“Mijn vader werkte in een Duitse bandenfabriek, mijn opa in de steenkoolmijnen.” Theodora Gentzis, het hoofd van het departement Buitenlandse Zaken, spreekt graag over waar ze vandaan komt. “Met mijn achtergrond heb ik een mening over migratie, met de minister durf ik daarover een open gesprek aan te gaan.”
Simon Demeulemeester – De Standaard
17 juli 2026
Leestijd: 11 min
“Een ambtenaar moet zijn minister durven tegen te spreken”
Theodora Gentzis
De managers van de macht
In de machinekamer van het complexe België houden topambtenaren ons land draaiende. Wie zijn die civil servants, wat zijn hun uitdagingen en drijfveren en hoe gaan ze om met de politieke macht die hen aanstuurt? De Standaard interviewde hen bewust niet in duffe kantoren, maar op plekken die voor hen van bijzondere waarde zijn of waar ze echt zichzelf kunnen zijn.
“Daar ging ik naar school. Daar was de winkel van mijn ouders. Daar ging ik naar de scouts. Daar heb ik mijn man ontmoet. En daar zijn we getrouwd.”
Theodora Gentzis wijst in alle windrichtingen. We zitten in Le Canterbury, een bekende Brusselse zaak aan de vijvers van Elsene. Buiten is het verzengend heet. Binnen is het heerlijk koel, met dank aan de airco en de lei-esdoorns die het restaurant omgorden.
Gentzis is hier opgegroeid en ze is nog steeds verliefd op de buurt.
“Dit was toen een quartier populaire, een volkse buurt met veel migranten. Toen waren het veelal Portugezen en Marokkanen, vandaag hebben de Schumanièns het overgenomen.”
Ze lacht. Schumanièns is de lapnaam voor de eurocraten die op en rond het Schumanplein werken, waar de Europese instellingen zijn.
Deze dochter van Griekse immigranten is zelf een beetje zo’n Schumanièn geworden.
Voor ze in 2023 het hoofd werd van de Belgische diplomatie, werkte ze van 2014 tot 2017 als adviseur Europese Zaken bij toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR).
Daar vertrok ze om directeur te worden van de dienst Europese Zaken.
Na twee jaar stootte ze door tot voorzitter van het directiecomité van de federale overheidsdienst (FOD) Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Ofwel: de hoogste diplomaat van het koninkrijk België.
Dat stond niet in de sterren geschreven, vertelt ze, terwijl ze nipt van een glas koud water.
“Als kind kwamen wij niet in dit soort mooie restaurants. Ik kom uit een bescheiden nest. Mijn ouders hadden een kruidenierszaak met Griekse specialiteiten.”
Gentzis en haar drie zussen moesten daar meedraaien op zaterdag. Ze deed het graag.
“Als oudste voelde ik me weleens de diplomate van het gezin: omkijken naar anderen, bemiddelen, verantwoordelijkheid nemen. In de winkel scherpte ik die vaardigheden aan. Ik leerde er omgaan met mensen van allerlei pluimage.”
Thuis werd veel over politiek gesproken, en de vier dochters werden aangevuurd om te gaan studeren en een zinvolle job te zoeken.
Gentzis koos met overtuiging voor politieke wetenschappen, maar de hoogste diplomate van het land worden, was geen meisjesdroom noch het plan.
“Ik heb nooit een carrièreplan gehad. Wél kan ik opportuniteiten grijpen als ik ze zie.”
Zo solliciteerde ze meteen na haar afstuderen bij Buitenlandse Zaken, waar ze in 2001 extra krachten zochten ter voorbereiding van het Belgische voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie.
Ze kreeg de job en is sindsdien niet meer vertrokken.
“Ik zat toen in mon petit coin, comme une petite souris. Te kijken, te luisteren, te leren.”
Het Belgische voorzitterschap kreeg 11 september 2001 te verwerken.
De aanslagen van Al-Qaeda op de WTC-torens in New York waren de grootste geopolitieke schok sinds de val van de Muur in 1989 en de implosie van de Sovjet-Unie kort erna.
Al was ze diplomatiek nog een groentje, Gentzis besefte meteen dat voorspelbaarheid in deze job een illusie is.
“Net dat trok me erin aan.”
Gentzis is geen “diplomaat van carrière”, zoals dat heet in het diplomatees.
Ze is met andere woorden nooit “op post geweest” in het buitenland als expat of ambassadeur. Altijd was Brussel haar uitvalsbasis.
Een bewuste keuze. Omdat ze dol is op Brussel. Omdat het dé plek is voor wie de EU wil doorgronden. En omdat ze met een stevig ankerpunt haar steeds veeleisender baan kon combineren met haar gezin – zij en haar man hebben drie kinderen.
Maar natuurlijk reist ze veel. Pas nog was ze in Zuid-Afrika, de Arabische Emiraten en in Washington.
“Het is onze taak om in de wereld de belangen van België te verdedigen”, zo vat ze haar job samen.
“In Brussel wordt beslist wat die belangen zijn, overal ter wereld zorgen 3.300 personeelsleden in 115 diplomatieke posten voor de behartiging ervan. Dat is een grote machine, die kan je niet enkel vanuit Brussel aansturen.”
Zullen we beginnen met een cliché? Klopt het dat Belgen goede diplomaten zijn?
“Het is een beetje bateau, inderdaad, maar wij zijn goede onderhandelaars en sterk in het vinden van compromissen.
“Ons land kweekt vanzelf goede diplomaten: wie in België wil functioneren, móét constant in verschillende talen onderhandelen en laveren tussen gevoeligheden.
“We zeggen weleens dat het binnenland het moeilijkste land is. (lacht)”
U zei dat het uw taak is de belangen van België te verdedigen. Hoe zou u die omschrijven?
“Duty to care. Wij staan ten dienste van de Belgen.
“Er is ‘onze gemeente’ van de 550.000 Belgen die in het buitenland wonen. Dat is evenveel als in Antwerpen, de grootste stad van Vlaanderen.
“Er zijn de Belgen die in nood verkeren in het buitenland: ouderlijke ontvoeringen, verdwijningen, overlijdens, crisisevacuaties …
“En wij ondersteunen tal van andere overheidsdiensten, van Defensie tot regionale agentschappen zoals Flanders Investment and Trade (FIT).
“Dat doen we voor de veiligheid en de welvaart van de Belgen die hier wonen: wat in het buitenland gebeurt, heeft een rechtstreekse impact op ons land en onze landgenoten.
“Wij zijn de ogen en de oren van België in de wereld.
“Gezien de staat van de wereld vandaag is het een historische opportuniteit dat voor het eerst de minister van Buitenlandse Zaken ook bevoegd is voor Ontwikkelingssamenwerking. Dat maakt onze hefboom groter.”
Op Ontwikkelingssamenwerking is fors bespaard: deze regering doet het met liefst 25 procent minder. Tegelijk gaan er veel extra miljarden naar Defensie. Dat moet toch steken bij een diplomaat?
“Ik weiger mijn diensten af te zetten tegen andere, en al zeker niet tegen Defensie. In de wereld van vandaag is Defensie meer dan ooit nodig.
“Dat gezegd zijnde: Defensie heeft ook ons nodig. Daar moeten we een evenwicht vinden.”
Is dat er nog? In 2024 waarschuwde u er in De Morgen voor dat uw diensten geen verdere besparingen meer aankonden.
“Dat was toen nodig én het juiste moment, de regeringsonderhandelingen waren bezig.
“Ik vraag niet veel. Wij hebben echt geen 2 procent van het bbp (zoveel geeft België nu uit aan defensie, red.) nodig om ons werk te kunnen doen. (lacht)
“Maar ernstig: wij zitten op onze limiet. Ons operationele budget, dat wordt gebruikt om Buitenlandse Zaken draaiende te houden, inclusief alle posten in het buitenland, is 460 miljoen euro. Dat is 12,5 procent minder dan 15 jaar geleden.
“Het moet almaar met minder, terwijl onze duty to care alleen maar groter is geworden. Verder besparen zou gevaarlijk zijn.”
Hoe bedoelt u?
“Onze posten zijn klein, met gemiddeld drie expats. Als we nog moeten besparen, dan gaan er posten dicht.
“Dat betekent minder bijstand aan Belgen in nood in het buitenland, minder bijstand aan al onze partners, minder informatievergaring door onszelf en minder mensen om de informatie van onze bondgenoten te verwerken. Kortom: minder veiligheid.
“Daarom zeg ik: de limiet is bereikt.”
U heeft niet de gewoonte om dit soort kritiek in het openbaar te uiten.
“(glimlacht) Kritiek kan ook advies zijn. Ambtenaren moeten hun eigen analyses kunnen en durven maken. Wanneer wij die presenteren aan politici, dan biedt een democratische rechtsstaat zoals de onze ruimte voor discussie. Ook voor tegenspreken, ja.
“Wanneer daarna een politieke beslissing is genomen, dan is het de taak van de civil servant om die uit te voeren. Een duidelijke rolverdeling waaraan iedereen zich houdt, is een fundament van de rule of law.”
In de VS, maar ook in sommige Europese lidstaten, is de druk van de regering op rechters, journalisten en ook ambtenaren steeds groter.
“Die evolutie onderstreept alleen maar het belang van ambtenaren die durven te analyseren, durven hun mening te geven, durven in discussie te gaan.
“Bij ons is die ruimte er zeker nog.”
Heeft uw achtergrond effect op hoe u zich uitspreekt?
“Ik spreek graag over waar ik vandaan kom, over wie mijn ouders zijn.
“Voor mijn vader naar België kwam, werkte hij in een Duitse bandenfabriek. Hier leerde hij mijn moeder kennen, die hier was aangekomen toen ze acht jaar oud was. Haar vader, mijn opa, werkte in de steenkoolmijnen.
“Je roots zijn belangrijk, je moet begrijpen waar je vandaan komt. Met mijn achtergrond heb ik een mening over migratie.
“Met de minister (Maxime Prévot, red.) durf ik over dergelijke onderwerpen een open gesprek aan te gaan.
“Maar nogmaals, zodra de politieke beslissing is genomen, zorg ik er loyaal voor dat die door mijn diensten wordt uitgevoerd.”
© Sebastian Steveniers
Wat vond u ervan dat 300 ex-ambassadeurs, onder wie 31 Belgen, in een open brief de lakse houding van de EU jegens Israël hekelden?
“Je prends cela pour ce que c’est. Zij werken niet meer voor ons en zij hebben uiteraard hun vrije mening. Wij respecteren die.
“Tegelijk wil ik benadrukken dat ze niet meer in de cockpit zitten, en dus niet meer alle informatie kennen.”
Volgens de VN vermoordt het Israëlische leger doelbewust Palestijnse kinderen. Hoeveel meer informatie willen ons land en de EU om daar daadwerkelijk iets aan te doen?
“Dat stelt veel in vraag, dat klopt. Wij bezorgen onze analyses aan de minister, hij bepaalt het beleid.
“Ik heb geen bezwaar tegen de manier waarop de beslissingen over onze houding jegens Israël zijn genomen.”
U hebt een MR-etiket, net zoals de vorige Buitenlandministers Bernard Quintin en Hadja Lahbib. Zit dat niet in de weg, met Maxime Prévot (Les Engagés) op Buitenlandse Zaken en Theo Francken (N-VA) op Buitenlandse Handel?
“Heb ik een politieke stempel? Dat zegt u.
“Wij hebben zoveel kabinetten in dit land, ontzettend veel mensen hebben er gewerkt. Ik vind het een bijzonder interessante en relevante ervaring.
“Een diplomaat moet de politieke context waarin hij of zij werkt, goed begrijpen. Die competenties heb ik meegenomen naar hier, mijn politieke overtuigingen niet. Wij werken goed samen met beide ministers.”
Uw MR-etiket kwam ter sprake nadat u pas na de derde keer was geslaagd voor het examen voor deze functie. Er werd gefluisterd over de ‘lex Gentzis’: de procedure zou voor u zijn aangepast.
“Aaaah! Je m’attendais à ça!
“Niemand was geslaagd de eerste twee keer, de derde keer was ik de beste van alle zes deelnemers.
“Het onderdeel waarop ik was gebuisd was de zogenaamde ‘postbakoefening’, waarin je een fictieve mailbox krijgt en situaties moet beoordelen. (haalt schouders op)
“Ach, het was komkommertijd, en blijkbaar wilden een paar mensen lelijke dingen over mij zeggen. Dat was pijnlijk, voor mezelf en voor mijn familie.
“Maar ik leidde de dienst toen al drie jaar ad interim, ik had op het kabinet gewerkt, had al een Belgisch voorzitterschap geleid …
“Mijn palmares spreekt voor zich, denk ik.”
Heeft een voorganger van u ooit te maken gehad met een ambassadeur als Bill White uit de VS? Hij werd bij u geroepen na zijn ongeziene aanvallen op onze regering.
“(lacht luid) De convocatie van een ambassadeur is niet uniek, hoor. (afgemeten)
“Maar er zijn diplomatieke regels die zijn vastgelegd in de Conventie van Wenen en die moesten nog eens worden uitgelegd.
“Het was een eerlijke, duidelijke en stevige discussie. Alles wat ik heb gezegd, was afgedekt door mijn minister. Zoals steeds.”
Wanneer bent u het meeste trots geweest op uw diplomatieke korps?
“Dat ben ik elke keer wanneer we burgers kunnen terugbrengen, zoals ontvoerde kinderen of bij de repatriëringen uit Kaboel in 2021 en tijdens covid …
“Meestal gebeurt dat in stilte, zoals het hoort.
“Wat me bijzonder trots maakt, is het engagement van onze mensen in zulke crisissen.
“Altijd zijn er massaal veel aanmeldingen om te vertrekken of om het crisiscentrum te bemannen.”
Waar haalt u energie uit na het werk?
“Koken, bergen en boeken!
“Ik probeer om de tien weken de bergen in te trekken.
“Wat boeken betreft, heb ik zeer genoten van Winterstrijders, een historische roman van Olivier Norek over de oorlog tussen Finland en de Sovjet-Unie in 1939-1940.
“Het verzet van een klein land tegen een monster is heel inspirerend, ook al loopt het slecht af.
“En er is La collision van Paul Gasnier, over hoe faits divers worden gebruikt om maatschappelijke breuklijnen te verdiepen.
“Het is jammer genoeg niet vertaald. Toch zou ik het u en uw lezers aanraden.”

Welkom

Lees ook
Lees ook
Klik op de hyperlinks hieronder
en vind meer berichten van
Bron: De Standaard