Leef-Tijd –  Stijn Vandamme (31)


Dat hij als kind vaak alleen op de speelplaats stond, vond Stijn Vandamme (31) prima. Pas toen hij op zijn zestiende de diagnose autisme kreeg, voelde hij zich een uitzondering: “De schaamte om die diagnose heeft plaatsgemaakt voor een zekere trots.”

Joke Van Caesbroeck – De Standaard


Stijn is ambassadeur voor mensen met autisme. Elke situatie heeft in mijn hoofd een checklist”

Stijn Vandamme


“Twee jaar geleden, toen ik 29 was, dacht ik: ik behoor nog tot de jeugd. Nu ben ik 31 en denk ik: aftellen maar naar mijn pensioen. Dat is extreem gesteld, maar net daarom een mooi voorbeeld van hoe mijn brein werkt. Door mijn autisme is alles in mijn hoofd zwart-wit. Het is alles of niks.”

“Toch voel ik me jonger dan ik ben. Dat heeft ongetwijfeld te maken met mijn werk bij Mediaraven, een jeugdwerkorganisatie die jongeren informeert over digitale media.

“Als prille dertiger de ancien zijn op de werkvloer zou kunnen betekenen dat ik me net heel oud voel, maar omdat ik zo vaak in contact kom met jongere mensen, blijf ik mentaal net erg jeugdig.”

“Verjaardagen laat ik liever in stilte passeren. Zoals ik eigenlijk alle feestjes, ook de eindejaarsfeesten, het liefst aan me laat voorbijgaan. Als ik er niet móét zijn, sla ik ze over.

“Ik hou niet van de onvoorspelbaarheid. Een cadeautje openmaken is voor veel mensen iets plezants, voor mij is dat een hele opgave. Wat moet ik zeggen? Hoe moet ik kijken? Hoe moet ik reageren?”

“Het is een beetje een misvatting dat mensen met autisme snel overprikkeld zijn. Ik kan op zich goed tegen de drukte, het probleem zit ’m meer in wat er van me verwacht wordt.

“Ik kan bijvoorbeeld niet om met het feit dat de ene tante twee kussen geeft en de andere drie. Waarom zit daar een verschil op, en doe ik het dan wel juist? Zulke kleine dingen worden in mijn hoofd erg groot en geven veel stress.”

Streber

“Ik was al zestien toen autisme bij me werd vastgesteld. De diagnose kwam vrij laat, en in mijn tienerjaren, het was een klap.

“Als kind al gedroeg ik me ietwat anders dan anderen, maar er waren geen problemen.

“Op de middelbare school moest ik plots veel leerstof onthouden, wat me niet lukte. Ik ben praktisch ingesteld, niet zozeer theoretisch.

“Als ik in een bos tien planten of vogels zie en ze opzoek, onthoud ik ze. Maar als ze op een blad papier staan en ik ze zo moet memoriseren, gaat dat niet.”

“Dat gaf problemen op school, mijn resultaten gingen achteruit. Na enkele onderzoeken kwam er uiteindelijk autisme uit.

“Voor mijn omgeving was dat een soort opluchting, weten wat er aan de hand was, veel puzzelstukken die plots in elkaar pasten.

“Voor mij kwam het hard aan. Ik heb me eigenlijk nooit speciaal gevoeld – voor mij, in mijn wereld, klopte alles altijd – maar door die diagnose ging ik me plots een uitzondering voelen, anders dan anderen.”

“Op de speelplaats stond ik vaak alleen in een hoekje, terwijl verderop mijn klasgenoten samentroepten.

“Als de bel ging, stond ik als eerste voor het klaslokaal. Voor mij is dat logisch: de bel gaat, de les begint. Daardoor werd ik vaak aangezien als een streber.

“Ik ben gelukkig nooit gepest, maar ik denk dat het voor mijn klasgenoten ook duidelijk was dat ik niet was zoals zij.”

Ironie inschatten

“Het label dat op me gekleefd werd, leidde tot schaamte. Schaamte die ik voordien niet kende.

“Ja, ik stond altijd alleen en had geen vrienden, maar ik had daar zelf geen enkele moeite mee.

“Dat etiket maakte dat ik constant dacht: ben ik raar, moet ik me speciaal voelen?

“Het schaamtegevoel is lang overheersend geweest, maar sinds enkele jaren kom ik heel open naar buiten met mijn beperking.”

“Ik heb zelf, als zestienjarige, geen rolmodel gehad. Niemand die ik kende had autisme of kwam daarmee naar buiten. En al zeker niet op een positieve manier.

“Want als er één ding is dat ik de laatste jaren heb leren inzien, is het wel dat mijn beperking me niet definieert. Ik ben Stijn, ik heb autisme, maar ik ben nog zoveel meer dan dat.”

“Sinds kort ben ik ambassadeur van de InclusieAmbassade, een organisatie die zich inzet voor een samenleving die inclusief is voor personen met een beperking.

“Ik ben samen met mijn medeambassadeurs de stem voor anderen met een beperking. Ik haal daar enorm veel voldoening uit.”

“Ik heb het geluk dat ik het nogal goed kan uitleggen, ik ben een vrij vlotte babbelaar. Maar ook dat is beperkt tot die onderwerpen waar ik iets van afweet of waar ik door gepassioneerd ben.

“Een vriendschap opbouwen, een echte band met iemand onderhouden, is voor mij heel moeilijk. Want zodra ik door mijn onderwerpen heen ben, weet ik niet meer wat te zeggen.

“In een gesprek weet ik ook niet hoe de andere zal reageren, of iemand iets serieus bedoelt of ironisch. Te onvoorspelbaar, alweer.”

“In de liefde stoot ik op hetzelfde probleem. Het is niet dat ik geen vriendin wil, maar om een meisje tegen te komen moet je naar buiten, moet je je onder de mensen begeven en gesprekken aangaan.

“Ik heb enkele contacten gehad, maar dat verliep stroef en maakte me zenuwachtig. Ik laat het nu dus maar even zo (lacht), genoeg andere dingen om mijn hart volledig in te leggen.”

“Voorlopig woon ik nog thuis, bij mijn ouders in Jabbeke. Dat is niet gebruikelijk als dertiger, maar ik heb die houvast nodig. Het idee om alleen te wonen is niet compleet ondenkbaar, alleen heb ik veel tijd nodig om aan dat idee te wennen. Ooit komt het er zeker van.”

Tilt

“Onlangs waren er wegenwerken in mijn straat. Mijn vaste bushalte was verplaatst. Dat is een ramp voor mij. Met dat soort veranderingen heb ik het heel moeilijk. Mijn houvast is weg.

“Dat is allemaal nieuwe informatie, waar ik op zich wel mee om kan, maar het schakelen duurt heel lang. Die knop omdraaien.”

“Ik denk in lijstjes. Elke situatie heeft in mijn hoofd een lijst, een soort checklist. Eerst dit doen, dan dat. Als er iets aan een situatie verandert, klopt dat lijstje niet meer en sla ik even tilt.

“De bus nemen is voor mij: vooraan instappen, achteraan uitstappen. Corona was vreselijk, plots moesten we allemaal achterin instappen. Dat klopt niet in mijn hoofd.

“Mensen snappen niet dat ik daar dan een paar minuten vreemd sta te kijken. Ik moet die knoop in mijn hoofd eerst ontwarren. Soms kunnen mensen daar lacherig over doen, maar voor mij is dat een echt probleem.”

“Mijn beperking is niet zichtbaar, ik wandel gewoon rond. Dat maakt dat mensen niet doorhebben dat ik aan het worstelen ben op zo’n moment.

“Dan roept zo’n chauffeur: ‘Awel, ga je nog instappen of hoe zit het?’ Want ik sta daar dan een paar minuten heel wanhopig en nerveus te doen.

“Hetzelfde bij de bakker als het brood waar mijn moeder om vroeg uitverkocht is. Of in de supermarkt, als het merk dat ik gewend ben er niet meer is, of plots in een ander rayon staat.

“Andere mensen denken dan onmiddellijk aan een mogelijke oplossing. Bij mij komt het ook wel goed, maar ik doe er veel langer over en met erg veel innerlijke onrust.”

“Onlangs had iemand op het werk de kapstok verplaatst. Van het bureau, waar hij altijd al stond, naar de keuken, waar hij blijkbaar beter stond. Vreselijk! Ik wil nog maar mijn jas ophangen en ben al volledig in de war.

“Ook wennen aan nieuwe collega’s, vrij gebruikelijk in een bedrijf met jongeren waar een groot verloop is, kost me moeite.

“Soms doe ik er haast een volledig jaar over voor ik aan de gewoontes van iemand gewend kan raken.”

Van dag tot dag

“Maar er zijn wel degelijk ook voordelen aan autisme. Zo onthoud ik alles wat me wordt voorgedaan onmiddellijk.

“Vraag me niet om vanuit het niets een nieuw gerecht te koken, maar toon het me één enkele keer en ik kan dat mijn hele leven lang namaken. Handig toch? (lacht)

“Ook mijn alles-of-nietsmentaliteit is een pluspunt, zeker in mijn ambassadeurswerk.

“Onlangs belde de schepen van Brugge me op, hij wilde tips om musea autismevriendelijker te maken. Daar gooi ik me dan volledig op. Want als het alles is, dan is het ook echt álles.

“Als ik in zulke concrete plannen kan helpen, voel ik me ook enorm nuttig.”

“Waar ik over vijf jaar wil staan, daar kan ik niet op antwoorden. Omdat ik me dat simpelweg niet kan voorstellen.

“Ik leef van dag tot dag, toekomstplannen maken lukt niet omdat ik niet hou van vage ideeën.

“Als iemand me zou vragen om over een halfjaar eens naar Frankrijk te gaan, dan komen er meteen allerlei vragen in me op: wanneer precies, met wie, naar welke streek, waar slapen we dan, en hoe raken we daar? Te veel variabelen die nog abstract zijn.

“Het enige wat ik absoluut zeker weet, is dat ik me wil blijven inzetten als ambassadeur, om open te blijven praten over autisme en op te komen voor meer inclusie.

“Als ik daar ook maar één jongere van zestien die net de diagnose kreeg mee kan helpen, dan ben ik al erg blij.”


Stijn Vandamme “Mijn alles-of-nietsmentaliteit is een pluspunt.” © Christophe De Muynck

Tweewekelijks vertelt iemand van telkens weer een andere leeftijd hoe die in het leven staat. Wilt u dat ook doen? Mail naar joke@jokevancaesbroeck.be


Lees ook

Lees andere getuigenissen


Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Naar de website


Scroll naar boven