De val van de Nederlandse regering toont de zwakheid van het rechts-populisme, schrijft Marc Reynebeau. Mensenrechten zijn geen links monopolie, maar een door waarden gedragen democratisch project.
Marc Reynebeau – De Standaard
3 juni 2025
Leestijd: 6 min
De radicaal-rechtse Nederlandse politicus Geert Wilders dacht dat hij zijn best had gedaan.
Nadat de rechts-liberale VVD had gesteld dat ze ook best met extreemrechts kon regeren, als het maar groot genoeg was, stopte hij enkele van zijn meest radicale plannen in het vriesvak, waarna zijn PVV bij de verkiezingen van eind 2023 24,7 procent van de stemmen haalde.
De PVV, een eenmanspartij met Wilders als enige lid, werd de grootste van het land, klaar om mee te regeren.
Wilders legde zich neer bij het veto tegen zijn persoon als nieuwe premier en beloofde mee de rechtsstaat en de internationale en EU-verbintenissen te respecteren, met de partijloze ex-topambtenaar Dick Schoof als premier van het ambitieuze rechtse kabinet.
Tot gisteren dus, toen Wilders zijn bewindslieden uit de coalitie liet opstappen. Want, zegt hij, het schiet niet op met het asiel- en migratiebeleid.
Toch is het PVV-minister Marjolein Faber die daarover allerlei plannen in de maak beweert te hebben, terwijl de drie coalitiepartners zeggen dat ze daar welwillend naar uitkijken.
Maar Wilders koos voor de vlucht vooruit met een lijstje van tien prioriteiten, zoals het leger “morgen” de grenzen laten sluiten om asielzoekers te weren.
Net zoals Duitsland al doet, zegt Wilders, en toen een rechter daar maandag in een individueel geval bezwaar tegen maakte, legde de regering in Berlijn dat zonder meer naast zich neer, aldus de PVV-leider.
Wilders’ bezwaar heeft veel gemeen met dat van de negen Europese regeringsleiders, onder wie de Belgische premier Bart De Wever (N-VA), die twee weken geleden hun beklag maakten over het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Of liever, ze klaagden over hoe het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat verdrag “interpreteert”.
De Europese rechters zouden “de ruimte” voor een nationaal beleid te zeer inperken, met name om “criminele migranten te deporteren”.
“De bevolking” wil die lui het land uit, zei De Wever vorige week in het parlement, wat overeenstemt met het type argument dat Wilders vaak inroept, dat “de Nederlanders daarvoor gestemd hebben”.
Laffe rechters
Kortom, het volk wil het, politici willen het, maar wetten en verdragen en vooral rechters houden het tegen.
Om niet die wetten en verdragen zelf te moeten afvallen, richten politici hun pijlen daarom op wat ze “activistische”, of, in Wilders’ geval, “laffe”, met de elite heulende rechters noemen.
Die kritiek domineerde ook de Brexit campagne in 2016, die voorhield dat het nodig was “to take back control”, om Britse politici terug te geven wat het Europese Hof hen zogezegd ontnam, het recht om een eigen interpretatie te geven aan het EVRM.
En niet toevallig dreigden de asielprioriteiten in Wilders’ ultimatum evenzeer op tal van bezwaren te stuiten, omdat ze praktische onuitvoerbaar zijn of ingaan tegen EU-regels en tegen het EVRM.
Met zijn Duitse voorbeeld gaf Wilders al aan wat de politiek ermee moet doen: rechterlijke tegenspraak negeren. En door maar meteen uit de regering te stappen, hoeft hij het publiek niet te bewijzen dat hij tot zo’n forcing in staat is, of dat het ook zo werkt.
In de praktijk zet de kabinetsval geen aarde aan de dijk, maar het imago van compromisloze radicaliteit blijft overeind.
Het liep al lang scheef in het kabinet-Schoof. De praktijk van het regeren viel de PVV al niet mee, met veel gestuntel dat ook het vermeend sociale programma van de partij hinderde.
En Wilders (een “Poetin-vriendje”, aldus zijn VVD-collega Dilan Yesilgoz vorige zondag nog) had ook veel moeite met de steun aan Oekraïne, de groei van het defensiebudget of de kritiek op Israël.
In de peilingen kachelde de partij gestaag achteruit. Tijd om in te grijpen dus, en de perceptie bij de kiezer te keren.
Wilders koos asiel en migratie als breekpunt – dat is tenslotte het handelsfonds van de PVV.
Dat het niet goed gaat met het klimaat, kunnen populisten nog vlakaf ontkennen, dat de staatsfinanciën pijnlijke ‘offers’ vergen, tot daar aan toe, maar dat politici weinig greep krijgen op de complexiteit van asiel en migratie, kunnen ze niet erkennen, toch niet als ze in hun verkiezingsbeloften het tegendeel beweren.
Achterhaalde wetten
Ook daarin ligt een parallel met de niet van nationalistische en populistische ondertonen gespeende klacht van De Wever en de zijnen.
Het initiatief ertoe kwam van de ook al radicaal-rechtse Italiaanse premier Georgia Meloni.
Al zeggen die premiers het niet woordelijk, de schuld ligt niet bij hen, maar elders, bij ideologisch vast vooringenomen rechters, bij achterhaalde wetten.
Niet toevallig jammerde Wilders gisteren dat Nederland al door de nieuwe Duitse regering zou zijn “ingehaald”.
Over asiel en migratie is een nogal wrange competitie aan de gang.
Wilders beloofde zijn kiezers “het strengste asielbeleid ooit”, een begrip dat de Belgische bevoegde minister Anneleen Van Bossuyt (N-VA) ongegeneerd napraat.
Het moet voor Wilders niet alleen “het strengste ooit” in Nederland zijn, maar in de hele EU, en zie, voor hem geven Duitsland, Oostenrijk en … zelfs België hem en Nederland het nakijken.
In die mentaliteit (en de bijbehorende retoriek) ligt de bron van een heilloos politiek opbod.
Niet alleen radicaal-rechts is erdoor behept, het verblindt ook politici die hopen op makkelijk electoraal gewin.
Ze noemen dat opbod dan “realpolitiek”, dezelfde die fors tegen Poetin tekeergaat, maar zich amper uitlaat over Israëls oorlogsmisdaden in Gaza – en dan toch verbaasd is als dat eindigt in een verwijt van hypocrisie.
Politici kunnen het alleen geloofwaardig opnemen voor de democratie en de internationale rechtsorde als ze de waarden waarop die steunen even ernstig nemen, in een ethiek van gerechtigheid, solidariteit en empathie.
Iemand als defensieminister Theo Francken (N-VA) wuift dat allemaal weg als, ook al met een rechts-radicale term, “deugpronken” of, erger nog, “woke”.
Historische verblinding
De opportunistische argwaan tegenover het EVRM en het Europees Hof werkt niet alleen normatieve onverschilligheid in de hand, maar leidt ook tot historische verblinding.
Dat “activistische” rechters die te nauw letten op rechtsregels links-ideologisch vooringenomen zouden zijn, strookt allerminst met de geest en inspiratie van het EVRM.
Het verdrag dateert van 1950, niet alleen als verweer tegen het toen net verslagen totalitaire fascisme, maar ook – de Koude Oorlog woedde volop – als reactie tegen de dictatuur van het Sovjet-communisme, dat hooguit collectieve rechten erkende, maar bitter weinig ontzag had voor de rechten van het individu.
Het verdrag was uitdrukkelijk het resultaat van wat de historicus Marco Duranti “een conservatieve agenda” noemt.
Respect voor de mensenrechten werd een belangrijk onderdeel van de Helsinki-akkoorden (1975) tussen de toenmalige grootmachten, zodat de VS en West-Europa ze systematisch konden inroepen om de Sovjet-Unie te bekritiseren, terwijl dissidenten zich ermee tegenover Moskou konden legitimeren.
Het regime in Moskou kwam er permanent mee in diskrediet, zodat de nadruk op de mensenrechten in niet geringe mate bijdroeg tot de val ervan in 1989.
Ook het nieuwe conflict met Moskou draait om respect voor democratie, vrijheid en andere normen en waarden die via de mensenrechten zijn gecodificeerd.

Marc Reynebeau is journalist, verbonden aan deze krant. Zijn column verschijnt wekelijks op woensdag.
Lees ook
Lees meer berichten van
Marc Reynebeau
Bron: De Standaard