Zijn restaurant Instroom gooit het binnenkort over een andere boeg, door onder anderen ex-gedetineerden te laten koken en ook in de Condroz heeft hij grootse plannen. Alles borrelt en knettert bij chef Seppe Nobels (43). ‘Ik heb me altijd een vreemde eend in de bijt gevoeld.’
Tom Pardoen – De Morgen
11 april 2026
Leestijd: 24 min
‘Ik ken jongens uit Eritrea die te voet door Soedan zijn gegaan. Niks kan hen nog raken’
Seppe Nobels
“Blijven jullie slapen?”
Het is niet de vraag die je verwacht, bij aanvang van een interview op een onstuimige maandag middag, in een vallei waar Ardennen en Condroz samenkomen.
Maar een interview met Seppe Nobels is nu eenmaal een spektakelrijke, immersieve ervaring.
Zodra de voordeur van zijn statige Villa de Villégiature openzwaait, word je ondergedompeld in een particulier, spannend universum, zorgvuldig vormgegeven door Nobels.
Met kunst tegen de muur, zelfgemaakte houten tafels en Mariabeelden van de brocantemarkt.
In de kelder doet een kast dienst als deur naar een verborgen cocktailbar, discotheek en fermentatieruimte. Ernaast, op een tafeltje, prijkt een lege dubbele magnumfles wijn – ooit gekraakt door Vladimir Poetin.
In het centrum van Nobels’ sterrenstelsel graviteert de chef zelve, met zijn onvermoeibare, soms frenetieke energie.
De gedachtegang van Nobels – hij draagt het label van ADHD’er met trots – is bij momenten even ongrijpbaar als de waterfee Elfique, die de hoofdrol speelt in Nobels’ nieuwe woonplek op de grens van Condroz en Ardennen.
Terwijl de chef op de etage een videocall afhandelt, maakt Charuwan Pauwels ons wegwijs op de gelijkvloerse verdieping.
Zij is al drie jaar medezaakvoerder bij Instroom, de gastronomische academie waar Nobels zes jaar aan een stuk vluchtelingen heeft getraind on the job.
Na zes jaar hebben Nobels en Pauwels beslist om het geweer van schouder te veranderen: vanaf juni zal Instroom zich richten op andere kwetsbare groepen, zoals ex-gedetineerden en mensen uit de psychiatrie.
Die nieuwe doelgroep zal vanaf komende zomer in het gastronomische getouw komen op de nieuwe locatie van Instroom, op de Antwerpse Linkeroever.
Maar wij vinden Nobels dus op een andere linkeroever, die van de Amblève, in juli 2021 zwaar getroffen door de zwaarste overstromingen uit de geschiedenis van het land.
La Maison du Chef bleef gespaard van onheil, want het is gebouwd op een kunstmatige heuvel van zeven meter hoog – een gelukkige ingeving van de bouwheer.
Naast het jaagpad heeft Nobels een vlaggenmast geplant. Vandaag wordt de Belgische driekleur gegeseld door windvlagen, regen en hagel.
De vlag is een signaal, bekent Nobels:
“Ik ken mijn geschiedenis, ik weet dat het geld heel lang van Wallonië naar Vlaanderen stroomde. Dat is pas in de jaren 60 veranderd, dat mag je niet licht vergeten.”
Een terloopse opmerking, die Nobels tekent, ten voeten uit. Solidariteit en begrip zijn de rode draad in alles wat hij doet, zegt hij. En dus ook in de voorgeschiedenis van zijn Waals avontuur.
Seppe Nobels: “Ik had een mooi stuk bosgrond gekocht, met twee vijvers, op de grens van Wechelderzande en Lille in de Kempen. Dat lag op twintig minuten rijden van de stad, het was perfect.
“Als een van onze cursisten door de knieën dreigde te gaan, nam ik die mee. Om in de natuur te zijn, om ons vrij te voelen.
“We nestelden ons dan in het gras, cirkeltjes draaiend als een hond die een plek zoekt voor de open haard. We drukten ons oor tegen de grond en luisterden naar de bodem. Dat was helend.
“Toen we er op een dag aankwamen, had iemand een paaltje in de grond geklopt met een plakkaat: Hier geen opvangcentrum! Terwijl ik er nooit met meer dan drie van onze gasten was.
“Dan kwam de dienst Stedenbouw in actie, omdat ik vier houten palen in de grond had geslagen: een rechthoek zo groot als de cel van Nelson Mandela op Robbeneiland.
“Bouwovertreding, zeiden ze, en de politie heeft het bos afgespannen met politielint.
“En dan te zeggen dat wij twee zonevreemde vakantiewoningen hebben afgebroken en tonnen sluikafval afgevoerd. Enfin, lang verhaal kort: we waren niet welkom, werd ons duidelijk gemaakt.
“Ik heb dat verhaal verteld op de RTBF, waar ik te gast was in een zondagse show: mijn kookboek was het bestverkopende kookboek van een Vlaming in tien jaar tijd.
“Toen ze me vroegen hoe het met mij ging, heb ik gezegd dat ik niet goed in mijn vel zat, door wat er gebeurd was.”
En toen heeft de vorige eigenaar van deze villa je gecontacteerd?
(knikt) “Een man van 72, een eeuwige vrijgezel, een schat van een mens.
“Hij had dit huis en vele andere eigendommen geërfd van zijn ouders, kolonialen die in Congo een veeteeltbedrijf hadden zo groot als de provincies Limburg en Luik samen.
“In 1930 hebben ze daar een huis gebouwd, en zestien jaar later – op basis van dezelfde plannen – dit huis, een exacte replica, maar in een andere steen.
“Als ik hier met die man rondliep, voelde ik dat hij gebukt ging onder het verleden, zijn ouders.
“Wat die in Congo hebben uitgestoken ben ik niet te weten gekomen, maar hij zag af. Zijn ouders hadden hem op internaat gestuurd in Luik.
“Om de twee jaar kwamen ze naar hier voor de zomervakantie. In september, als ze terugkeerden, vloog hij weer voor 22 maanden naar het internaat.
“Hij kón hier dus niet wonen, door alles wat er gebeurd was en door een kolossaal schuldgevoel, maar hij dacht dat ik hier misschien kon doen wat ik in Lille niet mócht doen.
“Ik zag het potentieel direct, voor mezelf – om tot rust te komen – en ook voor onze cursisten.”
‘Ik hoor nog te vaak van mijn cursisten dat ze geweigerd worden aan de deur van discotheken: eerst een lidkaart kopen. En mét lidkaart mogen ze nóg niet binnen’
Seppe Nobels
Hoe vaak bent u hier?
“Elke week. Wanneer het restaurant open is, overnacht ik in Antwerpen. ’s Zaterdags kom ik na de laatste service naar hier. En dan breng ik mee wie er het meest behoefte aan heeft. Het laatste halfjaar is Dadullah hier vaak geweest, een jongen uit Afghanistan.
“Het is dan altijd wel opletten geblazen. Op een gegeven ogenblik was hij verstoppertje aan het spelen met Kaya en Lou, mijn dochters.
“Dadullah is in die boom daar geklommen, dertig meter hoog, de kruin wiegde heen en weer – levensgevaarlijk.
“In de zomer, toen het water veel lager stond, is hij met een lange aanloop in de rivier gedoken. Twee ribben gebroken – die gasten zijn voor niets bang.”
Omdat ze het ergste al hebben meegemaakt?
(knikt) “Toen de taliban in 2021 weer aan de macht kwamen in Afghanistan, werden de zussen van Dadullah van school gestuurd.
“Zijn leerkrachten werden vervangen door fanatieke geestelijken. Uiteindelijk moest hij op school een spelletje spelen – een soort reis-rond-de-wereld – met een bomgordel om het lijf.
“Dadullah werd opgeleid tot zelfmoord terrorist, en hij besliste om te vluchten. Hij is vertrokken en heeft in drie jaar tijd niet één keer omgekeken.
“In Libië is hij op een bootje gestapt, hij is op het Italiaanse eiland Lampedusa beland en later bij ons.
“Als je dat hebt meegemaakt, is alles wat je hier kunt meemaken onbeduidend.
“Ik ken jongens uit Eritrea die te voet door Soedan zijn gegaan: ze zijn met twintig vertrokken, acht hebben het overleefd.
“Elke dag mochten ze één slokje water drinken, eten hadden ze amper.
“Die gasten zeggen mij nu: ik heb de lotto al eens gewonnen, niks kan mij nog raken.”
Ik kijk om me heen, monster La Maison du Chef en begrijp dat het vele dingen tegelijk is.
Een warme thuis, maar wel een met een professionele keuken.
Er zijn gastenkamers voor cursisten die op adem willen komen, maar Nobels wil er binnenkort ook CEO’s ontvangen, om hen in contact te brengen met zijn cursisten.
Dankzij de vele kunst aan de muur is het ook een galerij.
Het staat me voor dat in uw leven werk en privé naadloos in elkaar overlopen.
“Het raakt me dat je dat zegt. (denkt na)
“Het is waar dat ik het moeilijk vind om werk en privé te scheiden, dat is een kluwen. Ik trek geen grenzen, ik wíl geen grenzen trekken. En ik sta de hele tijd aan.
“Toen ik hier zaterdagavond aankwam, heb ik tot één uur ’s nachts in de gietende regen planten die ik in Lille had uitgetrokken, in de grond gestoken. Dat is logisch, die wortels liggen bloot, je kunt daar niet te lang mee wachten, want dan gaan ze dood.”
Wordt u nooit moe van uzelf?
“Natuurlijk wel, maar je moet daar niet te lang bij stilstaan. Het probleem is dat ik alleen mijn play-knop weet staan. En als ik gewoon in de zetel zou gaan zitten, dan denk ik na twee minuten: luierik.”
Gaat u gebukt onder een katholiek schuldgevoel?
“Zeker. Enfin, nee. (korte pauze) Ik weet het niet.
“Het heeft in elk geval te maken met mijn ADHD, mijn dyslexie en (tegen Charuwan) wat heb ik nog allemaal? Tourette? Onnozele klootzak van De Morgen – nee, grapje.
“Ik denk dat mijn rusteloosheid ook aangeleerd is. Als iedereen de hele tijd zegt dat je niet kunt stilzitten, stop je ook met proberen. Alleen als ik teken, kan ik me loskoppelen van mezelf.
“Als ik in Antwerpen blijf slapen, teken ik na de service elke avond een uur. Zo duw ik de dingen van mij weg.”
Is er ooit officieel een diagnose gesteld?
“Zeker. Ik heb in een ziekenhuis in Leuven van die zuignappen op mijn kop gekregen, ik moest met de ogen knipperen en vragen beantwoorden.
“De conclusie was: drie pillen ’s ochtends, twee ’s avonds. ‘Dan zal het wel lukken’, zeiden ze.
“Ik heb massa’s rilatine geslikt, maar het is nooit gelukt.”
Is het daarom dat u een behoorlijk bochtig schoolparcours hebt afgelegd?
(knikt) “Het ging altijd zo: ‘Roel, acht op tien. Anneke, negen. Nobels: aan mijn bureau. De rest naar de speelplaats.’
“Ik moest binnenblijven, omdat ik weer een nul, een één of een twee had. Voetbalscores.”
Dat lijkt me pedagogisch niet helemaal in de haak.
“Mijn jongste dochter zit nu in het vijfde middelbaar, haar leerkrachten verbeteren huiswerk met een blauwe stylo, omdat rood te neerbuigend is.
“Die leerkrachten heten Janneke en Mieke, niet meer mijnheer en mevrouw.
“Ik denk dat de slinger nu te ver is doorgeslagen, maar in mijn tijd was het ook niet perfect.”
‘Als mijn ouders mij bij de muziekschool afzetten, verstopte ik me daar op de zolder. Na een uur kwam ik weer naar beneden en stapte ik in de auto alsof er niets aan de hand was’
Seppe Nobels
Heeft die harde aanpak u getekend?
“Wat me heeft getekend, was dat het niet lukte.
“Ik heb me altijd een vreemde eend in de bijt gevoeld. Ik voelde dat ik anders was dan andere kinderen.
“Op een dag had mijn vader me ingeschreven bij SK Heffen. Na een jaar zei de trainer: ‘Hij staat de hele tijd naar zijn voeten te kijken. Hij raakt geen bal, maar hij kan wel elk kruid opnoemen.’ Voetbal interesseerde me niet.
“Muziek interesseerde me wel. Ik had aanleg, en een goed ritmegevoel. Ik kon een beat drummen op potten en pannen.
“De directeur van de muziekschool zag het in mij, en gaf me in de handen van de beste leerkracht van de academie, voor vioolles.
“Het probleem was dat ik geen noten kon lezen. Hoe hard ik ook probeerde, ik snapte er niks van.
“Die leerkracht werd gek – ‘hoezo een groot talent?’ – en probeerde mij ritme en noten aan te leren door Mechelse buurgemeenten te scanderen: Bon-hèì-dén, Rij-mè-nám, Keer-bèr-gén. (lacht)
“Ik ben nooit meer teruggegaan. Als mijn ouders mij bij de muziekschool afzetten, verstopte ik me daar op de zolder. Na een uur kwam ik weer naar beneden en stapte ik in de auto alsof er niets aan de hand was.
“Ik ben niet hoogbegaafd, dat zeg ik zeker niet, maar ik merk dat ik overeind blijf als ik omringd ben door universitairen. Maar na die diagnose was ik altijd ‘die ene met dyslexie en ADHD’.
“Pas toen ik op zondag mijn moeder hielp met koken voor de hele familie, kreeg ik complimenten: ‘Amai, gij kunt goed koken.’
“Dat was de eerste keer dat ik erkenning kreeg – eindelijk.
(werpt plots een blik naar buiten) “Amai, wat een regenboog.”
De regenboog kromt omhoog van achter de kerktoren. Verderop klateren zware regens neer, maar boven La Maison du Chef klaart het op. Duiveltjeskermis, een uitgelezen moment voor een fotosessie in de tuin.
Nobels stelt ons voor aan Brownie, het paard van de buurman – ‘hier in Wallonië zeggen ze Broenie.” (lacht).
Hij vertelt over die keer dat Nederlanders op de camping verderop Koningsdag vierden met bommetjes, waarop Brownie in paniek begon te bokken.
“Hij sprong heel hoog, ik was bang dat hij op straat zou belanden. Ik geef hem geregeld een worteltje van de bioboer, we hadden dus al een band.
“Om hem te kalmeren, heb ik hem in mijn armen genomen, in een innige omhelzing. Zo, met zijn hoofd in mijn nek, is hij weer tot rust gekomen.”
We maken een ommetje langs de waterkant. Nobels wijst op trosjes vergeet-me-nietjes die vrolijk opschieten uit het gras. Die heeft hij geplant met Kris, een van de deelnemers uit het eerste seizoen van Restaurant Misverstand – het VRT-programma waarin Nobels kookt met mensen die lijden aan jongdementie.
Kris overleed vorig jaar. Hij koos voor euthanasie, maar had eerst nog een groot feest gegeven.
“Een ongelooflijke avond was dat”, legt Nobels uit.
“We hebben staan jiven op de dansvloer, we hebben elkaar omhelsd, we hebben het leven gevierd. Maar dan was hij er plots niet meer.”
De chef krijgt het moeilijk: “Ik denk dat ik intussen zes begrafenissen heb gedaan. Heavy, want ik heb nooit een opleiding palliatieve zorg gehad.
“Ik kan erg goed een goede vriend een half jaar niet zien, maar in definitief afscheid nemen ben ik heel slecht.”
Een maand voor het huidige vierde seizoen op antenne ging, koos ook deelnemer Lode voor euthanasie.
In een open brief die later verspreid werd, klaagde hij de huidige regeling rond euthanasie aan.
Nobels: “Lode heeft de beslissing moeten nemen toen hij eigenlijk nog heel goed was. Dat is nu eenmaal wat de wet zegt. Het is een beetje … euhm … absurd.
“Je zou kunnen zeggen dat de onmiddellijke naasten een zeg krijgen, dan kun je wellicht langer leven, maar dan verschuif je de reusachtige verantwoordelijkheid naar een zus, of een echtgenote. En dat is ook heavy.
“Misschien is het gewoon te complex om in regels en wetten te gieten.”
In Restaurant Misverstand valt Nobels op met zijn zorgzame aanpak, een contrast met de vele horroverhalen over chefs die tekeergaan in de keuken, zoals de onlangs in opspraak gekomen René Redzepi.
“Ik heb het zelf ook anders meegemaakt.
“Een keer heeft een lesgever – ik weet niet of het met opzet was – een gloeiend hete koperen pan op mijn vinger gezet.
“Twaalf hechtingen, een assistent heeft mijn nagel kunnen redden met een weinig orthodoxe ingreep met een stanleymes.
“Tijdens mijn stages heb ik nog meer zotte dingen zien gebeuren met chefs die de situatie niet onder controle hadden.
“Roepen, tieren, stapels borden die kapot gegooid werden.”
Het is genoegzaam bekend dat chefs en ander keukenpersoneel wel eens naar drugs grijpen, om met de druk om te gaan.
“Gebeurt dat niet in elke sector waar ze perfectie nastreven? Je kunt geen krant openslaan of het gaat over gebruik. Jij zult ook wel vrienden hebben die daarmee bezig zijn. Misschien heb je tijdens je jonge jaren weleens iets geprobeerd in een discotheek.
“Drugs, te veel drank: het is nooit een oplossing.”
We zijn intussen weer in de woonkamer beland, en krijgen het gezelschap van Kaya, Nobels oudste dochter, en haar lief Jonas.
Het is mooi hoe Nobels en zijn dochter met elkaar omgaan, even teder als plagerig, met de vanzelfsprekendheid van een onverwoestbare band.
Kaya vertelt over het moment dat ze Jonas aankondigde: ‘Papa, hij is ook van Mechelen, en hij is chef.’
De angst sloeg hem om het hart, bekent Nobels. Zoals die keer dat ze met een tatoeage thuiskwam.
Kaya rolt met de ogen: “Een kleeftatoeage.”
Nobels, kordaat: “Als je niet meer thuis woont, doe je wat je wilt, maar tot dan eer je jezelf zoals je ouders je gemaakt hebben – de perfectie in persoon. Op een Porsche kleef je ook geen bumpersticker.”
Terwijl schoonzoon Jonas de vlam in het fornuis jaagt, troont Nobels ons mee naar de kelder.
Vruchteloos zoekt hij naar een halflege fles cognac, die hij ooit schonk aan een Amerikaanse wereldster van wie hij de naam niet mag onthullen – ‘Ik heb een NDA ondertekend.’
Zuchtend en foeterend: “Ik vind ze niet, de kinderen hebben die waarschijnlijk weer leeggedronken.”
Even leeg: een dubbele magnumfles Romanée-Conti. Glaswerk met een verhaal.
‘Ik heb lang geleden in Courchevel gekookt voor Vladimir Poetin. Als ik toen had geweten wat ik nu weet, had ik iets door zijn eten gedraaid’
Seppe Nobels
“Ik heb ooit met Wout Bru in Courchevel gekookt voor een heel rijke Rus. Hij zei dat hij bezoek zou krijgen, en dat wij geen akte moesten nemen van dat bezoek.
“Haal maar een fles uit mijn kelder, zei hij. Ik heb deze gekozen – ze kost 85.000 euro. En toen kwam de genodigde aan: Vladimir Poetin.
“Als ik toen had geweten wat ik nu weet – ik heb inmiddels ook enorm veel leed gezien bij onze Oekraïense cursisten – dan had ik iets in zijn eten gedraaid.
“Een paar dingen vielen op. Tijdens twee gangen door knabbelde Poetin aan een appeltje, als palate cleanser. En zijn butler dronk duchtig mee van die wijn – uit een gebarsten koffiebeker met Mickey Mouse erop. (abrupt) Maar zie je die kast achter je?”
Een surprise van de chef: met een forse haal klapt Nobels de kast opzij, aldus een deurgat openbarend: “Mijn speakeasy, discotheek en fermentatieruimte”, lacht hij.
Op een rek staan grote weckpotten met gefermenteerde bloemkool en uitjes, een rookmachine blaast dichte wolken mist.
Nobels gaat achter de draaitafels staan, en laat Faithless loeihard door de speakers knallen.
“Ik hoor nog te vaak van mijn cursisten dat ze geweigerd worden aan de deur van discotheken: je moet een lidkaart kopen. En als ze een lidkaart hebben, mogen ze nóg niet binnen.
“Ik ben op een dag naar Bax Music (Antwerpse muziekwinkel, red.) gereden, heb een geluidsinstallatie, rookmachines en wat lampen gekocht.
“In mijn discotheek mag je alleen binnen als je illegaal of vluchteling bent. Of als je de chef kent.”
“Ik zorg graag voor andere mensen”, zegt hij.
“Dat is mijn natuur. Voor mezelf zorgen lukt iets minder.”
Charuwan zal het later bevestigen: “Seppe zet zichzelf altijd op de tweede plaats.”
“Het heeft vanzelfsprekend met mijn jeugd te maken. Ik heb mij als kind vaak eenzaam gevoeld. Ik moet nu aan carnaval denken – het derde leerjaar.
“Mijn moeder, die actrice was (Hilde Van Haesendonck red.), had een pak van een lieveheersbeestje meegenomen van de kostuumafdeling.
“Daaronder had ik een zwarte legging van mijn zus aan, en een zwarte rolkraagtrui van mijn vader. Op mijn hoofd een diadeem met twee pomponnetjes, die heen en weer wiebelden als ik wandelde.
“Toen ik op school aankwam, waren mijn schoolkameraden verkleed als ridder, Superman en cowboy.
“Ik mocht niet meespelen: ‘Gij zijt een fucking lieveheersbeestje, ga weg of ik schiet u dood!’ De meisjes wilden ook niet met een insect spelen. Ik ben weggegaan en ben alleen op een bankje gaan zitten.
“Toen heb ik beslist, denk ik, dat ik altijd voor de zwakkeren zou opkomen.
“Jaren later, op de hotelschool, outte een jongen zich als biseksueel. Vier klasgenoten hebben die gast in het fietskot in elkaar geslagen. Ik zag dat gebeuren en ben tussenbeide gekomen. Ik heb toen flink wat motten uitgedeeld – ik kwam uit hun rug, dat hielp. Ik ben toen bijna van school gegooid.”
De eerste gang is klaar, we nemen plaats aan de meterslange houten tafel.
Jonas serveert een spectaculair smakelijke borsjtsj, met Mechelse koekoek en kwartelei.
Nobels: “Borsjtsj is de Russische naam voor een Oekraïense soep. Ik heb het recept samen met Margarita ontwikkeld, een cursiste uit Oekraïne. We hebben de klassieke rode biet vervangen door frisse zuring.”
“Margarita is alles wat haar lief is kwijtgeraakt. Haar man, een militair, is omgekomen aan het front. De ouders van haar man hebben dan hun kind van haar weggenomen.
“Ze wilde in het leger gaan, maar ze is geweigerd: ze is te veel op wraak belust, zou roekeloze dingen doen en haar bataljon in gevaar brengen.
“Toen ze bij ons aankwam, was ze weliswaar lief en kalm, maar haar blik verried grote verslagenheid. Ik heb haar vaak meegenomen naar hier.
“Op een avond vond ik haar aan de vuurput, ik hoorde haar zachtjes praten tegen de sterren.
“Toen ik Google Translate erbij haalde, begreep ik dat ze met haar overleden man aan het praten was. Dat blijft aan de ribben kleven.”
De tweede gang komt op tafel, een open lasagne met noordzeekreeft, Nobels’ signatuur gerecht.
De duisternis valt over de vallei, en we moeten het nog over Instroom hebben, het levenswerk van Nobels: gelijke delen restaurant en academie.
Na een uitstapje naar Mechelen is Instroom weer in Antwerpen neergestreken.
“Toen we op het Eilandje zaten en daarna verder stroomafwaarts in de Scheldebocht, werkten wij met cursisten uit de opvangcentra van Kapellen, Linkeroever en Deurne. Op den duur heb je de allerbeste kandidaten wel gevonden.
“Op dat moment kregen we van Bart Somers de vraag of we niet naar Mechelen wilden komen. We vonden er een pand, een ziekenhuis dat twintig jaar had leeggestaan.
“Dat was een opportuniteit, want dan konden we samenwerken met de opvangcentra uit Boom, Broechem en Lint.
“Het idee was om daarna door te schuiven naar Oostende, en daar weer met een nieuwe groep te werken.
“Die gesprekken zijn stilgevallen toen Bart Tommelein (destijds Open Vld-burgemeester, red.) de verkiezingen verloor.
“Net dan kregen we het aanbod om naar Linkeroever te gaan, en dat is ook weer tijdelijk.”
‘We gaan met Instroom nu focussen op mensen die hier geboren zijn. Ex-gedetineerden, van school gegooide jongeren, mensen uit de psychiatrie’
Seppe Nobels
Werkt u nog altijd samen met de vzw Gatam (Antwerpse organisatie die nieuwkomers en anderstaligen begeleidt naar werk, red.)?
“Nee, dat is allemaal wat verminderd. Alleen op de eerste locatie hebben we samengewerkt met Gatam.
“Ik wilde na het succes van Graanmarkt 13 iets teruggeven aan de maatschappij, ik wilde iets betekenen.”
Wat is er gebeurd?
“Instroom is een geweldig succes geworden, maar de samenwerking is verwaterd nadat de toenmalige directeur, Chris Bryssinckx, met pensioen is gegaan – dat is logisch, het was ons kindje.
“Toen we het aanbod kregen om naar Mechelen te gaan, is Gatam niet meegegaan. Zij hebben nu hun eigen opleidingsrestaurant, Samenloop, dat is goed, er is werk genoeg.”
Er is ook groot nieuws. Jullie hebben beslist om na zes jaar een nieuwe koers te varen. Vanaf juni zullen jullie geen vluchtelingen meer opleiden.
“Ja. (denkt na)
“Het zijn zes intensieve jaren geweest. We hebben 160 mensen opgeleid, talent uit alle windstreken een plaats gegeven in de Belgische gastronomie. We waren de eerste academie in Europa met een Groene Michelin-ster.
“Onze visie en onze talenten hebben zich als een olievlek over het land verspreid.
“Romina heeft zeven jaar voor mij gewerkt, Alexandra zelfs vijftien jaar: zij leiden nu Samenloop.
“Mijn huidige souschef, Faieq, een jong talent uit Bagdad, staat nu ook op het punt om zijn eigen zaak te starten.
“Hij is ons dankbaar, en wij zullen alles doen om hem te ondersteunen. Ik ben zo fier op hem. Zo kan ik tal van voorbeelden geven.
“We hebben iets uitzonderlijks neergezet, maar het moment is aangebroken om weer grenzen te verleggen.
“In juni studeert de elfde opleidingsgroep af. Dat is een goed moment om een nieuwe weg in te slaan.
“We gaan nu de nadruk leggen op mensen die hier geboren zijn. Want ook veel mensen met roots bij ons blijven onzichtbaar.
“Ex-gedetineerden. Jongeren die definitief van school zijn gegooid. Mensen uit de psychiatrie en vrouwen die bevrijd zijn uit de gedwongen prostitutie.
“Om dat allemaal vorm te geven zijn we nu beginnen te praten met de Antwerpse burgemeester Els van Doesburg (N-VA), minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V) en drugscommissaris Ine Van Wymersch.
“Charuwan en ik voelen dat we er niet alleen voor staan en zijn ervan overtuigd dat we de toekomst van Instroom met deze koerswijziging verzekeren.”
Terwijl de avond in de vallei onstuitbaar oprukt, vraag ik Nobels of hij het nieuws heeft gevolgd, over het strengere uitwijzingsbeleid dat het Europees Parlement heeft goedgekeurd. Hij knikt.
‘We zien rare dingen. Een Palestijnse weesjongen van 17, zijn ouders vermoord door het Israëlische leger, die een advocaat met Joodse roots toegewezen krijgt’
Seppe Nobels
Uw vader is een oude CVP’er.
“Hij was een groene jongen die bij de CVP zat. Later heeft hij als onafhankelijke mee de stadslijst van Bart Somers opgericht.”
Heeft u hem gevraagd waarom CD&V met N-VA en de radicaal-rechtse fractie in het Europees Parlement voor een strenger uitwijzingsbeleid heeft gestemd?
“Dat is raar. Ik had het niet zien aankomen.”
Hoezo?
“Ik had een goed contact met staatssecretaris voor Asiel Nicole De Moor (CD&V). Ook met voorzitter Sammy Mahdi heb ik al interessante gesprekken gevoerd.
“Ik zit niet in het parlement, ik sta in het veld. Ik weet wat het betekent, een strenger uitwijsbeleid.”
Hebt u het al meegemaakt dat cursisten werden uitgewezen?
“Zeker, maar gelukkig blijft dat binnen de perken. Niet omdat wij kunnen toveren, maar wij begeleiden onze mensen zo goed mogelijk.
“Als ze naar Brussel moeten voor een verhoor, tracken wij hun locatie. Als ze het juiste adres niet vinden, helpen wij: het is twee huizen verder.
“Als ze niet komen opdagen, zouden ze een procedurefout aan de broek krijgen, en dat is vaak de reden voor een uitwijzing. Daar kunnen we nuttig zijn.
“Maar wij zien nog altijd rare dingen.
“Een Palestijnse jongen – een wees van 17, zijn ouders zijn door het Israëlische leger vermoord – die een pro deo-advocaat met Joodse roots toegewezen krijgt.
“Dat is vanzelfsprekend geen goede match, het is pijnlijk dat daar niet over is nagedacht. Hij heeft letterlijk in zijn broek geplast in de wachtkamer. We zijn hem daar gaan halen.
“Hou je zoiets nog voor mogelijk, in 2026?”

Lees ook
Klik op de hyperlinks hieronder
en lees meer berichten
Lees ook
Bron: De Morgen