Schrijfster Pilar Quintana – Je kind heeft de macht om het monster in je naar boven te halen


Depressie, moord, zelfdoding, eenzaamheid: het literaire universum van de Colombiaanse Pilar Quintana is duister.
“Ons belangrijkste boek heet niet toevallig Honderd jaar eenzaamheid. Misschien is het een nationaal thema.”

Jozefien Van Beek – De Standaard


“Nog een zwangerschap? Nog een bevalling? Zo’n huilende baby? Alsjeblieft niet. Laat mij maar lekker met rust. Bovendien was mijn lijf na jou wel genoeg afgetakeld.”

Van Pilar Quintana zijn twee boeken vertaald in het Nederlands.

In Het teefje wordt de ongewild kinderloze Damaris tot het uiterste gedreven wanneer ze in een hondje een surrogaatkind ziet.

In De afgronden had Claudia misschien liever geen kind gekregen.

Beide boeken zitten vol onderhuidse spanning.

Pilar Quintana onderzoekt de donkerste kanten van het moederschap.

Wie is Pilar Quintana?

  • Pilar Quintana (51) groeide op in Cali, een stad in Colombia.

  • Ze brak internationaal door met haar roman Het teefje (2017), die in 2021 bekroond werd met de PEN Translates Award.

  • Nu is er De afgronden.

Waarom wilde u over de moeilijkheden van het moederschap schrijven?

“Ik ben zelf moeder en er is duidelijk een voor en een na. Voordat ik een kind had, onderzocht ik het thema verlangen.

“Ik heb het graag over de dingen waarover we zogenaamd niet mogen praten.

“Toen ik jong was, kreeg ik te horen dat vrouwen geen lust kenden. Als ze al verlangens hadden, dan toonden ze die niet.

“Ook onze dierlijkheid heeft me altijd geboeid. Ik wilde nagaan in welke mate wij mensen ook dieren zijn en ons zo gedragen.”

“Voordat ik moeder werd, zag ik dat dierlijke in seks, maar toen ik zwanger werd, merkte ik dat het moederschap bij uitstek een dierlijke ervaring is.

“Ik ben een zoogdier, werd me plots heel duidelijk. Mijn focus verschoof dus van seksueel verlangen naar andere soorten van verlangen.”

U schrijft graag over taboes. Over het moederschap bestaan er veel.

“Absoluut. Ik voel me bedrogen.

“Toen ik mijn moeder, tantes of grootmoeder vroeg hoe het was om moeder te worden, antwoordden ze: ‘Het is mooi, het is het beste wat me ooit is overkomen, het maakte me zo gelukkig.’

“Maar dat is niet het volledige plaatje. Het moederschap kent een lichte kant, maar ook een zware.

“Er zit duisternis in het moederschap, maar daar praten we niet over. Want als een vrouw die benoemt, wordt ze meteen gezien als een slechte moeder, terwijl we die dingen allemáál voelen.

“Een vrouw is niet op elk moment gelukkig met haar baby. Ze kan zich ongemakkelijk of ongelukkig voelen en dan weer blij, en dat allemaal op dezelfde dag.

“Het is belangrijk om dat te benoemen, op te schrijven. Wij vrouwen moeten daarover kunnen praten.”

U wilde met uw boeken die taboes van tafel vegen?

“Ja. Maar niet alleen dat. Toen ik besloot om moeder te worden, begon ik aan mezelf te werken. Ik kreeg mijn baby op latere leeftijd, ik was 43.

“In Het teefje schrijf ik over mijn twee grootste angsten: dat mijn kind zou sterven – dat is echt mijn allergrootste angst – en dat ik een slechte moeder ben.

“Met deze twee boeken wilde ik dus mijn innerlijke monster bekijken.

“Je kind heeft de macht om je tot het uiterste te tergen, om dat monster in je naar boven te halen. Dat erkennen is al heel wat.”

Wat verstaat u onder ‘een slechte moeder’?

“Daar heb ik met het ouder worden genuanceerder over leren denken. Aanvankelijk kende mijn zoon het verschil niet tussen de woorden ‘vrouw’ en ‘mama’. Voor mij als feminist was dat vreselijk. Maar toen ik een vroege versie af had van De afgronden, besefte ik dat ik iets vergelijkbaars had gedaan.

“De roman zat niet helemaal goed omdat ik van Claudia’s moeder een door en door slechte persoon had gemaakt. Waarom had ik van haar geen complex personage gemaakt?

“Plots besefte ik dat ik, net als mijn zoon, het verschil niet zag tussen ‘moeder’ en ‘vrouw’. De moeder was slecht, dus de vrouw ook.”

“Ik schaam me een beetje het te moeten toegeven, maar dat was de eerste keer dat ik vrouwen van de generatie van mijn moeder als vrouwen bekeek, en niet louter als moeder. Voor het eerst probeerde ik hen te begrijpen.

“Waarschijnlijk was dat een manier om mezelf als moeder te begrijpen, en te vergeven. Want natuurlijk ben ik niet perfect, zoals ook mijn moeder dat niet was. Maar we proberen, we doen ons best.”

In De afgronden schrijft u over het verlangen van moeder én dochter om vrij te zijn. Beiden zitten gevangen in een keurslijf van verwachtingen.

“Mijn generatie is veel vrijer dan die van mijn moeder. Zij en haar leeftijdsgenoten drukten ons elke dag op het hart: alsjeblieft, trouw niet te jong, begin niet te snel aan kinderen. Je moet studeren, onafhankelijk zijn.

“Vrouwen van haar generatie mochten wel studeren, maar een carrière was een stap te ver. Hun plicht was: thuis zijn met kinderen en man. Dus ik denk dat velen onder hen gefrustreerd waren omdat ze niet konden doen wat ze wilden. Mijn generatie kan dat wel.”

De vrouwen in uw familie waren onverdeeld positief over het moederschap, en tegelijk gaven ze het advies om niet te jong zwanger te worden. U moest dus tussen de lijnen lezen?

“Ja, zoals de kleine Claudia in De afgronden dat moet doen.

“Volwassenen liegen geregeld, vaak zijn het leugentjes om bestwil. Als kind begin je dat te beseffen, en dat zorgt voor een crisismoment.

“Daarover gaat het boek: een meisje leert langzaam dat de wereld niet de mooie plaats is die ze zich wenst, maar dat er scheuren en afgronden zijn.

“Plots ziet ze: misschien is mijn moeder niet gelukkig, misschien wou ze zelfs geen kind, misschien is het niet door een allergie dat ze dagenlang met betraande ogen in bed blijft liggen.”

Er is wel een verschil. Claudia’s grootmoeder zei openlijk dat ze geen kind had gewild. De moeder van kleine Claudia probeert de schijn hoog te houden.

“Maar het werkt niet. Zelf wilde ik ook heel anders zijn dan mijn moeder. Een van de moeilijkste dingen was onder ogen zien dat ik exact ben als zij. (lacht)

De geschiedenis herhaalt zichzelf, ook in de roman.

“We erven niet alleen genen, we erven ook een familiegeschiedenis. Zelfs als je niet exact weet hoe het leven van je grootmoeder is geweest, werkt het door in dat van jou.

“Dat kan je herstellen door in therapie te gaan. Zo kan je vermijden dat je de familie geschiedenis doorgeeft aan jouw kind.”

U hebt zelf een zoontje. Is een moeder-zoonrelatie anders dan die van moeders en dochters?

“De moeder-zoonband heb ik nog niet uitgespit, misschien omdat ik er nu voor het eerst in mijn leven mee geconfronteerd word.

“Ik heb zelf alleen zussen, dus vooral de relatie tussen moeders en dochters interesseert me enorm.”

“In onze cultuur zijn zonen in ieder geval vrijer.

“Dochters móéten goede vrouwen zijn. Je seksuele verlangens onderzoeken is bijvoorbeeld níét goed. En voor vrouwen in Colombia, zeker in de provincie, is schoonheid de allerbelangrijkste eigenschap, zeker in Cali, waar ik ben opgegroeid.

“Een voorbeeld: krullen zijn niet oké, dus als je er hebt, moet je ze strak trekken. Het meest rebelse dat ik ooit heb gedaan, is de krullen in mijn haar laten.”

“Mannen mogen oud en kaal zijn, en dan zullen ze nog steeds een partner vinden en gewaardeerd worden in de maatschappij.

“Als een meisje niet mooi is, krijgt ze te horen dat ze intelligent is. ‘Je bent zo slim!’ Als ze dat tegen je zeggen, weet je dat je beledigd wordt.”

Moeder worden deed u voelen dat de mens een dier is, zei u.

“Het verlangen om een baby te krijgen, voelde dierlijk aan. Het was niet rationeel.

“Ik realiseerde me pas wat ik gedaan had toen ik mijn baby had. Ik schrok: wat heb ik gedaan? Waarom heb ik hiernaar verlangd? En nu is mijn kind er en hou ik van hem met een dierlijke liefde. Ik voelde me meer als een leeuwin die haar welp beschermt dan als een mens.

“Toen mijn zoon geboren werd, wist ik ogenblikkelijk zeker dat ik in staat ben om te doden.

“Als je mijn baby kwaad doet, dan vermoord ik je. My animal spirit came out. Zwanger zijn, baren, de baby voeden, dat gaf me allemaal het gevoel een dier te zijn.”

Het teefje heb ik geschreven toen mijn zoontje pas geboren was. Ik had maar twee uur per dag om te schrijven: nadat hij had gegeten, viel hij in slaap in mijn armen. Ik kon niet weg, want dan zou hij wakker worden, dus ik schreef het boek op mijn telefoon.

“Het is een borstvoedingsroman. (lacht)

In Het teefje schrijft u verwoestend mooi over Damaris’ onvervulde kinderwens. Ook een taboeonderwerp.

“Absoluut. Alsof we alleen maar mogen praten over de succeservaring van een baby krijgen.

“Ik heb een miskraam gehad, en toen pas kwam ik te weten dat zeven dichte vriendinnen ook een miskraam hadden gehad. Zeven! Daar wordt niet over gepraat.”

“Ik heb ook vrienden met vruchtbaarheidsproblemen. Dat is verschrikkelijk en het wordt nog zwaarder als je er niet openlijk over kan praten.

“Toen ik Het teefje schreef, was de #MeToo-beweging op volle kracht. Feministen waren op sociale media heel vocaal over het recht om kinderloos te blijven. Uiteraard hebben ze gelijk, maar ik vroeg me af: en wie praat er over de vrouwen die wél baby’s willen, maar er geen kunnen krijgen?”

Het lijkt een onderwerp waar nu pas aandacht voor is.

“Het is zoals mentale gezondheid.

“In de jaren 80 leed mijn grootvader aan depressie, en hij had ook hartaanvallen. Er werd openlijk gepraat over zijn hartaanvallen, maar niet over zijn depressie. Alsof het een vieze ziekte was.

“Ik ontdekte dat hij depressief was omdat ik er mijn moeder en tante over hoorde fluisteren. Het was iets om je voor te schamen.”

De afgronden en Het teefje zijn de enige romans van Quintana die in het Nederlands vertaald zijn. Maar ook de thematiek in haar andere boeken is zwaar.

“Ik ben heel donker. (lacht) 

“Ons belangrijkste boek heet niet toevallig Honderd jaar eenzaamheid, misschien is het een nationaal thema.

“Ik hou van literatuur omdat ik dankzij haar aan deze wereld kan ontsnappen en in een andere kan leven. Als ik lees én als ik schrijf.”

Waarom creëert u dan zelf zulke vreselijke romanwerelden?

“In fictie kan ik een slechte moeder zijn, zelfmoord plegen, allerlei verschrikkelijke dingen doen die ik in het echte leven niet wíl doen omdat ik een goede persoon wil zijn. In mijn schrijven kan ik dat allemaal verkennen.”

“In landen waar heel lang oorlog heerst (zoals in Colombia, red), wordt de tegenstander ontmenselijkt.

“Mensen kunnen elkaar vermoorden omdat ze de vijand niet langer als een mens zien, maar als een monster.

“Colombianen die veilig en comfortabel in de stad wonen, denken nogal gemakkelijk: zij – de soldaten, de guerilla – zijn de slechten, en we zien onszelf als de goeien.

“Maar wij zíjn niet de goeien, we hebben gewoon het geluk dat onze eigen gewelddadigheid, ons eigen monster nog niet naar buiten is gekomen.

“Mijn boeken zijn mijn manier om te onderzoeken wat er nodig is om iemand zoals ik ertoe te drijven dat haar monster zich toont.”

Het teefje
De afgronden

Pilar Quintana © Mieke Verbijlen

Lees ook

Filosofe Tinneke Beeckman – Recensie – De mythe van het moederschap

Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Naar de website


Scroll naar boven