Hendrik Vos – Als de Benelux maar geen clubje Calimero’s wordt


Je kunt niet klagen dat de Unie traag en tam is en tegelijk eisen dat ze aan 27 kettingen vastligt, schrijft Hendrik Vos. Het is het een of het ander.

Hendrik Vos – De Standaard

22 september 2025

Leestijd: 5 min


Vroeger was boter erg goedkoop in Nederland. Om Belgische boeren te beschermen moest wie boter over de grens kocht, extra belasting betalen.

De grensbewoners trokken zich daar weinig van aan. Met speciale rokken gingen vrouwen op het smokkelpad.

Douaniers mochten hen niet fouilleren, dat was ongepast, dus namen ze hen voor ondervraging mee naar het douanehuisje, waar ze hen een halfuur naast de kachel zetten.

België, Nederland en Luxemburg hadden in 1944 in Londen de Benelux opgericht en spraken al snel af om een heuse economische unie te vormen.

In de praktijk bleven handelsbarrières overeind.

Pas toen de Europese Economische Gemeenschap (EEG) op gang kwam, werd de handel vrij en was het ook met de smokkel gedaan. We waren al diep in de jaren 60.

Romantici noemen de Benelux graag de proeftuin van de Europese eenmaking, maar dikwijls was het de grotere EEG die uitpakte waar de Benelux bleef steken.

Frisse ideeën waren er genoeg, maar de uitvoering liep vast op botsende belangen.

Uiteindelijk bleef de Benelux vooral een volkstuintje, wat rommelig en met tegenvallende oogst.

Toch bestaat het genootschap nog altijd. Het beschikt over een parlement, een briefhoofd, een website en de jaarlijkse Benelux-dag, al weet niemand wanneer dat is, laat staan dat het als wettelijke feestdag telt.

Tijdens een toespraak in Amsterdam brak premier Bart De Wever (N-VA) onlangs een lans voor artikel 350 van het werkingsverdrag van de Europese Unie (DS 5 september).

Dat is een nogal onbekende bepaling, net na een artikeltje over de Azoren en Saint-Barthélemy, die de Benelux-landen toelaat voorop te lopen.

Geen gek idee: Luxemburg, met meer fondsen dan inwoners en meer bankiers dan bakkers, is een interessant spaarvarken voor open economieën als België en Nederland.

De Lage Landen hebben grote havens en een hoogopgeleide arbeidsmarkt en ze zijn onklopbaar in korfbal.

Nederland begint zo hard op België te lijken dat de bestuurlijke chaos en de uit de hand lopende betogingen er Brusselse allures krijgen.

Toch blijven er grote verschillen.

Een Nederlander laat trots de gordijnen open en eet haring en hagelslag.

Een Belg voelt zich ‘ça va’ en trekt het rolluik naar beneden.

In het verleden liep de samenwerking dikwijls spaak door uiteenlopende belangen, visies en culturen.

Belgen ergeren zich bovendien aan het moralistische gepreek van de Nederlanders, niet het minst over begrotingsdiscipline.

Toch heeft De Wever een punt: wie iets in beweging wil zetten, moet samenwerken.

Buurlanden zijn logische partners omdat ze nu eenmaal met elkaar vertrouwd zijn.

Vlaanderen en Nederland spreken bovendien dezelfde taal, wat nog niet betekent dat ze elkaar altijd begrijpen.

Maar hoe begin je in hemelsnaam te bouwen aan een alliantie met de Maltezers of de Slovenen, waarbij je al goed moet opletten dat je ze niet verwart met de Slovaken?

De Benelux vers leven inblazen, valt zeker te verdedigen.

Maar laat het geen club van Calimero’s worden, landen die zich miskend en onbegrepen voelen en voortdurend klagen over wat er zich boven hun hoofd afspeelt.

Calimero mag dan schattig lijken met zijn halve eierschaal, het blijft een lawaaierig kuiken met veel pretentie.

In de Amsterdamse toespraak van De Wever klonk heel wat irritatie over de Europese Unie die te sloom zou zijn en niet weerbaar of veerkrachtig genoeg.

Net als de nationalistische en conservatieve geestesgenoten waarmee hij in het Europees Parlement een fractie deelt, wantrouwt hij de Unie.

Landen mogen hun greep op die Europese instellingen nooit loslaten.

Maar uiteraard zijn er meningsverschillen tussen Finnen en Fransen of Italianen en Ieren.

  • Over de begroting
  • Over migratie
  • Over het klimaatbeleid
  • Over de beste manier om concurrentiekracht te versterken

Daar zit de paradox: je kunt niet klagen dat de Unie traag en tam is en tegelijk eisen dat ze aan 27 kettingen vastligt.

Het is het een of het ander.

In de realiteit blijft het voor de Unie lastig om op delicate domeinen snel door te pakken.

Met het water aan de lippen lukte het wel om de euro te redden en in recordtempo covidvaccins te verdelen, maar als het minder dringend lijkt, gaat het slabakken.

En ja, dan biedt een kleiner gezelschap kansen. Niet om samen te mokken dat zij groot zijn en ik klein is, maar om te experimenteren, ideeën te testen en vooruit te lopen.

Je hoeft echter niet met zevenentwintig te ijn om ruzie te maken. Ook met drie lukt dat prima.

Uiteindelijk is samenwerking altijd een oefening in compromissen sluiten en begrip tonen voor elkaars gevoeligheden.

Dat is weinig bijdetijds in de politiek van vandaag.

Misschien kan de Benelux alvast proberen om dát te bewijzen: dat het constructiever is om te bemiddelen en te verzoenen dan om te polariseren.

Dan moeten de Lage Landen wel eerst voor de eigen deur beginnen vegen.

© Lectrr

Hendrik Vos doceert Europese studies aan de UGent. Zijn column verschijnt tweewekelijks op dinsdag.


© Albany Times Union via Getty Ima

Lees ook

Klik op de hyperlink hieronder
en vind meer columns van

Hendrik Vos



Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven