Hugo Claus
Behoud
Behoud de begeerte.
Vergeet waarvoor je in de kou
wou staan en sterven
toen je dacht dat de wereld een lente
was of een tuin of een vrouw.
Verwacht dag en nacht
maar vergeet de vrees die je was.
Betaal geen rente voor je gedrag.
Morgen versnelt.
Gisteren zwelt
liefde doodt,
gaat niet dood.
Behoud geen resten.
Stap over haar schreef.
Zij blijft de welriekende dreef
in jouw verwoeste gewesten
Uit: ‘Gedichten 1948-2004’
De seizoenen
De Seizoenen 2.0 is een avontuurlijke,
eigentijdse jaarcyclus waarin muziek, poëzie,
illustratie en performance samensmelten tot één 360°-kunstervaring.
Pianiste Marie François blaast,
in samenwerking met Vonk & Zonen,
Tchaikovsky’s 150 jaar oude concept
nieuw leven in.
Elke maand verschijnt een nieuwe interpretatie
van één van zijn maandcomposities,
samen met een gloednieuw gedicht
en een bijpassende illustratie.
Leonard Nolens
11 april 1947 – 26 december 2025
Uit de tijd
Ik rijd naar huis in de bellende leegte
Van de laatste tram. Het wordt mijn tijd.
Verlaten straten komen samen, gaan uiteen
Op steeds dezelfde, stroevende punten.
Ik zit in mijn ijzer, lees de haltes, steeds
Dezelfde, door het raam dat wie weerkaatst.
Ik zoen de koude naam op de achterkant
Van mijn adres, verscheur de enige brief.
Het maanwit heeft weer niets verklaard.
De nacht bezit geen grond om op te rusten.
Het is vroeg in de slapende stad.
Het is laat in mijn slapeloos leven.
Bij een graf
Gekregen, van jou, gekregen
Twee ogen om naar je te kijken,
Mijn blik om je nooit meer te zien.
Gekregen, van jou, gekregen
Twee voeten om je te bezoeken,
Mijn reislust om je te verlaten.
Gekregen, van jou, gekregen
Twee lippen om je te zoenen,
Een mond om je nooit meer te spreken.
Gekregen, van jou, gekregen
Twee oren om je te horen
Vragen: wie is er verdwenen?
Gekregen, van jou, gekregen
Twee handen om je te dragen
Van ginds naar de plek waar ik sta.
Gekregen, van jou, me gekregen
Om hier alleen te zijn,
Hier samen te zijn met jou
Zonder jou.
Vermoeidheid
Laat
Remco Campert
Lamento
Hier nu langs het lange diepe water
dat ik dacht ik dacht dat je altijd maar
dat je altijd maar
hier nu langs het lange diepe water
waar achter oeverriet achter oeverriet de zon
dat ik dacht dat je altijd maar altijd maar
dat altijd maar je ogen je ogen en de lucht
altijd maar je ogen en de lucht
altijd maar rimpelend in het water rimpelend
dat altijd in levende stilte
dat ik altijd zou leven in levende stilte
dat jij altijd maar dat wuivende oeverriet altijd maar
Langs het lange diepe water dat altijd maar je huid
dat altijd maar in de middag je huid
altijd maar in de zomer in de middag je huid
dat altijd maar je ogen zouden breken
dat altijd maar van geluk je ogen zouden breken
altijd maar in de roerloze middag
langs het lange diepe water dat ik dacht
dat ik dacht dat je altijd maar
dat ik dacht dat geluk altijd maar
dat altijd maar het licht roerloos in de middag
dat altijd maar het middaglicht je okeren schouder
je okeren schouder altijd in het middaglicht
dat altijd maar je kreet hangend
altijd maar je vogelkreet hangend
in de middag in de zomer in de lucht
dat altijd maar de levende lucht dat altijd maar
altijd maar het rimpelende water de middag je huid
ik dacht dat alles altijd maar ik dacht dat nooit
hier nu langs het lange diepe water dat nooit
ik dacht dat altijd dat nooit dat je nooit
dat nooit vorst dat geen ijs ooit het water
hier nu langs het lange diepe water dacht ik nooit
dat sneeuw ooit de cipres dacht ik nooit
dat sneeuw nooit de cipres dat je nooit meer
Voor een dag van morgen
Uitgeverij Holland 1959
Literatuurmuseum
Kies je dichter
Klik op de foto's of hyperlink
Ja.
Men zal ons vergeten.
Dat is het leven, daar is niets aan te doen.
Alles wat ons nu zo serieus, zo betekenisvol,
zo ontzettend belangrijk voorkomt,
het vergaat met de tijd, het wordt vergeten,
het is niet belangrijk meer.
En het merkwaardige is dat wij nu niet kunnen weten wat ooit groot en belangrijk zal worden genoemd, en wat erbarmelijk en belachelijk zal worden gevonden.
Het kan ook gebeuren dat ons huidige leven, waar we nu vrede mee hebben, mettertijd uitermate vreemd zal lijken, ongerieflijk, onintelligent, allesbehalve puur,
misschien zelfs zondig…
Anton Tsjechov