Vogels vliegen toch is niet alleen een dansvoorstelling met mensen die aan jongdementie lijden. Het is de eerste samenwerking tussen Wim Opbrouck en zijn dochter Marthe. ‘We droomden hier stiekem al lang van.’
Ciska Hoet – De Morgen
18 juni 2026
Leestijd: 11 min
‘Dit is veel boeiender dan samen in een serie spelen’
Wim Opbrouck
Ze maken elkaars zinnen af zoals alleen ouders en hun volwassen kinderen dat doen.
Wim (57) en Marthe Opbrouck (32) delen duidelijk dezelfde genen. Beiden beschikken ze over zowel een stevige drive als een grote liefde voor de wereld én de kunsten.
In die mate zelfs dat het bijna verwonderlijk is dat ze nu pas samen een voorstelling maken.
Als dans- en bewegingstherapeut is Marthe immers de geknipte compagnon voor haar bekende vader.
Het duo ziet er ietwat moe, maar vooral tevreden uit wanneer we hen ontmoeten bij de grote loods in Kuurne waar Vogels vliegen toch deze week in première gaat.
Ze hebben net een eerste doorloop achter de rug en zijn zichtbaar onder de indruk van het resultaat.
“Het was ontroerend”, glundert Wim. Zijn dochter knikt.
“Ik kreeg er kippenvel van, om stil van te worden.” Al voegt ze er glimlachend aan toe dat die stilte misschien te wijten is aan een suikerdip.
“De tijd ontbreekt me dezer dagen om te eten.”
Marthe Opbrouck is de trekker van het project. Ze verzamelde de middelen en de ploeg. Doordat ze haar bachelorproef schreef over jongdementie is ze bovendien vertrouwd met de problematiek.
“Het is een ingrijpende diagnose”, vertelt ze.
“We spreken van jongdementie wanneer de symptomen zich voordoen voor het 65ste levensjaar. Vervolgens verlies je meer en meer vaardigheden.”
Haar vader kent de ziekte dankzij zijn zitje in het bestuur van Het Ventiel, de Kortrijkse organisatie voor mensen met jongdementie.
De vzw viert zijn tiende verjaardag en vroeg Wim om naar aanleiding daarvan een voorstelling te maken. Marthe werd op haar beurt door hen gepolst om danstherapie te geven. Plots vielen de puzzelstukjes in elkaar.
“Samen een productie maken was de logische volgende stap”, zegt Marthe.
“Ik vroeg en kreeg subsidies bij De Warmste Week en de boot was vertrokken.”
Een klein jaar geleden richtte ze eerst vrijblijvende sessies koppeldans in waaraan deelnemers van Het Ventiel en hun partners of buddy’s konden deelnemen.
Vanaf januari zijn de echte repetities van start gegaan en kwam choreografe Bérengère Bodin aan boord.
“Op het podium staan zes mensen met jongdementie die samen dansen met hun partner of buddy”, vertelt Marthe.
“Allemaal hebben ze vroeger vaak gedanst terwijl het door hun ziekte al een tijdje niet meer lukte.”
Zijn er specifieke uitdagingen wanneer je met deze doelgroep werkt in plaats van met professionele dansers?
Wim: “Ik vind het mooi om te merken dat de verschillen met een meer standaard repetitieproces eigenlijk niet zo groot zijn.
“Onze choreografe Bérengère werkte vaak samen met Alain Platel en ik herken op onze vloer veel dingen die ik zelf ooit ook met hem meemaakte toen ik meedeed in zijn productie En avant, marche!
“Je improviseert samen met de dansers, gaat door op een beweging of een gevoel en zo wordt het gaandeweg een voorstelling.
“Ik moet eerlijk zijn: ik had zelf niet verwacht dat we met deze groep zo ver zouden kunnen springen.”
Marthe: “Natuurlijk heb ik wel moeten nadenken over hoe we een aantal van de deelnemers kunnen bereiken.
“Voor sommigen is het niet evident om woorden te begrijpen, dus moest ik hen op een andere manier meekrijgen.
“Eén iemand heeft bovendien een zeldzame vorm van jongdementie, waardoor ze bijna niks meer kan zien.
“Muziek bleek een weg om hen te bereiken. En hun partners zijn ook een grote hulp. Je moet daarnaast toelaten dat er onverwachte dingen gebeuren.
“De deelnemers kleuren altijd buiten de lijntjes: ze dansen hun eigen dans. Soms is de instructie om naar rechts te gaan en dan begint er plots iemand te klappen, maar dat werkt wonderwel.”
‘Je moet toelaten dat er onverwachte dingen gebeuren. De deelnemers kleuren altijd buiten de lijntjes: ze dansen hun eigen dans’
Marthe Opbrouck
Wim: “Het is een voorstelling waarin je geen fouten kunt maken. Er zijn telkens onvoorspelbare parameters, maar daar spelen we juist mee door improvisatie overal toe te laten.”
Wim, jij bracht een belangrijk deel in van de muziek.
Wim: “Marthe vertrok aanvankelijk van de persoonlijke playlists van de deelnemers en dat was ook nodig om hen los te krijgen.
“Dat kon gaan van Abba tot ‘Born to Be Alive’ of ‘Een ster’ van Christoff.
“Ik dans voor alle duidelijkheid ook graag op Abba, maar ik wilde er nog iets aan toevoegen. Ik houd van de trage bewegingen van Mahler en de ouverture van zijn vierde symfonie.
“Gaandeweg zijn we gaan experimenteren met klassieke nummers om te zien hoe ze daarop reageerden. Soms was daar wat weerstand tegen, maar uiteindelijk heeft iedereen het omarmd.
“Marthe heeft alle performers meegenomen in de dialoog. Dit is geen lege participatie waarbij wij alles bepalen en de deelnemers het maar moeten slikken: alles wat je ziet hebben we samen gemaakt.”
Jullie staan tijdens de voorstelling zelf mee op het podium.
Marthe: “Dit is nu eenmaal geen productie waarbij je als maker zelf in de tribune kunt gaan zitten en toekijken terwijl de performers dansen.
“We doen het voor een stuk om de mantelzorgers te ontzorgen. Wij houden in de gaten of hun partners niet moe worden of andere ondersteuning nodig hebben zodat ze zelf kunnen dansen.”
Wim: “Sowieso zijn we niet alleen bezig geweest met de dansers die jongdementie hebben. Voor ons zijn die partners even cruciaal.
“Sommigen deden eerst vooral mee voor hun zieke partner, maar intussen staan ze op het podium omdat ze er zelf van genieten en graag naar de repetities komen. Bij ons zijn ze in de eerste plaats danser en dat doet duidelijk deugd.
“Mantelzorg kan zwaar zijn. Zodra ze hier vertrekken, stappen ze weer in die rol en moeten ze hun partner in de auto helpen en hen overal bij begeleiden.”
Sociaal engagement
Wim Opbrouck doorzwom als acteur, muzikant en theatermaker vele watertjes, maar de laatste jaren zet hij steeds vaker in op sociaal-artistieke projecten.
Recent nog reisde hij rond met het kunstproject Wij zijn de walvis en de daaraan gekoppelde muziektheatrale voorstelling Ik ben de walvis, een initiatief rond mentaal welzijn en kwetsbaarheid.
“Op dit moment in mijn leven is mijn interesse in dit soort projecten groter dan weer maar eens een grote tournee”, knikt hij.
“En op zich verschilt het werkproces niet zo sterk met repeteren voor een King Lear of Molière.”
De theatermaker vertelt dat hij altijd al gevraagd werd voor goede doelen als bekende Vlaming, maar dat hij meer wilde doen dan telkens louter een uithangbord te zijn.
Eerder werkte hij al samen met Theater Stap of Te Gek!?
“Vogels vliegen toch is de eerste keer dat ik echt intens samenwerk met zo’n doelgroep”, vertelt hij.
Jullie zijn beiden gedreven door maatschappelijk engagement, maar maken er tegelijkertijd een punt van dat dit in de eerste plaats een professionele voorstelling is en niet louter een sociaal project.
Marthe: “Het ís ook een theaterproductie. Zo’n project heeft een andere finaliteit dan therapie. Het therapeutische doel viel weg zodra we echt zijn beginnen te repeteren.”
Wim: “Alles is perfect professioneel omkaderd. We willen magie op het podium, dit is geen optreden in een buurthuis of kaartersclub waar de tafels even aan de kant worden geschoven.
“Ik vergelijk het graag met Restaurant Misverstand waar alles van a tot z professioneel gebracht is: van de amuse, over het hoofdgerecht, tot het dessert en de bediening. Alleen betrekken wij er de partners nog eens bij.
“Weet je, wat wij doen, is twee bevoegdheden combineren: Welzijn en Cultuur.
“We zien hoe positief het effect op de deelnemers is om precies dat artistieke te koppelen aan het sociale. Er zijn zoveel noden in de samenleving en zoveel mogelijkheden die professionals kunnen bieden. Maar financieel is het krabben.
“De fondsen komen via de Warmste Week, dat is liefdadigheid. We zijn er uiteraard blij mee, maar eigenlijk zou de overheid dit moeten dragen.
“Bij Het Ventiel draaien ze op vrijwilligers. Dat is mooi, maar de zorg wordt te vaak gedragen door liefdadigheid. Terwijl dit soort van projecten de wereld écht beter maakt.
“Als je dan ziet dat defensie miljoenen krijgt voor nieuwe drones, smaakt dat zuur.”
Marthe, jij begon ooit aan de opleiding Drama aan het KASK in Gent, maar maakte die om allerlei redenen niet af. Is theater dan toch je roeping?
Marthe: “Voor mij was het de eerste keer dat ik een voorstelling maakte en ik zou het nooit alleen gekund hebben.
“Maar het heeft me wel aangewakkerd, ja. Ik zou het heel leuk vinden om het vaker te doen, ook al besef ik dat het een unieke kans was.
“Met deze ploeg samenwerken is niet altijd even haalbaar, zeker financieel niet.”
Hoe was het voor jullie beiden om samen te werken? Hebben jullie elkaar op een andere manier leren kennen?
Marthe: “Het ging eigenlijk enorm vlot. Het is fijn om te voelen hoe helder onze rollen meteen waren, ook met Bérengère. Ik heb me heel vrij gevoeld om mijn ding te doen en ideeën bij elkaar af te toetsen. Er was veel vertrouwen.”
Wim: “Het was inderdaad nieuw om collega’s te zijn, dat is een beetje buiten onze comfortzone. Maar ik droomde er stiekem al langer van.
“Marthe zit nog met dat artistieke ei en dat we samen een project zoals dit kunnen maken, vind ik persoonlijk interessanter dan dat we zouden acteren in een doorsnee serie.
“We hadden weinig onenigheid over smaak, er is weinig discussie geweest. Zij stelde de ploeg samen, maar ik vond de stijl van Bérengère of costumière Jana Roos meteen geweldig.
“Ik vind het bovendien boeiend om te zien hoe Marthe werkt. Ik heb veel van haar geleerd. Het is prachtig hoe ze echt naar de mensen luistert en hen ruimte geeft zonder hen te pamperen.
“Bérengère kan dat trouwens ook goed: ze pusht mensen op een respectvolle manier zodat hun talenten volledig tot uiting komen.”
Marthe: “Op een gegeven moment wilde Bérengère vloerwerk doen. Ik dacht toen van ‘oei’ omdat zoiets uitdagend is voor mensen met jongdementie. Maar ze probeert dat dan toch en iedereen blijkt het op zijn manier te kunnen.
“Bérengère herinnert ons er op zo’n momenten aan dat we niemand mogen onderschatten.”
Was het voor jou niet pittig om dit te combineren met je andere werk als therapeut, Marthe?
Marthe: “Dit was natuurlijk gewoon werk waarvoor ik ruimte heb gemaakt in mijn agenda.
“Maar soms waren het wel lange dagen als ik ’s avonds na de repetities nog cliënten moest zien of vergaderen. Al ben ik dat gewend.
“Dat heb ik meegekregen van deze man. (knikt naar haar vader)
“Mijn leven is altijd druk geweest.”
Wim: “Ik zie inderdaad veel gelijkenissen tussen ons. Ik houd ook altijd veel balletjes in de lucht.
“Af en toe vind ik wel dat Marthe de neiging heeft om wel érg goed voorbereid te zijn. Dan zit ze alles te noteren en bij te houden.
“Nu ja, toen ik dat aan mijn management vertelde, kreeg ik als repliek dat ze dat niet van een vreemde heeft.” (lacht)
Marthe: “Ik vond dat als trekker mijn plicht. Het hoorde bij mijn coördinerende rol.
“In het begin deed ik alles hè, ook de productie, de creatieve meetings en de financiën. Op dat vlak ben ik blij dat we de ploeg hebben kunnen uitbreiden, want dat werd echt te veel.
“Het is een locatievoorstelling dus je moet alles zelf regelen: de brandveiligheid, de elektriciteit, tribunes bestellen, vloeren leggen enzovoort. Het is een opluchting dat dat niet meer bij mij ligt.”
Wim: “Het was makkelijker geweest om gewoon in een schouwburg te spelen, maar die grote loods maakt het zo uniek.
“Het draagt in mijn ogen bij tot de filosofie van Het Ventiel: we gaan voor het allerhoogste niveau.
“Voor de deelnemers betekent dat ook veel. Het is zo mooi om dat kleine groepje lichamen te zien in die gigantische ruimte.
“Dat is de mens in al zijn nietigheid, zo kwetsbaar en sterk tegelijk.”
‘Het is zo mooi om dat kleine groepje lichamen te zien in die gigantische ruimte. Dat is de mens in al zijn nietigheid, zo kwetsbaar en sterk tegelijk’
Wim Opbrouck
Hopen jullie te kunnen toeren?
Wim: “Ik heb genoeg ervaring met dit soort van grote locatieproducties om te weten dat het zeker mogelijk is.
“We kunnen prima in een gewone zaal spelen, zolang de ruimte maar groot genoeg is.
“Het enthousiasme is er zeker, al hangt helaas veel af van de evolutie van de ziekte bij de deelnemers.
“Maar het mag duidelijk zijn dat we tal van mogelijkheden zien.”
Première op 19 juni bij Waak in Kuurne

Bron Wouter Van Vooren
Lees ook
Overzicht
Lees andere berichten in deze categorieën
Bron: De Morgen