Voor studenten is de examenperiode dé stresspiek van het jaar, maar ook buiten de aula’s worstelen steeds meer mensen met spanning en druk. Professor Marie-Anne Vanderhasselt legt uit wat stress met je doet, en hoe je opnieuw tot rust komt. ‘Stress is besmettelijk. Maar rust is dat ook.’
Lotte Beckers – De Morgen
31 mei 2025
Leestijd: 18 min
Laten we meteen iets duidelijk maken: er bestaan geen wondermiddelen of geheime trucjes om examenstress te vermijden. Verwacht dus geen magische oplossingen.
Volgens Marie-Anne Vanderhasselt weet je zelf vaak al goed wat werkt.
“Een duidelijke dagplanning geeft rust, een korte wandeling of wat stretchoefeningen zorgen voor extra zuurstof in je hersenen, en goed slapen is dé investering in je concentratie en geheugen.
“Examenperiodes zijn nu eenmaal intens. Je kunt de stress niet volledig uitschakelen, maar met deze tips kom je vaak al een heel eind.”
Vanderhasselt, die aan de Universiteit Gent onderzoekt hoe stress werkt, kreeg vorig jaar wat bekendheid toen ze in Kalm Waes de presentator moest helpen ontspannen. Dat programma heeft echt iets in gang gezet, vertelt ze.
“Ik heb van veel mensen gehoord dat we stress eindelijk bespreekbaar hebben gemaakt.
“Iedereen worstelt ermee, maar we konden duidelijk maken wat stress precies doet – die aanhoudende pijn in je schouder kan evengoed een teken van opgebouwde spanning zijn.
“We lieten zien hoe je via je lichaam opnieuw tot rust kunt komen, bijvoorbeeld met ademhalingsoefeningen of meditatie om je hartslag te verlagen. Mensen zijn zich nu meer bewust van hoe sterk lichaam en geest verbonden zijn.”
U werkt al ruim tien jaar aan de universiteit. Hebben studenten vandaag meer examenstress dan vroeger?
“Dat lijkt wel zo, ja. Studentenbevragingen van mijn collega’s aan de UGent geven aan dat ze meer stress en druk ervaren dan hun leeftijdsgenoten in de jaren 60 of 70.
“Velen ervaren burn-outachtige klachten, en slechts een kwart van de studenten voelt zich vitaal en energiek.
“Die cijfers kunnen worden verklaard door toegenomen prestatiedruk, hoge maatschappelijke verwachtingen en meer psychische klachten.”
Er wordt weleens gezegd dat we een gestreste samenleving zijn. Terecht?
“We leven in een maatschappij die enorm op individuele prestaties focust.
“Je moet goed studeren om later een sterke carrière uit te bouwen, en tegelijk een actief sociaal leven onderhouden.
“Je moet fit blijven, je huis op orde houden, mooie reizen maken. En als je kinderen hebt: hen naar hun hobby’s brengen, helpen met huiswerk, en voor hun verjaardag bak je natuurlijk zelf cupcakes voor de klas. Liefst nog mooi versierd ook.
“De lat ligt steeds hoger, de mogelijkheden lijken eindeloos, en we hollen er met z’n allen achteraan.
“Het is helemaal niet verkeerd om jezelf af en toe uit te dagen en je grenzen wat op te rekken.
“Stress is op zich niet negatief, we hebben die juist nodig om te presteren of iets nieuws te proberen. Het geeft het leven wat pit.
“De kunst is wel om daarna ook weer tot rust te komen en die spanning los te laten. Doe je dat niet, dan put je jezelf uit. En precies dat blijkt voor veel mensen lastig, want nog nooit waren er zoveel klachten over aanhoudende spanning.”
Merkt u dat ook bij studenten?
“Ik zie de laatste jaren wel wat veranderingen. Studenten komen bijvoorbeeld veel minder naar de les, maar volgen thuis de livestream of bekijken de opname achteraf. Daardoor hebben ze minder contact.
“De afgelopen jaren verdiep ik me in de invloed van sociale connecties op ons mentaal welzijn. Wie zich omringd weet door mensen met wie hij of zij zich echt verbonden voelt, is over het algemeen gelukkiger en minder kwetsbaar voor stress en depressie.
“Daarom is het zo waardevol dat studenten elkaar ook buiten de les ontmoeten. Niet alleen om tips over de cursus te delen, maar ook gewoon om eens samen te lachen.
“Ik merk ook dat studenten kritischer zijn geworden. Vallen hun punten tegen, dan komen ze vaker hun examen inkijken om te checken of wij wel juist hebben verbeterd. Heeft dat met stress te maken? Die prestatiedruk is er zeker.
“Bovendien hebben ze nu meer mogelijkheden om hun resultaten aan te vechten.
“Waar mijn generatie een tegenvaller gewoon moest slikken, ook als dat betekende dat je het vak opnieuw moest studeren, proberen studenten vandaag vaker om hun punten alsnog op te krikken. En ook dat kost energie en levert extra spanning op.
“En nog iets nieuws: er zijn veel meer studenten met een uitzonderingsstatuut, dat bevestigen alle collega’s.
“De ene student krijgt meer tijd om een examen af te leggen, de ander mag apart zitten. Er wordt veel meer rekening gehouden met de individuele noden, zodat iedereen een eerlijke kans krijgt op een hoger diploma.”
Vindt u dat een goede zaak? Critici zullen stellen dat die mensen het later op de werkvloer zonder al die ondersteuning zullen moeten redden.
“Ik vind dat een goed idee, ja. Ik begrijp die bezorgdheid, maar ik denk dat we collectief op zoek zijn naar een betere manier om om te gaan met mensen die andere of extra noden hebben.
“Het blijven, voor alle duidelijkheid, examens: we verwachten nog altijd dat studenten laten zien dat ze de leerstof onder de knie hebben.
“Sommige mensen zijn capabel, maar hebben gewoon iets meer tijd of rust nodig om te tonen wat ze waard zijn.
“Ik ga er ook van uit dat die studenten zelf zoeken naar de manier waarop ze het best functioneren, en later een werkplek zullen kiezen die daarbij past.”
Studenten komen nog weinig naar de les, maar bibliotheken, musea en zelfs klimzalen zitten dezer dagen stampvol blokkende studenten. Is dat een goed idee?
“Ik studeerde vroeger ook met mijn vriendinnen in de bib, dat vond ik heel fijn. We moedigden elkaar aan of gaven elkaar uitleg als het nodig was, en zo kwamen we ook nog eens buiten.
“Onderzoek toont duidelijk aan dat andere mensen ons kunnen motiveren om gezonde keuzes te maken, om goed te eten of genoeg te bewegen.
“In die zin kan samen blokken helpen om gemotiveerd te blijven, minder tijd te verprutsen op je telefoon, of om de stress te verzachten. Op voorwaarde natuurlijk dat je in de bib geconcentreerd studeert.
“Samen pauzes nemen is een goed idee, maar op de momenten dat er gewerkt wordt, mag je elkaar niet afleiden.”
Wat kunnen ouders doen? Is het zinvol om de hele maand juni vrijaf te nemen om fruitsla te maken voor je studerende kroost of is dat betuttelend?
“Dat hangt af van kind tot kind. Als je kind je graag in de buurt heeft en je dat praktisch kunt regelen, waarom niet? Maar als je jezelf in duizend bochten moet wringen om er te kunnen zijn, of je loopt thuis op de toppen van je tenen, heeft het niet veel zin.
“Onderschat niet hoe belangrijk het is om als ouder het goede voorbeeld te zijn.
“Als een ouder veel spanning ervaart voor de examens en om het halfuur de studeerkamer binnenkomt met opmerkingen – ‘Alles in orde? Moet je nog iets hebben? Allee, ben je nu nog niet aan het studeren? Hoe komt het dat je op je computer spelletjes aan het spelen bent?’ – jaag je de stress de hoogte in.
“Kinderen pikken jouw stress snel op, en die spanning verstoort bovendien de connectie. In zo’n geval zou ik adviseren om een andere manier te zoeken om je kind te ondersteunen.
“Stress is besmettelijk, maar rust ook. Als ouders rust uitstralen, kunnen kinderen beter met hun eigen spanning omgaan.”
Dat is natuurlijk makkelijk gezegd als je kind met geen stokken achter diens boeken te krijgen is.
“O, absoluut. Ik zal nooit beweren dat ik het beste voorbeeld ben. (lacht)
“Mijn twee oudste kinderen zijn 10 en 8. De ene maakt relatief makkelijk haar huiswerk, de ander is lastiger te motiveren, en het is moeilijk om haar te helpen.
“We willen haar graag ondersteunen met het voorbereiden van toetsen, maar ze wordt snel boos als we daarover beginnen. En voor je het weet zeg je als ouder dingen als: ‘Hoe is het mogelijk dat jij je niet kunt concentreren? Zet je nu eens recht op je stoel.’
“Soms is het ook wel nodig om kordaat te zijn, maar rustig blijven is altijd de productiefste aanpak. Examenweken zijn voor veel kinderen geen toffe periode, dat is nu eenmaal zo. Maar je helpt niemand verder door zelf als een kip zonder kop rond te lopen.
“Maak van jouw stress geen boosdoener.”
Een beetje examenstress is toch ook niet per se verkeerd? Je moet toch ergens leren om te presteren onder druk?
“Natuurlijk. In elk leven komen er moeilijke, intense momenten met veel stress: een sollicitatie, een belangrijke deadline op het werk, ziekte, een lastige verbouwing.
“In het ideale scenario zijn schoolexamens daarvoor een goede leerschool: de druk wordt in de loop van de jaren opgebouwd, zodat kinderen leren hoe ze daarmee kunnen omgaan.
“Maar het is wel belangrijk dat de rust regelmatig terugkeert.”
Hoe komt het dat sommige mensen stressbestendig zijn en anderen bij de minste spanning onderuitgaan? En kun je dat veranderen?
“Daar speelt altijd een combinatie van nature en nurture.
“Wat heb je genetisch meegekregen, zijn er bepaalde gevoeligheden in je brein waardoor je emoties snel oplaaien?
“En wat heb je al meegemaakt in je leven, als kind of volwassene?
“Die combinatie zorgt ervoor dat sommige mensen in moeilijke omstandigheden rustig blijven, terwijl anderen in dezelfde omstandigheden als een kip zonder kop rondlopen.
“Je kunt daar wel wat mee leren omgaan: het is dan een kwestie om via een gezonde levensstijl – genoeg slapen, ademhalingsoefeningen, noem maar op – dat emotionele centrum in het brein tot rust te brengen. Voor sommigen is het veel moeilijker dan voor anderen, maar iedereen heeft wel een beetje marge.
“Mensen zeggen soms: maar ik leef al zo gezond, waarom heb ik nog zoveel stress? Wat kan ik nog meer doen?
“Ik snap die frustratie, maar dan is mijn antwoord: je moet je ook eens voorstellen hoe je je zou voelen als je daar niet zo aandachtig voor was.
“Een goede levensstijl duwt je in de juiste richting, maar het is een illusie te denken dat je stress volledig uit je leven kunt bannen. We zullen altijd op uitdagingen botsen.”
Hoe pakt u dat aan bij uw eigen kinderen?
“Als ik zelf gestrest ben, praat ik daarover, zodat ze dat gevoel zien en herkennen.
“Daarnaast leer ik hen hoe ze zelf op hun ademhaling kunnen letten, bijvoorbeeld met een bellenblaas. Ik laat hen grote bellen blazen, zodat ze lang uitademen, want daarmee kun je je hartslag laten zakken.
“De twee oudsten spelen ook een blaasinstrument, wat ook een goede manier is om te leren je ademhaling te controleren.
“Sporten en actief bezig zijn is dan weer goed om de spanning in hun lichaam los te laten.
“Ik zet soms een luisterverhaal op, maar de televisie staat thuis nauwelijks aan. Alleen op zondagavond hebben we filmavond.
“We proberen ook om de kinderen geen iPad te geven op restaurant of in wachtzalen, maar geven bijvoorbeeld boekjes. Zonder de constante beschikbaarheid van een scherm moeten ze creatief zijn.
“Mijn jongste zoon zegt weleens dat hij zich verveelt. Dan antwoord ik: ‘Dat is het schoonste cadeau dat ik je kan geven. Probeer eens iets te doen wat je leuk vindt.’
“Is dat de beste aanpak? Dat weet ik niet, maar zo doe ik het. Ik vind het niet erg als ze bij vriendjes of neefjes wel onlinespelletjes spelen, maar het is ook belangrijk dat ze ervaren dat hun brein niet constant input nodig heeft.”
Klagen ze daarover?
“Zeker. De oudste zit in het vierde leerjaar, zij heeft klasgenoten die al een smartphone hebben of op TikTok zitten. Dat vind ik wel erg jong.
“Ik probeer daar met hen over te praten en uit te leggen waarom wij dat anders doen. De oudste begrijpt dat, de andere twee vinden dat veel lastiger.”
U ondertekende onlangs mee een oproep van experts om sociale media te verbieden voor minderjarigen. Sommige mensen vinden dat overdreven betuttelend.
“Ik kan me niet uitspreken over de invloed van sociale media op het algemene welzijn. Dat valt wat buiten mijn expertise, en het wetenschappelijk onderzoek is daar nog volop gaande.
“Maar ik weet wel wat het effect is van die constante overprikkeling en hoe dat stress beïnvloedt. Daar moeten we veel bewuster van zijn, zeker bij jonge hersenen in volle ontwikkeling.”
Ik zag onlangs een filmpje van de Amerikaanse comedian Des Bishop, die vertelde dat vroeger niemand het woord mindfulness gebruikte, omdat we zonder smartphone elke dag noodgedwongen mindful waren. ‘Je wachtte op een vriend? Mindfulness! Je zat op de bus? Dan staarde je naar druppels condensatie. Mindfulness!’ Is wat wij als stress ervaren eigenlijk pure overprikkeling?
“Ja, de voortdurende input in ons brein zorgt ervoor dat we de voorste delen van ons brein uitputten, het deel dat onze emoties reguleert, dus die emoties nemen het over.
“Vroeger hadden we absoluut minder last van deze overbelasting. En als je hersenen overdag constant aan staan, is het ’s nachts veel moeilijker om te ontspannen en slaap je minder goed.
“Je kunt je dag en nacht niet scheiden.”
De schermtijd piekt. Sciensano meldt dat een derde van de volwassenen naast het werk dagelijks vier uur of meer op een scherm spendeert. Onderzoek van imec geeft dan weer aan dat een aanzienlijk percentage van de volwassenen zelf vindt dat de schermtijd te hoog ligt. Bij jongeren is dat bijna 70 procent. Zijn we vergeten hoe we ons zonder telefoon kunnen ontspannen?
“Hoe meer stress je ervaart, hoe moeilijker het is om te ontspannen en om te weten hoe je ontspant. Het stresssysteem is immers zo opgebouwd dat, als je veel spanning ervaart, het gaspedaal juist harder wordt ingeduwd om te vechten en om die stress aan te kunnen.
“Hoe harder je meeloopt in de ratrace, hoe lastiger het is om de signalen te zien en om te weten hoe je op de rem moet staan om weer tot rust te komen.
“Op zo’n moment moet je even een stap terugzetten: een van de eerste dingen die we doen in de hulpverlening is het herkennen en stilstaan bij situaties die stresserend zijn.
“Ik noem dat mindful stressen: wat doet dat met jou? Wat zijn de lichamelijke signalen en welke gedachten komen er bij je op? Wat zijn je kwetsbaarheden?”
En daarna?
“Sommige mensen zeggen dat je moet denken aan wat je leuk vond als kind, ik denk dat je vooral zelf eens moet proeven en zoeken wat er voor jou werkt.
“Het kan ontspannend zijn om naar een grappige serie te kijken of even op je telefoon te scrollen. Maar vergeet zeker niet om eens te praten met de mensen rondom jou.
“En als de televisie niet standaard aanstaat, of je telefoon ligt buiten handbereik, ben je misschien sneller geneigd om even in de tuin te gaan of een wandeling te maken.”
Is ontspannen een kwestie van voldoende variatie: wat beweging, wat afleiding, wat natuur?
“Ja, en vergeet sociaal engagement niet. We doen het steeds minder, maar onderschat niet hoe ontspannend het kan zijn om je in te zetten voor de maatschappij of een vereniging, en de dankbaarheid die je daarvoor terugkrijgt.”
De term zelfzorg suggereert wel dat mensen vooral meer met zichzelf bezig moeten zijn.
“Zelfzorg is superbelangrijk. De manier waarop psychologe Nina Mouton dat brengt, vind ik mooi: zelfzorg is niet alleen een lavendelbad nemen of een goed boek lezen, maar onderzoeken wat je nodig hebt.
“Het kan ontspannend zijn om tijd alleen door te brengen, maar we mogen het belang van sociale tijd voor ons welzijn echt niet onderschatten.
“Wie gestrest is, is automatisch met zichzelf bezig: je bent dan alert voor je eigen gevoelens en emoties. Maar je leert jezelf via gesprekken met anderen veel beter begrijpen.
“Voor mij draait zelfzorg om nieuwsgierig ontdekken wat jou echt ontspanning brengt.
“Soms moet je naar een feestje terwijl je er eigenlijk geen zin in hebt. Is het echt niks, dan kun je altijd naar huis. Maar het loont ook om het toch een kans te geven. Misschien wordt het wel een topavond waar je nog dagen van nageniet.
“Samen sporten werkt trouwens ook beter dan alleen, of maak gewoon eens een wandeling met een vriend. Kleine dingen kunnen veel doen.
“Wat ik niet bedoel is: hoe meer vrienden, hoe beter. Maar ik raad toch aan om te blijven investeren in een paar goede vriendschappen, los van je partner of gezin.
“Mensen besteden steeds minder tijd buiten hun kerngezin, omdat het veel vergt om dat draaiende te houden. Maar op lange termijn is dat niet per se de beste manier om te ontspannen.”
U bent moeder van drie kinderen en een professor die onderzoek verricht en het land doorkruist om lezingen te geven. Hoeveel stress ervaart u zelf?
“Ik ervaar stress door alles goed te willen doen. Ik ben die moeder die ’s avonds laat nog cupcakes bakt. Ik kan me ook erg opjagen als ik met de kinderen op tijd op school wil zijn en de klok zie tikken.
“Ik heb er dus ook last van, al weet ik goed genoeg hoe het werkt. Maar dat is niet erg, op voorwaarde dat ik er nadien bij stilsta: wat kan ik hieruit leren en hoe ga ik het beter aanpakken of communiceren?”
En wat doet u dan?
“Ik doe geregeld ademhalingsoefeningen, als ik in de auto zit of tijdens een micropauze op mijn werk. Ik merk dat ik dan meteen rustiger word.
“Ik ga elke week ook een keer of twee lopen met een vriendin, dat is voor mij een enorme uitlaatklep. We bewegen, en ondertussen babbelen we en delen we de kleine dingen van het leven.”
Nog even terug naar de jongeren. In een interview met deze krant vertelde iemand van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) onlangs dat jonge werknemers veel minder schroom hebben om zich ziek te melden. Merkt u dat ook?
“Nee, dat herken ik niet. Ik merk wel dat mensen duidelijker hun grenzen stellen: dit zijn de uren waarop ik werk, en in het weekend neem ik vrij. Of: dit is mijn taak niet, dus dit probleem is niet voor mij. Vroeger, en ik beweer niet dat dat beter was, waren we daar niet zo stellig in.”
De subtekst leek toch: jonge mensen kunnen blijkbaar niet zoveel aan. Zodra het wat lastig wordt, vallen ze uit.
“Wat volgens mij meespeelt, is de overvloed aan keuzes en mogelijkheden. Daardoor willen mensen vaak ook meteen het beste of het meeste.
“Plan je een zomervakantie? Dan moet dat bij wijze van spreken dé ultieme reis zijn. Vind je online de perfecte bestemming, dan krijg je een flinke dopamineshot. Maar als die kick wegebt, moet je daarvan bekomen, en ga je alweer op zoek naar het volgende hoogtepunt.
“Op den duur raak je bijna verslaafd aan die dopamineprikkels. Mensen blijven jagen op die beloning: beter, groter, leuker.
“Maar al die pieken zorgen ook voor diepe dalen, waardoor je dopamineniveau steeds lager uitkomt. En dat vergroot het risico op mentale uitputting.”
Wat kun je daaraan doen?
“Tevreden zijn met wat er is, in plaats van altijd iets beters na te jagen.
“Tevredenheid en dankbaarheid zijn enorme kwaliteiten en kunnen voor veel meer geluk zorgen.”
Die boodschap staat nogal haaks op de tijdgeest.
“Dat denk ik ook.
“Begrijp me niet verkeerd: de veelheid aan keuzes heeft enorm veel voordelen, maar je moet op een bepaald moment kunnen berusten en zeggen: voor mij is dit goed.”


Anton Coene
Lees ook
Bron: De Morgen