Misschien schuilt het grootste gevaar van artificiële intelligentie niet in de mogelijkheid dat ze de wereld gestaag overneemt, maar in de vaststelling dat ze ons hulpeloos maakt, schrijft Bieke Purnelle.
Bieke Purnelle – De Standaard
11 december 2025
Leestijd: 4 min
Afgelopen week zag ik een filmpje voorbijkomen van Sam Altman op de bank bij tv-presentator Jimmy Fallon in The tonight show.
Fallon wilde weten of Altman ChatGPT gebruikte om z’n pasgeboren kind op te voeden.
“Ik kan me niet voorstellen hoe je een baby opvoedt zonder ChatGPT”, antwoordde Altman gezwind, zonder met de ogen te knipperen.
Ik vroeg me af of het een pr-grapje was, maar de man bleek het zowaar te menen. Het was even verbijsterend als hilarisch, maar toch vooral bedroevend.
Een van de rijkste en machtigste mensen ter wereld die geen benul heeft wat je met je baby moet doen zonder artificiële intelligentie.
Ik herinner me nog het ongebreidelde optimisme over wat AI ons allemaal zou brengen.
Altman zelf voorspelde:
- Dat zijn technologie de klimaatopwarming zou stoppen.
- Er zouden nieuwe medicijnen worden bedacht om zeldzame en dodelijke ziektes te behandelen.
- Mensen zouden voortaan geen monotoon en geestdodend werk meer hoeven te doen.
- AI zou de wetenschap een spectaculaire boost geven, dankzij onbeperkte onderzoeksmogelijkheden naar pakweg historische documenten, de perimenopauze, verkeersveiligheid of rijstteelt.
Benieuwd wat er van al die ronkende beloften in huis komt, maar voorlopig zijn er vooral signalen van potentiële schade.
“De blinde vlekken van een model reflecteren de (voor)oordelen en prioriteiten van de uitvinders”, aldus datawetenschapper Cathy O’Neil, auteur van het boek Weapons of math destruction, waarin ze onder meer de kwalijke impact van algoritmen beschrijft.
“Er is maar weinig scepticisme. Algoritmen zijn als blinkend nieuw speelgoed waaraan we niet kunnen weerstaan. En we hebben er zoveel vertrouwen in dat we er betekenis aan toeschrijven.”
Die hang naar betekenis maakt dat mensen AI inzetten als romantische partner, therapeut of loyale vriend.
Op het eerste gezicht lijkt de technologie te beantwoorden aan een diepe menselijke nood, de nood aan contact en verbinding.
De vraag is of we die nood kunnen lenigen met een machine die ons nooit tegenspreekt, nooit een slechte dag heeft en zelfs niets terugvraagt.
De machine wijst ons niet af, stelt ons nooit teleur, stelt niets in vraag.
Het is een toverspiegel die al onze kleine, lelijke kantjes wegfiltert tot we de beste, mooiste, ideale versie van onszelf zien.
Dat was wellicht nooit de bedoeling.
Uit gelekte interne berichten over de AI-functie van Whatsapp blijkt dat men achter de schermen geen idee heeft wat te doen met bijvoorbeeld flirterige berichten van minderjarigen die verliefd worden op “hun” chatbot.
Maar intussen blijven de afhankelijk geworden gebruikers wel terugkeren naar hun onmisbaar geworden maatje, wat dan weer mooi meegenomen is.
Natuurlijk kunnen we een AI-systeem sociaal wenselijk gedrag aanleren. Maar dat betekent niet dat het zich bewust is van dat gedrag, van de sociale context waarbinnen het wordt gesteld of van mogelijke morele afwegingen.
Robots hebben geen moraal.
Het verbluffendste aan de video van Altman op de sofa bij Fallon was de vanzelfsprekendheid waarmee de man toegaf niet in staat te zijn om zijn kind in leven te houden zonder de hulp van AI.
Iedere nieuwbakken ouder kent de onzekerheid en de twijfels die ons overvallen bij de geboorte van een kind.
- Waarom huilt het?
- Zou het honger hebben?
- Heeft het een verse luier nodig?
- Een boertje misschien?
Je weet het niet, dus je probeert wat en je leert door naar het kind te kijken, door de signalen te lezen en uiteindelijk te herkennen.
Die zoektocht mag dan lastig zijn, hij maakt onlosmakelijk deel uit van het proces dat ouderschap heet.
Zoals we ook betere relaties aangaan met anderen door hun individuele eigenschappen, perspectieven en ervaringen echt te leren kennen.
Door de reacties van andere mensen leer je dat je niet zomaar alles kunt zeggen wat in je opkomt.
- Je leert dat je niet altijd je zin kunt krijgen, omdat anderen ook rechten en noden hebben.
- Je leert compromissen en vrede sluiten door interactie en frictie.
- Je leert andere standpunten kennen en begrijpen door erover te debatteren.
- Je leert beter na te denken door te argumenteren.
Als we alleen nog bevestigd worden in onze eigen navelstaarderij, worden we hopeloze narcisten.
Als elke twijfel of onzekerheid bij voorbaat wordt gefnuikt, omdat er ergens kant-en-klare antwoorden en oplossingen voor het grijpen liggen, dan hoeven we niet te wikken en te wegen, dan kunnen we stoppen met zoeken, twijfelen, nadenken en proberen.
Dan kunnen we stoppen met alles wat van mensen betere, slimmere, creatievere mensen maakt.
Terwijl de machine slimmer wordt, worden we zelf vooral dommer.
Misschien schuilt het grootste gevaar van artificiële intelligentie niet in de mogelijkheid dat ze de wereld gestaag overneemt, maar in de vaststelling dat ze ons hulpeloos maakt, omdat we de essentiële aspecten van ons mens zijn zo gewillig afstaan.

Bieke Purnelle is freelanceschrijver en directeur van Rosa, kenniscentrum
voor gender en feminisme.

Lees ook
Klik op de hyperlinks
en ontdek meer berichten
Bieke Purnelle – Artificiële Intelligentie
Bron: De Standaard