Blijkbaar is ons leven zo ondraaglijk dat we ervan moeten weglopen, schrijft Ignaas Devisch. Waaraan willen we eigenlijk ontsnappen door voortdurend vakantie te nemen?
Ignaas Devisch – De Standaard
27 juni 2025
Leestijd: 5 min
Wat voor onze grootouders nog ondenkbaar leek, is vandaag de normaalste zaak ter wereld: massa’s vrije tijd.
Voor velen is het bijna vakantie, een tijd van ontspanning en ontsnapping, ver weg van het drukke leven en de stress of het slechte nieuws dat we dag na dag kunnen bekijken.
De tijd dat alleen de zomer diende om op reis te gaan is echter al lang voorbij. Als we na enkele weken aan het zwembad van het luxeresort weer aan het werk gaan, volgt al snel de verzuchting naar de volgende vakantie.
We vluchten steeds vaker per jaar weg van het leven dat we leiden. Dat is een opmerkelijke evolutie.
Of het nu gaat om lange reizen, me-time of wellness-weekends, de vrije tijd vervult steeds meer de functie van een compensatie in de betekenis die Karl Marx eraan gaf met zijn bekende uitspraak over religie als ‘opium van het volk’.
Blijkbaar is ons bestaan ondraaglijk en hebben we regelmatig vluchtroutes nodig om te ontsnappen aan de dagelijkse sleur. Daarvan getuigen we uitvoerig via onze socials.
De vele foto’s en video’s van de cocktails aan het zwembad op Instagram – “Kijk eens wat ik allemaal niet hoef te doen” – vormen dan de tegenpool van wat we tijdens werkdagen op Linkedin plaatsen – “Kijk eens wat ik allemaal heb gedaan”.
Het verlangen naar een of andere vorm van compensatie voor het dagelijkse bestaan doet denken aan de grap die cartoonist en dichter Wilhelm Busch ooit vertelde:
“Wie zorgen heeft, heeft ook likeur.”
Te merken aan de hoeveelheid likeur – wijn of bier – die we consumeren, hebben we veel zorgen.
Welke zijn dat dan?
De grootste zorg van heel wat mensen lijkt stilaan het organiseren van originele compensatiemomenten. Zomaar op reis gaan kan niet meer. Het moet gaan om plaatsen waar nog geen toeristen zijn geweest.
Dat is lastig, aangezien ongeveer de helft van de folders van reisbureaus net belooft ons mee te nemen naar zulke plaatsen, die dan uiteraard vollopen met toeristen die toeristen willen mijden.
Museaal Europa
Maar nog los daarvan, dat je minstens vijf keer per jaar op reis moet zijn geweest, is stilaan een burgerlijke plicht. Wie eraan verzaakt, daalt in de sociale pikorde.
Zo voelde ik vorige zomer een oprechte teleurstelling bij veel mensen toen ik vertelde dat ik naar de Moezelstreek op reis was geweest. Dat viel toch wat tegen, zo dicht bij huis.
Gelukkig kon ik die teleurstelling compenseren door aan te geven dat de plaatselijke likeur – de Moezelwijn – best wel van hoge kwaliteit is en de Riesling een onderschatte wijndruif.
Dat kon er dan wel mee door, zeker omdat ik enkele flessen ter degustatie had meegebracht. Uiteindelijk was ik alsnog een goede escapist.
Ik beschrijf het opzettelijk wat lacherig, want zijn de zorgen van de gemiddelde bewoner van het oude continent niet ondraaglijk licht te noemen in vergelijking met wat er in het Midden-Oosten, Oekraïne of Soedan gebeurt?
Niettemin lijken we voortdurend te moeten ontsnappen en nemen we ondertussen het hele jaar door vakantie.
Ter illustratie: Europa boekte in 2024 meer dan drie miljard (!) overnachtingen.
De politieke relevantie van dit continent lijkt omgekeerd evenredig te evolueren met de museale belangstelling ervoor. Maar daar lijken onze zorgen niet naar uit te gaan.
Blijft de vraag waaraan we dan willen ontsnappen? Waar situeert zich ons ongemak?
In zijn kerstessay voor deze krant noteerde Arnon Grunberg eind vorig jaar de volgende rake observatie:
“Vrede verdrijft de onvrede niet.”
Blijkbaar is het goede leven uiteindelijk niet genoeg, aldus Grunberg.
Na de Tweede Wereldoorlog, en al zeker na de val van de Muur in 1989, kregen we het in Europa almaar beter. Toch zijn veel mensen vandaag misnoegd.
Ze stemmen bovendien op politieke figuren wier beslissingen waarschijnlijk hun levenskwaliteit zullen doen dalen.
Never a dull moment
Maar blijkbaar liever dat dan dat er niets te beleven valt en we het gewoon goed hebben.
Kijk naar de Verenigde Staten: de saaie Joe Biden investeerde massaal in infrastructuur en werkgelegenheid, wat het land een broodnodige relance opleverde, maar zelfs de verveling verveelde zich.
Keken we daarom niet heimelijk allemaal een beetje uit naar de terugkeer van Donald Trump en zijn spektakel?
Never a dull moment!
Terwijl de aanhoudende stroom van statements uit het Witte Huis ons elke dag weer afleidt, etaleert dit tijdsgewricht ondertussen een vreemde fascinatie voor de intensiteit van de loopgraven en de oorlog.
Zitten we – een goede eeuw na publicatie – opnieuw in het universum van Ernst Jüngers In Stahlgewittern – In de staalstormen?
De democratie lijkt alvast niet langer mobiliserend te werken.
Een en ander doet onwillekeurig denken aan het refrein van het bekende Noordkaap nummer:
“Zou een heel klein beetje oorlog dan niet beter kunnen zijn?”
De vraag luidt natuurlijk: beter dan wat?
Boven op het feit dat in deze tijd oorlogen niet de eigenschap hebben “echt niet lang te duren” en zelfs gewoon niet meer lijken te eindigen, kunnen we ons beter eerst afvragen of we niet gewoon te veel van het leven verwachten en daar geen blijf mee weten.
Maar misschien dienen al die vakanties er uiteindelijk toe om van die ongemakkelijke vraag weg te lopen.

Bron: De Standaard