Anderhalf jaar geleden hing het leven van Veerle Hegge, vrouw van de premier, aan een zijden draadje. Een eetstoornis die al ruim een jaar sluimerde, had de controle overgenomen. “Ik schrok er echt van toen artsen me vertelden dat ik er bijna niet meer was geweest.” Ze schreef een boek over die moeilijke periode.
Veerle Beel – De Standaard
19 september 2025
Leestijd: 11 min
“Zo diep wil ik nooit meer wegzinken”
Veerle Hegge
Eerder deze week raakte bekend dat Veerle Hegge (52), vrouw van de Belgische premier Bart De Wever (N-VA) en moeder van vier kinderen, met een eetstoornis kampt.
Ze vertelt het verhaal onverbloemd in het boek De stem van mijn stilte. Wanneer een eetstoornis je leven verlamt, dat zopas verschenen is.
In 2023 kreeg ze de diagnose anorexia nervosa – een psychosomatische aandoening die vooral met jongere mensen wordt geassocieerd.
In juni 2024 crashte ze mentaal en fysiek, waarna ze een half jaar in opname ging bij de Alexianen Tienen.
Wie haar ontmoet, kan er niet omheen: mevrouw De Wever-Hegge ziet er nog altijd bijzonder frêle uit. Ze doet de deur open en loopt me voor de trap op, en ik schrik toch van hoe mager ze is.
“Verkijk je daar niet op”, zal ze me straks tijdens het interview zeggen.
“Want bij een eetstoornis draait het niet alleen om je gewicht. Het is ook niet zoals kanker of een andere somatische ziekte, die na een behandelingstraject genezen verklaard kan worden.
“Ik ben er nog niet, maar ik ben op de goede weg, stapje voor stapje.”
Wanneer besefte u dat het echt niet goed met u ging?
“In juni 2024 ben ik mentaal én fysiek gecrasht en op de intensieve zorg beland, nadat ik zelf naar de spoed was gegaan.
“Ik had die dag slechte resultaten gekregen van mijn bloedonderzoek. Mijn kaliumwaarden waren plotseling levensgevaarlijk gezakt. Dat is een acuut risico bij eetstoornissen, daarom liet ik regelmatig mijn bloed controleren.
“Ik ben juf op een lagere school en het plan was om tijdens de zomervakantie in opname te gaan in Tienen. Maar er stond nog een uitstap met de leerlingen gepland en een afscheidsviering die ik georganiseerd had. Die wilde ik niet missen.
“Ik ging naar de spoed met de vraag om aan het infuus te mogen, om aan te sterken. In de hoop snel weer naar huis te kunnen.
“Het kwam hard aan toen ze zeiden dat dat niet zou lukken, en dat ik naar de intensieve afdeling moest.”
Hebt u voor uw omgeving lang kunnen verbergen wat er met u aan de hand was?
“In het begin, als je een paar kilogram afvalt, wordt dat toegejuicht, zeker in deze tijd, waarin iedereen de mond vol heeft over gezond eten en gezond leven.
“Met een klein beetje ondergewicht zie je er goed uit. Als je blijft vermageren, wordt het meer zichtbaar, maar door het ongelukkige feit dat eetstoornissen zo slecht begrepen worden, en nog in de taboesfeer zitten, wordt er grotendeels over gezwegen.
“Je kunt het niet verbergen, maar het wordt wel verzwegen.
“De dokters zeiden dat ik er erg grauw uitzag, maar wij zijn geen dokters en iedereen kan er weleens wat bleker uitzien.”
Vroeg er niemand wat er scheelde?
“Jawel, of ze polsten via via.
“Velen denken in de eerste plaats aan een somatische ziekte: heeft ze misschien kanker?
“Voor mezelf bleef ik lang ontkennen dat er een probleem was. Zolang mijn bloedwaarden goed bleven, hield ik het onder controle en kon ik ermee blijven doorgaan. Tot het bijna te laat was.
“Achteraf pas hebben mijn artsen me gezegd dat ik er bijna niet meer was geweest.
“Ook mijn ambulante psycholoog vertelde me dat hij gedacht had dat ik liever dood wilde.
“Daar ben ik erg van geschrokken. Zoiets heb ik nooit gewild en ik wil ook nooit meer zo diep wegzinken.”
Hoe gaat het nu met u?
“Ik ben op de goede weg, stapje voor stapje. Herstel verloopt in verschillende fasen.
“Het begint met fysiek herstel. Je moet weer eten en in gewicht bijkomen.
“Dan krijg je te horen dat je er goed uitziet en denken mensen dat je beter bent. Maar je voelt je daarom nog niet beter.
“Mentaal verloopt het herstel veel trager. Ik weet dat ik er nog niet helemaal ben, maar het gaat wel goed.”
U bent 52. Waar kwam dit probleem ineens vandaan?
“Ik heb het lange tijd niet ten volle beseft, maar als kind ben ik het slachtoffer geweest van seksueel misbruik.
“Met een kinderbrein is dat niet te snappen.
“Jarenlang is die ervaring in een woordenloos vacuüm verdwenen.
“Er waren ook periodes dat ik erover lag te woelen in bed, in mijn hoofd pingpongend tussen de gedachten ‘Het was toch allemaal zo erg niet’ en ‘Misschien was het dan toch mijn eigen schuld’.
“Toen er meer en meer verhalen over seksueel misbruik in de media kwamen, begon ik daar veel over op te zoeken en te lezen, en ineens drong het besef met een schok tot mij door.
“Tijdens de coronacrisis heb ik dat potje voor het eerst geopend.
“Alle sluizen gingen toen open, en uiteindelijk is daaruit mijn eetstoornis voortgekomen.
“Het was een overlevingsstrategie op korte termijn. Dat heb ik geleerd in therapie bij psychiater Peter Adriaenssens.
“Hij heeft me anders leren kijken naar mijn jeugd en naar mijn ouders.”

Hebt u een moeilijke jeugd gehad?
“Ik heb veel kansen gekregen, ben naar de muziekschool gegaan en heb een opleiding in grafische kunsten gevolgd.
“Maar mijn moeder gedroeg zich onvoorspelbaar, we wisten nooit op voorhand hoe ze zou reageren.
“Dokter Adriaenssens heeft me uitgelegd dat mijn moeder psychisch ziek was, dat mijn vader zijn best heeft gedaan, maar dat er toch zaken zijn misgelopen. Dat is niet mijn schuld.
“Hij heeft me geleerd dat mijn lichaam spreekt omdat ikzelf zo lang heb gezwegen. Het heeft me deugd gedaan te horen dat dat normaal is.
“Ondanks het feit dat ik een psychosomatische ziekte heb, is er niets mis met mij. Het ging alleen even niet goed.”
Was eten in uw kindertijd ook al een beladen onderwerp? Ik las dat uw moeder een perfect figuur had, en weleens zei dat u dat koekje beter kon laten liggen.
“Mijn moeder heeft altijd op haar eten gelet, maar ze had zeker geen eetstoornis zoals ik. Het komt ook voor in gradaties.
“Ik ontmoet nu mensen die zeggen: als ik een pizza eet, eet ik de volgende dag niet meer dan een slaatje, ter compensatie. Dat is nog geen eetstoornis.
“In ieder geval is mijn eetstoornis iets van de laatste jaren.”
Wat heeft u tijdens de opname in Tienen het meest geholpen?
“Ik heb in die zes maanden handvatten gekregen om te leren vechten tegen mijn eetstoornis.
“Mijn plan was om daar alleen in de zomervakantie te blijven, maar verschillende mensen, en ook Bart, vonden het beter dat ik langer bleef, in de hoop dat ik dan volledig genezen zou zijn.
“Zo eenvoudig is dat niet. Ook nu word ik nog ambulant begeleid door een psycholoog en een diëtist.
“In tegenstelling tot bij een somatische ziekte, kan ik mijn lot niet in de handen leggen van één dokter die alles voor mij zal oplossen.
“Er is niet één pilletje, één scan of één oefening die mij zal helpen. Nee, ik moet het helemaal zelf doen.
“Ik zet nu vooral stappen om opnieuw te kunnen genieten van het leven en van mijn gezin. Zij zijn voor mij het allerbelangrijkste.”
Over uw gezin gesproken: hoe hebben uw kinderen dit alles ervaren?
“Het is niet zo dat ik zes maanden weg ben geweest.
“Na een week of drie mocht ik op woensdagmiddag naar huis, om donderdag terug te keren naar Tienen. Ook in het weekend kwam ik thuis.
“Dat werd in Tienen allemaal besproken: wat moeilijk ging en wat beter kon. Maar ik was telkens maar twee nachten van huis.
“Als ik op woensdag thuiskwam, ging ik meteen naar de Delhaize, stak ik een was in en kookte ik voor twee dagen ver.
“In het weekend kookte ik ook maaltijden voor maandag, dinsdag en woensdag.
“Natuurlijk waren mijn kinderen erg bezorgd. We belden iedere dag. Overigens studeerde onze oudste dochter in Berlijn en ging onze jongste dochter in september van dat jaar op internaat – haar eigen keuze.”
Zij is het die op zeker moment zegt: “Ik zie dat je nog niet helemaal beter bent, maar ik heb wel mijn mama terug.”
“Ja, dat zei ze, op een gezellige woensdagmiddag, toen ik haar in Mechelen bezocht.
“Het pakte me, omdat ik toen besefte dat ze zich toch meer zorgen maakte dan ik had gedacht. Dat ze zich flink had gehouden.”
Ik ben er erg van onder de indruk dat u ook tijdens uw behandeling het hele huishouden bent blijven doen.
“Dat is altijd zo geweest. Bart is niet veel thuis. Als hij een topdokter zou zijn, zou dat ook zo zijn. Ik ben zo grootgebracht: altijd voortdoen en hard werken.
“Ik zie wel dat mijn levensritme een stuk hoger ligt in vergelijking met anderen. Maar het heeft er altijd ingezeten. Ik heb dat meegekregen van thuis. Ik heb niet zoveel slaap nodig.”
Koken voor een groot gezin lijkt me een uitdaging als je met een eetstoornis kampt.
“Nee, dat vind ik niet moeilijk. Ik heb het altijd gedaan. Ik at dan kleine porties, of proefde eens.
“Vandaag houd ik het nog altijd bij veilige gerechten. Geen biefstuk met frieten, maar een stukje vis of kip.”
Het symptoom waar misschien het meest schaamte rond hangt: u schrijft dat u bijna kampioen was in braken.
“Ik schaamde mezelf daarvoor, en het was ook voor mijn omgeving een moeilijk onderwerp. Over braken spreek je niet zo snel als over de rest.
“Mijn omgeving wist het wel, maar ze wisten niet waar of wanneer ik het deed. Zowel thuis als op school zagen ze dat het niet goed met mij ging.
“Er was ook een periode waarin collega’s me nooit alleen lieten eten, ze bleven bij mij zitten om me te steunen, zodat ik niet ging braken.
“Niet iedereen die een eetstoornis heeft, gaat ook braken.
“Het is iets wat je doet als je een eetbui hebt gehad of denkt dat je een eetbui had.
“Voor mij was het erg verslavend, omdat het leidt tot een grote ontlading.”
Uw man heeft ooit veel lof gekregen omdat hij op wilskracht en met een streng dieet veel kilo’s heeft kwijtgespeeld. Denkt u dat er op een of andere manier een verband is met uw eetstoornis?
“Nee, dat is al veertien, vijftien jaar geleden en heeft er niets mee te maken.
“Bart heeft een familiale aanleg om obees te worden. Ik heb hem toen gesteund in zijn keuze voor een gezondere levensstijl.
“Gezond eten en bewegen is bij ons altijd al wel een ding geweest, ook omdat wij dat graag doen.
“Bart en ik gaan graag op zondagmorgen, in alle vroegte, in het Rivierenhof lopen.
“Wij sporten graag, en in een gezin met vier kinderen komt er uiteraard veel gezond eten op tafel. Dat zal in de meeste gezinnen zo zijn. Het heeft niets met mijn eetstoornis te maken.”
Heeft hij uw boek al gelezen?
“Ja, hij heeft als enige het manuscript gelezen. Er stonden voor hem geen verrassingen meer in.
“Maar het is wel een boek waarin ik me heel kwetsbaar opstel. Het was ook voor hem pakkend om te lezen.”
Heeft hij niets willen schrappen of veranderen?
“Hij heeft me er helemaal vrij in gelaten. Het is mijn boek, mijn verhaal.”

Heeft heel dit traject iets veranderd in uw gezin?
“Mijn leven moet niet veranderen of verbeteren. Ik kan mij geen fijner leven toewensen.
“Ik heb een prachtig gezin met schitterende kinderen die het heel goed doen.
“Ik ben gelukkig getrouwd. Ik heb een fijne job, fijne collega’s, fijne vrienden.
“Ondanks zo’n fijn leven kun je toch uit balans raken.”
“Ik hoop wel met dit boek meer begrip los te maken voor eetstoornissen en andere psychosomatische ziekten.
“Ze worden vaak verkeerd begrepen, waardoor mensen met de beste bedoelingen toch foute dingen zeggen, zoals: ‘Doe nu niet zo vervelend en eet gewoon die boterham op!’.
“Erkenning voor de complexiteit van eetstoornissen is zo belangrijk. Anders raak je in een isolement en zak je altijd verder weg. Dat gebeurt niet vanaf dag één.
“Vergelijk het met de negen ringen van de hel van Dante: hoe dieper je zakt, hoe zwaarder het wordt.
“Meer begrip leidt tot meer verbinding.
“Voor degenen die zelf ziek zijn: probeer toch in verbinding te komen met anderen en wees mild voor jezelf.
“Herstel is mogelijk.”


Lees ook
Bron: De Standaard