Scenarist en schrijfster Wendy Huyghe is blij met wie ze vandaag is. Eindelijk schrijft ze aan haar eigen leven, niet meer aan dat van anderen. Waar scheiden al niet goed voor is. Toch als je er echt door gaat en vragen durft te stellen als: wie is het échte monster? Het monsterlijke schepsel of zijn schepper Frankenstein? “Wat ik voor ogen had, is niet gelukt.”
Jelle Van Riet – De Standaard
18 juni 2026
Leestijd: 18 min
“Zowel bij het schrijven als in het leven moet je erop vertrouwen dat het goed komt”
Wendy Huyghe
In het genadeloze licht van een relatiebreuk zie je soms iets wat je liever niet zou zien.
Schrijver en scenarist Wendy Huyghe (1979) zag hoezeer zij zich, al haar feministische overtuigingen ten spijt, had geplooid naar ingesleten conventies.
Ze had zich uit haar eigen leven geschreven om een uitgekauwde rol te gaan spelen in andermans scenario en had zichzelf wijsgemaakt dat ze dat wilde.
In haar eerste roman voor volwassenen, Jaar zonder zomer, voert ze een naar haar beeld en gelijkenis geschapen vrouw op, die haar huwelijk na zestien jaar even op pauze zet – “tot de lucht is opgeklaard”.
Maar tijdens die pauze wordt het opnieuw zomer en opnieuw. De echtscheidingsakte wordt getekend.
Wendy’s emoties – een potpourri van ontkenning, verdriet, woede, gemis en berusting – lijken op rouw.
Ze rouwt om wie ze was, om de toekomst, omdat er op de fotomuur in de keuken geen nieuwe gezinsfoto’s meer zullen worden geprikt.
Bio Wendy Huyghe
- Geboren in 1979
- Is auteur
- Scenarist
- Voormalig televisiepresentator
- Ze debuteerde met het jongerenboek Zeevonk (2022) en maakte samen met haar broer de gelijknamige film (2023)
- Wikipedia
Vier seizoenen moeten er over het verdriet heen rollen eer het helen kan beginnen en hun liefde een andere vorm kan krijgen. Minstens.
“Het pijnlijkst vond ik de herhaling: de tweede keer Gentse Feesten, de tweede keer kerst, de tweede verjaardag zonder hem in het gezin.
“De eerste keren hadden nog iets intens en speciaals, daarna kon ik er niet meer omheen: voortaan zou het altijd anders zijn. Toen ging ik echt onderuit.
“Zelfs nu nog steekt de pijn soms ineens de kop op, vaak bij een klein ritueel of een kleine herinnering.
“In die zin lijkt het proces inderdaad op rouw, al waak ik ervoor dat woord niet licht te gebruiken – mijn moeder verloor haar man op de leeftijd dat ik ging scheiden.
“Maar feit is dat scheiden een groot en complex verdriet is. Ik heb dat geweldig onderschat bij anderen. Het tast je zelfbeeld aan.
“Net zoals er een Wendy voor en een Wendy na het overlijden van mijn pa is, is er ook een Wendy voor en een Wendy na de scheiding.”
Na een time-out in een aftands appartement woont Huyghe weer in het lichtrijke gezinshuis in Zwijnaarde waar ze, tegen haar inschikkelijke natuur in, voor heeft gevochten als een leeuwin.
“Het drong tot me door dat ik in dit huis, waar mijn kinderen groot zijn geworden, oud wil worden. Het laatste wat ik wilde, was een scenario à la Marriage story, met rechtbanken en advocaten.
“Er was nog altijd veel liefde tussen ons. Nog steeds, maar om dat soort zaken te behartigen hadden we achteraf gezien toch beter beiden meteen iemand aangeduid.
“Het is gewoon te moeilijk om met je verdriet ook nog het huis, het financiële en de ‘verdeling’ van de kinderen met elkaar te bespreken.”
Af en toe schokt de scheiding nog na, maar intussen heeft Huyghe behalve de meubelen ook haar leven herschikt.
Op de kleurrijke fotomuur prikken foto’s van twee lachende kinderen. Van baby tot nu, zestien en achttien jaar. Er is nog plek voor nieuwe herinneringen.


“Wanneer is een roman fictie?”, vraagt de innerlijke schrijver in Jaar zonder zomer. Volstaat het om van uw twee kinderen één 14-jarige dochter te maken?
“‘Om van die vraag verlost te worden, moet je een pratende kat opvoeren’, antwoordt ze zelf.
“Eerst zat het verhaal dichter op mijn huid, maar op een gegeven moment voelde het alsof ik wel alle ingrediënten had, maar toch niet aan het koken was.
“Ik zat vast, tot ik de switch heb gemaakt naar een roman en de werkelijkheid ben beginnen te kneden ten dienste van het verhaal.
“Net als bij het schrijven van een scenario vroeg ik me af:
- Welke achtergrond hebben Wendy’s drie vriendinnen?
- Wat is de dynamiek tussen hen?
- Welk beroep heeft haar ex-man Peter?
“Hij moest een acteur zijn! En omdat zij mij het soort koppel leken dat het op één kind had gehouden en feminisme een thema is, gaf ik Wendy één dochter, die in alles haar tegenpool is en op wie haar verhalen stukslaan.
“Dat heet fictie, al zal ik niet ontkennen dat ik de inspiratie dicht bij huis heb gevonden.” (lacht)
Misschien bent u wel meer Wendy in deze roman dan in het echte leven?
“Ja, maar wie ben ik: het hoofdpersonage of de innerlijke schrijver?
“Wendy is ontdubbeld en die twee vallen niet samen.
“Zeker is dat van hen tweeën de schrijver het eerlijkst is in het durven benoemen van een verlangen. In het durven zeggen: ik ben niet tevreden met hoe het loopt.
“Zij vermaant, berispt en port, omdat zij zichzelf weer in het verhaal wil schrijven en niet, zoals het hoofdpersonage, steeds het compromis wil opzoeken en daardoor zichzelf verloochent.”
“Ik vind mijn personage niet altijd even tof. Ze is te passief, en wat maakt ze zichzelf toch allemaal wijs?
“Dat kan ik goed. Ik kan heel goed mezelf een verhaal aanpraten en het ergste is dat ik het zelf niet doorheb. Door van mezelf fictie te maken, kon ik bikkelhard te werk gaan.
“Als feedback op mijn scenario’s krijg ik wel eens te horen dat ik te lief ben voor mijn personages. Dat ik ze te graag zie.
“Kijk, daar had ik geen last van bij dat personage dat op mij leek. ‘Lig jij maar op de grond, ik geef je nog een trap toe.’”
Wat de ex-man denkt of voelt, komen we niet te weten. “We hebben zijn emotionele reis niet meegemaakt”, schrijft u.
“Precies. Zij is het hoofdpersonage van dit verhaal.
“Ergens schrijf ik dat ik me inbeeld dat hij het zal snappen dat ik dit boek moest schrijven voor mezelf. En dat het een liefdesverklaring is aan twee mensen die een huwelijk probeerden, maar een andere manier moesten vinden om nog lang en gelukkig te leven.
“Mijn ex-man vindt het op dit moment nog te vroeg om het boek te lezen, maar hij snapt wel dat ik met dit gebeuren artistiek aan de slag moest.
“Wat mij geruststelt, is dat de vrienden van hem die ik het boek liet proeflezen het hebben gelezen als een fragiel en genuanceerd liefdesverhaal.”

Een scenarioschrijver bouwt op structuur, dit keer moest u de chaos toelaten. Lijkt literatuur in die zin meer op het echte leven?
“Zowel bij het schrijven als in het leven moet je erop vertrouwen dat het goed komt, welke bocht je ook neemt, tegen welke muur je ook stuit. Je hoeft niet alles te plannen.
“Vroeger leefde ik veel intuïtiever, maar met het moederschap zijn verantwoordelijkheidszin en schuldgevoel gekomen. Ik heb mezelf daar een beetje in vastgereden.
“Wendy en Peter leven echt in scenario’s, wat natuurlijk ook schoonheid met zich meebrengt: mopjes die alleen hij begrijpt, een gemeenschappelijke taal, dat soort dingen mis ik het meest. Maar op den duur kom je juist in die constructie vast te zitten.
“Van de boekvoorstelling had ik gehoopt dat het een feest zou zijn waarop ik samen met vrienden en familie een periode kon afsluiten. Niet dus.
“Nadat ik zo lang in dat fictieve verhaal had gezeten, ging het plots weer over mijn scheiding. Daarna lag ik – daar heb je het grillige rouwproces weer – opnieuw op de grond.”
“Ik vertel verhalen om wat er gebeurt of niet gebeurt in mijn leven te begrijpen. Maar als iemand de fictie wegkrabt, val ik uiteen”, schrijft u.
“Dat is uit het leven gegrepen.
“Nadat mijn broer Domien en ik Zeevonk hadden gemaakt (een film uit 2023, waarin de vader van het hoofdpersonage op zee omkomt en die Huyghe tot adolescentenroman heeft herwerkt, red.) werden we plots opgevoerd als rouwexperts.
“Toen de film ergens in Nederland werd voorgesteld en wij daar ons vertrouwde verhaal aan het doen waren, vroeg plots een kind achter in de zaal: ‘Nou, hoe heet jullie vader dan?’
“Geen van beiden kreeg iets gezegd, zo gepakt waren we door die vraag.
“Wij zaten zo vast in de fictie, in het verhaal dat we hadden geconstrueerd en in het personage dat we van onze vader gecreëerd hadden, dat we de rouw om onze eigen vader vergeten waren.
“Nu ben ik plots de echtscheidingsexpert en zal ik opnieuw veiligheidsnetten met woorden vlechten, met dat verschil dat ik me er nu van bewust ben.”
“Ik heb een beslissing genomen. Zo lijkt het, maar eigenlijk ben ik gewoon mijn lichaam gevolgd. Ik zag het voor mij uit lopen en moest het wel achterna.” Zo begint Jaar zonder zomer. Wist uw lichaam sneller dan u dat u uit uw huwelijk weg moest?
“Als ik iets heb geleerd, dan is het wel om beter te luisteren naar mijn lichaam. Zo veel signalen heb ik genegeerd, ik zat altijd ergens vast, tot ik fysiek ben gecrasht. Dat krijg je als je niet praat over je emoties om de anderen te sparen.
“Soms zou ik meer willen zijn zoals Lena in Zeevonk, die haar verdriet om haar vader en haar boosheid uitschreeuwt over de zee.
“Kennelijk heb ik daarvoor de omweg van het schrijven nodig.
“Ik ben nu weer een filmscenario aan het schrijven over een kwaad personage, een activiste wier vader vroeger vakbondsman was, maar zijn idealen en boosheid heeft verloren.
“Moet je kwaad worden – dat is de vraag.
“Ik speel volleybal en heb onlangs tennis ontdekt: lekker keihard op een balletje slaan. Ik moet, denk ik, vooral leren om mijn boosheid sneller te benoemen en niet proberen alles zelf op te lossen.
“Ik denk niet graag in man-vrouwtermen, maar aldoor anderen willen sparen, dat is toch iets waar vrouwen, zeker van mijn generatie, zich schuldig aan maken.”
Tot op het laatst blijven de lichamen van Wendy en Peter wél nog met elkaar praten. Is fysieke aantrekkingskracht niet genoeg voor een duurzaam huwelijk?
“Blijkbaar niet. Ik voel me nog steeds aangetrokken tot mijn ex-man, maar voor een duurzaam huwelijk moeten er ook verhalen worden gedeeld.
“‘In zwijgen kan ook afwijzing zitten. Wie niets deelt, veroorzaakt telkens kleine kwetsuurtjes. Nefast voor iemands zelfbeeld’, zegt Wendy’s vriendin Tiene.
“Als je niets deelt, neem je de ander de kans af om te reageren. Die voelt dat, vandaar de kwetsuurtjes.
“Ach, ik wil zo graag af van dat eeuwige spaargedrag!
“Op mijn negende ben ik in de eerste week dat ik alleen naar school mocht fietsen aangereden door een camionetje. Ik had niet goed opgelet bij het oversteken. De chauffeur, de schilder van het dorp, was in alle staten, maar ik wuifde zijn bezorgdheid weg.
“Toen hij een tijd later bij ons kwam schilderen en erover begon tegen mijn moeder, viel zij uit de lucht. Ik had niks verteld, omdat ik niet wilde dat mijn ouders zich zorgen zouden maken.”
Opgejaagd door het spook van de schuld, trekt Wendy meteen het boetekleed aan. Ze is een ‘relatieverprutser’, een ‘jeugdverpester’, ze heeft ‘gefaald’. Waarom zien we liefde als een examen waarvoor we al dan niet slagen?
“Voor altijd bij elkaar, met die intentie ben ik er, zoals zoveel anderen, aan begonnen. Ik verwachtte niet dat het zou eindigen, en het was al zeker niet wat ik mijn kinderen toewenste.
“Ik schaam me, niet om wat anderen over me denken, maar om wat ik zelf denk: ik heb een slecht rapport. Wat ik voor ogen had, is niet gelukt.
“Uiteraard ben ik niet vrij van schuld. Ik ben om te beginnen schuldig aan het feit dat ik niet tijdig de geijkte patronen heb doorprikt. Om die reden gebruik ik niet graag het woord ‘schuld’, omdat ik dan opnieuw in die patronen verwikkeld geraak.
“Uiteindelijk concludeert Wendy in mijn boek dat ze ‘uit elkaar gegroeid’ zijn. Die term lijkt vrij van schuld, maar dat is betwistbaar.
“Misschien wil de een groeien en de ander niet. Of willen ze elk in een andere richting groeien.
“Het enige wat ik kan zeggen, wellicht had ik daar die pijnlijk lange pauze voor nodig, is dat ik mijn uiterste best heb gedaan.”
Wendy blijft nog lang Peters was doen. Een nawee van die ingesleten conventies?
“Hoezeer ik ook heb gedacht ‘mij gaat het niet overkomen’, toch heb ik mij geschikt naar dat oeroude rollenpatroon.
“Het is zo veel makkelijker om te fulmineren tegen een maatschappelijke constructie dan de problemen in je eigen huis aan te pakken. Het sluipt er gewoon in en voor je het weet, heb je je carrière opzijgezet.
“Ook ik heb mijn fulltimejob bij een ngo geruild voor een deeltijdse baan bij een bank, terwijl ik kort daarvoor nog een rapport had geschreven over de betrokkenheid van banken bij de productie van clustermunitie.
“En opnieuw maakte ik mezelf wijs dat het beter was zo. Wat het deels ook was, want ik verdiende meer door minder te werken en had meer tijd voor de kinderen.
“Maar achteraf denk ik: hoe was dat in godsnaam mogelijk? En waarom vroeg niemand mij: ‘Ça va met jou?’
“Toen ik voor mijn ngo-werk af en toe een week weg moest, kreeg ik steevast de vraag wie er intussen voor de kinderen zou zorgen. Zo’n vraag krijgt een man nooit! Het is zo vanzelfsprekend dat de vrouw zich opoffert.”
Waren uw tien jaren in de humanitaire sector ook een gevolg van uw Wendy-syndroom?
“Alleen al om dat syndroom moest mijn hoofdpersonage Wendy heten en de man Peter, naar Peter Pan.
“Het healing syndrome, waarbij je altijd voor de ander zorgt, vaak ten koste van jezelf, is waar ik het meeste van moet bekomen.
“Als ik zeg dat ik heb gefaald, dan bedoel ik dat ik mijn eigen gevoelens heb genegeerd, terwijl ik toch iemand ben die goed weet wat ze wil en door de buitenwereld gezien wordt als een feministe.
“Hoe was dat mogelijk? Op die vraag zoek ik nog het antwoord en ik weet dat het een werkpuntje zal blijven.
“Gelukkig zijn de kinderen inmiddels op een leeftijd waarop ze me confronteren met mezelf. Als ik voor hen wil thuisblijven, zeggen ze dat ze het fijn vinden als ik een avondje wegga.
“Het woord ‘syndroom’ klinkt als een ziekte, maar voor je naasten zorgen is ook iets waardevols.
“Ik hoop dat mijn kinderen genereus in het leven zullen staan, zonder zich te verliezen in die zorg. Ik merk dat zij dat evenwicht beter vinden. Ofwel is het hun puberbrein dat alleen aan zichzelf kan denken.” (lacht)
De titel van het boek verwijst naar Mary Shelley, die een versie van Frankenstein schreef in 1816, een jaar zonder zomer. Creëert een dienstbare vrouw uiteindelijk een monster?
“Absoluut! En dé vraag in Frankenstein is: wie is het monster?
“Uiteindelijk zullen Wendy en Peter elkaar zodanig verminken dat ze de persoon die ze ooit graag zagen, niet meer herkennen. Het is makkelijker om kwaad te zijn op een vreemde.
“Pas naar het einde toe worden ze weer wat liever voor elkaar.
“Ik heb veel tijd gestoken in het personage Peter. Hij is emotioneel onvolwassen, ja, maar hij is ook tof, grappig en aantrekkelijk. Hij is echt het type waar ik me toe aangetrokken voel.
“Iemand die te lief is of te zorgzaam, vind ik al rap niet meer boeiend. Alleen is het vaak zo dat wat jou aantrekt tot de ander later moeilijk wordt.
“Iemands verleidelijke donkerte gaat wegen of iemands lichtheid wordt oppervlakkig.
“Uiteindelijk komt het altijd neer op – o, cliché! – gebrekkige communicatie. Vooraleer je door hebt dat daar het schoentje knelt, is er al een hoge tol betaald.”

Heeft u er wel eens naar verlangd om genoeg te hebben aan de rol van moeder?
“Uiteraard, alleen ben ik daarvoor te rusteloos. Ik moet creëren.
“Een vriendin van mij kreeg kort na elkaar drie zonen en zei meteen: het is vanaf nu een paar jaar alleen dat, anders raak ik toch maar gefrustreerd. Fantastisch!
“De combinatie van moederschap en carrière is de grote worsteling van vrouwen van mijn generatie.
“Wij waren de eersten die alle kansen kregen – mijn moeder mocht nog niet verder studeren – terwijl de verwachtingen dezelfde bleven. Bovendien hadden we geen voorbeelden.
“Als kind kende ik geen enkele vrouw die een belangrijke functie had, die schooldirecteur of arts was en dat combineerde met een gezinsleven.
“Wij moesten zelf uitzoeken hoe het ging. Ik weet nog steeds niet hoe het moet. In elk geval niet zoals ik het heb gedaan.”
Wendy heeft thuis “de liefde in haar puurste vorm” gezien. Is het moeilijk om aan het voorbeeld van uw ouders te tippen?
“Ik wil mijn ouders zeker niet idealiseren. Ik was 24 toen mijn vader overleed aan een hartaanval. Te jong om te begrijpen hoe mijn ouders als koppel in elkaar zaten. Maar het was zeker een heel liefdevol gezin en dat veroorzaakt druk.
“Correctie: ik heb mezelf de druk opgelegd om het even goed te doen. Vandaar mijn grote schuldgevoel: ik heb zélf mijn relatie opgeblazen. Maar in het boek zegt de moeder ook: ‘Wij waren een goed team.’”
Is na het overlijden van uw vader, zoals u schrijft, uw hart nooit helemaal geheeld?
“Nee, en dat hoeft ook niet.
“Onlangs in de Ardennen ben ik nog in huilen uitgebarsten omdat ik aan mijn vader moest denken, die intens kon genieten van eenvoudige dingen. Een rivier, een zonsondergang, een glas wijn.
“Soms overvalt me plots de droevige gedachte dat mijn vader nooit mijn kinderen heeft gekend.
“Verdriet gaat niet weg, het neemt alleen andere vormen aan. Rouw is een zeer eenzaam proces.
“Indertijd hebben wij als de vier kinderen dat verschillend beleefd. Ik heb als oudste veel verantwoordelijkheid op me genomen, terwijl niemand dat van me verwachtte. Mijn broers waren gewoon jonger.
“Samen die film maken heeft niet alleen Domien en mij, maar ook mijn moeder en mijn oudste broer, en ons als gezin, veel goed gedaan. De helende kracht van iets creëren.
“Ook zo’n scheiding moet je uiteindelijk in je eentje doormaken, hoeveel steun en troost je ook krijgt van vriendinnen. En dat is goed, want die eenzaamheid heeft me ervan weerhouden om meteen in een ander verhaal te stappen.”
Een jaar na de scheiding komt de vraag van mensen: heb je nog geen lief? Zegt de template dat we pas compleet zijn als er een ander is?
“Waarom eindigt geen enkel verhaal met ‘En ze leefde nog lang en gelukkig’? Enkelvoud.
“Mijn kinderen van 16 en 18 krijgen voortdurend de vraag of ze een lief hebben.
“Ik héb een lief. Een langeafstandslief, wat helpt om de ingeslagen weg voort te zetten.
“Ik ben vaak alleen en durf nu ook die ruimte voor mezelf op te eisen. Die heb ik nodig om te schrijven.
“Waarom leren we niet van kinds af aan dat je compleet bent als je gelukkig bent met jezelf, de enige persoon aan wie je niet kunt ontsnappen en die een leven lang bij je zal zijn?
“Je kunt niet scheiden van jezelf, je kunt dus maar beter proberen goed overeen te komen.
“Alleen-zijn wordt nog steeds een beetje als raar aanschouwd. Toen mijn zoon een jaar geleden zei dat hij te veel vrienden had en erin ging snoeien om vaker alleen te zijn, betrapte ik mezelf erop dat ik dat raar vond.
“Maar ik heb gezien hoe hij is beginnen te schilderen en tot rust is gekomen. Ik leer van hem. Ik heb er zo veel langer dan hij over gedaan om te beseffen wat ik nodig heb en wat ik wil.”
U moest ervoor scheiden.
“Nog zo’n vraag die ik voor mezelf moet oplossen: hoe kan het dat ik iets wat me als kind al gelukkig maakte – vanaf het moment dat ik kon typen, zat ik te schrijven – zo lang heb opgeborgen?
“Ik weet dat ik in de tussentijd niet stil heb gezeten, ik heb de wereld gezien en twee prachtige kinderen grootgebracht, maar kennelijk had ik toch twee megacrisissen nodig, een sterfgeval en een scheiding, om te doen wat ik diep van binnen altijd al wou doen.
“In Zeevonk zit de zin: ‘Op een kalme zee leer je niks.’”



Lees ook
Klik op de hyperlink
en ontdek meer berichten van
Bron: De Standaard