Vijf jaar na de grootste natuurramp uit de geschiedenis van België, treurt David Van Reybrouck om de grootste bosbrand ooit.
David Van Reybrouck – De Standaard
16 augustus 2026
Leestijd: 5 min
Je ziet de beelden en je kan, wil ze niet geloven. Toch niet dáár, toch niet op die magische plek waar je zo vaak bent geweest.
Je zoekt naar herkenningspunten, maar het vertrouwde landschap is herschapen in een onherkenbaar inferno van rode gloed, grijze mist en zwarte stompen.
Waar je enkele winters geleden nog kniehoog in de sneeuw banjerde, gloort nu een verkoold landschap met naargeestige vormen.
Waar je in de herfst zo vaak het roestige water van de magnifiek krinkelende Helle zag schuimen onder een schilferende berkenboom, kraanvogels trokken over, klokkend als Orff-instrumenten, daar heerst nu de nacht.
Veenpluis, pijpenstrootje, berken, dennen, mossen: allemaal as.
De Hoge Venen zijn de leegste plek van onze gewesten, een mythisch oord dat we hebben bevolkt met zoveel herinneringen.
Misschien daarom dat het zo’n pijn doet.
- Hoevelen hebben hun eerste meters niet bergafwaarts gegleden op de skipiste van Ovifat?
- Hoevelen hebben niet gezwoegd op de langlauflatten bij de Signal de Botrange?
- Welke wandelaar kwam er niet onder de indruk van het machtige uitzicht op de Fagne Wallonne?
- Wie treurde er niet bij het Kreuz der Verlobten om François en Marie, de twee geliefden die doodvroren in januari 1871?
- Wie heeft er geen warme herinneringen aan de bosbessentaart van de Baraque Michel of de chocolademelk bij de kachel van het ouderwets gezellige Hotel Edelweiss – bestaat het trouwens nog?
Als het voor ons, occasionele bezoekers, al zo hartverscheurend is, wat moet het dan niet zijn voor de plaatselijke bevolking die zo sterk verbonden is met de plaats en zich echt zorgen moet maken voor have en goed?
We leven allemaal mee met de mensen in Sourbrodt, Bütgenbach en andere omringende dorpen.
Vijf jaar na de waterbom die de Vesdervallei zo brutaal leegschraapte, wordt het oosten van het land opnieuw getroffen door ontketend weer.
Toen ging het om de grootste natuurramp uit de geschiedenis van België, nu om de grootste bosbrand ooit.
Maar het is niet alleen verdriet om een geliefde plek die in vlammen opgaat. Het is iets anders, iets nog groters.
We wisten dat dit vroeg of laat kon gebeuren. We waren gewaarschuwd, al decennia lang. En het was niet dat deze zomer ons nog kon verbazen.
We hadden allemaal de ellende in Frankrijk en Spanje gezien. En sinds mei rijgen we de dagen met temperaturen boven de dertig graden aaneen. Maar koppig als we zijn, bleven we toch geloven dat grote bosbranden voor elders en later zijn, niet voor nu of hier.
En ineens is het dan daar, in eigen land, op een plek die iedereen kent en koestert: wild, verwoestend, ontembaar en allesverzengend.
Venen zijn dikke sponzen met onverteerde plantenresten van honderden jaren ver, maar als ze opdrogen, wordt het turf, een brandstof die bekend staat om zijn langzame verbranding.
Drieduizend hectare: hoe groot is dat?
Zo groot als de binnenstad van, pakweg, Brugge? Nee, die is maar 430 hectare.
Idem dito voor de historische binnensteden van Antwerpen, Brussel en Gent: allemaal rond de 400 hectare.
Drieduizend hectare is een ontiegelijk grood gebied: een rechthoek van vijf op zes kilometer, ongeveer zo groot als de oppervlakte van alle grotere Vlaamse binnensteden samen.
De zomer van 2026 is de zomer van de waarheid.
Klimaatverandering is niet langer een ver toekomstscenario, maar een dagelijkse realiteit. We staan er middenin.
Bij het begin van de zomer verloren we meer dan tweeduizend mensen door de hitte, nu in augustus verliezen we drieduizend hectare aan de droogte.
Wegkijken kan niet meer, de tijd van de oneliners is voorbij.
Wat wel helpt, is de grote solidariteit die nu wederom spontaan de kop opsteekt, tussen landen en tussen burgers onderling.
De Belgische hulpdiensten krijgen de steun van collega’s uit Nederland, Duitsland, Tsjechië en mogelijk ook Zweden.
Met dank aan Eurocommissaris Hadja Lahbib die bevoegd is voor crisisbeheer, een post die aanvankelijk nog werd weggewuifd als irrelevant en weinig prestigieus.
Nu blijkt dat ze op een sleutelpost zit.
Net zoals bij de overstromingen van 2021 trekt de hulp zich niets aan van de taalgrenzen.
- De Waalse korpsen worden bijgestaan door de Limburgse.
- Boeren van heinde en ver rijden af en aan met tankwagens vol bluswater.
- Burgers uit het hele land zijn op zoek naar manieren om te helpen waar mogelijk, zonder de hulpdiensten voor de voeten te lopen.
L’Union fait la Fagne.
Die plotse blijken van grote betrokkenheid zijn uiteraard prachtig om te zien, maar ze vormen geen substituut voor ernstig beleid.
De regeringen van dit land moeten zo snel mogelijk werk maken van veel ambitieuzer en coherenter klimaatbeleid.
De voorgenomen nationalisering van de afgeschreven kerncentrales is geen wondermiddel waarmee men klimaat van het to do-lijstje kan schrappen.
Als klein land kunnen wij uiteraard niet alleen het tij keren, maar dat ontslaat ons niet van onze internationale verplichtingen.
Onze overheden hebben de primaire verantwoordelijkheid om het grondgebied en de burgerbevolking veel beter te beschermen, niet alleen de komende dagen, maar de komende decennia.
De speeltijd is voorbij.

Lees ook
Overzicht
Lees andere berichten in deze categorieën
Bron: De Standaard