Alles wat Gaea Schoeters dezer dagen aanraakt, lijkt te veranderen in goud.
Maar zweven ligt niet in haar aard.
Wel heeft ze de toekomst altijd opgewacht,
alert en met verwachtingen.
“Er is maar één richting: tegemoet.”
Jelle Van Riet – De Standaard
5 juni 2025
Leestijd: 19 min
“Laat ons ten minste drie generaties lang de context vrouwelijk maken”
Gaea Schoeters
Gaea Schoeters (1976)
Schrijft proza, toneel, libretto’s en gedichten, is literair programmamaker en vertaler, en een van de drijvende krachten achter Fixdit, een collectief dat streeft naar meer diversiteit in de letteren.
Gaea Schoeters heeft de wind in de zeilen. Haar roman Trofee gooit hoge ogen in het buitenland, haar Dead Ladies Show loopt als een trein, ze won de Ultima Letteren 2025, ze is de nieuwe culturele ambassadeur van Sint-Niklaas en er is zonet een novelle van de persen gerold, simultaan in België en in Duitsland, jawohl.
Over de kracht van de wind gaan uiteraard enkel de goden, maar Schoeters heeft het geluk ontegenzeglijk ook zelf afgedwongen.
Ze werkt als een paard, neemt vaak het heft in eigen handen en laat onvermoeibaar merken dat ze bestaat.
“De tijd heeft een eigen dynamiek, smaak en richting,” weet Schoeters, “maar ik probeer de kansen die zich aandienen, zo zinvol mogelijk in te vullen, ook als dat inspanning vergt.”
Schoeters houdt van moeilijk. Na een precair onderwerp als de trofeejacht in Afrika, waagt ze zich met Het geschenk in het hol van de Duitse politiek. De titel betreft twintigduizend olifanten, een cadeautje van de president van Botswana aan Berlijn bij wijze van dankjewel omdat Duitsland de invoerrechten op ivoor heeft verhoogd.
Waar in Trofee een witte westerling naar Afrika op safari trok – dat liep niet goed af – komt Afrika nu dus naar Europa.
Het is schrikken voor bondskanselier Hans Christian Winkler wanneer deze “migranten” met een slurf en een geheugen plotseling op de stoep van de Reichstag staan. Ook dat kan niet goed aflopen.
Hoezeer Het geschenk ook een wederwoord is op Trofee, het lijkt qua genre, stijl, kleur en toon in niks op zijn pendant.

Waar Trofee “een mindfuck-roman” was (de term is van Dimitri Verhulst), is Het geschenk een politieke satire die de lezer zowel het bitter van onze tijd als zoet leesgenot voert.
“De wereld is in die mate een groteske geworden dat het moeilijk wordt daar nog realistisch over te schrijven”, vertelt Schoeters bij de koffie in de Gentse boekhandel Limerick.
Maar ook een satire moet kloppen. En dus moest de auteur zich meester zien te maken van de ins en outs van politiek Berlijn – het verhaal speelt in de aanloop naar de Duitse verkiezingen – alsook van het wondere universum van de olifanten.
Bovendien moest de hoofdpersoon net als Hunter White, de dubieuze Wall Street-illusionist uit Trofee, ons weer in gelijke mate kunnen ergeren en ontroeren.
Bondskanselier Winkler wil het in se goed doen, maar is vergeten waarom hij ooit in de politiek is gegaan. Ik heb bijna medelijden met hem. U ook?
“Ik vind hem misschien nog meer dan Hunter White een treurig figuur.
“Winkler is zo’n man die echt een knuffel nodig heeft. Zo’n man van wie wordt verwacht dat hij weet, presteert en rendeert, hij heeft amper ruimte om vrij te denken.
“Hierdoor klampt hij zich vast aan macht, structuur en de status quo. Hij is laf, ook dat, een eigenschap waar ik slecht mee om kan.
“Maar in de scène waarin hij zichzelf herontdekt en na de liefdesdaad met zijn vrouw, en naakt op het balkon van de Reichstag staat met op de achtergrond olifanten en een onweer, zie ik hem echt graag. De kleine Hans Christian zit kennelijk nog in hem.
“Ik ben niet zo’n grote optimist, maar als we ervan uitgaan dat in al die grijze, vastgeroeste, door het systeem in een richting geduwde mensen een kern zit waar ze nog bij kunnen, dan is er misschien hoop voor de wereld.”
Hij is verlamd, zijn regering wordt volledig in de tang gehouden door extreemrechts.
“Die verlamming tegenover de druk van rechts en hoe daar maar geen zinvol antwoord op komt, zie je in heel Europa.
“Het is vergelijkbaar met de playground bully, die iedereen op de speelplaats ertoe dwingt zich tot hem te verhouden.
“Ofwel reageer je niet en dan wint hij, ofwel ga je je even agressief gedragen en wint hij ook, want dan doe je jezelf onrecht aan.
“Pestkoppen veranderen juist niet, zij blijven eeuwig in hetzelfde patroon zitten.
“Zo ook zie je democratische partijen van karakter veranderen om zich te verhouden tegenover de agressie van extreemrechts. Maar zo worden we allemaal bully’s en wint er niemand, zeker de democratie niet.
“Op dit moment zitten we op een gevaarlijk kantelpunt in de zin dat rechts-populisme hier en daar heel dicht bij de effectieve macht komt.
“Eigenlijk bestuurt het de facto al mee. Want alles waar het voor staat, is door de democratische partijen overgenomen om toch maar te verhinderen dat extreemrechts mee zou besturen. Dat is nog erger, want als er iets misgaat, is die partij niet verantwoordelijk.
“Toch bizar dat we niet zien hoe nefast die spiraal is?”
Gaat uw voorkeur uit naar het type politici: soberheid, standvastigheid, staatsmanschap, om Angela Merkel niet te noemen?
“Als ik dan toch moet kiezen binnen het huidige spectrum, dan vind ik dat al een goede optie. Ik heb een hekel aan politici die meer bezig zijn met imago, populariteit en marketing dan met hun job te doen.
“Ik hoor nu al het protest: ‘Ja maar, we moeten zichtbaar zijn en de kiezer behagen, want als we niet verkozen worden, blablabla.’
“Weet je, onlangs reed ik achter een vrachtwagen aan met daarop de slogan ‘We make salad sexy’.
“Ziehier het probleem van onze tijd. Niemand heeft ooit gevraagd aan sla om sexy te zijn. Hoe komen we aan goeie, verse sla, daar zou de focus moeten liggen, niet op sexy sla.
“We zitten in een wereldbeeld waarin die holle slogan wordt toegepast op alles, inclusief we make politics sexy. Daar schort het.
“Mijn personage Erika Lange, voor wie Merkel losjes model stond, is zo’n politica van de vorige generatie die denkt: ‘Fuck sociale media! Fuck zichtbaarheid!’
“Maar met degelijkheid komen we er ook niet meer.”
Is Hannelore Hartmann, minister van Olifantenzaken, de gedroomde politica? Zij wil álles herdenken.
“Ja, alleen zijn mensen als de dood voor verandering. Daarom zitten we opgescheept met partijen die zich verkopen als ‘de kracht van verandering’, maar in wezen de status quo behouden.
“Je kunt blijven filmpjes maken van kastelen bij zonsondergang en zeggen dat je daar naar terug wilt, maar dat heeft nooit bestaan en zal zeker niet opnieuw bestaan.
“Eigenlijk is Hartmann een realist. Ze kijkt naar de veranderde werkelijkheid en vraagt zich af hoe we mensen, olifanten, natuur en klimaat met elkaar kunnen verzoenen.
“Hartmann denkt niet: ‘How do we make salad sexy?’
“Zij denkt: ‘Ik sta op een akker, hoe kom ik aan sla?’
“Zij durft radicaal het roer om te gooien, omdat populariteit haar au fond niet interesseert. Ze kijkt generaties voorbij haar eigen bestaan, denkt soortgericht.
“Die visie zien we zelden, door de inherent aan partijpolitieke democratieën gekoppelde doodsangst om niet herverkozen te worden.”

U zou zelf een goeie politica zijn: intelligent, rad van tong, geen angst om …
“Nooit! Jamais! Politiek is thuis altijd de olifant in de kamer geweest, want mijn vader is politicus. En zoals dat gaat, was er toch de onuitgesproken verwachting dat dit erfelijk is – ik ben enig kind.
“Maar net doordat ik het politieke bestel van dichtbij heb gezien, weet ik waarom ik het niet zou kunnen: ik zou doodgaan aan het compromis.
“Zo’n Winkler moet continu een soort van koehandel van politieke haalbaarheid voeren met ethisch, maatschappelijk en menselijk relevante zaken, en besturen met mensen met wie hij niet door één deur kan.
“Ik zou knettergek worden. Ik denk trouwens dat je als vrouw in het politieke systeem meer dan in alle andere sectoren aan de kant geschoven, gepasseerd en afgemaakt wordt.
“Ik heb zeer getalenteerde, intelligente vrouwelijke politici heel vaak gepasseerd zien worden; ik had al lang iemand vermoord.”
Olifanten “halen hun slurf op voor politiek”. Het gaat hen in eerste instantie om elkaar. Hebben we veel van ze te leren?
“Het is niet zo dat ik een grote fetisjistische liefde voor de olifant heb, ik heb er nog nooit eentje persoonlijk leren kennen, maar deze dieren vertonen interessante, intelligente sociale patronen.
“Ze gaan anders om met hiërarchie, met conflict, met samenleven, met rouwen. En ik wil niks zeggen, maar het is een matriarchaat. Misschien zorgt dat voor een andere omgang met de wereld.
“Bij de geboorte van een babyolifantje zorgen de volwassen vrouwelijke olifanten ervoor dat het kalfje tijdig op zijn poten staat. Anders sterft het.
“En dan zie je dus van die kolossale beesten rond dat fragiele olifantje bewegen. ‘Niet op trappen’, denk je de hele tijd, maar ze hanteren zo’n natuurlijke omzichtigheid. Dat vind ik heel spannend.”
Zal het herdenken van de wereld door vrouwen moeten gebeuren?
“Als je kijkt hoeveel honderden jaren mannen al over de wereld regeren en je ziet het resultaat, dan kan je met alle liefde Gods niet zeggen dat ze het fantastisch hebben gedaan. Als ik rondkijk, dan zou ik zeggen matig tot zwak.
“Dus ja, laat de vrouwen het eens proberen bij wijze van experiment.
“‘Maar Thatcher …’, hoor ik nu al de tegenstemmen. Maar hoeveel bewegingsruimte had Thatcher als enige vrouw in een volledig mannelijke context?
“Hoeveel marge hebben vrouwen tout court om iets wezenlijk anders te doen? Het systeem is volledig op maat van mannelijk denken, mannelijk handelen en zelfs mannelijke fysieke eigenschappen uitgedacht.
“Als we de vrouwen het willen laten proberen, dan moeten we de oefening ernstig nemen en zeggen: laat ons ten minste drie generaties lang de context vrouwelijk maken.
“Laat ons op school boeken lezen van vrouwen, de geneeskunde op het vrouwenlichaam afstemmen, de straten namen van vrouwen geven en de kamertemperatuur anderhalve graad hoger zetten, want die is nu op mannen afgestemd.
“In zo’n omgekeerde wereld raken we misschien van onze geïnternaliseerde bescheidenheid af.
“En laat ons dan een keer een politiek systeem proberen waarin alle belangrijke posities door vrouwen worden bekleed en dan kijken of we het even slecht doen.
“Twee vrouwen in een regering met zestien mannen vind ik geen eerlijke test.”
Ironisch genoeg oogst u juist met een ‘mannelijke’ roman over jagen en doden succes.
“Ik schrijf graag over mannen, omdat ze anders zijn. En ik probeer altijd om mensen, zelfs als ik hun ideeën verwerpelijk vind, van binnenuit te begrijpen. Ik wil kijken of er iets gemeenschappelijks is, waardoor een gesprek mogelijk wordt.
“Tegelijk ben ik als lezer en auteur gevormd door mannelijke literatuur.
“Door Harry Mulisch, Milan Kundera en Henry Miller, een cerebrale manier van schrijven over onderwerpen die tot de mannelijke cultuur horen.
“Het heeft lang geduurd eer ik, dankzij het werk van Jeanette Winterson en andere vrouwen, mezelf ben gaan bevragen: hoeveel van wat ik denk, is gevormd door de literatuur?
“Het vrouwbeeld dat ik uit die boeken heb meegekregen staat op de cover van Anaïs Nins Henry & June: een langharige, slanke vrouw met kousen tot halfweg de dij en een nog net zichtbare jarretel.
“Ik vind het nog altijd heel sexy, maar hierdoor heb ik me lang afgevraagd wat mijn positie is in deze erotische verhouding.
“Ik herinner me dat toen ik de film Top gun zag, ik Tom Cruise wilde zijn. Maar het was pas toen ik, op mijn dertiende, Maria de Medeiros Uma Thurman zag kussen in de verfilming van Henry & June, dat ik besefte dat ik Tom Cruise wilde zijn omdat ik Kelly McGillis wilde kussen.
“Die herkenning was heel belangrijk. Toch heb ik erna nog zeker vier à vijf jaar gedacht dat ik dit niet mocht willen.
“‘Ik moet mijn best doen om op mannen te vallen, dan gaat het vast over.’
“Ik heb mijn best gedaan, maar dat heeft duidelijk niet geholpen.”
Zowel Hunter, een Marlboro-man, als Winkler wordt door grote verlangens gedreven. U lijkt ze op dat vlak goed te begrijpen, uw personages.
“Ik heb altijd voor de grote verlangens en passies geleefd, en was ook altijd bereid het daarbij horende hoge prijskaartje te accepteren.
“Ik vind sowieso dat je in het leven de consequenties van je handelen in hun gezicht moet kijken, ook als ze onaangenaam zijn.
“Misschien hou ik daarom zoveel van opera, omdat alles er groots is. Als kind al – mijn moeder nam me vanaf mijn vijfde mee – hield ik ervan, al begreep ik niks van wat er gezongen werd. De emotie was immens.
“Het verklaart ook mijn liefde voor Jeanette Winterson die, zeker in haar vroege werk, het had over love without boundaries en ijsberggrote emoties.
“Mijn vrienden noemen een overdrijving niet voor niks een ‘gaeïsme’.”
Maken die grote verlangens u roekeloos, zoals White?
“Mijn moeder zegt altijd dat ik enkel berekende risico’s neem. Eigenlijk ben ik niet zo dapper. Ik zoek graag de grens op, maar enkel om te kijken in hoeverre ik over mijn angst heen kan stappen.
“Heel vaak percipiëren we iets als gevaarlijk, terwijl het enkel beangstigend is omdat het anders, nieuw of onbekend is. Daar moet je, vind ik, actief mee aan de slag.
“Ik heb bijvoorbeeld een geweldige hoogtevrees. Wel, ik hou van bergvakanties en wil dan altijd net die moeilijke route lopen, tot op het punt dat ik voel dat het echt niet meer gaat.
“Die oefening – de frictie opzoeken, mezelf pushen en weten wanneer je moet omkeren – is een oefening die ik telkens weer maak. Ook artistiek.
“Maken is altijd een proces waarin je balanceert tussen overmoed en angst.”
Met White en Winkler deelt u ongebreidelde ambitie. Nochtans moet je de dingen niet verwachten, zegt de hond in uw kinderboek (N)Iets. “Je moet ze opwachten.”
“Je kunt niet beslissen wanneer het geluk jouw kant opkomt, maar je kunt je werk wel maken op maat van wat je vindt dat het moet worden.
“Je gaat jezelf als maker toch niet censureren uit bescheidenheid?
“Als je denkt dat je de wereld echt iets te vertellen hebt, kun je toch niet beweren dat je alleen maar wil dat het vandaag resoneert?
“Mij maak je niet wijs dat je jaren aan een roman zit te prutsen, die men de komende vijfhonderd jaar mag vergeten.
“Dus ja, opwachten: met een soort alertheid en verwachting bij de deur gaan zitten en geloven dat er ooit iets komt, anders kun je net zo goed ergens in een hangmat gaan liggen.
“‘The only thing you can do is stay in the room until you are noticed’, zei de onlangs overleden Kaija Saariaho, toen ze als een van de enige twee vrouwelijke componisten ooit de Gouden Leeuw kreeg in Venetië.
“Je moet durven zeggen: ‘Ik ben er.’
“Daarbij komt, en dat vind ik zelf moeilijk, dat je als vrouw moet nadenken over hoe je het zegt. Doe je het op dezelfde manier als de jongens, dan ben je algauw arrogant of bitchy. Er wordt toch verwacht dat je het met een glimlach doet.
“Maar ik pas niet in het hokje van hoe vrouwelijke charme eruit moet zien.”
In uw Queer State of the Arts noemde u uw vrouw-zijn een fase. Iets tijdelijks, iets wat je bent “tot de wereld eindelijk in balans is. En we eindelijk onbezorgd onszelf kunnen zijn. Man op maandag, vrouw op vrijdag, tussendoor ertussenin.”
“Waarom blijven we toch bezig met die categorieën? Ik zie mezelf als mens. Alleen benoem ik mezelf in het huidige politieke klimaat tegenwoordig opnieuw heel bewust als vrouw omdat er anders vrouwtypes verloren gaan.
“We zijn weer helemaal terug bij Ken en Barbie. Mensen moeten zich realiseren dat er vrouwen bestaan die eruitzien zoals ik, praten zoals ik, handelen zoals ik. Die motorrijden en God mag weten wat allemaal.
“Die, hoewel ze niet in dat typische vrouwelijke model passen, zich toch niet als man identificeren.
“Ja, er zit een jongen in mij, maar als ik dat ga benadrukken, dan is het voor de buitenwereld opgelost en hoeven de stereotiepe genderclichés weer niet te worden bevraagd.”

“Liefde heeft geen oefenbassin. In sommige bassins zit niet eens water”, schreef u in uw roman De kunst van het vallen. Bent u weleens pijnlijk tegen de bodem gebotst?
“Zoals met alle grote passies ben ik best vaak en hard tegen de bodem gegaan. Maar wat ik ervoor in ruil heb mogen voelen en krijgen, maakt dat het het waard was.
“De keren dat het het niet waard was, kon ik de pijn makkelijker loslaten. Niet mijn slimste, klaar.
“Pijnlijker is het als je het met z’n tweeën vanuit goede intenties hebt geprobeerd en het niet is gelukt. Dat je, ondanks dat er nog heel veel liefde is, elkaar moet loslaten.
“Wat mij meer dan wat ook interesseert, is hoe dicht je bij iemand kunt komen, niet alleen in liefdesrelaties.
“We zijn gefixeerd op romantische relaties, maar ook in vriendschappen kun je soms even aan dat fundamentele, menselijke alleen-zijn ontkomen. Dat alleen al is om het even welk leeg zwembad waard.
“Ik zie veel mensen medium gelukkig zijn met elkaar. Ik ben heel slecht in medium gelukkig zijn. Ik denk dat we de romantische relatie overbelasten door te willen dat die ene partner op zijn eentje alles invult en je omgekeerd alles moet zijn wat de ander nodig heeft.
“Kunnen we even realistisch zijn? Ik ben echt wel een hoop werk voor één iemand alleen.”
Uw vader las u, toen u twee was, In de ban van de ring van Tolkien voor. U ging op uw vijfde naar de opera. Was u het uw ouders verschuldigd om wat van uw leven te maken?
“Ik ben opgevoed met de slogan: ‘Je moet zorgen dat je in alles wat je doet de beste bent.’
“Lastig, want dan denk je dus jarenlang dat alles wat minder is dan dat, niet goed genoeg is. Tot iemand me erop heeft gewezen dat excelleren een soort van streven is.
“Er werd me gewoon van alles aangereikt, waar ik zelf voor moest reiken om het te kunnen pakken, en daar geloof ik heilig in.
“Ik word ongelooflijk kwaad van de neiging tegenwoordig, zowel in het onderwijs als in de cultuursector, om mensen te willen emanciperen door de lat zo laag mogelijk te leggen. Zo van: jij kunt vast niet hoger.
“Ik vind dat beledigend. Ik vind dat je mensen de kans moet geven om boven zichzelf uit te stijgen.”
U ontving onlangs de Ultima voor de Letteren omwille van uw veelzijdigheid en betrokkenheid op de wereld. Is het een vloek of een zegen om multigetalenteerd te zijn?
“Ik zal je een geheim vertellen.
“Voor ik geboren werd, hebben mijn ouders van een vriend een horoscoop gekregen waarin mijn toekomst uit de doeken werd gedaan. Ik mocht die als kind nooit zien, mijn ouders waren bang dat ik me ernaar zou richten, vooral naar het drama dat daarin werd voorspeld. Maar de verboden vrucht …
“Een van de dingen die daarin staat is dat ik geen monofocus heb, maar een multifocus.
“Er is versnippering, en toch is er ook een samenhang, een resonantie en kruisbestuiving, waardoor ik uit al wat ik doe, ook al lijken het omwegen, toch weer nieuwe voeding of verdieping vind voor andere gebieden.
“Ik ben een absolute splinterbom aan interesses, maar dat past bij mijn persoonlijkheid.”
Wat alles met elkaar verbindt, is de tijd. Er is maar één goede richting, zegt de hond in je kinderboek. En dat is tegemoet.
“Dat is altijd al de richting geweest.
“‘Tegemoet’ heeft opnieuw te maken met verwachting, nieuwsgierigheid en een bereidheid om je open te stellen voor wat komt.
“Als er één ding is waar ik bang voor ben, dan is het om in de val trappen van de herhaling omdat iets werkt.
“Er lijkt mij niks zo erg als een onetrickpony te zijn.
“Ik zoek altijd naar iets waarin ik mezelf kan ontwikkelen of prikkelen of waarin ik kan ontdekken dat ik ongelijk had. Zo blijf je flexibel.
“Ik probeer geen doel vast te leggen, want met een doel leg je heel vaak ook je parcours en je uitkomst vast.
“Tegelijk heb ik wel een richting voor ogen, anders ga je nergens heen. Het is alweer een kwestie van balans.
“Ik heb in mijn leven best vaak achterom gekeken, maar tegenwoordig ben ik heel erg blij om mij heen aan het kijken.
“Ik vind het echt prettig om ouder te worden. Ik kijk nog altijd met veel liefde naar twintigers, zeker nu het lente is en je ze, een en al musculatuur en in een wolk van hormonen, kruist op straat.
“De aan die leeftijd gekoppelde overmoed vind ik prachtig. Maar ik verlang er niet naar terug.
“Ik voel me bevrijd van die hijgerige bewijsdrang en ben nu op het punt waarvan ik weet: dit ben ik, hier sta ik voor, dit is wat ik waard ben.
“En van hier is de richting tegemoet.”



Lees ook
Klik op de hyperlink en ontdek
meer berichten van
Lees meer interviews
Het leven – Een gebruiksaanwijzing
Bron: De Standaard