerukt. ’s Avonds stuurde ik nog een berichtje om hem slaapwel te wensen, ’s morgens was hij er niet meer. Dat is onbevattelijk. Nog steeds.’

‘Mijn lief kreeg in de nasleep van een operatie een longembolie en werd met spoed afgevoerd. Alles leek goed te komen, alle klonters leken verwijderd en na de vierde dag mocht hij naar de gewone afdeling cardiologie. Daar heeft hij een hartstilstand gekregen.

‘De dokters hebben alles gedaan wat ze konden, hem veertig minuten gereanimeerd, maar het mocht niet baten. Hij heeft nog twee weken in coma gelegen, maar omdat zijn hersens een halfuur geen zuurstof hadden gekregen, wist ik hoe het zou aflopen.’

‘Toch ben ik hem vaak gaan bezoeken. Daar stond ik dan, naast dat bed, te praten tegen mijn bewusteloze lief. Ik besefte heel goed dat hij al weg was. Twee weken later, na palliatieve sedatie, is ook zijn lichaam vertrokken. Hij was 26 jaar. Ik was 25.’

‘Een geliefde verliezen is op elk moment in je leven heel heftig, maar de impact ervan hangt ook samen met je eigen leeftijd, met het moment in je leven waarop zoiets je overkomt. En met de manier waarop. Dat onverwachte en plotse is heel choquerend.

‘Omdat we nog in het prille begin van onze relatie zaten, vergelijk ik het vaak met een onweer. Eerst was er die lichtflits, die overweldigende verliefdheid, en dan, een fractie later, de veel te luide donderslag: je wereld die in elkaar stort.’

Nooit hakken

‘In de weken en maanden erna was ik mijn gevoel voor tijd kwijt. Tegelijkertijd was ik me net hyperbewust van wat zich in die tijd afspeelde. Alles gaat door. Ik ben hier nog. En hij niet meer.’

‘Voor omgaan met verlies bestaat geen receptenboek, hoe graag we dat ook willen. Ik ben in een heftig rouwproces gesukkeld, zes maanden lang voelde mijn leven als overleven.

‘Mijn lichaam veranderde ook fysiek: ik kreeg doffe haren, vermagerde heel fel en zelfs mijn stem klonk roestiger. Ik had ook moeite om dingen te onthouden en kreeg amper mijn huishouden rond. Het rouwen was in die periode heel beperkend.’

‘Ik leef al mijn hele leven met een lijf dat pijn doet, maar door het verlies van mijn partner kwam ik erachter dat rouwen ook iets met je lichaam doet.

‘Rouwen en leven met een handicap lijken in die zin sterk op elkaar. Je botst voortdurend op je limieten.’

‘Ik heb een artistieke praktijk, waarin ik enerzijds onderzoekswerk doe en veel schrijf, en anderzijds performances uitvoer. Onderzoek en theater.

“Je lief is dood, nu zul je wel goed werk kunnen maken”, hoorde ik soms.

Het idee dat je als je extreme pijn lijdt ook extreem veel inspiratie krijgt of een drang naar creëren, leeft nog steeds. Ik vind dat absolute bullshit.

‘Ik heb erg lang helemaal niks gemaakt, ik was aan het overleven. Pas later kwam er mentale ruimte om met al die emoties en gewaarwordingen iets te doen. Het is geen kwestie van actie en reactie, het gaat om geduld hebben tot iets kneedbaar wordt.’

‘Over leven met een beperking en het verliezen van mijn lief, en hoe die twee op elkaar inspelen, schreef ik mijn masterproef.

‘Later kwam daar een boek uit voort, Een huis dat pijn heet.

‘Ook mijn queer-zijn heeft rechtstreeks te maken met mijn beperking. Voor mij persoonlijk betekent queer-zijn dat ik me niet wil conformeren aan de verwachtingen die de maatschappij heeft van een vrouw. Dat is nog gegroeid door mijn handicap.

‘Ik ben opgegroeid met het idee dat ik nooit hakken zal kunnen dragen. Ik droeg orthopedische schoenen.

‘Als ik in winkelstraten liep, zag ik voortdurend reclame voor lingerie. Netkousen en jarretelles. Ik dacht: die zijn duidelijk niet voor mij bedoeld. Daar is de beweging al gebeurd, ik wist dat ik dat niet zou kunnen zijn, maar ik wilde het ook niet zijn.’

Nieuw en oud verdriet

‘Volgend weekend is het exact vier jaar geleden dat mijn lief een hartstilstand kreeg. Mijn lijf weet dat. Ieder jaar, ergens eind augustus, word ik moe, voel ik me mottig en kan ik niet meer zo helder denken. Zonder aanwijs­bare reden. Tot ik op de kalender kijk.

‘Je eigen lichaam onthoudt zulke heftige gebeurtenissen. Trauma anniversaries, daar is veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Wonderlijk is dat, en heel krachtig.’

‘De pijn zelf is geëvolueerd. In het begin was die allesoverheersend. Nu zie ik het meer als een kamer in mijn hoofd waar ik soms vertoef, maar waar ik ook weer uit kan.’

‘Ik heb intussen enkele korte relaties gehad, van een jaar tot anderhalf jaar. Die nieuwe geliefden wisten dat ze niet met mij alleen samen waren.

‘Op mijn nachtkastje staat nog steeds een potje met zijn as, ook voor mijn lieven is dat het eerste dat ze ’s ochtends zien. Ook leren mensen hém kennen door met mij om te gaan. Ik praat graag over hem en hou hem zo mee in leven. Voor mij is hij nu eenmaal nog heel erg alive.’

‘Nieuwe relaties betekent ook geconfronteerd worden met breuken. Liefdesverdriet is ook een vorm van rouw, ook dat is “kwijt zijn”, veel van dat oudere verdriet komt dan allemaal weer mee naar boven.

‘Aan de andere kant weet ik ook dat ik er altijd overheen raak. Er is een soort relativiteit over me heen gekomen. Ik denk dan: is dit het ergste wat kan gebeuren?

‘Nee, het ergste wat kon gebeuren, ís al gebeurd. Dat besef is tegelijkertijd zo hard en zo helpend.’

‘Sommige mensen zeiden: “Ach, jullie waren nog maar net samen, je raakt daar wel overheen.”

‘Maar wat velen vergeten is dat mijn lief midden in die verse verliefdheid stierf. Midden in die waanzinnige intensiteit die zo typisch is aan iets prils tussen twee mensen. Net dat geeft een enorme schok.

‘Daarom is elk verlies zo uniek, de impact houdt verband met je hele identiteit. Je gender, je geaardheid, je achtergrond, de mate waarin je lijf werkt of net niet werkt, de manier waarop iemand sterft.

‘We denken bij onze eigen dood en bij die van geliefden vaak aan een vredig en voldaan inslapen in het rustoord. Jammer genoeg is dat vaak niet het geval.’

Een huis dat pijn heet

‘Het ergste wat kon gebeuren, ís al gebeurd. Dat besef is tegelijkertijd zo hard en zo helpend.’ © Liza François

Tweewekelijks vertelt iemand van telkens weer een andere leeftijd hoe die in het leven staat. Wilt u dat ook doen? Mail naar joke@jokevancaesbroeck.be


Lees ook

Lees andere getuigenissen


Bron: De Standaard

Naar Facebook

Naar de website


Scroll naar boven