Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer koestert de Europese democratie, maar is ook bezorgd. In de reeks ‘Democratiedialogen’ van De Morgen praatte hij uitvoerig met politieke kopstukken over zijn angsten en dromen. Vier gesprekken, vier inzichten over hoe democratieën sterven en hoe ze zich kunnen herstellen. ‘Niet meer geloven in democratie en sociale vooruitgang: dat is de ultieme mislukking van de democratie.’
Redactie – De Morgen
2 augustus 2026
Leestijd: 10 min
Maak hieronder uw keuze of scroll naar beneden
Inzicht 1
Radoslaw Sikorski
De Poolse buitenlandminister
Inzicht 2
Thomas Piketty
Topeconoom
Inzicht 3
Sanna Marin
De Finse oud-premier
Inzicht 4
Frans Timmermans
Nederlands oud-Eurocommissaris
Dit zijn hun scherpste inzichten over de democratie
1. Radosław Sikorski
Pools minister van Buitenlandse Zaken
“Met dertig mensen begraaf je een democratie”
Je hebt geen massabeweging nodig om een democratie te vernietigen. Je hebt er ongeveer dertig mensen voor nodig. Dat is de verontrustende stelling van Radoslaw Sikorski.
“Met dertig mensen op strategische posities kun je een democratie om zeep helpen”, zegt hij.
Hij bedoelt de rechters van het Grondwettelijk Hof, de voorzitters van het parlement, de top van de ambtenarij, de leiders van de kerk, de president.
“Het gaat nooit om de letter van de grondwet, maar om de integriteit, de wijsheid en de karaktersterkte van de mensen die geacht worden haar in ere te houden.”
Het draaiboek om een democratie te ontmantelen is volgens hem “in wezen saai” en overal ter wereld hetzelfde.
“Het begint altijd met het onder controle brengen van het Grondwettelijk Hof, het gerechtelijk apparaat en het ambtenaren apparaat.
“Dat proces loopt steevast parallel met het onder curatele stellen van de publieke tv-zenders en het intimideren, en zo mogelijk ontmantelen, van de onafhankelijke media.”
Weinigen kunnen daarover met meer gezag spreken. Als studentenleider ten tijde van de vrije vakbond Solidarnosc vluchtte Sikorski in 1981 het land uit.
Onder de vorige regering van Recht en Rechtvaardigheid (PiS) zag hij zijn land, in zijn eigen woorden, “de weg van Hongarije onder Viktor Orbán” opgaan.
Wanneer Pfeijffer opmerkt dat in de Verenigde Staten van Donald Trump en het Italië van Giorgia Meloni exact hetzelfde patroon zichtbaar is, beaamt Sikorski dat volmondig.
“Het komt overal op hetzelfde neer.”
Het herstellen van de democratie is daarna geen kwestie van een schakelaar omzetten.
“PiS heeft gif in ons systeem gespoten”, zegt Sikorski.
Elke Pool die vandaag voor de rechter verschijnt, vraagt zich iets af wat hij zich nooit eerder hoefde af te vragen:
“Zal ik tegenover een linkse of een rechtse rechter komen te staan?”
En het herstel botst op een wrange paradox, die Pfeijffer treffend samenvat: om de democratie weer naar behoren te laten werken, zou de regering soms de wet moeten overtreden.
“Inderdaad, het is een catch-22”, geeft Sikorski toe.
2. Thomas Piketty
Frans econoom
“De echte democratische crisis is een crisis van het ongeloof”
“Het gevoel dat we geen greep meer hebben op onze eigen economische toekomst.
“Het gevoel dat, door de extreme ongelijkheid, door de concentratie van alle rijkdom in handen van zeer weinigen, de stem van de gewone burger er niet meer toe doet, zelfs al leeft hij of zij in een democratie.”
Voor wie je ook stemt, links of rechts, je krijgt altijd hetzelfde economische beleid.
“Dat gevoel van machteloosheid is het echte democratisch deficit.”
Dat is de kern van wat Thomas Piketty betoogt.
Het verklaart in zijn analyse de opflakkering van het nationalisme, een term die hij trouwens verkiest boven ‘populisme’, een label dat volgens hem vooral dient “om hun politieke rivalen weg te zetten als extreem, en zichzelf in de markt te zetten als redelijk, stabiel en betrouwbaar”.
Waar dat ongeloof toe leidt als er niets verandert, schetst hij zonder omwegen:
“De extreme ongelijkheid zal ertoe leiden dat een klein aantal miljardairs straks álles controleren – de politiek, de financiën, de media – en de bevolking onder de knoet houden in een soort bewakingsmaatschappij.”
Het Amerika van Trump komt daar volgens hem “al aardig in de buurt”.
En toch is Piketty , verrassend voor iemand die beroepshalve de ongelijkheid meet, een optimist.
“’Optimistisch’? Zei u het echt? Bent u het echt?”, vraagt Pfeijffer ongelovig.
Jazeker, luidt het antwoord, en niet uit naïviteit.
Zijn Global Justice Report is naar eigen zeggen geen vrome wens maar “een doorgerekend scenario”: een pad naar een maandinkomen van 5.000 euro voor iedereen tegen 2100 en de opwarming van de aarde onder de twee graden.
De prijs daarvoor is een radicale herverdeling.
Een wereldwijde vermogensbelasting en een Global Justice Fund dat jaarlijks 10 procent van het mondiale bbp doorsluist naar de landen die een inhaalbeweging moeten maken.
Bovendien is er ook een cultuuromslag nodig die hij sufficiency noemt.
De nadruk moet liggen op ‘genoeg’ in plaats van ‘meer’: een werkweek van 25 uur, waarbij bijna de helft van alle arbeidstijd aan onderwijs en zorg moet worden besteed.
Wie dat utopisch noemt, krijgt een waarschuwing terug.
“Scepsis, cynisme en pessimisme zijn onze grootste vijanden”, zegt Piketty.
“Niet meer geloven in democratie en sociale vooruitgang: dat is de ultieme mislukking van de democratie. Dan krijgen de reactionaire, nationalistische en autoritaire krachten vrije baan.”
3. Sanna Marin
Voormalig premier van Finland
“De wet van de sterkste is terug, dus komt veiligheid eerst”
De internationale rechtsorde zoals we die kenden, bestaat niet meer. Dat is het onverbloemde uitgangspunt van Sanna Marin.
“Ik vind het buitengewoon triest dat we nu in een tijdperk leven waarin we zelfs niet meer stréven naar een betere wereld”, zegt ze, “maar weer volop in een tijdperk waarin de wet van de sterkste geldt.”
Voor kleine landen is dat een beangstigend vooruitzicht.
“We zullen nooit de macht en de kracht hebben die de grote landen wel hebben.”
Marin weet hoe snel je op zo’n wereld moet reageren. Als jongste regeringsleider ter wereld loodste ze Finland, na de Russische inval in Oekraïne, in recordtempo de NAVO binnen.
Uit haar diagnose volgt geen berusting maar een prioriteitenkeuze die veel van haar mede-sociaaldemocraten ongemakkelijk maakt: veiligheid eerst.
Toen de Spaanse premier Pedro Sánchez weigerde meer aan defensie uit te geven omdat Zuid-Europa “te veel sociale uitdagingen” heeft, was haar weerwoord onverbiddelijk.
“Als je mensen worden gedood door drones, zoals in Oekraïne, hebben ze weinig aan je sociale investeringen, dan hebben ze niet de luxe om te kunnen denken aan hun pensioenen. Veiligheid is de basis van alles.”
En: “Als je niet veilig bent, ben je niet echt onafhankelijk.”
Op de vraag of ze België zou aanraden de dienstplicht opnieuw in te voeren, antwoordt ze zonder aarzelen: “Ja, absoluut.”
Europese landen die met beroepsmilitairen geen leger van voldoende omvang op de been krijgen, zouden volgens haar militaire dienstplicht moeten hebben.
Finland zelf noemt ze “een schoolvoorbeeld van paraatheid”:
“Wij hebben nog steeds militaire dienstplicht en we zijn van plan die te handhaven. We hebben bijkomend geïnvesteerd in defensie, we hebben een netwerk van atoomschuilkelders en we doen aan strategische opslag van noodvoorraden.”
Ze verwijst naar sisu (het oude Finse begrip voor volharding en veerkracht) dat ze graag tot een Europees begrip zou zien uitgroeien.
“Wij zijn veerkrachtig geworden omdat we dat móésten zijn”, zegt ze over de lange, moeilijke grens met Rusland.
“In deze tijd hoef je geen buurland van Rusland te zijn om door Rusland bedreigd te worden.”
Meer uitgeven betekent voor Marin niet blind uitgeven:
“Het geld hoeft niet door ramen en deuren naar buiten te vliegen.”
Oekraïne, dat “het modernste leger van Europa” heeft opgebouwd, bewijst voor haar dat verstandig investeren kan.
Wel waarschuwt ze voor twee afhankelijkheden: Europa leunt “extreem” op Amerikaanse capaciteiten, terwijl de VS zich sinds het heraantreden van Trump steeds meer uit de trans-Atlantische samenwerking terugtrekken.
En met China mag Europa de energiefout met Rusland niet overdoen, waarvoor het na de nauwe energiebanden met Poetin “een dure prijs” betaalde.
4. Frans Timmermans
Nederlands oud-Eurocommissaris
“in het Westen is verandering een synoniem voor verlies geworden”
“Wij hebben alles te winnen, en jullie alles te verliezen.”
Die zin, ooit uitgesproken door de vorige Indonesische president Joko Widodo, draagt Frans Timmermans met zich mee als een sleutel tot het politieke onbehagen van deze tijd.
In de westerse wereld, zegt hij, is een diepgeworteld gevoel ontstaan dat verandering verlies betekent.
“Als politieke partijen zoals de mijne zeggen: ‘We moeten veranderen’, dan denken veel mensen bij zichzelf: ‘Opletten, ze willen weer iets van ons afpakken!’”, zegt Timmermans.
“En politieke partijen die zeggen: ‘We moeten helemaal niet veranderen, we moeten terug naar het verleden, naar de tijd toen iedereen nog gelukkig was’, die hebben de wind mee.
“Ze kunnen helemaal niets waarmaken van wat ze roepen, maar ze hebben wel de wind mee.”
Dat de reactionaire rechterzijde daarbij een makkelijker spel heeft, heeft voor Timmermans een economische kern.
In een geglobaliseerde economie is kapitaal quasi immuun geworden voor belastingen, arbeid niet.
“Wie een kapitaaltje bezit kan letterlijk slapend rijk worden”, zegt hij, “wie werkt voor de kost mag al blij zijn als hij straks nog een dak boven z’n hoofd heeft.”
Timmermans mag dan als ‘vader van de Green Deal’ in 2023 gepasseerd zijn voor het voorzitterschap van de Europese Commissie en in 2025 de Nederlandse verkiezingen verloren hebben, weinig politici overzien het Europese speelveld met evenveel ervaring.
Wanneer Pfeijffer hem provoceert met de stelling dat de sociaaldemocratie dat wantrouwen aan zichzelf te danken heeft (door in de jaren 90 het kapitalisme en de vrije markt te omarmen) weigert Timmermans de Derde Weg tot karikatuur te reduceren.
Het idee van Bill Clinton en Tony Blair om de kracht van de vrije markt te gebruiken voor investeringen in zorg en onderwijs was op zich niet dom, vindt hij.
Het probleem was dat “het ontketende kapitalisme niet meer onder controle te krijgen was”.
Het tegengif ziet hij in de New Yorkse burgemeester Zohran Mamdani, die “de communicatieve kracht van sociale media weet te gebruiken ten dienste van heel concreet herverdelingsbeleid” en bovenal een optimistisch verhaal brengt: verandering kán.
Al blijft er een risico, dat hij vergelijkt met dat van wijlen Steve Stevaert en zijn gratis openbaar vervoer in Hasselt. Zonder grote vervolgstappen blijft het bij een gimmick.
“Rechts kan wegkomen met gimmicks, links niet.”

Lees ook
Klik op de hyperlinks hieronder
en vind meer berichten
Bron: De Morgen
