De Cel Vermiste Personen van de federale politie bestaat dertig jaar. Al die tijd was Alain Remue (65) het gezicht en het uithangbord. Maar volgende maand gaat hij met pensioen. “Ik heb dit nooit als werk beschouwd. Ik ben vooral dankbaar dat ik dit heb mogen doen.”
Mark Eeckhaut – De Standaard
15 augustus 2025
Leestijd: 12 min
Vermiste en vermoorde kinderen en volwassenen, feestvierders die in het water terechtkomen, maar evengoed demente senioren die weglopen uit een woonzorg centrum. De Cel Vermiste Personen zocht hen de voorbije dertig jaar allemaal.
“Soms lijkt het alsof alles kommer en kwel is. Maar slechts 12 procent van onze zaken loopt slecht af. 88 procent eindigt goed. Slechts 1 procent van onze verdwijningen is crimineel. Maar het zijn vooral die laatste zaken die de mensen onthouden.”
We hebben met Alain Remue afgesproken in een Antwerps park. In datzelfde park zaten we zestien jaar geleden ook al eens met hem aan de rand van een volle speeltuin. Of hij zich nog herinnert wat hij toen zei, vragen we hem.
“Oei, was het zo erg?”
“Je vroeg je af of er geen man met slechte bedoelingen aan de speeltuin rondhing. Het is te zeggen: je was er zeker van dat die er was, je vroeg je alleen af wie het zou zijn.”
“Ja sorry, ik kan daar niets aan doen. Ik ben de voorbije dertig jaar waarschijnlijk een paar keer te vaak op de donkerste plaatsen van het leven geweest.
“Mijn dochter zei ooit: ‘Papa, als ik met jou langs het water loop, kijk jij alleen maar of er een lijk in ligt.’”
Van de scouts naar de rijkswacht
Een tijdje na het gesprek aan de speeltuin van zestien jaar geleden, haalde Remue de krantenkoppen toen hij met Kerstmis in Gent eigenhandig een man van de ijspiste haalde. Die man ging verdacht familiair om met de jonge kinderen op de piste. Een van de kinderen was de dochter van Remue.
“Ik ben geboren en getogen in Merelbeke. Ik woon er vandaag nog. Ik kom uit een warm nest. Door de jaren heen en door de dossiers die we behandeld hebben, ben ik meer en meer gaan beseffen welk voorrecht dat is.
“Ik wilde eigenlijk architect of ingenieur worden, maar wiskunde was niets voor mij. In een opwelling heb ik voor de rijkswacht gekozen toen ik een advertentie zag in een folder. Ik heb er nooit spijt van gehad.”
“De rijkswacht was toen nog militair, de opleiding was hard. Kamperen in de regen en de kou, in de modder … Maar ik was bij de scouts en ik deed dat graag.
“47 jaar lang ben ik bij de rijkswacht en later de federale politie gebleven. De rijkswacht zoals die in beeld komt in de tv-reeks 1985 herken ik helemaal niet. Voor mij was de rijkswacht één grote familie, waarbinnen iedereen aan hetzelfde zeel trok.”
“Ik heb in de jaren 1980 nog met een geweer in de aanslag op het dak van een Delhaize gelegen, toen er gevreesd werd voor nieuwe aanslagen van de Bende van Nijvel.
“Ook bij het Heizeldrama in 1985 was ik erbij. We kwamen versterking leveren toen het drama net gebeurd was. Daar zag ik voor het eerst dode mensen, ze lagen in een rij naast het stadion.”
“Die van Brussel”
In juni 1995 verdwenen in Grace-Hollogne bij Luik twee kleine meisjes: Melissa Russo en Julie Lejeune. Het was het begin van de zaak-Dutroux, de zaak die België voorgoed zou veranderen. Ook het leven van Remue zou nooit meer hetzelfde zijn.
“Het was ver van mijn bed, op dat moment. Ik was mijn examen om luitenant te worden aan het voorbereiden. In juli 1995 slaagde ik en in augustus was ik met vakantie.
“En toen verdwenen er weer twee meisjes: An en Eefje. De media roerden zich, de politiek werd zenuwachtig.”
“De toenmalige minister van Justitie, Stefaan De Clerck (CD&V), schreef een nota aan generaal Willy De Ridder, de opperbevelhebber van de rijkswacht, waarin hij zei dat er ‘iets’ moest gebeuren.
“Er waren nóg kinderen verdwenen: Nathalie Geijsbregts al sinds 1991, Kim en Ken Heyrman in 1994. Kim was dood teruggevonden, Ken niet. Waar waren al die kinderen?”
“Zoals dat gaat met nota’s, sijpelen die langs de hiërarchische weg door naar beneden. Op een dag kwam majoor Danny Decraene, mijn chef, bij mij en hij zei:
‘Zou dat niets voor u zijn, om dat aan te pakken? Jij hebt op de officierenschool toch actieplannen leren maken?’
“Wat de majoor in mij had gezien, weet ik niet, maar ik ben dertig jaar geleden op die trein gestapt en die is nooit meer gestopt. Ik ben de majoor vandaag nog altijd enorm dankbaar. ”
De Cel Vermiste Personen, die toen nog de Cel Verdwijningen heette, stootte op veel weerstand in het begin.
“We hebben dat voorzichtig aangepakt. Veel politiemensen en parketten die de verdwijningen onderzochten, zagen ons als indringers.
“‘Die van Brussel zouden het eens komen uitleggen’, dat was de teneur. Ze hadden ons niet nodig.
“Ik herinner mij een verdwijning in Brugge in die begindagen waar ze ons de toegang weigerden op een coördinatievergadering.”
De nummerplaat van Dutroux
“Maar wij hebben ons altijd nederig gedragen. We hebben vriendelijk gevraagd of we konden helpen en waarmee. En zo hebben we stilaan het vertrouwen gewonnen. Het was een proces van vallen en opstaan.
“In augustus 1996 heeft een van onze mensen dan een doorbraak geforceerd in de zaak-Dutroux.
“Een student in Bertrix had een aantal letters van de nummerplaat van een verdachte bestelwagen genoteerd toen Laetitia Delhez daar was verdwenen. We zijn er op het bureau in Brussel in geslaagd die nummerplaat aan Marc Dutroux te koppelen. De rest is geschiedenis.”
Acht maanden eerder was Remue naar Quantico in de Verenigde Staten getrokken om er bij de FBI te leren over seriemoordenaars.
“We wilden bij de Cel alle mogelijke kennis vergaren die nuttig kon zijn voor ons werk. Maar ik geef het eerlijk toe, toen ik uit de VS terugkwam met mijn kennis over Ted Bundy en andere seriemoordenaars dacht ik: ‘Allemaal goed en wel, maar we zijn in België, niet in de VS.’
“Zelden heb ik me zo vergist.
“Een beetje later was er Marc Dutroux en daarna kwamen Michel Fourniret, Andras Pandy, Ronald Janssen, Abdallah Ait Oud en Steve Bakelmans, de moordenaar van Julie Van Espen.
“Allemaal op hun manier seriemoordenaars en -verkrachters.”
Recidivisten
Remue zocht al die jaren zelf mee naar kinderen of jonge vrouwen die het slachtoffer werden van moordenaars.
Stacy (7) en Nathalie (10) haalde hij in de zomer van 2006 in Luik mee uit het riool waarin hun moordenaar, Abdallah Ait Oud, hen gedumpt had.
Ook het lichaam van Julie Van Espen tilde hij op 6 mei 2019 in Antwerpen mee uit het Albertkanaal.
“Julie was even oud als mijn dochter, dat heeft me hard geraakt.”
Hij heeft er een sterke mening over seksuele delinquenten aan overgehouden.
“Het wordt me wel eens kwalijk genomen als ik dat zeg. Maar dat soort seksuele delinquenten mag je nooit vrijlaten.
“Het bewijs is er: bijna allemaal herbeginnen ze, als ze een tweede kans krijgen. Dutroux was een recidivist, Bakelmans en Ait Oud ook.”
“Abdallah Ait Oud heb ik mee ondervraagd vlak na zijn arrestatie in 2006. Na de ondervraging draaide mijn collega van de moordsectie van Luik zich naar mij en zei: ‘Geloof je in de duivel, Alain? Want ik denk dat we hem zopas gezien hebben.’ Ik had net hetzelfde gevoel.
“Wij zitten hier rustig op een terras, maar ergens daarbuiten loopt nu een nieuwe Marc Dutroux of Ronald Janssen rond. Dat geef ik je op een blaadje.”
“Het meeste wat ik geleerd heb in deze job, heb ik geleerd van de ouders van vermiste kinderen”, is een van uw bekende uitspraken.
“Ik heb deze job met scha en schande geleerd. Ik herinner me onze allereerste verdwijning, die van Liam Vandenbranden in mei 1995 aan het Zennegat in Mechelen.
“Liam was 2 jaar en hij is meer dan waarschijnlijk in het water gesukkeld. Maar we hebben hem nooit gevonden.”
“Tegen een tante van Liam had ik na de verdwijning gezegd dat hij wel zou boven komen.
“In 2019 – 25 jaar later – lieten we een verouderingsfoto van Liam aan de familie zien. Die tante sprak me toen boos aan. Ze was niet vergeten wat ik toen had gezegd.
“Dat was fout van mij. Je mag de nabestaanden nooit iets zeggen wat niet klopt. Alles wat je zegt, moet je kunnen onderbouwen. In het water kan er zoveel gebeuren met een lichaam waardoor het niet bovenkomt. Dat wist ik toen niet, nu wel.”
“Als er één ding is waarvan ik vandaag zeker ben, is dat je ouders van vermiste kinderen geen beloften mag maken die je niet kunt waarmaken.
“Als ik iets niet weet, dan zeg ik dat ik het niet weet.”

Lucas Vanclooster, de papa van Frederik die op 1 januari 2020 na een fuif in Vilvoorde in het Kanaal viel, noemde uw stijl van omgaan met families in Humo “empathisch realisme”.
“Dat vond ik een mooi compliment. Vermoedelijk heb ik dat talent. Ik heb geen schrik om de zaken uit te leggen, hoe erg en cru ze ook zijn. Ik verbloem de waarheid niet. Mensen hebben daar recht op en ze aanvaarden dat meestal ook.
“Het is niet dat ze dan nooit kwaad op me zijn. Als ik hen bijvoorbeeld moet uitleggen dat we stoppen met zoeken, omdat we geen aanwijzingen meer hebben …
“Maar ze mogen kwaad zijn. Ik vergeef hen alles.”
“Ik denk dat ik dat wel kan zeggen, met mijn dertig jaar ervaring: er is niets ergers dan de ouder van een vermist kind zijn.
“Elke dag moeten opstaan met het idee dat je niet weet waar je kind is, is verschrikkelijk. Vraag dat maar aan Eric Geijsbregts, de papa van Nathalie.”
“Die mensen mochten me altijd bellen. Ze hebben allemaal mijn nummer. Ik was altijd bereikbaar. Dag en nacht. Ook nu nog. Betrokkenheid is een van de belangrijkste woorden uit mijn leven. Die stopt niet om 6 uur ’s avonds.”
“Een tijd geleden kwam er tijdens een grote zoekactie naar een verdwenen bejaarde vrouw een hoofdinspecteur naar mij toe in de late namiddag.
“Hij zei: ‘Commissaris, hoelang gaat dat hier nog duren, want om 18 uur hebben wij gedaan.’
“Ik ben uit mijn vel gesprongen. Je kunt niet een beetje zoeken naar een vermiste oma. Dat gaat niet. Als je zoekt, dan zoek je om haar te vinden en zolang er een kans is dat je haar vindt, blijf je doorgaan.
“Ik zal ouderwets zijn, maar ik krijg de kriebels van die discussies over work-lifebalance.”
Denkt uw vrouw daar ook zo over?
“Ik heb veel dingen gemist omdat ik weg was voor het werk, maar Kristien heeft me dat nooit kwalijk genomen. Ik kan de keren niet tellen dat we met twee auto’s naar een feestje zijn vertrokken voor het geval ik opgeroepen zou worden.
“Ik herinner me dat ik thuiskwam van een congres in Ottawa en dat er plots een nieuwe badkamer geïnstalleerd was in huis. Een andere keer bleken we een hond te hebben.”
“Ik heb zeker ook belangrijke gebeurtenissen in het leven van mijn kinderen gemist. Maar de eerste spreekbeurt van mijn dochter op school ging over het werk van haar papa en mijn zoon maakte tekeningen over zijn vader, ‘de flik’.
“De Cel Vermiste Personen maakte deel uit van ons leven en dat was oké.”
Hoe verwerkte u alle miserie die u te zien en te horen kreeg?
“De verdwenen kinderen waren het ergst. Ik herinner me dat we op een dag op zoek waren naar een kindje van tien dat thuis weggelopen was na een ruzie. Het kindje had zware mentale problemen, het was thuis tot een uitbarsting gekomen. Hij had gezegd: ‘Ik hang me op.’
“De vader, uitzinnig van woede had gezegd: ‘Doe maar’. We hebben de jongen later op de avond honderd meter verderop dood teruggevonden, met een afscheidsbriefje erbij. Dat is lang blijven hangen.”
“Maar het meest heb ik afgezien van de dood van Olivier, een van onze duikers en een goede vriend. Hij is in 2011 in de problemen geraakt tijdens een zoekactie in de Maas naar twee verdwenen kindjes.
“Op een dag, maanden later, is al mijn haar in één keer uitgevallen. Een reactie op het trauma. Ik ben maanden niet gaan werken. Ik heb toen veel hulp gehad van het stressteam van de federale politie.
“Mij zul je daar nooit lacherig horen over doen. Iedereen bij de Cel heeft op een dag nood aan psychologische hulp.”

Was het dat allemaal waard?
“Na de zaak van Stacy en Nathalie in 2006 heeft Jean-Denis Lejeune, de papa van de door Dutroux vermoorde Julie, op tv gezegd:
‘Onze kinderen zijn dan toch niet voor niets gestorven. Politie en justitie hebben er veel uit geleerd. Er wordt vandaag gewerkt zoals het hoort.’
“Een mooier compliment kun je niet krijgen dan wanneer een ouder van een vermist of een vermoord kind zoiets over jouw dienst zegt.
“Volstaat dat als antwoord?“

© Jimmy Kets
Lees ook
Lees andere berichten in deze categorieën
Bron: De Standaard