Alicja Gescinska is filosoof, voorzitter van PEN Vlaanderen en auteur van Vrouwen in duistere tijden. Haar column verschijnt tweewekelijks. Zij ziet hoe Polen en Oekraïne vastlopen in hun verleden en denkt na over hoe ze eruit kunnen raken.
Alicja Gescinska – De Morgen
24 juni 2026
Leestijd: 4 min
Alles gaat voorbij, behalve het verleden. Het verleden wroet in ons zoals wij wroeten in het verleden. Het is levend weefsel, met een eigen begeestering.
Het dringt zich de ene keer ongevraagd en ongewild aan ons op. De andere keer keren we er zelf naar terug in een poging om wat gebeurd is te begrijpen en van betekenis te voorzien.
Dat geldt voor onze individuele levens evenzeer als voor de wereldgeschiedenis.
Echter: dé geschiedenis bestaat niet.
Er bestaan feiten en verschillende narratieven om die te plaatsen. Wanneer die narratieven met elkaar botsen, komen ook mensen met elkaar in botsing.
De diplomatieke spanningen tussen Polen en Oekraïne deze maand zijn daarvan een voorbeeld.
Oekraïne heeft een legereenheid omgedoopt tot ‘Helden van OEPA’.
OEPA is het opstandelingenleger dat tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht voor de Oekraïense onafhankelijkheid.
Daarbij heeft het tussen 1943 en 1945 vele tienduizenden Poolse burgers vermoord in Wolynië en Oost-Galicië.
De Poolse president Karol Nawrocki reageerde furieus en drong bij Zelensky aan op een naamsverandering.
Zo niet zou Zelensky’s Witte Adelaar afgenomen worden: de hoogste burgerlijke onderscheiding die hij in 2022 van Polen kreeg.
Zelensky reageerde door zijn medaille zelf alvast op de post te doen.
Het is een triest schouwspel, met een ‘ja maar hij heeft mij eerst pijn gedaan’-actie-reactie mentaliteit die je onder kleuters op de speelplaats verwacht, maar niet onder staatshoofden op het wereldtoneel.
In plaats van het gesprek aan te gaan, zitten Zelensky en Nawrocki vast in de gecrispeerdheid van het eigen gelijk. Terwijl de kwestie wel degelijk meer reflectie, studie en dialoog verdient.
Voor landen die met elkaar in de knoop liggen over hun gedeelde verleden geldt ook dat hun toekomst in een gordiaanse knoop ligt.
Oog hebben voor elkaars gevoeligheden en historisch leed is nodig voor duurzame, vredevolle relaties. Dat benadrukte ook Pools premier Donald Tusk, gematigder en meer pro-Oekraïne dan Nawrocki.
Tusk wil de situatie ontmijnen en legt de bal in het kamp van Kiev. Oekraïne moet met een oplossing komen; anders zullen de onderlinge relaties niet langer door ‘empathie’ gekenmerkt worden, aldus Tusk.
Toen Rusland zijn grootschalige invasie begon was Polen vanaf dag 1 vurig bondgenoot van Oekraïne. Het opende zijn grenzen voor honderdduizenden vluchtelingen en was steevast voortrekker in de militaire steun voor Oekraïne.
Die reactie is helemaal niet zo vanzelfsprekend als kan lijken voor westerlingen die het verleden van Centraal- en Oost-Europa niet zo goed kennen.
Polen en Oekraïne zijn geen ‘broedervolken’ die het altijd goed met elkaar hebben kunnen vinden. Het gedeelde verleden telt veel zwarte bladzijden.
Enkele daarvan betreffen de bloedbaden van Wolynië en Galicië, gepleegd door het OEPA en Oekraïense boeren. Polen voert al jaren actie om die te erkennen als genocide.
Al in 2008 werd hiertoe in het Poolse parlement een resolutie aangenomen. Sindsdien worden zowel diplomatieke als educatieve middelen ingezet voor de erkenning van de bloedbaden als niet louter ‘etnische zuiveringen’ maar als genocide.
In 2020 opende bijvoorbeeld ‘Het bloed van buren: genocide in Wolynië en Galicië’: een grootschalige expositie van het Instituut voor Nationale Herdenking.
Het cliché wil dat de vrijheidsstrijder in het ene land, de terrorist en massamoordenaar in het andere land is. Helaas klopt dat.
Zo geldt Stepan Bandera, leider van een andere Oekraïense nationalistische organisatie tijdens de Tweede Wereldoorlog, voor veel Oekraïners als held.
Maar in Polen wordt ook hij verantwoordelijk gehouden voor massamoorden gepleegd door zijn volgelingen, de ‘banderieten’.
Geschiedenis is een ideologisch en politiek wapen.
Vooral populistische en nationalistische politici (ook in Polen) hebben zich de voorbije jaren gretig getoond in het gebruik van historische narratieven om een eigen politieke agenda door te drukken.
Deze ‘weaponization of history’ is ook een drijvende kracht van het poetinisme; met alle gevolgen van dien.
Om te vermijden dat het verleden gekaapt wordt door eenzijdige historische narratieven is het cruciaal om met elkaar te praten.
Dat is des te belangrijker wanneer dat gesprek ongemakkelijk is. Maar zonder gesprek is ‘de’ geschiedenis een bom die in het eigen gezicht ontploft. Dat is precies wat nu voor zowel Oekraïne als Polen geldt.
Immers: de enige die baat heeft bij de spanningen tussen Kiev en Warschau is Moskou.

Lees ook
Lees ook
Klik op de hyperlinks
en lees meer berichten
Bron: De Morgen