Gaza – Open brief – Beste politici, dit ging toch ‘nooit opnieuw’ gebeuren


Emilie Poelmans is ‘een bezorgde burger en moeder’. Ze schreef deze brief over de oorlog in Gaza aan de Vlaamse regeringspartijen.

Emilie Poelmans – De Morgen

9 augustus 2025

Leestijd: 6 min


Beste politici,

Ik ben 10 en ik leer voor het eerst op school over de twee wereldoorlogen. “Het is belangrijk”, zegt de leerkracht, “want het mag nooit opnieuw gebeuren”. Dus moeten we er over blijven praten.

Ik ben 11 en op school leren we over het dagboek van Anne Frank. Ik begrijp niet hoe een hele groep mensen de schuld kan krijgen en vervolgd kan worden voor iets waar ze eigenlijk niet echt iets aan kunnen doen, of zelfs maar iets mee te maken hebben.

Ik ben 12 en we gaan op klasuitstap naar Ieper. In een museum leren we over de oorlog en de horror die daarmee gepaard gaat. Het is een belevingsmuseum, nog voor dat een hip woord was. Ze willen dat we kunnen voelen, ervaren, ons toch een heel klein beetje kunnen proberen voorstellen hoe het geweest moet zijn in de loopgraven of op het slagveld.

Ik ben 13 en met mijn ouders en broers in Berlijn. We bezoeken musea, overblijfselen van de muur, Checkpoint Charlie… Maar wat het meeste indruk op me maakt, is het Joodse Museum. In een donkere ruimte met enkel een dunne streep licht, is er stilte voor al die mensen die vermoord werden tijdens de Holocaust. Daarna wandelen we in stilte door het enorme oorlogsmonument. Nooit meer opnieuw.

Ik ben 14 en ik moet De Golf van Morton Rhue lezen. Ik denk dat ik het begrijp. Al eindigt het voor het echt uit de hand kan lopen. Daar grijpt iemand in.

Ik ben 15 en ik leer over de geopolitieke oorzaken, die het kleinmenselijke lijken te overstijgen. Het gaat niet enkel over individuele keuzes. Het gaat over politiek. Over machtsverhoudingen, over geld, over ongelijkheid, over het gevoel minderwaardig te zijn en je daar tegen te willen verzetten. Het gaat over willen wat een ander heeft. Over wraak. Het gaat dus, ondanks alles, nog steeds over het kleinmenselijke.

Ik ben 16 en in de lessen geschiedenis zijn we bij de periode net na de Tweede Wereldoorlog. We leren over alle maatregelen die getroffen werden, de afspraken die werden gemaakt, de instanties die er komen om te voorkomen dat dit ooit nog eens gebeurt. We leren over de Europese en Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Over hoe de VN wordt opgericht, over het Internationaal Gerechtshof. Over alle instanties, afspraken en alle maatregelen om genocides sneller te herkennen, erkennen en – vooral – om ze te voorkomen.

Ik ben 17 en soms heb ik het gehad met al die geschiedenislessen. Ik denk dat ik het nu wel gesnapt heb. Ik ben een naïeve puber en denk dat genocides niet meer voorkomen. Het zal nog jaren duren voor ik leer over Srebrenica, over Rwanda… Over alle keren dat de instanties en verdragen genocides niet hebben kunnen voorkomen. Dit is Europa, denk ik. Hier gebeurt dit nooit opnieuw. Daarvoor hebben we al die musea, al die monumenten en vooral al die instanties en verdragen. Toch?

Ik ben 19 en ik volg aan de universiteit een keuzevak ‘Inleiding tot de Joodse cultuur’. Ik leer over Israël en de complexiteit en geschiedenis die daarachter schuil gaat. Het fascineert me hoe mensen zoiets als wat er in de Tweede Wereldoorlog gebeurde, overleven. Maar vooral, hoe het leven verder moet daarna en wat met die volgende generaties. Hoe verwerk je zoiets? Hoeveel generaties blijft dit doorleven? Er worden meerdere lessen gewijd aan het conflict tussen Israël, de Palestijnen en alle landen die daarbij betrokken zijn.

Ik ben 20 en op Erasmus in Lodz, Polen. Ik bezoek er Auschwitz. De stapels schoenen, het haar en vooral de krassen op de muur in de gaskamers… Ik voel voor het eerst in mijn leven hoe de tijd tussen toen en nu bijna overbrugd wordt.

Ik ben 21 en lees een boek over de Joodse getto’s in Lodz met hun erbarmelijke omstandigheden. Ik kreeg het van mijn oma, die de oorlog als kind nog zelf meemaakte.

Ik ben 28 en Dries Van Langenhove wordt als eerste van velen naar Kazerne Dossin gestuurd. Ik vraag me af of hij ooit De Golf heeft moeten lezen.

Ik ben 30 en ik volg de gebeurtenissen in Palestina en Israël op mijn telefoon. De complexiteit van het conflict verlamt mij. Ik doe niets. Ik kijk toe.

Ik ben 30 en ik kom op straat samen met duizenden andere mensen. We roepen. Luid. Het is geen geruis.

Ik ben 31 en 48 uur lang worden alle namen van de verzetsstrijders voorgelezen in het fort van Breendonk.

Ik ben 32 en mijn kind huilt. Hij heeft honger, maar het eten is nog niet klaar.


In mijn hoofd zitten de beelden van moeders met kinderen die ondertussen apathisch zijn van de honger, de mannen en jongens die doodgeschoten werden tijdens het wachten op een beperkte hoeveelheid voedsel, de kleine lijkzakjes met rode vlekken…
Ik heb geleerd niet weg te kijken.

We kunnen niet zeggen dat
we het niet wisten.

Jullie kunnen niet zeggen
dat jullie het niet wisten.

Wanneer mijn kind 11 is, zal hij leren over Anne Frank. Misschien leert hij ook over Ahmed uit Gaza, een jongen van ongeveer 10 jaar die groenten probeert te verbouwen op zijn dak om de ergste honger te stillen.

Hij houdt geen verborgen dagboek bij,
maar heeft een publieke Instagrampagina.

Als de leerkracht het niet doet, zal ik mijn kind erover vertellen. Hij gaat het niet begrijpen.
Ik ga het hem niet kunnen uitleggen.

“We moeten leren van onze geschiedenis”.
Dat werd mij al die jaren verteld,
dus ook ik begrijp dit niet.


Beste politici,

Het gezegde ‘voor het te laat is’, is al niet meer van toepassing. De genocide is in volle gang.

Alle instanties die in het leven geroepen werden na WOII hebben dat formeel bevestigd. We hebben het niet voorkomen. Maar dat wil niet zeggen dat we het dan nu maar moeten laten gebeuren.

In de geopolitiek zijn wij een klein land,
maar op menselijk vlak kunnen we mee een beweging in gang trekken.

We staan er niet alleen voor:
veel kleine landjes maken een groot.

Soms hebben we maar een paar moedige mensen nodig om een lijn te trekken.
Om een beweging in gang te zetten.
Om mee tegen de bal te duwen.

Dit kan het begin zijn van het einde van een genocide.

Wij, de burgers van dit land,
hebben onze stem laten horen.

Al vaak.
En luid.
En massaal.

En jullie, de politici, vertegenwoordigen ons.
Zo hebben we dat hier geregeld.
Jullie worden daarvoor betaald.

Dus, doe jullie werk en vertegenwoordig ons: tref sancties. Neem een standpunt in binnen Europa. Breng de bal mee aan het rollen.
Beëindig mee de genocide.

Tachtig jaar lang geven we al herinneringen door van generatie op generatie. Tachtig jaar lang dezelfde geschiedenislessen.

We zouden beter moeten weten.
Jullie zouden beter moeten weten.

© Lectrr

Op 15 juni kwamen duizenden betogers op straat in Brussel. Bron Martin Corlazzoli

Lees ook


Overzicht

Lees alle berichten in deze categorieën

,

Bron: De Morgen

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven