Jan Dumolyn – De interventie in Iran wordt de slechtste ‘regime change’ ooit


De recente geschiedenis van militaire interventies laat een hardnekkig patroon zien, schrijft Jan Dumolyn: de dictator verdwijnt vaak sneller dan verwacht, maar stabiliteit en democratie blijven uit. Zo ook in Iran.

Jan Dumolyn – De Standaard

19 maart 2026

Leestijd: 6 min


In december 1978 viel Vietnam Cambodja binnen. De Vietnamezen brachten het genocidale regime van Pol Pot ten val en bezetten de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh.

Het fanatieke agrarische communisme van de Rode Khmer had tussen 1975 en 1978 twee miljoen Cambodjanen het leven gekost.

In de jaren voorafgaand aan de invasie hadden grensincidenten plaatsgevonden tussen de troepen van Pol Pot, die de steun van China hadden, en de rivaliserende communisten uit Vietnam die onder de hoede van de Sovjet-Unie stonden.

De inval werd internationaal beschouwd als een schending van het Handvest van de Verenigde Naties. Vietnam viel immers zonder mandaat van de Veiligheidsraad een soevereine staat binnen.

Nu waren die Vietnamese communisten zelf niet de grootste kampioenen van de mensenrechten.

Het ging hun in de eerste plaats ook niet om het beëindigen van de genocide; het waanzinnige regime van de buren betekende voor hen vooral een veiligheidsrisico. En na de inval was ook zeker niet alles opgelost in Cambodja.

Maar wat de motieven van de Vietnamezen ook waren, en los van de flagrante schending van het internationaal recht, was dit feitelijk een humanitaire interventie.

Een van de meest extreme vormen van massavernietiging van de 20ste eeuw werd beëindigd en het lijden van miljoenen mensen werd verlicht.

De term ‘regime change’, een regimeverandering waarbij een kwaadaardig bewind door een buitenlandse interventie vervangen wordt door iets beters, bij voorkeur een democratie, bestond toen nog niet.

Het is een begrip van na de Koude Oorlog.

De retoriek over zogenaamde democratisering van buitenaf werd pas onder Bush senior (Amerikaans president van 1989 tot 1993, red.) verspreid.

Vanaf de jaren 50 hadden de VS natuurlijk een reeks klassieke coups georganiseerd of ondersteund, maar meestal deden ze dat niet openlijk en was het enige motief het naakte eigenbelang en dat van de grote bedrijven.

Een van de beste voorbeelden daarvan is de staatsgreep die de VS in 1953 samen met de Britten tegen de liberaal-democratische Iraanse regering van Mossadeq organiseerden.

Die coup betekende in feite het begin van de huidige ellende in dat land, maar leverde wel veel winst op voor de Anglo-Iranian Oil Company.

Een mislukte poging tot regime change avant la lettre was dan weer de poging tot inval in Cuba in 1961.

Politieman spelen

In het recente debat rond de aanval op Iran komen nog steeds dezelfde juridische argumenten aan bod als toen Vietnam Cambodja binnenviel.

De meeste juristen stellen dat de aanval op Iran het geweldsverbod van het VN-Handvest schendt en dat van ‘preventieve zelfverdediging’ – een mooi staaltje newspeak – geen sprake is.

Ook is er geen mandaat van de VN-Veiligheidsraad.

Interventies gericht op regimeverandering zijn dus juridisch illegaal.

Sommigen voegen er echter de nuance aan toe dat mensenrechten ook onder het internationaal recht vallen en dat staten een verantwoordelijkheid hebben om fundamentele rechten te beschermen.

© getty

Het is voor de mensheid van het grootste belang dat er internationale rechtsregels bestaan, zeker nu die in een wereld van gewelddadige willekeur steeds meer onder druk staan.

Maar wie bepaalt vervolgens welke grootmacht de imperialistische politieman kan spelen om die regels te handhaven?

En waarom mag de ene slechterik wel blijven doorgaan met het schenden van de mensenrechten en de andere niet?

Humanitaire interventies lijken niet mogelijk zonder hypocrisie en dubbele standaarden.

Een advocaat van de duivel zou ook kunnen wijzen op de spanning tussen juridische voorschriften en geopolitieke realiteit.

Misschien schiet het internationaal recht tekort omdat het niet over een legitieme politiemacht beschikt.

Kan men vanuit ethisch perspectief dan niet stellen dat interventies gerechtvaardigd kunnen zijn bij ernstige schendingen van fundamentele rechten?

In de praktijk handelen staten natuurlijk vooral in hun strategisch belang.

Waar Trump en zijn labiele en incompetente minister van ‘Oorlog’ Pete Hegseth nu precies naartoe willen is echter voor iedereen onduidelijk.

Het raketprogramma van Iran verzwakken, controle over grondstoffen, energiebronnen en bevoorradingslijnen, de regionale invloed van Teheran verzwakken – dat is allemaal evident, maar een gefocust plan lijkt volledig te ontbreken.

De strategie van Israël is daarentegen wél helder.

Netanyahu en zijn moorddadige haviken willen gewoon de volledige regio vernietigen en al hun vijanden fysiek liquideren.

Dat noemen ze ‘veiligheid’, maar in werkelijkheid is het een suïcidale weg die de staat Israël onherroepelijk lijkt te zijn ingeslagen.

Eentonig en voorspelbaar

Nochtans, zo kunnen believers van regime change toch weer aanvoeren, is het theoretisch ook mogelijk dat verkeerde intenties toch positieve gevolgen hebben.

Op zich zou het voor de mensheid een stap vooruit zijn, mochten alle ayatollahs en de hele Iraanse Revolutionaire Garde uitgeschakeld worden, waarna de Iraniërs eindelijk vrij zouden zijn van de religieuze dictatuur.

Historici zijn geen juristen of ethici. Voor ons is de enige relevante vraag of het werkt, zo’n regimewisselpoging, bijvoorbeeld zoals toen Vietnam de facto de nachtmerrie van de Killing Fields beëindigde.

Het is echter heel moeilijk nog een ander geslaagd voorbeeld te vinden.

Iedereen weet het intussen: de recente geschiedenis van militaire interventies met het expliciete doel een dictatuur omver te werpen, laat een hardnekkig patroon zien.

De dictator verdwijnt vaak sneller dan verwacht, maar stabiliteit en democratie blijven uit.

Het lijkt overbodig nog maar eens te wijzen op de complete catastrofes waartoe de interventies in Afghanistan, Irak of Libië hebben geleid.

Waarom al die zogenaamd goedbedoelde acties mislukten, is intussen genoegzaam bekend. Het omverwerpen van een regering gaat veel sneller dan het opbouwen van nieuwe, stabiele staatsinstellingen.

Wanneer een regime valt, ontstaat er vaak een machtsvacuüm waarin interne conflicten of burgeroorlog kunnen uitbreken.

In dit geval heeft de aanval tegen Iran tot nu toe allerminst hoop opgeleverd voor de bevolking.

Integendeel, het Iraanse regime lijkt militair moeilijk te breken, terwijl het volksverzet zijn dynamiek heeft verloren.

Het wordt elke dag duidelijker dat deze oorlog ofwel zonder resultaat zal blijven vanuit Amerikaans standpunt, ofwel langdurig zal aanslepen zonder een helder einddoel.

De enige winnaar is Netanyahu, de verliezers zijn nog maar eens de onschuldige burgers in de regio. Alles is eentonig en voorspelbaar.

Regime changes zijn een soort tweederangs tv-serie geworden, met afleveringen waarin sinds de jaren 90 steeds opnieuw hetzelfde gebeurt.

De vorige waren al zo slecht, maar deze regime change wordt duidelijk de slechtste ooit.

Gelukkig krijgen we er door de censuur nauwelijks informatie over.

Bio Jan Dumolyn

  • Geboren in 1974 in Brugge
  • Hoogleraar middeleeuwse geschiedenis en historische kritiek (UGent)
  • Afgevaardigde voor ACOD-onderwijs
  • Was in 2018 op lokaal niveau in Gent kandidaat voor de PVDA
  • Was mee de drijvende kracht achter De canon van Vlaanderen (2023)

Jan Dumolyn
Is historicus aan de UGent. Zijn column ‘Tragedie & klucht’ verschijnt maandelijks.


Het Iraanse volksverzet lijkt zijn dynamiek te hebben verloren. © middle east images/abaca

Lees ook


Overzicht

Lees alle berichten in deze categorieën

,

Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven