Filosofendreef – Hardlopen moet je filosofisch bekijken, zegt de winnares van de Leuvens marathon


Hanna Vandenbussche passeerde tijdens de marathon van Leuven een bordje ‘Filosofendreef’. Dat bracht haar tussen kilometer 18 en kilometer 20 dicht bij Descartes en diens lofzang op de wilskracht.

Hanna Vandenbussche – De Standaard

19 april 2026

Leestijd: 6 min


Kilometer 18. Om mij heen hoor ik gehijg, het ritmische geluid van schoenen op de bosgrond. Sommige lopers openen nog snel een gelletje, want de bevoorradingspost met water komt eraan. Ik voel me goed, maar probeer mijn energie te sparen, want de finish is nog ver.

Ruim een jaar na mijn officiële afscheid als topsporter op het Europees Kampioenschap, loop ik momenteel de marathon van ‘mijn’ Leuven.

Plots moet ik glimlachen als ik, halfverscholen tussen de bomen, een bordje zie verschijnen: de Filosofendreef.

Even vallen mijn twee passies, hardlopen en filosofie, samen. En dat nog wel midden in het bos. Spontaan moet ik aan één filosoof in het bijzonder denken: René Descartes.

Wie ooit al eens van Descartes heeft gehoord in een inleidend college filosofie, denkt spontaan aan zijn beroemde uitspraak

Cogito, ergo sum
Ik denk, dus ik ben.

De spreuk is intussen een cliché geworden waarop publieksintellectuelen terugvallen om ons – zeker in tijden van artificiële intelligentie – aan te sporen om “kritisch na te denken”.

Descartes verschijnt inderdaad doorgaans als de filosoof die het denken centraal stelt en het lichaam onderwaardeert.

Maar dat beeld van Descartes is eenzijdig en stereotiep. In zijn latere werk bekent de filosoof in alle eerlijkheid dat hij zich maar enkele uren per dag in zware metafysische vraagstukken en wiskunde verdiepte en de rest van zijn tijd besteedde aan de ontspanning van lichaam en geest.

In zijn Correspondentie met prinses Elisabeth en zijn Verhandeling over de Passies geeft hij ons dan ook concrete tips voor een gezond en gelukkig leven.

Zo leert hij ons hoe we altijd een onderscheid moeten maken tussen wat wel en niet in onze macht ligt, hoe we ons niet mogen laten leiden door onze emoties, maar vooral ook hoe we in onzekere omstandigheden vastberaden moeten zijn.

Die vastberadenheid beschrijft Descartes als een deugd – in de oorspronkelijke betekenis van het Latijnse woord virtus, wat kracht betekent. De deugd is voor Descartes de wilskracht om altijd het best mogelijke te doen.

Vulgaire zielen

Descartes neemt zijn toevlucht tot een bos metafoor om die deugd van vastberadenheid te concretiseren.

Hij vergelijkt ons met verdwaalde wandelaars die midden in een uitgestrekt bos op een kruispunt terechtkomen. We weten niet welk pad het juiste is, maar we moeten een keuze maken. Het enige waar we zeker van zijn, is dat stilzitten en afwachten ons fataal wordt.

In dat geval lijden we aan besluiteloosheid of irrésolution: de verlammende angst om moeilijke beslissingen te nemen en de verbittering die daarmee gepaard gaat.

Wie niet durft te beslissen, voelt achteraf altijd spijt en wroeging over wat hij had kunnen doen.

Besluiteloosheid is typisch voor de “laaghartige en vulgaire zielen”, les âmes basses et vulgaires: zij die zich slaafs laten meeslepen door hun emoties en hun geluk laten afhangen van externe factoren.

Die laaghartige zielen verbergen hun zelftwijfel vaak achter een extreme hoogmoed: ze creëren een groots ego op basis van toevallige kwaliteiten en verdiensten, waarachter ze hun angsten en zelftwijfel verstoppen.

Op ludieke wijze vergelijkt Descartes die laaghartige en hoogmoedige zielen met kleine vaasjes die al vol lijken na amper drie druppels water.

Terwijl die âmes basses et vulgaires steeds meer terrein winnen in het publieke domein, zijn ze in de loopwereld bijzonder zeldzaam.

Elke gepassioneerde loper gelooft in en vertrouwt op zijn eigen wilskracht, ondanks alle onvoorspelbare omstandigheden die de inspanning met zich brengt.

Hij beweegt zelfverzekerd door het leven, of om te alluderen op Descartes, il court avec assurance en cette vie.

Tijdens een wedstrijd komt het er telkens op aan om, net zoals de verdwaalde wandelaar in het bos, zelfverzekerd te zijn.

Elke kilometer moet je de best mogelijke keuzes maken: niet te snel starten (maar ook niet te traag), goed doseren, voldoende drinken en wat energie sparen voor die allerlaatste kilometers.

Zelfwaardering

Onbewust belichaamt elke loper een kerngedachte uit Descartes’ moraal:il faut bien juger pour bien faire, je moet goed oordelen om goed te handelen.

Wie erin slaagt om dat motto te realiseren, is genereus.

Voor Descartes verwijst generositeit niet naar de alledaagse betekenis vrijgevigheid, maar naar de hoogste vorm van zelfwaardering waartoe we in staat zijn.

Die zelfwaardering veronderstelt maar één universele kwaliteit waarover wij allemaal beschikken: een absoluut vrije wil, die zich door niets of niemand laat bedwingen.

Wie genereus is, kan door wilskracht grootste dingen realiseren tegen alle onzekerheden van het leven in.

De genereuze ziel weet zich te handhaven tegenover onvoorziene omstandigheden en slaagt er telkens opnieuw in om emoties te beheersen.

Meer nog: hij kan de zwaarste omstandigheden en de meest intense emoties zo omvormen dat hij er een soort innerlijke voldoening of ‘satisfaction intérieure’ uit kan putten.

Tijdens mijn topsportcarrière is mij vaak de vraag gesteld wat filosofie en hardlopen nu precies met elkaar te maken hebben.

Terwijl ik de Filosofendreef uitloop en kilometer 19 nader, heb ik mijn antwoord klaar: het is die generositeit waar Descartes over spreekt.

Generositeit verbindt de gepassioneerde loper met de authentieke filosoof. Hoe zwaar de inspanningen ook zijn, beiden leggen eenzelfde cartesiaanse vastberadenheid aan de dag.

Waar de marathonloper zijn wilskracht inzet tegen alle mogelijke obstakels die hij op zijn weg ontmoet, gebruikt de genereuze filosoof zijn wilskracht om – vaak samen met anderen – een obscure tekst te ontrafelen of moeilijke ideeën op een toegankelijke manier uit te leggen.

Vanuit een oprechte liefde voor zijn vak, toont hij een gedreven betrokkenheid bij zijn onderwijs en een warme waardering voor collega’s en studenten.

In tegenstelling tot de laaghartige zielen – die in sommige academische kringen helaas minder zeldzaam zijn – laat hij zijn zelfbeeld nooit afhangen van publieke erkenning of zichtbare prestaties.

Nergens ervaar ik die filosofische generositeit zo sterk als op het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte, waar momenteel de blauwe regen volop in bloei staat, de studenten geleidelijk aan terugkeren, en waar ik vanaf morgen opnieuw mag doceren.

Dankbaar denk ik daaraan als ik het bordje van kilometer 20 zie verschijnen.

De weg naar de finish is nog lang en er kan nog van alles gebeuren, maar vastberaden loop ik verder, ongeacht het resultaat.


Hanna Vandenbussche
Onderwijspostdoc Hoger Instituut voor Wijsbegeerte (KU Leuven), praktijkassistent vakgroep medische filosofie en ethiek (UGent)


Hanna Vandenbussche © Vel

demens.nu

Lees ook

Klik op de hyperlinks hieronder
en vind meer berichten

, Tinneke Beeckman


Bron:  De Standaard

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven