Essay – Jonathan Holslag fileert het Europese China-beleid – ‘Slap, kortzichtig en een maat voor niets’


Het Europese handelsbeleid van de afgelopen dertig jaar is tegenover China zo goed als waardeloos gebleken, schrijft Jonathan Holslag. De verklaring?
Slap en kortzichtig beleid.

Jonathan Holslag – De Morgen

5 juli 2025

Leestijd: 8 min


Voorafgaand aan een Chinees-Europese top, deze week, maakte de Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor Buitenlandse Zaken een inschatting zoals alleen eurocraten die lijken te kunnen maken.

“Chinese bedrijven zijn de levenslijn die Moskou toelaten de oorlog tegen Oekraïne te voeren, Peking voert cyberaanvallen uit, interfereert met onze democratie en voert oneerlijke handel”, somde Kaja Kallas op, en toch, besloot zij, “is China geen tegenstander”.

Het is een beetje als het kneusje op de speelplaats, dat, na door de patser van enkele jaren hoger van zijn snoepjes te zijn beroofd en daarop ook nog eens een stomp in de maag heeft gekregen, op het punt staat zich wat te vermannen, en vervolgens toch nog maar eens besluit om vriendjes te blijven.

De relaties met China zijn al langer schadelijk voor Europa, maar dat heeft Europa voor een groot deel aan zichzelf te danken.

Leiders als Kallas maken de situatie ook alleen maar erger. Af en toe spreken ze stoere taal, slikken hun woorden dan weer in en krabbelen uiteindelijk terug.

Die hypocrisie bevestigt zwakte, en zwakte bestendigt juist de assertieve houding van de andere partij.

Met Kallas oogt de Europese diplomatie fris en vernieuwend, maar het is de aloude besluiteloosheid en het aloude opportunisme in een ongeloofwaardig jasje van realpolitik.

Met dat soort diplomatie verliezen we vooral tijd.

Het spanningsveld tussen China en de Europese Unie is al decennialang in opbouw. Neen, eigenlijk is het al een eeuw lang in opbouw.

China wordt in zowat alles aangedreven door de verzuchting om de vernedering en de machteloosheid die volgde op de Opiumoorlogen in de 19de eeuw voor eens en voor altijd weg te werken.

Macht, allesomvattende macht, op zowel economisch, technologisch, politiek als op militair vlak: daar draait het voor Peking om.

Macht betekent stabiliteit en welvaart in het binnenland, het vermogen om betwiste gebieden opnieuw aan het grensland te hechten en het vermogen om relaties met het buitenland vorm te geven.

Dat heeft na een revolutionaire fase onder Mao Zedong tot een pragmatische koers geleid, waarbij China de deur openzette voor de rest van de wereld, maar steeds in functie van de nationale macht en belangen.

Terwijl het Westen zich als gevolg van roekeloze welvaart in de globalisering verloor, hielden de Chinezen, scherp gehouden door hun historisch trauma en armoede, de ogen op hun nationale wederopstanding.

Nooit heeft de Chinese overheid de ambitie gekoesterd om de vrije markt op westerse wijze in te voeren, laat staan de westerse democratie in te voeren. En eigenlijk is Peking daar steeds heel open en eerlijk over geweest.

Het zijn vooral Europese zakenlui, diplomaten en politici geweest, die zich − in een voor mij nog steeds moeilijk te begrijpen vlaag van zelfbegoocheling − voorhielden dat China zich wel naar onze waarden, normen en belangen zou schikken, als we maar Erasmus-studenten aantrokken, zakenlui fêteerden, met diplomaten dialogeerden en gezamenlijk investeerden, in klimaatmitigatie, bijvoorbeeld.

Frissere marketing

Toch wees alles erop dat die strategie niet werkte.

Rondom 2006, bijvoorbeeld, werkte ik zelf mee aan een audit van de studentenuitwisselingen. Die wees uit dat studenten vaak met een minder positief beeld over de democratie naar China terugkeerden dan bij moment van aankomst. Idem voor alle dure dialogen.

Met een andere doorlichting concludeerden we dat ze doorgaans weinig of geen resultaten opleverden.

En, idem voor handel: ondanks beloften bleef Peking massaal op investeringen en export inzetten.

Hoeveel CEO’s hebben mij destijds niet verklaard dat zij gezien hun technologie en knowhow onmisbaar waren voor China

Een hele generatie Europese leiders en diplomaten heeft het nagelaten om de belangen van de Europese burgers te behartigen en heeft door slap, onsamenhangend en kortzichtig beleid de positie van Europa ten aanzien van China verzwakt.

De handigsten onder hen hebben er achteraf nog een aardige cent aan verdiend ook.

Opnieuw: ik neem het Peking niet kwalijk. De Chinese diplomaten en leiders doen wat elke normale, zichzelf respecterende samenleving hoort te doen: de toekomst vormgeven, en aan macht en welvaart bouwen.

Bij hun Europese tegenhangers is dat dus minder het geval.

De verklaring: een gebrek aan leiderschap.

Rijke samenlevingen zijn vaak geneigd om op de offers en welvaart van gisteren te teren, eerder dan de voorspoed van morgen uit te stippelen.

Grote bedrijven hebben rond de eeuwwende op die manier flink munt kunnen slaan uit hun sterke concurrentiepositie en werden daarbij roekeloos.

Hoeveel CEO’s en voorzitters van raden van bestuur hebben mij destijds niet verklaard dat zij gezien hun technologie en knowhow onmisbaar waren voor China, dat de Chinezen hen nooit zouden overklassen.

Net zoals de bedrijven verslingerd raakten aan China, gebeurde dat met de consumenten.

Chinese spulletjes waren eerst goedkoop, werden dan goedkoop en goed, en komen nu ook met steeds frissere marketing.

O wee degene die daartegen inging.

De financiële crisis rond 2010 werkte deze situatie verder in de hand. Met de bedelstaf bijna reisden Europese leiders naar Peking om er leningen en investeringen los te weken.

Geleidelijk aan trad een zekere desillusie in.

De nieuwe Chinese leider, Xi Jinping, die rond 2013 aan de macht kwam, werd niet de verhoopte hervormer en stelde zich al snel op als een harde en onverbiddelijke nationalist.

Op militair vlak zette China steeds meer druk op Taiwan. Hongkong werd hardhandig in de pas gedwongen.

De consument kan het geen barst schelen. Die wisselt zijn Volkswagen met het grootste gemak in voor een Polestar

De belangrijkste kentering kwam er wellicht doordat de grote Europese firma’s uit hun zelfgenoegzaamheid werden gedwongen door Chinese concurrenten die hun opwachting maakten in nieuwe technologie: van zonnepanelen en elektrische wagens tot smartphones en fintech.

Dezelfde bedrijven die jarenlang koketterend toeterden dat zij onmisbaar waren, kwamen met hangende pootjes om bescherming vragen.

De consument kan het geen barst schelen.

Die wisselt zijn Volkswagen met het grootste gemak in voor een Polestar, zijn Dell voor een Lenovo, Amazon voor Alibaba. Hij krijgt daarbij bijval van liberale economen die dit alles een zege voor de koopkracht vinden. Dat is natuurlijk ook zo.

Eigenlijk is de Europese burger-consument de keerzijde van de Chinese burger-arbeider. Het buitensporige Europese consumentisme drijft op het Chinese industrialisme-exces, en omgekeerd.

Alleen leert de geschiedenis dat als de industriële en technologische basis verzwakt de koopkracht op langere termijn zelden overeind blijft, en dat zo’n onevenwicht doorgaans tot pijnlijke aanpassingen leidt.

Dat onevenwicht blijft enorm: een tekort in de handel in goederen van 305 miljard euro tegenover een klein overschot in de dienstenhandel van nog geen 20 miljard euro.

Het handelsbeleid van de afgelopen dertig jaar is tegenover China zo goed als waardeloos gebleken.

Daar komt niet bepaald verandering in. De recente invoerheffingen op elektrische auto’s uit China blijken een maat voor niets, want Chinese EV’s en hybride auto’s blijven bij ons marktaandeel winnen.

Een muis gebaard

Het zogenoemde dwanginstrument, deels ontwikkeld tegen Chinese economische intimidatie, is nog nooit gebruikt.

Brussel was in de aanloop naar de top bijzonder trots op een maatregel om Chinese bedrijven minder toegang te geven tot publieke aankopen van medisch materiaal, maar op de totale invoer van 520 miljard euro vertegenwoordigt die invoer nog geen halve procent.

De olifant heeft dus weer eens een muis gebaard.

In de kern is het onevenwicht tussen China en Europa geen diplomatiek probleem, maar een maatschappelijk probleem.

Het ligt nu eenmaal in de aard van zwakkere landen om zich voor een veiligere en welvarendere toekomst in te spannen.

Net zo ligt het vaak in de aard van sterkere landen om die positie door hoogmoed en spilzucht te verkwanselen.

Het vergt enorm veel moed en leiderschap om een samenleving die aan comfort gewend is geraakt te vertellen dat er harder gewerkt moet worden, dat er wellicht wat minder moet worden geconsumeerd en meer moet worden geïnvesteerd.

Op dat moment wijst iedereen naar elkaar.

Toch gaan diplomaten als Kallas en andere leiders niet vrijuit: zij worden riant betaald en dienen burgers op zijn minst te vertellen waar het op staat − niet nu eens dapper uit de hoek komen, om dan toch maar weer terug te krabbelen.

Deze EU-China-top was dus helaas weer een maat voor niets en bevestigde vooral dat Europa stuurloos is.

Er is geen geopolitiek kompas en al evenmin een geo-economisch kompas.


Kaja Kallas ontmoet de Chinese buitenlandminister Wang Yi. Met Kallas oogt de Europese diplomatie fris, schrijft Jonathan Holslag, maar besluiteloosheid blijft troef. Bron Wouter Maeckelberghe / Getty Images


Lees ook

Klik op de hyperlinks hieronder
en vind meer berichten

Jonathan HolslagEssay



Bron: De Morgen

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven