Regelmatig krijgt Jef Cauwenberghs een telefoontje van zijn vader met vragen over openingsuren en treinaansluitingen, informatie die online beschikbaar is. Heeft mijn vader nu geen eigen smartphone nodig, vraagt de journalist zich af.
Jef Cauwenberghs – De Morgen
27 april 2026
Leestijd: 5 min
Mijn vader wordt dit jaar 70 en heeft naast een vaste lijn altijd een gewone Nokia gehad. Daarmee behoort hij tot de ongeveer 15 procent Vlaamse 65-plussers die volgens het recentste digionderzoek van IMEC geen smartphone heeft.
Hij is het type man dat langs de kant van de weg stopt om een papieren kaart uit te vouwen, routeaanwijzigingen op een post-it noteert voor hij de fiets pakt en naar het bankkantoor stapt met vragen over geld.
Maar wanneer mijn telefoon voor de zoveelste keer overgaat voor een banale vraag, gaan we toch rond de tafel zitten.
“Pa, wordt het niet eens tijd voor een smartphone?”
Ongeschreven dwang
Het is een vraag met een dubbele lading.
Terwijl kranten en tijdschriften vol staan met artikels over de perverse effecten van te veel schermgebruik en sommige jongeren hun slimme telefoon juist omruilen voor een oud toestel, lijken we gepensioneerden koste wat het kost te willen binden aan de smartphone, ook al staan ze daar misschien weigerachtig tegenover.
Volgens professor Ilse Mariën, die aan de VUB werkt rond digitale inclusie, is die stellingname te fors.
“We duwen ouderen niet richting de smartphone, maar laten hen net participeren”, stelt ze.
De gedachte dat we smartphones weg moeten houden omdat ze gelijkstaan aan afleiding, verslaving en het gevoel altijd bereikbaar te moeten zijn, spreekt meer vanuit het perspectief van digitale generaties.
“De wereld van jongeren speelt zich grotendeels online af, dus is het inderdaad niet gek dat ze nu bewuster momenten kiezen om offline te gaan. Maar dat zegt niets over de waarde voor ouderen.
“Voor mijn eigen moeder van 75 is de smartphone bijvoorbeeld een enorme verrijking.”
Menu zien
Sociaal gerontoloog Nico De Witte (VUB) is strenger en spreekt wel degelijk over een soort dwang.
“Corona heeft de digitaliseringsgolf enorm versneld. Daardoor moeten we soms zelfs op café onze telefoon gebruiken om het menu te zien. Wie dat niet kan, valt er dan buiten of moet op iemand anders rekenen.”
We bellen met onderzoeker Cora van Leeuwen (VUB), die zich specifiek richt op digital ageing of ouder worden in het digitale tijdperk. Het is belangrijk om ouderen niet als een homogene groep te zien, betoogt ze.
‘Een jongere met een oude Nokia bewieroken we als een held, maar als een oudere persoon blijft zweren bij een gewoon toestel, zien we dat als moreel falen’
Nico De Witte (VUB)
Sociaal gerontoloog
“Je hebt mensen zoals jouw vader die niet per se mee willen zijn met de nieuwste snufjes, maar evengoed tachtigers met een grote interesse in digitaal leren. Beide groepen zijn evenwaardig.
“Wanneer een jongere de smartphone inruilt voor een oude Nokia, bewieroken we die als een held, maar als een oudere persoon blijft zweren bij een gewoon toestel zien we dat als moreel falen en iemand die niet mee is.”
De overstap is ook niet zo simpel, betoogt De Witte.
“We spreken over een industrie zonder universele afspraken. Als we een auto besturen, draait die naar rechts als we het stuur naar rechts kantelen, de rem staat in het midden en de ontkoppeling links. Maar bij smartphones heerst willekeur. Dat kan voor mensen die niet digitaal vaardig zijn, erg verwarrend zijn.”
Net als Mariën en De Witte erkent ook Van Leeuwen wel dat personen die de smartphone achterwege laten kansen missen, maar dat dwang nooit een goede motivator is.
Bovendien kan het kostenplaatje voor sommigen ook een drempel zijn.
“Denk naast de hoge prijs voor een goed toestel ook aan de maandelijkse som voor een bundel om buitenshuis internet te hebben. Met een klein pensioen is dat niet altijd evident”, zegt Van Leeuwen.
Click-call-connect
De vrije keuze blijft dus cruciaal, al is de vraag of de buitenwereld daar ook zo over denkt. Zo sluiten steeds meer banken fysieke kantoren of moet je voor een afspraak richting een app.
Ilse Mariën waarschuwt voor een maatschappelijke tendens waarin bedrijven of diensten te veel op een online component gaan rekenen.
“Normaal gezien moet er een gezond evenwicht zijn in wat we click-call-connect noemen.
“Je moet naast een website of app ook kunnen rekenen op een stem aan de andere kant van de lijn of op een face-to-facegesprek op kantoor. Dat gebeurt helaas steeds minder, ook voor belangrijke zaken.
“Ik heb laatst de afhandeling van mijn lening online gedaan, terwijl ik voor zo’n belangrijk moment toch graag tegenover iemand zou zitten.”
‘Algemene cursussen over dé smartphone zijn vaak verwarrend, zeker als ze gegeven worden door jongeren voor wie het vanzelfsprekend lijkt’
Nico De Witte (VUB)
Sociaal gerontoloog
Waar de drie experten het nog roerend over eens zijn, is de nodige begeleiding voor senioren die een overstap maken.
In Vlaanderen zijn er gelukkig veel organisaties en digipunten die zich daarmee bezighouden. Toch pleit De Witte voor meer hulp op maat.
“Algemene cursussen over dé smartphone zijn vaak verwarrend, zeker als ze gegeven worden door jongeren voor wie het vanzelfsprekend lijkt.
“We zien in onderzoek dat ouderen in steden bijvoorbeeld meer vragen hebben over apps voor openbaar vervoer, terwijl dorpelingen vooral geïnteresseerd lijken in sociale media.
“De beste methode is eigenlijk om te gaan vragen naar specifieke noden en senioren elkaar te laten helpen. Zo krijgen ze sneller het vertrouwen dat je ook op latere leeftijd nog prima en veilig met de smartphone kan werken.”

Lees ook
Klik op de hyperlinks hieronder
en vind meer berichten
Bron: De Morgen