Eind deze maand kiest Groen een nieuwe voorzitter. Hij of zij moet de partij redden. Ook van zichzelf. Al zeven jaar, sinds de teleurstellende verkiezingen van 2019, woedt in het zelfverklaarde huisje weltevree een slepende machtsstrijd. Geschiedenis van de groene zelfvernietiging.
Jeroen Van Horenbeek en Stavros Kelepouris
7 maart 2026
Leestijd: 19 min
‘We leven in de illusie dat dit geen partij is waar de ego’s botsen. Dikke zever’
1. De overwinningsnederlaag
De lente van 2019. Voor de Willibrorduskerk, in hartje Antwerpen, verzamelt de partijtop van Groen. Voorzitter Meyrem Almaci trapt de kiescampagne op gang, met alle schijnwerpers op het klimaat gericht.
“Het is nu of nu”, zegt ze. “Bij deze verkiezingen draait het om de volgende tien tot twintig jaar.”
Als nooit tevoren kijkt Groen uit naar de verkiezingen. Volgens de peilingen kan de partij haar score verdubbelen: van 8,5 procent in 2014 naar misschien wel 15 procent. Meesurfend op de golven van de klimaat marsen van Anuna De Wever droomt Groen zelfs van de symbolische 20 procentgrens. Het vertrouwen klotst tegen de plinten.
Almaci noemt Groen “de nieuwe leiders op links”. Kristof Calvo, de federale kopman, ziet de partij tegen 2025 een kwart van de stemmen halen en de premier leveren:
“2019 moet voor ons worden wat 2009 is geweest voor de N-VA: de stap van een kleine naar een middelgrote partij. Klimaat is voor deze eeuw wat de sociale zekerheid was voor de vorige eeuw.”
Toch gaat het in de kiescampagne al snel bergaf met Groen. Vanop haar wolk heeft de partijtop, aangevoerd door Almaci, Calvo en Vlaams kopman Björn Rzoska, te weinig zorg besteed aan de uitwerking van het eigen programma. Onder druk van N-VA en Open Vld wordt nog snel een klimaatplan voorgesteld. Het blijkt een cadeau voor de concurrentie.
Vooral de gevolgen voor de automobilist, die volgens Groen zijn tankkaart en salariswagen moet inleveren, blijken onvoldoende doorgerekend.
In een rampzalig debat met Ivan De Vadder weet Calvo van geen hout pijlen te maken. Hij stottert en ontwijkt de vragen, zonder succes. N-VA en Open Vld waarschuwen maar al te graag voor een “groene belastingtsunami”.
“Er was een totaal gebrek aan professionalisme”, blikt een partijbron terug.
“We hadden gewaarschuwd voor de slechte onderbouwing, maar de partijtop veegde die bezwaren allemaal van tafel. Men dacht onaantastbaar te zijn”, klinkt het elders.
Bron Aurélie Geurts
Sowieso staat de verstandhouding tussen Almaci, Calvo en Rzoska al langer onder druk. Er is een verschil in stijl: Almaci en Calvo zijn heel verbaal, Rzoska is bedachtzaam.
Als hij zijn collega’s op vergaderingen tot meer kalmte maant, valt dat slecht. Maar ook tussen Almaci en Calvo borrelt het. Naar haar gevoel probeert Calvo de partij over te nemen.
Over wie de kiescampagne mag leiden en over wie naar welk debat mag gaan, ontstaat steeds meer discussie. Rzoska krijgt slechts een bijrol naast het ‘koningsduo’ Almaci en Calvo. Toch gaat vooral die laatste met de meeste aandacht lopen.
“Je kunt een beetje zweven. Maar Kristof, die plakte permanent tegen het plafond”, zegt een bron.
De ontnuchtering volgt op de verkiezingsavond. Groen raakt niet aan 20 procent van de stemmen. Evenmin aan 15 procent. De partij moet het uiteindelijk stellen met 10,1 procent. Het zieltogende sp.a blijkt groter.
Een enorme ontgoocheling maakt zich meester van de groenen, ook omdat hun Franstalige en Europese collega’s wel triomferen.
“We boeken een vierde verkiezingsoverwinning op rij”, maakt Almaci zich nog sterk in haar toespraak.
De zaal applaudisseert plichtsbewust, maar iedereen beseft: Groen heeft een gouden kans gemist.
2. Almaci blijft zitten
“Vandaag denken velen dat Groen een partij is voor de happy few. Daardoor zijn we tijdens de afgelopen campagne veel kiezers verloren.”
Het is augustus 2019. De zomer loopt op zijn laatste benen en Björn Rzoska stelt zich kandidaat voor het groene voorzitterschap. Hij wil het naar eigen zeggen anders aanpakken.
“Ook binnen de eigen partij trouwens.”
Rzoska is van mening dat Groen zich veel pragmatischer moet opstellen als het ooit impact wil hebben. Als de partij N-VA blijft benaderen als de baarlijke duivel, kan Groen nog honderd jaar in de oppositie blijven zitten.
Rzoska wil na de verkiezingen compromissen sluiten met Bart De Wever (N-VA) om mee te kunnen regeren. Almaci ziet dat veel minder zitten.
De verkiezingen zinderen sowieso na binnen Groen. Succes heeft veel vaders, maar mislukking is een weeskind.
In een eerste nota van twee pagina’s stelt Jeremie Vaneeckhout, de ondervoorzitter van Almaci en kersvers Vlaams Parlementslid, dat de partij “te weinig over het waarom” heeft gesproken en “te weinig voor breedheid” heeft gekozen.
Over de inhoudelijke flaters en de machtsstrijd binnen de partijtop zwijgt Vaneeckhout zedig.
In een eigen doorlichting is oud-voorzitter Wouter Van Besien, die zijn zetel in de Kamer verrassend heeft verloren, een heel stuk scherper. “Heb je poen, stem dan Groen”, vat hij de pijnlijk mislukte campagne samen in één slogan.
“Een constante doorheen de jaren is dat zaken nooit écht worden uitgesproken. Niet over de koers en al zeker niet over persoonlijke zaken”, zegt een bron.
“We leven in de illusie dat Groen geen ‘gewone’ partij is waar de ego’s botsen.
Dikke zever, natuurlijk.”
Intern lopen de spanningen tussen Almaci, Calvo en Rzoska verder op.
Zeker nadat Stefaan Van Hecke en Imade Annouri zich aanbieden om het groene leiderschap in de Kamer en het Vlaams Parlement over te nemen van respectievelijk Calvo en Rzoska.
Achter de schermen wordt dat gezien als een verdoken putsch, aangestuurd door Almaci.
Nu Groen naar alle waarschijnlijkheid niet in de nieuwe regering zal belanden – iedereen verwacht een samenwerking tussen N-VA en PS – vormt het kopmanschap in de parlementen de meest begeerde stoeltjes. Uiteindelijk blijven Calvo en Rzoska toch op post.
Een week na Rzoska stelt ook Almaci zich kandidaat. Ondanks de teleurstellende verkiezingen wil ze zichzelf opvolgen.
“Als partij zijn wij in de campagne soms ons hart verloren. Maar we blijven een van de winnaars van de verkiezingen”, vindt ze.
Het resultaat? In oktober stemt 47 procent van de leden voor Rzoska als nieuwe voorzitter, 53 procent voor Almaci. Het gaat om een paar tientallen stemmen verschil. De partij blijft verdeeld achter.
Almaci krijgt bovendien het verwijt dat ze bussen uit Antwerpen heeft ingelegd om al haar medestanders naar de stemming te brengen. Een groene bron: “Er werd zwaar gemobiliseerd. Dat ging behoorlijk ver.”
In een interview achteraf wordt Rzoska nog eens gevraagd naar de ‘putsch’ tegen hem.
“Je gaat mij niet horen zeggen dat dat mij niet heeft geraakt, ik ben ook maar een mens.”
3. De nacht van de lange messen
Opgejaagd door de coronacrisis landt de regeringsvorming in oktober 2020 op een verrassende en onuitgegeven formule. Zeven partijen vormen een zogenaamde Vivaldi-coalitie, mét Groen.
De avond voordat de regering geïnstalleerd wordt, komt de groene partijtop samen in het Gentse NH Hotel. De vraag die beantwoord moet worden: wie mag minister worden?
Groen heeft twee posten te verdelen: de minister van Energie en de minister van Overheidsbedrijven.
Tinne Van der Straeten ligt als energiespecialist voor de hand voor het eerste departement. Zij moet de kernuitstap, een paars-groene wet uit 2003, eindelijk proberen te realiseren.
Voor de tweede stoel lanceert Almaci de naam van haar goede vriendin Petra De Sutter. Ze mag ook vicepremier zijn voor Groen.
Het gevolg is dat Calvo gepasseerd wordt. Hij brandt al jaren van ambitie, heeft het regeerakkoord mee onderhandeld en droomt van een regeringspost. Maar de man van het boek Fuck de zijlijn dreigt daar te blijven staan.
Urenlang heerst er chaos. Almaci wordt niet alleen onder vuur genomen voor haar ministerkeuzes, maar evengoed voor de posten die ze heeft binnengehaald: wat moet Groen in hemelsnaam aanvangen met een departement als Ambtenarenzaken?
In de vroege uurtjes valt na meerdere rondes dan toch de beslissing. Van der Straeten en De Sutter gaan de regering in. Het scheelt amper twee stemmen.
Opnieuw is de verdeeldheid binnen de partij enorm. Een feestnacht verandert in een trauma. Volgens de een is alles volgens het boekje verlopen, volgens de ander heeft Almaci Calvo een mes in de rug gestoken.

Wat vaststaat: die nacht vormt het begin van het einde van Calvo’s nationale rol in de partij. Hij zetelt wel nog in de Kamer, maar gaat herbronnen in de Nederlandse politiek, bij de denktank van de partij GroenLinks. Een echte terugkeer zal er nooit inzitten.
Ook Jessika Soors blijft verbitterd achter. De Vilvoordse deradicaliseringsexperte is nog maar net als wit konijn aangetrokken voor de verkiezingen van 2019 en behoort tot de inner circle van Calvo. De vaudeville in het NH Hotel maakt haar duidelijk dat dit niet de partij is waar ze op heeft gehoopt.
Bovendien ontstaat er al snel discussie over haar positie. Soors werpt zich door haar achtergrond op als de groene stem tegen racisme, maar lang niet iedereen is het daarmee eens.
Een deel van de partij – de wokevleugel, volgens critici – vindt het geen goed idee om een blonde, witte vrouw het hoge woord te laten voeren over racisme. Soors’ passage in de partijpolitiek zal van korte duur blijken.
Calvo en Soors vormen niet veel later een koppel. In 2022 noemt hij dat “een bewijs dat je ook mooie dingen kunt beleven in de politiek”.
4. De mislukking van Vivaldi
De regeringsdeelname laat de geteisterde Almaci toe om de macht weer wat meer naar zich toe te trekken. Rzoska krijgt het signaal dat hij niet veel meer te zeggen zal hebben.
Maar ook Almaci krijgt de regie nooit helemaal opnieuw in handen. De zevenkoppige Vivaldi-coalitie botst snel op haar limieten. Groen wordt behandeld als een overbodige partner.
Jarenlang heeft Groen storm gelopen tegen het “hardvochtige” asielbeleid van de rechtse regering-Michel, maar nu moet de partij vanuit de regering lijdzaam toekijken hoe asielzoekers op straat slapen. Een absolute rode lijn voor Groen. Maar het beleid blijft hetzelfde. En Groen blijft in de regering zitten.
Tot overmaat van ramp draait de begeerde kernuitstap in de soep. De oorlog in Oekraïne heeft voor een enorme gascrisis gezorgd. Het land kan zich simpelweg niet veroorloven om zijn schaarse eigen energiebronnen te slopen.
Groen spartelt nog een poos tegen, maar uiteindelijk moet Van der Straeten in 2023 zelf akkoord gaan met de verlenging van twee kerncentrales. Van haar imago als specialist blijft nog weinig over.
Intussen is Almaci al weg. Om meer bij haar familie te zijn, verklaart ze haar onverwachte beslissing een jaar eerder.
Maar de partij heeft haar ook al langer duidelijk gemaakt dat het tijd is om te vertrekken: ze heeft veel betekend voor de partij, maar haar voorzitterschap is op. Off the record wordt nu volop over haar geklaagd.
“De laatste weken is haar met steeds meer aandrang gevraagd om de stap te zetten”, klinkt het bij haar afscheid.
“Het is nu aan andere mensen,
dat zal Groen deugd doen.”
Vaneeckhout en Nadia Naji worden aangeduid om haar te vervangen. Vooral Naji is eigenlijk onbeslagen op dit politieke niveau.
Parlementslid Vaneeckhout heeft ook maar een beperkt aantal kilometers op de teller. Dat gebrek aan ervaring wreekt zich, want ook zij krijgen Groen niet op de sporen.
Wanneer honderden asielzoekers schuilen voor de kou in een Brussels kraakpand vol tyfus, schurft en difterie, is voor Groen de maat vol.
“Ons geduld is op. De grenzen van het fatsoen zijn overschreden”, waarschuwt Naji.
Ultimatum na ultimatum volgt, maar maandenlang gebeurt er nagenoeg niets. Groen wordt een lachertje in de coalitie: laat ze maar dreigen, ze doen toch niets.
De partij sleept zich naar het einde van Vivaldi. Het krediet van de nieuwe voorzitters blijkt na twee jaar al zo goed als op.
“Ons parcours was rampzalig. Wat zit je daar als kleine partij te doen als niemand naar je luistert?”, zegt een bron.
“De Sutter heeft nooit haar voet gezet als vicepremier. Achteraf gezien was Calvo wellicht een betere keuze geweest.”
In een poging om te redden wat er te redden valt, overtuigen Naji en Vaneeckhout het ervaren parlementslid Elisabeth Meuleman om nog een laatste keer mee te doen aan de verkiezingen, ook al heeft ze al aangekondigd dat niet meer te doen.
Het manoeuvre draait uit op een fiasco. Een twintigtal Groen-leden uit de provincie Oost-Vlaanderen stemt op een vergadering tegen: Meuleman mag niet op de lijst staan.
Een vernedering voor Meuleman en een blamage voor de voorzitters.
5. Groen verliest zwaar
Op een verloren woensdagmiddag in de lente van 2024 speelt zich op de markt van Aalter een bijzonder tafereel af.
Een man met een opvallende snor gaat er met een hakbijl een replica van de Mona Lisa te lijf. Ook een faux-antieke vaas gaat in scherven tegen de grond.
Het is een campagnestunt van Groen, zo blijkt. Voorzitter Vaneeckhout – wiens snor intussen zelfs tot bezorgde vergaderingen van de partijtop heeft geleid – wil een punt maken over het vernielen van waardevolle dingen: kunst, maar evengoed bossen.
“Toen wist iedereen: het is blinde paniek”,
zegt een bron.
De verkiezingscampagne draait helemaal om drie kopstukken: Naji en Vaneeckhout – de voorzitters die zichzelf op de kaart willen zetten omdat ze hun exit al voelen naderen – en vicepremier De Sutter.
Van der Straeten, de minister van Energie die de afgelopen jaren door de eigen partij voortdurend bewierookt is, blijkt nergens te bespeuren. Voor haar is geen plaats op de voorgrond. Zelfs een elegante uitweg is haar niet gegund.
Van der Straeten wil het liefst Europa in, maar dat wordt tegengehouden. Dat moet iemand uit de Gentse familie zijn.
In Brussel loopt Van der Straeten evengoed in de weg, want daar wil Nadia Naji het gezicht van Groen zijn, ook al is haar palmares zo goed als leeg.
Naji verdringt in Brussel overigens ook Celia Groothedde op de lijst voor het Vlaams Parlement, ook al is Groothedde een van de weinige groene parlementsleden die eigen dossiers op de agenda heeft gekregen.
De ambities – sommigen zeggen: het ego – van de covoorzitter zijn belangrijker dan verdiensten, stellen veel partijgenoten misnoegd vast.
De stunt met de bijl blijkt een voorbode voor het verkiezingsresultaat. Groen zakt terug naar 7,2 procent.
Toch speechen Naji en Vaneeckhout op verkiezingsavond alsof ze gewonnen hebben: de partij doet het beter dan de slechtste peilingen.
Over een einde van hun voorzitterschap wordt met geen woord gerept. Net als in 2019 lijken de voorzitters niet te willen toegeven dat het resultaat zwaar tegenvalt.
Een gênante vertoning, vindt een groot deel van de partij. Hoe langer de twee op post blijven, hoe luider de kritiek.
Naji krijgt openlijk het verwijt dat ze veel te veel de woke-oorlogjes opzoekt.
“Het is absurd dat onze covoorzitters nog altijd niet over hun lippen krijgen dat ze stoppen”,
klinkt het.
De twee voorzitters beseffen zelf al dat hun rol uitgespeeld is. Maar ze spreken af om de partij eerst nog naar de lokale verkiezingen in oktober 2024 te leiden.
Er moeten enkele groene bolwerken zoals Gent en Leuven verdedigd worden. Maar ook dat loopt mis, of toch in Gent.
Vlak voor verkiezingsdag schrijft deze krant hoe de twee lokale kopstukken, Filip Watteeuw en Hafsa El-Bazioui, niet meer door één deur kunnen.
De twee zijn in Gent ‘colijsttrekkers’ – officieel omdat groenen teamspelers zijn, officieus omdat geen van de twee voor de ander wil wijken.
Ze vertegenwoordigen twee verschillende stromingen die in de partij al langer botsen.
Watteeuw is de liberale groene bestuurder, El-Bazioui zit veel meer op de identitaire flank.
Intern worden alle zeilen bijgezet om de perceptie te keren. De colijsttrekkers worden samen op een bankje gezet voor een geforceerde foto op sociale media.
Maar de schadebeperking stuikt in elkaar wanneer El-Bazioui op Radio 1 niet over haar lippen krijgt dat Watteeuw kandidaat-burgemeester is.
Voor iedereen is dan duidelijk dat het amicale colijsttrekkerschap niet meer is dan een façade om de onderlinge strijd te verdoezelen.
Het is de zoveelste personeelsconfrontatie die vermeden had kunnen worden.
Het drama is ei zo na compleet wanneer de groenen uit het stadsbestuur lijken te vallen. Enkel met dank aan een onwaarschijnlijke plotwending bij Vooruit kan Groen alsnog meebesturen in Gent.
6. Bart wie?
“Ik denk dat de partij behoefte heeft aan een ander profiel.”
Met een interview in De Morgen kondigt Petra De Sutter aan dat ze geen partijvoorzitter zal worden.
Een donderslag bij heldere hemel: ze is de gedoodverfde favoriet om Naji en Vaneeckhout op te volgen. Maar vijf dagen voor de deadline van de kandidaturen geeft ze verstek.
‘Vaandelvlucht’, klinkt het overal in de partij. Na jaren vol discussies over het voorzitterschap heeft Groen eindelijk iemand die onbetwist het leiderschap op zich kan nemen.
De Sutter weet dat iedereen naar haar kijkt om de partij uit het slop te trekken. Waarom heeft ze dan zo lang gewacht om duidelijkheid te scheppen? Er staat immers geen logische tweede keuze klaar.
De verrassing zorgt voor een open race, waarin meerdere outsiders opeens hun kans ruiken.
Onder hen Groothedde, die vanop een erg moeilijke plek op de lijst toch verkozen is geraakt in het Brussels Parlement.
Ook Bright Adiyia stapt in de arena. Hij komt van het kabinet van De Sutter en zou naar eigen zeggen haar ondervoorzitter geworden zijn. De derde kandidaat is Bart Dhondt, schepen in Brussel.
Vooral de onvoorspelbare Groothedde en de jonge Adiyia baren de partijtop zorgen. Zo veel zelfs dat the powers that be zich nadrukkelijk met de kandidaturen bemoeien.
Voor velen in de partij gaat dat een paar bruggen te ver: dezelfde mensen die Groen naar een verkiezingsnederlaag hebben geleid, willen nu beslissen hoe de toekomst van de partij eruit moet zien.
‘Een Russische verkiezing’, klinkt het bij insiders: alles netjes in handen gehouden door de top.
De Sutter probeert in allerijl nog een eigen kandidaat naar voren te schuiven: Watteeuw. Alles staat in de steigers, tot en met media-afspraken op maandag.
Maar de nakende kandidatuur van Watteeuw zorgt voor nervositeit in de Gentse afdeling. Na het weekend is duidelijk dat ook hij afhaakt.
Tegelijk komt Adiyia naar buiten als kandidaat die de steun geniet van De Sutter – die dat vervolgens zelf meteen ontkent. Een pijnlijk moment, dat voor iedereen glashelder maakt dat de partijtop niet van Adiyia wil weten.
Er gebeurt nog meer. In volle campagne wordt Adiyia door de partij geconfronteerd met kwalijke verhalen over zijn persoon.
Een dag voor de verkiezingen worden allerhande beschuldigingen zelfs open en bloot verspreid in WhatsApp-groepen van de partij.
Adiyia ziet er een manoeuvre in om zijn kandidatuur kansloos te maken en dient op zijn beurt een klacht in wegens laster en eerroof.
Wie er gelijk heeft? In ieder geval is de vaststelling dat er achteraf nooit meer iets van de hele zaak vernomen is.
Intussen belt Vaneeckhout aan bij het huis van Steve Van Hessche, die de ondervoorzitter van Groothedde wil worden.
De ontslagnemende partijvoorzitter komt er zeggen dat het voor de partij beter zou zijn als ze hun kandidatuur intrekken – Groothedde is toch niet echt het type dat Groen nodig heeft, klinkt het.
Of dat allemaal veel verschil gemaakt heeft, is moeilijk te zeggen. Feit is wel dat Dhondt, de favoriet van de partijtop, uiteindelijk de nieuwe voorzitter wordt van Groen.
Hij haalt het in een tweede ronde met 59 procent van de stemmen tegen Adiyia. De vraag is nu of de nobele onbekende Dhondt de partij kan doen heropleven.
Maar Dhondt blijkt een onzichtbare partij-leider. Op geen enkel moment zorgt hij voor een rimpeling in het publieke debat.
Schaarse interviews verdrinken in nietszeggendheid. En net zomin als zijn voorgangers hakt hij de knoop door over wat voor partij Groen moet zijn: een sociale centrumpartij of veeleer een groene zweeppartij.
Op de verjaardag van zijn voorzitterschap kondigt Dhondt pardoes zijn vertrek aan. Een eigen keuze, zegt hij, omdat zijn afwezigheid in de media hem parten speelt.
De waarheid lijkt anders. Dhondt is de zoveelste voorzitter op rij die met enige aandrang naar de uitgang verwezen wordt.
Steeds meer mensen vrezen dat Groen op deze manier onder de kiesdrempel zal duiken. In de peilingen komt die steeds dichterbij.
Van de grote dromen in 2019 schiet nog weinig over.
Zeven jaar na “het is nu of nu” vecht Groen tegen de irrelevantie. Zeven jaar waarin partijtoppers elkaar de tent hebben uitgevochten.
Ook Van der Straeten heeft intussen teleurgesteld de partij achter zich gelaten voor de windlobby.
De Sutter is rector van de UGent.
“Stuitend carrièrisme na het fiasco genaamd Vivaldi”, vindt een bron.
“Sommigen vinden nog steeds dat Groen zich geen complex mag laten aanpraten en dat de partij niet in crisis zit”, zucht een andere bron.
“Hoeveel stemonderzoeken hebben die mensen nog nodig? Er zouden er bij de volgende verkiezingen weleens een paar hard kunnen ontwaken.”

Lees ook
Lees andere berichten
in deze categorieën
Bron: De Morgen