Reportage – Op stap met een tuinranger


Het Vlaams Agentschap Natuur en Bos zendt ‘tuin­rangers’ uit, die moeten helpen om onze tuinen te wapenen tegen de oprukkende droogte en hitte, en het verlies aan biodiversiteit. ‘Weinig beter dan een ton met water in volle zon.’

Jef Poppelmonde – De Standaard

7 juni 2021

Leestijd: 6 min


‘Met nestkastjes en vetbollen brengt een mees haar jongen niet groot’

Patrick Van Damme


In de blakende zon zit Patrick Van Damme (65) op een terras in Zwalm aan de rand van een strak gemaaid gazon.

Na twee dagen zomerse temperaturen, en na nochtans een lange periode met veel regen, zijn daarop al de eerste uitgedroogde, bruine vlekken zichtbaar.

Behalve in dat deel van de tuin waar eigenaars Catherine Vandemoortele en Toon Petermans een maand lang hun gras niet maaiden. Daar groeien tussen de groene sprieten gele en witte bloemetjes.

Het koppel zou er zo graag nog veel meer zien opduiken, ‘maar we kunnen het gras toch niet ­ eeuwig laten groeien?’

Ze willen zelf bloemen planten, ‘maar we weten niet goed hoe of wat’.

Een deel van hun tuin willen ze bebossen, ‘voor meer schaduw tijdens de zomer’.

De kinderen willen een zwemvijver, maar voor hun ­ouders mag het ‘wilder’ zijn.

‘En wat kunnen we tegen al die netels doen?’

De weg van een strak gazon naar een rijke, diverse tuin loopt niet altijd over rozen. Daarom deed het koppel een beroep op Patrick Van Damme, die tot ­februari nog als ambtenaar bij het kadaster werkte, maar nu ‘tuinranger’ op de mouw van zijn grijze hemd heeft staan.

‘Ons doel is om meer natuur te maken’, zegt hij.

En er is weinig beter om dat doel te bereiken dan een vijver, vervolgt hij.

‘Die hoeft niet groot te zijn – een ton met water is al goed. Wel in de volle zon, en zonder vissen. Het warme water zal salamanders, kikkers en libellen trekken.

‘Die lokken dan weer vogels, die komen om te drinken en zich te wassen. Jullie zullen een explosie van leven zien.’

Tuinranger Patrick Van Damme wijst Nele Rommelaere op het nut van brandnetels. ‘Veel vlinders gebruiken ­netels als voeding voor hun larven.’
Tuinranger Patrick Van Damme wijst Nele Rommelaere op het nut van brandnetels. ‘Veel vlinders gebruiken ­netels als voeding voor hun larven.’ Beeld Titus Simoens

Safari door de tuin

Met ruim twee miljoen stuks, minstens 10 procent van het landoppervlak in Vlaanderen, is het potentieel van tuinen in de strijd tegen droogte, hitte en verlies aan biodiversiteit groot.

‘Ze leveren verkoeling, ­zuiveren de lucht, herbergen ecosystemen en woonplaatsen voor dieren’, zei bio-ingenieur Valerie Dewaelheyns, die haar doctoraat wijdde aan de waarde van tuinen, eerder in deze krant (DS 3 april ).

‘De bodems zijn een gigantisch vat voor de opslag van koolstof en het bijhouden van water.’

Alleen: met een strak gazon en een enkel boompje blijft dat potentieel onderbenut.

Zulke tuinen zijn er in Vlaanderen nog te veel, zegt Werner Van Craenenbroeck van Inverde, het opleidingscentrum van het Vlaams Agentschap Natuur en Bos.

Vijftig ‘tuin­rangers’, die nu al twee maanden in negen gemeenten op stap zijn – waaronder behalve Zwalm ook As, Turnhout en Waregem – moeten daar verandering in helpen te brengen.

Het zijn vrijwilligers, vooral mensen met pensioen, die een opleiding van Inverde kregen en nu eigenaars tijdens een ­‘safari’ door hun tuin bijstaan met advies op maat.

‘Wij merken dat veel mensen oprecht bekommerd zijn om de natuur rond hun huis, maar dat tegelijkertijd veel tuinen daarvoor bijzonder slecht aangepast zijn’, zegt Van Craenenbroeck, die het project leidt.

‘In lokale tuincentra vliegen bijenhotels, nestkastjes en vetbollen als zoete broodjes over de toonbank. Mensen besteden er vaak veel geld aan.

‘Maar met nestkastjes en vetbolletjes brengt een mees haar nest jongen niet groot. Daarvoor heeft ze 8.000 rupsen nodig.

‘Waar vindt ze die? In inheemse loofbomen: eiken, wilgen, berken.

‘Je ziet mensen protesteren tegen de kap van een bos in hun buurt, terwijl ze zelf alle bomen uit hun tuin hebben weggehaald.

‘Een bij heeft voor één larve stuifmeel van zestig bloemen nodig. Daar is meer nood aan dan aan bijenhotels.’

Met een strak gazon en een enkel boompje blijft het potentieel van de tuinen in Vlaanderen onderbenut

Werner Van Craenenbroeck
Inverde

Het kan ook mini

Meer natuur hoeft niet per se veel ruimte te vragen, zegt Zara Okai, tuinranger in Leuven, waar ze op veel kleine stadstuinen botst.

‘De belangrijkste les die ik de eigenaars daarvan meegeef: alles kan ook in miniformaat.

‘Ik heb zelf een tuin van 80 vierkante meter, toch heb ik daarin struiken, een bosje, een vijvertje, een bloemenweide en een kruidentuin.

‘Ik ­probeer de ruimte van het gras zo klein mogelijk te houden, en laat er madeliefjes en paardenbloemen tussen groeien. Werk in de hoogte, met bijvoorbeeld een hoge struik.’

En, zegt ook zij, ‘denk aan water’.

Nog dit jaar moet het aantal ­actieve tuinrangers verdubbelen tot honderd, en komen er dertien deelnemende gemeenten bij.

De ambitie is om dat aantal nog ­verder op te drijven.

Wie een ­tuinranger over zijn gazon laat ­lopen, moet vragenlijsten invullen.

‘Eén meteen na het bezoek, de volgende na drie, zes en twaalf maanden’, zegt Van Craenenbroeck.

‘Hoeveel extra bomen hebben ze sindsdien aangeplant? Hoeveel bloemen? En hoeveel meter haag? Zo hopen we de resultaten van ons project meetbaar te maken.’

Voorlopig trekt dat vooral ­geëngageerde natuurliefhebbers aan, merkt de Zwalmse schepen van Natuur Francia Neirinck (Groen).

‘We hopen ook mensen te overtuigen die helemaal niet met hun tuin bezig zijn, die niet meer doen dan hun gazon strak maaien. Het is in hun tuinen dat we de meeste meerwaarde zouden kunnen boeken.’

-
Beeld Titus Simoens

Koninginnenpage

‘Boterbloempjes, doen die eigenlijk goed of kwaad?’, vraagt Nele Rommelaere.

Zij en haar zoon struinen door hun wilde tuin, aan de rand van Zwalm, met tuin­ranger Patrick Van Damme in hun kielzog.

Die heeft hen net ­uitgelegd dat ‘bijna geen enkel insect’ geïnteresseerd is in uitheemse planten en bomen, zoals bijvoorbeeld tamme kastanjes.

‘Daar hebben ze niets aan. Zet dan liever een wilg: die trekt gemak­kelijk vijfhonderd verschillende soorten aan.’

‘Ook boterbloempjes zijn ‘heel goed’, luidt zijn antwoord op haar vraag. ‘Het is een inheems plantje, waar bijen verzot op zijn.’

Hetzelfde geldt voor brand­netels, zegt hij, als Rommelaere hem wijst op de wildgroei daaraan in de schaduw van een trampoline.

‘Veel vlinders gebruiken brand­netels als voeding voor hun larven. En als je wilde peen plant, zal de koninginnenpage komen. De grootste vlinder van de streek.’

De ogen van Nele Rommelaere ­beginnen te blinken.

‘En ook de ­allermooiste’, juicht ze.


Catherine Vandemoortele en Toon Petermans willen meer natuur in hun tuin, maar hoe begin je daar in godsnaam aan? De tuinranger weet raad. Beeld Titus Simoens

Lees ook


Lees ook

Klik op de hyperlinks hieronder
en vind meer berichten van

,


Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven