LGBTI in het woonzorgcentrum – Dat bestaat hier niet – dat is iets voor jonge mensen


Ook holebi’s, queer en trans personen worden oud en zorgbehoevend. Soms gaan ze in woonzorgcentra terug de kast in omdat ze zich niet aanvaard voelen.
‘Als zijn medebewoners zouden weten dat meneer P. homo is, ging niemand nog bij hem aan tafel zitten.’

Filip Rogiers – De Standaard


‘Of ik de sonnetten van Shakespeare gelezen heb? Natuurlijk. Domme vraag.’

Virginie* (90) nipt van haar water en kijkt dwars door mij heen. Ze is bibliofiel en was in de jaren 50 wellicht een van de eerste vrouwen om de studies Germaanse filologie aan te vatten. Dat ze überhaupt zou gaan studeren, lag niet voor de hand. Haar vader, een teler van azalea’s, zag er het nut niet van in. Haar moeder, die ook graag las, wel.

Hoe het was, waag ik me aan een volgende vraag, om op te groeien tussen begonia’s? ‘Azalea’s’, corrigeert ze. ‘En nee, die bloeiden niet bij ons in de serres, maar pas in de winkel.’ We moeten haar norsheid niet verkeerd lezen, heeft haar neef Stephen* ons vooraf op het hart gedrukt. Virginie ontwikkelt ­dementie en dan komen woorden er al eens scherper uit.

Thuis heeft ze een volle bibliotheek moeten achterlaten. Enkele jaren geleden moest ze noodgedwongen verhuizen naar woonzorgcentrum Domino in Gent. Op haar kamer ligt een boek van Agatha Christie waarin ze vaak van ­voren af aan herbegint. Ze weet haar vandaag niet van haar gisteren, maar des te scherper staat haar eergisteren voor de geest.

Ze heeft zich vaak moeten harnassen. Eerst als oorlogskind. Ze was zelf nog een kind toen ze voor haar jongere broertje moest zorgen. Later als jonge vrouw in een dominant mannelijke wereld, en al helemaal toen ze ontdekte dat ze het intieme gezelschap van vrouwen boven dat van mannen verkoos.

‘Ik heb daar nooit mee te koop gelopen’, zegt ze. Het is voor het eerst dat ze erover praat, al zeker met een journalist.

‘Je moest weten waarover je moest zwijgen. Dat bestond niet. We hadden er zelfs geen woordenschat voor.’

Het verklaart waarom ze nu, op haar negentigste en nog meer door de sociaal ontremmende ziekte, lak heeft aan ­decorum en praatjes. Ze heeft nooit voor iemand gebogen. Zeker niet voor mannen, nog minder voor een god.

In het katholieke Vlaanderen van haar jeugd stond Gerard Walschap nog op de index.

Het was niet zo gek lang voor Virginies geboortejaar dat Oscar Wilde zijn homoseksualiteit met een celstraf bekocht.

Virginie gaf les op de normaalschool, zoals de lerarenopleiding vroeger werd genoemd.

‘In Eeklo?’, gok ik. ‘Nee, in Gent’, zegt ze. ‘Er zijn ook andere scholen dan katholieke, weet u?’

‘Mijn huisdokter is vijftig en zeer open, maar zij heeft pas enkele jaren ­geleden een nascholing over lgbti gehad. Dat geloof je toch niet?’

Maggy Doumen
Covoorzitter Rainbow Ambassadors

Even overtuigd als ze vrijzinnig was, was ze feministisch en vooruitstrevend. ‘Ís’, zegt ze. ‘Ik ben en ik blijf dat.’

Toen ze in Gent woonde, gaf ze op eigen initiatief taallessen aan migrantenkinderen. Overdag stond ze voor de klas, ze was graag gezien door haar studenten.

‘Ze krijgt soms nog kaartjes van oud-studenten die zelf al op leeftijd zijn’, zegt Stephen.

‘Ze was alleen in de zin dat “ze geen man kende”, zoals dat vroeger heette, maar ze voelde zich niet eenzaam. Nu misschien wel. Er vallen veel mensen weg en met haar leeftijdgenoten hier heeft ze weinig affiniteit.’

Of ze een vaste partner heeft gehad? Ze haalt de schouders op. ‘Dat weet ik niet.’ Ze had veel vriendinnen, soms trok er eentje voor langere tijd bij haar in.

Kan ze hier, in het woonzorg­centrum, zichzelf zijn? ‘Allicht. Wie moest ik anders zijn?’

Of ze niet liever vandaag jong zou zijn, nu de regenboog vrij kan wapperen, toch in dit land? Ze kijkt me opnieuw streng aan. Telkens als ik denk dat ze de vraag niet heeft gehoord, verrast ze door haar helderheid.

‘Waarom zou ik nu jong willen zijn? Wat ben je met “wat als”. Heb je nog vragen of mag ik terug naar mijn kamer?’

Iets voor jonge mensen

‘In de tijd had je een vriendin. Of je zei dat je nooit tijd had gehad voor een man’, zegt Maggy Doumen.

‘En als je een man was en er stond een foto van je overleden partner op je nachtkastje in het woonzorgcentrum, zei je dat het een neef was. Het gebeurt nog altijd in de ouderenzorg dat holebi’s en trans personen moeten verhullen wie ze zijn.’

Maggy Doumen is covoorzitster van de twee jaar geleden opgerichte vzw Rainbow Ambassadors. Het is een groep geëngageerde vrijwilligers die lgbti-senioren wil vertegenwoordigen in alle sectoren waar ouderen centraal staan, van seniorenraden tot diensten- en woonzorgcentra.

‘Tien procent van de bevolking past naar schatting onder de lgbti-vlag’, zegt Doumen.

‘Maar als je in een woonzorgcentrum vraagt hoeveel homo’s of lesbiennes ze onder hun bewoners tellen, kijken ze raar op. Eén? Twee? Op honderd.

‘Dat kan gewoonweg niet kloppen. Tien procent, maar je ziet nergens foto’s van een mannen- of vrouwenkoppel. Er wordt niet over gesproken, het is alsof het niet bestaat.’

Holebi’s en trans personen worden, zoals iedereen, op latere leeftijd zorg­behoevend. In woonzorgcentra en andere voorzieningen maakte de afgelopen tien jaar een generatie haar entree van wie sommigen, mede door de vrijere seksuele moraal van na 1968, al makkelijker uit de kast kwamen dan de generatie van Virginie. Voor velen van hen was de onlangs overleden Will Ferdy een rolmodel.

In sommige woonzorgcentra voelen lgbti-mensen zich al eens verplicht om terug ín de kast te kruipen. Dat leidt tot schrijnende taferelen.

Maggy Doumen vertelt het niet-uitzonderlijke verhaal van een directeur die haar zei dat hij geen problemen had met een andere seksuele geaardheid. Er volgde een maar.

“Als zijn medebewoners zouden weten dat meneer P. homo is,” zei hij, “ging niemand nog bij hem aan tafel ­zitten.”

Ook hoor je in woonzorgcentra vaak: “Dat bestaat hier niet. Dat is iets voor jonge mensen.”’

‘Het heeft eerder met onwetendheid dan met onwil of homofobie te maken’, zegt Doumen.

‘Zeventigers en tachtigers zijn opgegroeid in een tijd en een ­samenleving waarin seksualiteit, intimiteit en relatievorming taboe waren, a fortiori homoseksualiteit of transgenderisme.

‘Niemand kreeg daar ooit enige toelichting bij. Ook als je wist dat het bestond, het was verboden, iets dat zich afspeelde in het verborgene.’

Doumen en haar team komen niet alleen op voor senioren die lgbti zijn, maar ook voor wie zich in woonzorg­centra en andere voorzieningen schaamt voor de geaardheid van kinderen of kleinkinderen.

‘Die mensen hangen dan wel een foto van de zoon met zijn vrouw en kinderen op, maar niet van de dochter met haar vriendin. Of ze zeggen tegen hun homoseksuele zoon: “Het is beter dat je niet meer op bezoek komt, want er wordt over geroddeld.”’

Er is nog veel werk aan de winkel en niet alleen in woonzorgcentra. ‘Het ­begint bij de artsen. Dat is vaak de eerste persoon bij wie mensen met vragen over hun seksuele identiteit aankloppen. Mijn huisdokter is vijftig en zeer open, maar zij heeft pas enkele jaren ­geleden voor het eerst een nascholing over lgbti gehad. Dat geloof je toch niet?’

Toch is er hoop. Er komen meer good practices en almaar vaker wordt vanuit de zorgsector de hulp ingeroepen van organisaties zoals Rainbow Ambassadors.

Maggy Doumen en collega’s geven infosessies aan wie in de zorg werkt, en aan toekomstige hulpverleners.

‘Dat is nuttig, ook voor jongeren voor wie homoseksualiteit of transgenderisme de normaalste zaak van de wereld is. Ze schrikken als ze oudere homo’s en lesbiennes horen vertellen over de horden die ze hebben moeten nemen en over de tegenkantingen die ze nog altijd ervaren.’

Informatie helpt niet alleen om weerstand door onwetendheid weg te nemen, het maakt ook tactvoller.

‘Wij kunnen wel een vermoeden hebben dat x of y gay is,’ zegt Ann Vanlerberghe, stafmedewerker communicatie van wzc Domino, ‘en dan zullen wij hem of haar perfect erkennen in dat deel van zijn of haar identiteit, maar het is niet aan ons om zelf iemand uit de kast te halen.

“Iemand als Virginie heeft er nooit mee te koop gelopen en ze wil dat nog altijd niet. Dat moet je respecteren.’

Schuif op met die dikke kont

Danny en ik zouden nooit hand in hand over straat lopen’, zegt Patrick Janssens (67) in het salon op de eerste verdieping van wzc Domino.

‘Vandaag misschien wel, mocht ik jonger zijn. Maar toen? Nee. Je moet niet provoceren. Danny was militair. Oei, dacht ik.

“Hoezo, oei?”, zei hij. Hij schatte dat ruim een kwart van zijn collega’s homo was. Er werd daar niet moeilijk over ­gedaan in de kazerne. Je moest je alleen niet als een tuttebel gedragen. Ik heb zelf ook nooit de behoefte gevoeld om een roze sacoche te dragen.’

Patrick werkte jarenlang in de kleermakerij en verzorgde de winkelinrichting. Hij was gehuwd met een vrouw en is vader van drie kinderen. Halfweg de jaren 90 verhuisde het gezin naar Tenerife, waar hij een zaak opstartte.

Daar, op Playa de las Américas, sloeg de bliksem in.

‘Ik ontmoette een man en dat zette mijn hele leven op zijn kop. Ik zat met duizend-en-een vragen. In het begin kon ik het maar moeilijk aanvaarden. Toen dacht ik: ik ben niet de enige, we zijn met honderdduizenden. Foert!’

‘Ik was Danny aan het helpen met eten toen ik achter mijn rug hoorde fluisteren en lachen. Ik heb mij omgedraaid en gezegd: “Ja, wij zijn een koppel.” Het was meteen gedaan’.

Er kwam een scheiding van, maar Patrick bleef altijd bevriend met zijn ex. Ze werd een kwarteeuw na de huwelijksbreuk zelfs deeltijds mantelzorger voor Patricks latere partner, Danny.

Na Tenerife gooide Patrick ook zijn carrière om: hij werd flight controller op de lucht­haven van Zaventem.

‘Op een dag stond Danny aan mijn incheckbalie. Hij werd mijn grote liefde. We waren twintig jaar samen, waarvan twaalf gelukkige jaren.’

Toen hij een vroege veertiger was, werd bij Danny jongdementie vast­gesteld. Patrick wilde Danny zo lang ­mogelijk thuis verzorgen.

‘We woonden in een appartement op de vijftiende verdieping. Op een gegeven moment kon ik hem niet meer alleen laten. Omdat ik moest gaan werken, kwam mijn ex twee dagen per week op Danny passen.’

Danny was nog geen vijftig jaar toen hij in een dagverblijf werd opgenomen. Na twee jaar kwam een vaste plaats vrij hier in Domino. Hij was de jongste bewoner.

Tot aan Danny’s dood kwam ­Patrick hem elke dag verzorgen, drie jaar lang. Op de afdeling op de eerste verdieping, waar Danny verbleef, wordt Patrick vandaag door het personeel begroet als een van hen.

‘We voelden ons hier direct thuis’, zegt Patrick.

‘Een keer is er een akke­fietje geweest. Ik was Danny aan het helpen met eten toen ik achter mijn rug hoorde fluisteren en lachen. Ik heb mij omgedraaid en gezegd: “Ja, wij zijn een koppel.”

‘O, maar daar hadden ze niets op tegen, hoor! Dat is mijn punt niet, zei ik, wel het achterbakse gedrag. Het was er meteen mee gedaan.’

In vzw Domino staat geen taboe op seks, tussen wie dan ook. Er is een aparte kamer voor intieme ontmoe­tingen. Op de eigen kamer mag ook.

‘Het is niet meer dan normaal,’ zegt ­Patrick, ‘en toch ligt het vaak zo moeilijk in de zorgsector. Al zeker voor twee mannen op een kamer.’

Patrick scrolt drie jaar terug door zijn telefoon en zoekt een foto van ­Danny in betere tijden. ‘Hij zat al snel in een rolstoel, verloor zijn spraak en door medicatie ook zijn libido. Elke zondag stak ik hem in bad, maar hij reageerde niet meer als ik hem aanraakte. Seks was er niet meer, knuffels nog wel.

‘Ik ­geloof dat mensen met dementie meer voelen dan we denken, als je ze goed verzorgt. Soms zei ik: “Komaan, schuif je dikke kont op dat ik erbij kan in bed.” (lacht) Dan gromde hij genoeglijk.’

Patrick vraagt zich af of Danny ooit beseft heeft dat zijn moeder nooit op bezoek is gekomen in die vijf jaar dat hij in de zorg zat.

‘De relatie was vertroebeld. Toen hij jong was, is zijn moeder met hem nog naar de dokter gegaan. Ze dacht dat het te genezen was.’

Op de koffie bij Will Ferdy

‘Ik ga niet meer in het restaurant eten’, zegt Vital Roers (86). Tien minuten geleden vertelde hij nochtans dat hij het alleen zijn maar moeilijk verdraagt. Zijn grote liefde, Omer, is acht jaar geleden gestorven. Omer was negentig, rijk en getrouwd. Het werd een ménage à trois.

‘In de auto op de achterbank zei zijn vrouw mij eens dat ze al twintig jaar niets meer had aan Omer. In bed, bedoelde ze.’

Vital is zelf ook getrouwd geweest, 27 jaar. In die tijd is hij nooit met een man geweest en zijn vrouw is gestorven voor hij eindelijk, de vijftig voorbij, naar zijn ware ik luisterde. Will Ferdy speelde daarin een rol.

‘Onze paden kruisten elkaar al vroeg. In Ledeberg had zijn moeder een kruidenierszaak, ik kwam daar als kind met mijn moeder. Later, toen ik er ook geen geheim meer moest van maken, ben ik nog met hem gaan koffiedrinken.’

Na Omers dood is er in Vitals leven een jongere partner gekomen, maar dat botert niet goed. Hij plaagt Vital met zijn oude, grote, dode liefde. ‘Je weet toch dat Omer jou gekócht heeft?’, zegt hij. Vital staart naar de vele ringen aan zijn vingers, hij heeft er een hele collectie van en de duurste ligt in een kluis. Over Omer raakt Vital nooit heen.

Maar waarom dus niet meer naar het restaurant, waar vandaag coq au vin op het menu staat?

‘Het is niet dat ik er word nagekeken of opmerkingen krijg,’ zegt Vital, ‘maar ik heb er ook niet echt contact met iemand. Ik ga liever in de stad in de Passion een koffie drinken.’

‘Het is niet dat ik in het restaurant van het wzc word nagekeken of opmerkingen krijg, maar ik heb er ook niet echt contact. Ik ga liever in de stad een koffie drinken in de Passion’.

Vital verblijft in een assistentie­woning die dateert van begin jaren 90. Het plafond is laag en het is er ook overdag vrij duister.

In de nieuwe woningen, nu nog in aanbouw aan de overkant van het plein waar vroeger de Volkskliniek stond, zal er zonnewering, vloerverwarming, ventilatie en veel natuurlijk licht zijn. Vital hoopt dat hij het nog mag meemaken.

Het kleine salonnetje is volgestouwd met porselein, foto’s en schilderijen. In zijn jongere jaren was Vital een beetje een James Dean, hij leende zich graag als model – ‘Nooit naakt!’ – voor een kunstschilder, hij ‘pakt’ op foto en film, en figureerde in het VTM-programma De wereld rond met 80-jarigen.

De camera is er niet bij als hij ’s avonds vroeg gaat slapen om de ­melancholie voor te zijn. Het is iets wat vzw Domino voor niemand kan oplossen.

Maar ze doen er wel alles aan om iedereen zich helemaal thuis te laten voelen, zegt Marjolein Baetens, adjunct-directeur bewonerszorg.

‘Humanisme is een van onze kernwaarden’, zegt ze. ‘We zijn een huis dat openstaat voor de eigenheid van elke bewoner.’

‘Wij kunnen een vermoeden hebben dat x of y gay is en dan zullen wij hem of haar erkennen in dat deel van zijn of haar identiteit, maar het is niet aan ons om iemand uit de kast te halen’

Ann Vanlerberghe
Stafmedewerker communicatie wzc Domino, Gent

‘Dat is veel breder dan iemands ­geaardheid. Het geldt net zo goed voor iemands afkomst of geloofsovertuiging. We hoeden ons er wel voor om iemand te verengen tot één aspect van zijn of haar identiteit. Het is in elke levensfase tragisch als je jezelf niet kunt zijn, maar al helemaal in de herfst van je leven.’

Vital zou graag vandaag jong zijn. ‘Ik zou me zoveel vrijer voelen. Mijn ouders hebben het nooit geweten.

‘Op de foor tijdens de Gentse Feesten stond mijn broer aan de autoscooters, ik glipte weg naar De Vuile Teljoor op het Sint-Pietersplein. Daar stond een meisje te dansen voor soldaten.

‘Thuis trok ik de hoge ­talons van mijn moeder aan en danste de pasjes na voor de spiegel. Ik keek altijd naar de jongens. Je probeert dat te onderdrukken, maar het komt er vroeg of laat toch uit.’

Prettig ontspoord

‘Hallo, ik ben Sven, ik ben gelukkig ­getrouwd met Jonathan en in blijde ­verwachting van een adoptiekindje.’

Zo stelde Sven Claeys zich in het personeelsblad voor toen hij vier jaar ­geleden centrumleider werd, eerst van Lokaal Dienstencentrum De Boei in Gent, later van Lokaal Dienstencentrum Speltincx in Gentbrugge.

‘Ik wilde het maar meteen duidelijk hebben’, zegt Sven. ‘Aan­geven dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn kan maar als je zelf het voorbeeld geeft.’

Twee jaar geleden werd hier aan de gevel tijdens de Regenboogweek in mei voor het eerst de regenboogvlag gehesen.

Je kunt er niet naast kijken: holebi’s en trans personen zijn hier welkom. Op deuren en ramen hangt de sticker ‘Zonder lgbti+-haatstraat’ van de Vlaamse Regenbooghuizen.

Aan het onthaal staat de ingelijste antidiscriminatie­verklaring van de stad Gent, elk personeelslid en elke vrijwilliger moet die onderschrijven.

‘Een koffie of een dreuppel?’, vraagt Evelien De Wispelaere (72) in haar sappigste Gents.

Als ze op maandagochtend om 10 uur de cafetaria van huize Speltincx binnenkomt, licht de hele ruimte op. Evelien animeert het orkest dat hier elke week samenkomt. Ze zingt. Geen twee zinnen zonder een hoge noot ertussen.

In het gezelschap zit Herman Bonne (89), Eveliens oude muziekleraar. ‘Je mag dat feitelijk niet zeggen,’ weet hij, ‘maar Evelien was toen nog een man.

‘Op een dag vroeg ze mij of het stoorde dat ze eens verkleed naar de muziekles zou komen. Het was omstreeks de zesde december, dus ik dacht aan de Sint of Piet. De volgende week stond er een vrouw op de stoep en ik dacht: ah, een nieuwe pupil. Maar het was Evelien.’

‘In welke toonaard moet ik dat zingen, Mireille? In fa, zeker?’ Ze voegt de stem bij het woord. I caaaanot stop ­loving you. ‘Ik ben zo blij dat ik Evelien heb leren kennen’, zegt Mireille Buysse achteraf. ‘Ze heeft mijn leven verrijkt.’

Evelien is op haar veertiende beginnen te werken in de textiel. ‘Zestig vrouwen, drie mannen. Ik zat in het magazijn. Ik was zot op al die fijne stoffen. Satijn, zijde. Maar dat was dus een beetje raar voor een jongen.

‘De maatschappij was toen nog heel rechtlijnig. Zó, gelijk een trein op een spoor. Altijd rechtdoor en nooit ernaast. Je was man of vrouw en niets daartussenin. Je zat in dat gareel en dat je anders was, hield je voor jezelf.’

‘Toen ik jong was, was de maatschappij nog heel rechtlijnig. Zó, gelijk een trein op een spoor. Altijd rechtdoor en nooit ernaast. Je was man of vrouw en niets daartussenin’ 

Ze is prettig ontspoord. Van treinen weet ze overigens alles, want ze werkte later nog in het goederenstation van Thurn und Taxis.

‘Ik trouwde, kreeg een zoon, maar in 1998 ben ik gescheiden. Later zijn mijn ex en ik de beste vrienden geworden, maar in het begin was dat lastig. Ze had mij nog nooit in een rok gezien. Ik kwam er eindelijk mee naar buiten.

‘De buren zeiden: “Is die nu helemaal zot geworden?” Maar ze draaiden wel bij. Op den duur werd dat een gewoonte’. Ze heft ‘Comme d’habitude’ van Claude François aan.

De rare, soms geamuseerde maar ook soms licht afkeurende blikken in de cafetaria merkt ze niet. Zoals Virginie is ook Evelien geharnast na een hard leven. Het oude verdriet wordt verborgen onder dikke lagen humor. En schmink. Herman kijkt erdoorheen.

‘Ze zeggen soms dat het vroeger beter was, maar dat is larie. Vroeger werden mensen als Evelien weggestoken. Soms letterlijk. Zoals mensen met een beperking. Dat waren “abnormalen”.’

Als de repetitie voorbij is en Evelien met veel kushandjes en gezwaai de deur uit is, valt het leven in de cafetaria weer in zijn normale, eerder saaie plooi. De trein staat weer netjes op het spoor.

Huizen als Speltincx en Domino zijn vandaag wellicht nog de witte, roze ­raven onder de vele honderden zorgvoorzieningen die Vlaanderen en Brussel rijk zijn.

‘Het is niet al rozengeur en maneschijn’, zegt Sven Claeys.

‘Ze komen het niet tegen mij zeggen, natuurlijk, maar ik vang weleens gemor op over die regenboogvlag, bijvoorbeeld. “Ah daarvoor hangen ze wel een vlag uit, maar een driekleur voor de Rode Duivels is te veel gevraagd, zeker?” Ach ja.’ 

*Virginie en Stephen zijn pseudoniemen.


De Rainbow Ambassadors stellen maandag, naar aanleiding van de Vlaamse Ouderenweek, hun Manifest voor.

www.rainbowambassadors.be

De stad Gent en Lokaal Dienstencentrum Speltincx organiseren op 24/11 om 14 uur een vrije rondetafel lgbti-senioren aan de Meersemdries 4, Gentbrugge.



Lees ook

Vul hieronder de zoekopdracht WZC in en vind meer berichten.


Bijhorende Website

puzzle, heart, love-1721592.jpg

Onderweg 2.0


Bron: De Standaard

Naar Facebook

Naar de website


Scroll naar boven