Marc Reynebeau – In de Vlaamse politiek is het voortaan ieder voor zich


In het stikstofdossier verandert de particratie van aard, schrijft Marc Reynebeau. Haar doel blijft politieke en electorale macht, maar nu wil ze die tot elke prijs.

De Standaard


Is het voor een politica wel slim om publiek te foeteren op een collega als beiden sleutelfiguren zijn in een moeilijke onderhandeling?

Het is toch wat Vlaams minister Zuhal Demir (N-VA) afgelopen weekend deed met CD&V-voorzitter Sammy Mahdi.

In het netelige stikstofdossier dat de Vlaamse regering verlamt, staan beiden tegenover elkaar en dat bracht Demir ertoe om Mahdi op Twitter af te serveren als ‘Sabotage Sammy’.

Zo reageerde ze op een interview van Mahdi in het Nieuwsblad, al beperkt hij zich daarin tot het herhalen van de bekende stel­lingen van zijn partij.

De tweet van Demir is des te opmerkelijker omdat ze eerder, ook per tweet en omtrent de stikstofkwestie, had ­gesteld dat politici die in lastige ­gesprekken zijn verwikkeld, zich maar beter onthouden van al te forse publieke verklaringen.

Ofwel vindt Demir dat die wijsheid voor iedereen geldt behalve voor haarzelf, ofwel gaat ze er nu al van uit dat het met die onderhande­lingen toch niets wordt en neemt ze een voorschot op de mislukking door al de schuldige aan te wijzen.

Het is geen politiek falen als de Vlaamse regering er niet meteen uitraakt met het stikstofdossier. De Nederlandse regering blijft er ook mee worstelen.

Maar toen het er eind vorige week weer om ging spannen, trok minister-president Jan Jambon (N-VA) er niet mee naar het parlement, zoals het in theorie hoort, maar naar de partijvoorzitters van de meerderheid, wat hij voorstelde als zijn alternatief voor ‘naar de koning gaan’ (DS 18 februari).

Als vergelijking is dat niet niks. Het zou, als dat institutioneel had gekund, betekenen dat Jambon een vergelijk niet langer mogelijk achtte en bij een ­hogere instantie te rade moest om de knoop door te hakken: ontslag nemen of, in het beste geval, tijd winnen om de partners onder druk te zetten en alsnog een compromis te forceren.

Door het trio voorzitters van de meerderheidspartijen te laten opdraven als die hogere instantie, kwam de arbitrage in handen van de particratie. Dat de keuze van de locatie voor het overleg vrijdag viel op de Royal Yacht Club in Antwerpen, op Linkeroever dan nog, was een symbolisch interessant, maar ook ietwat gênant toeval.

Uit de geschiedenis van de parti­cratie viel vrijdag een les te trekken: dat het de Vlaamse regering ontbreekt aan zwaargewichten.

De ervaring van veertig jaar geleden, toen een ‘junta van partijvoorzitters’ desnoods met ‘de karwats’ het toenmalige Egmontpact uitgevoerd wou krijgen, leerde aanstaande premiers dat partijpolitieke ‘schoonmoeders’ (men was toen nog niet zo ­woke) ongewenst zijn, waardoor alle sterke partijfiguren mee in het bad en dus mee in het kabinet moeten.

Hadden die voorzitters dat niet eerder en vooral discreter kunnen doen? De zaak is tenslotte al lang aan het etteren, ondanks het een jaar geleden met veel bombarie afgekondigde ‘krokus­akkoord’.

Het trio had de impasse van vrijdag vast kunnen voorkomen. Dat een shocktherapie zich nu toch ­opdrong, betekent niet alleen dat de zaak vastzit, maar ook dat het niet goed gaat met het courante politieke overleg.

Zulk overleg, in de wandelgangen of in het betere restaurant, hoeft niet per se te leiden tot gekonkel en achter­kamertjespolitiek waarin alle trans­parantie zoek is.

In een politieke arena waarin compromissen altijd nodig zijn, Vlaams niet minder dan federaal, is het altijd nuttig dat leidende politici, zelfs over de grenzen van meerderheid en oppositie heen, voeling met ­elkaar houden, om bij elkaar de temperatuur van het water te meten, om elkaars ambities en gevoeligheden te kennen en zo, ­alvast voor henzelf, het politieke bedrijf voorspelbaar, stabiel en overzichtelijk te houden.

Vrijdag werd duidelijk dat de violen stemmen zelfs in dat ene dossier ­binnen de Vlaamse meerderheid danig tegenvalt. En als dat al niet lukt op de korte termijn, over lopende knel­punten, is het weinig waarschijnlijk dat het wel zou lukken voor de langere ­termijn.

Kortom, zijn ze daar in de Wetstraat en brede omgeving nog wel on speaking terms?

Het Antwerpse beraad illustreert dat, toch in de Vlaamse politiek, de parti­cratie van aard is veranderd en niet langer een stabiliserende functie vervult.

Wat overblijft, is particratisch eigen­belang, dat web van kabinetten, partijdiscipline, politieke benoemingen of zelfs die al te royale partijdotaties.

Wat verandert, blijkt uit het ­resultaat van het overleg. Of liever, uit het gebrek aan resultaat. Het bleef bij de beslissing om niet te beslissen.

Al zou de tegenwoordig weer vaak geciteerde inspirator Jean-Luc Dehaene (CD&V) dat stellig hebben ontraden, het uitstel kreeg een einddatum: 3 maart, zodat de Vlaamse politiek zichzelf nog een rustige ­krokusvakantie kon gunnen. Maar zelfs op die deadline wil minister van Landbouw Jo Brouns (CD&V) zich nu al niet meer vastpinnen.

Waarop minister Demir, die het allemaal rond moet krijgen, coalitiegenoot Mahdi dus afserveerde als saboteur en dus als kwaadwillig. Terwijl Mahdi zelf publiek, zoals in het Nieuwsblad, niet altijd de relevantste argumenten aanvoert.

De inzet van het stikstofdossier is echt niet een keuze tussen het redden van ‘een speciale vleermuis’ en het ­organiseren van hongersnood.

Het spant dan ook in de Vlaamse ­regering. Ze startte al als een coalitie van verliezers en heeft in de peilingen al een tijd geen meerderheid meer. ­Zeker Mahdi kan een succesje gebruiken.

CD&V staat er slecht voor, in september verloor ze tegen de N-VA al een slag om het kindergeld en nu vreest ze, na het gezinsbeleid, met het stikstof­geval haar tweede en misschien wel laatste electorale zwaartepunt te verliezen: de boeren en het landelijke leven.

Dat N-VA-voorzitter Bart De Wever nu al stelt dat hij CD&V (én Open VLD) ­‘kapot’ wil in 2024, leert dat van die kant geen compassie, laat staan ­cadeaus te verwachten zijn.

Een stikstofcompromis al evenmin, want de N-VA heeft alles te winnen bij een imago van daadkracht en beginselvastheid.

Dat moet de kiezer over de streep ­trekken voor het grote, besmuikt ‘extralegaal’ genoemde avontuur waar De ­Wever op broedt voor 2024 en waarvoor zijn huidige Vlaamse partners, anders dan Vlaams Belang, alleen een sta-in-de-weg kunnen zijn.

Ziedaar de nieuwe particratie zoals ze zich sinds de impasse van vorige vrijdag aftekent: ook in de Vlaamse coalitie gaat het niet langer om het beleids­resultaat, maar wordt het ieder voor zich en de kiezer tegen allen.


Jo Brouns (CD&V) kijkt voorbij de deadline van 3 maart, Zuhal Demir (N-VA) kruist de degens – excuus: de armen. Nicolas Materlinck/belga

Marc Reynebeau is senior writer van deze krant. Zijn column verschijnt wekelijks op woensdag.


Lees ook

Bart De Wever – De opportuniteit om dit land legaal te hervormen is weg
Staatshervorming – Kan De Wever de grondwet passeren voor zijn staatshervorming
Staatshervorming – Beter een Belgische unie dan een onafhankelijk Vlaanderen

Vul hieronder de zoekopdracht Marc Reynebeau in en vind meer berichten.


Bron: De Standaard

Naar Facebook

Naar de website


Scroll naar boven