Marc Reynebeau – Wie arm is, kan dat beter blijven


Politici zetten bedwelmende taal in om hun ideologie te verhullen, schrijft Marc Reynebeau. Hoe sociaal begrotingen zijn, draait om politieke keuzes, niet om paranoia.

Marc Reynebeau – De Standaard

30 september 2025

Leestijd: 6 min


In de Bijbel gaat het er vaak pittig aan toe. Vorige zondag was de gezelligheid ver te zoeken in de lezingen. Er was sprake van langs de weg creperende mensen met etterende wonden waaraan honden kwamen likken.

De preken in de mis stelden hun thema op scherp: de kloof tussen arm en rijk. En, zo viel te horen, “de profeet Amos haat de rijken”.

Van dat laatste verdenken sommige Vlaamse politici vast hun collega’s van Vooruit.

Ze vallen daarmee de immobiliënsector bij, die van minister Caroline Gennez beweert dat ze “behept is met het idee dat ondernemers luie profiteurs zijn die aan hun zwembaden liggen na te denken hoe ze de belastingen kunnen ontwijken”.

Als de morele afkeuring van kamp verandert, valt de lichtgeraaktheid op bij wie het gewend is om nagepraat, gevleid, bevoorrecht en verwend te worden. 

“Luie profiteurs” is de aantijging die het Vlaams-rechtse establishment gewoonlijk aan de onderkant van de samenleving meent te ontwaren. Zoals bij langdurig werklozen die voortaan hun uitkering verliezen.

Suggereren dat ceo’s in datzelfde bedje ziek zijn, zet dat ideologisch gekleurde mens- en wereldbeeld op zijn kop.

Het is een suggestie die minister-president Matthias Diependaele (N-VA) “niet verstandig”, ja “belachelijk” vindt en die in elk geval niet de officiële visie is van de Vlaamse regering.

Dat krijg je wanneer socialisten mee gaan regeren in de plaats van liberalen.

Dat Open VLD nu vanuit de oppositie van Gennez excuses eist voor haar “stigmatisering”, is een nostalgische herinnering aan economisch rechtsere tijden.

Dat alles gaat nog niet meteen over centen of over welke schouders welke lasten moeten torsen als de overheid budgettair in nood is.

De ophef gaat over retoriek, symboliek en beeldvorming.

Politici, lobbyisten en belangengroepen zetten die in als morele verpakking van hun ideologische keuzes.

In die taal wemelt het van de vage, dubbelzinnige en verhullende wijsheden die doorgaans niet meer diepgang bezitten dan de dikte van de tegeltjes waarop ze staan te glanzen.

Die retoriek moet niet uitleggen of overtuigen, maar bedwelmen en doen berusten.

Dat gaat over:

  • Tering naar de nering zetten
  • Haalbaar en betaalbaar zijn
  • Aan de mensen iets niet uitgelegd krijgen
  • Cols buiten categorie beklimmen
  • Werken dat moet lonen
  • Dat de kleinkinderen geen schulden toegeschoven moeten krijgen

en andere retoriek die zo hol is dat de leegte ervan doet duizelen.

Een kampioen daarin is CD&V-voorzitter Sammy Mahdi.

Hij koos zozeer voor de nietszeggendheid van het kleinste gemene veelvoud, dat hij de term ‘middenklasse’ niet kan uitspreken zonder die te laten voorafgaan door het epitheton ‘hardwerkende’.

Zo verdampen zijn politieke prioriteiten tot een rituele bezwering.

Beetje zelfgenoegzaam

In zijn septemberverklaring pakte Diependaele het ook zo aan.

Hij opende ze met de stelling dat het “succesverhaal” Vlaanderen “wereldwijd aan de top” staat, wat enigszins zelfgenoegzaam klinkt.

Temeer omdat de simpele ethiek van “doeners en plantrekkers” daarvoor zou volstaan, “met de voeten op de grond en zonder grote mond”.

De minister-president vertelde het in stijl, zonder jas en met opgerolde hemdsmouwen.

Zijn no-nonsenseaanpak gaf Diependaele het decor voor stellingen die achter hun schijnbaar objectieve vanzelfsprekendheid diepe ideologische keuzes verraden.

Zoals dat ontwikkelingssamenwerking geen “kerntaak” van de overheid is.

Zo’n lijst van kerntaken bestaat niet, het is een politieke keuze om al dan niet solidariteit te willen opbrengen.

Omgekeerd: is het exploiteren van een luchthaven dan wel zo’n kerntaak, nu Vlaanderen zich inkocht in Brussels Airport?

Of waarom zou de erfbelasting zo verfoeilijk “rauw” zijn? De erfbelasting is een vrij redelijke en rechtvaardige heffing.

Wie erft, heeft daar geen enkele verdienste aan, laat staan er hard voor gewerkt. Het volstaat iemands kind te zijn.

Ook daarrond wentelt een bedrieglijke retoriek vol drogredenen. Is het een belasting op vermogen waarop al eerder belasting is betaald?

Wie boodschappen gaat doen, betaalt ook btw met geld waarop al eerder loonbelasting is geheven.

Meer nog, de erfgenaam heeft op de erfenis nog helemaal geen belasting betaald, dat heeft de erflater gedaan.

Het lijkt ook redelijk en evident dat “werken moet lonen”, maar het klinkt al meteen veel meer politiek en ideologisch om daarvan te maken dat werken meer moet opbrengen dan een uitkering.

Dan dringt zich immers een vergelijking op en is het de vraag of werkgevers hogere lonen moeten betalen, of de fiscus met minder belastingen genoegen moet nemen, dan wel of de vervangingsinkomens lager moeten – waartoe de federale regering al een aanzet gaf.

Verklaring op eer

In dat soort discussies past ook het dispuut over die al dan niet luie ondernemers in hun villa’s met zwembad. Dat sluimert al sinds vorig jaar, rond het zogeheten verruimde inkomensbegrip.

Het ging er eerst om hoe inkomensafhankelijke tarieven in de kinderopvang worden vastgelegd.

Maar niet elk inkomen hoeft ‘bekend’ te zijn. Wie zich bedient van een managementvennootschap, kan ‘officieel’ een laag persoonlijk inkomen hebben, naast niet of minder belaste inkomsten en voordelen, en zo een lager tarief claimen.

Een verklaring op eer zou voortaan moeten beletten dat ook andere reële inkomens meetellen om recht te hebben op extra toelagen of lagere tarieven.

Dat oogt eerlijker, maar het doet hogere-inkomensgroepen en vermogenden morren. Ze vermoeden dat daar vaak louter sociale afgunst achter schuilgaat.

Ze kunnen zich troosten met het feit dat ze toch bevoorrecht blijven: ze moeten alleen die verklaring afleveren en dan niet eens hun hele financiële hebben en houden prijsgeven.

Het recht op pakweg een sociale woning, als er al een vrijkomt, vergt wel een boel officiële paperassen, een vermogenstoets inbegrepen.

Dat sociaal huren een paar honderd euro per maand goedkoper is dan huren op de vrije markt, heeft Diependaele eerder al tot het inzicht gebracht dat met dat voordeel elke maand een zak geld bij de sociale huurder wordt gedeponeerd.

Nu denkt hij eraan om daaraan een verlengstuk te breien: een register dat ieders sociale voordelen of toelagen centraliseert, optellen wat dat opbrengt en daar een plafond op instellen.

Dat plan gaat voorbij aan veel nog onvervulde sociale noden, maar de bottomline waar Diependaele voor kiest, lijkt te zijn dat die armen vooral niet te veel moeten krijgen.

Het zou, naar analogie met dat verwijt van afgunst, sociale nijd kunnen heten.

En het zou zeker kunnen helpen om de kloof tussen wel en niet werken voldoende groot te houden.

Maar zo gebeurt het nu al.

Onderaan de sociale ladder is het stigmatiseren al lang bezig.


Een minister-president in hemdsmouwen, die kan Caroline Gennez alvast niet afdoen als een “luie profiteur”. © Jonas Roosens/belga

Marc Reynebeau is journalist, verbonden aan deze krant. Zijn column verschijnt wekelijks op woensdag.



Lees ook

Lees meer berichten van

Marc Reynebeau


Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven