Marc Reynebeau – 30 miljard euro per jaar voor defensie – De regering doet alsof ze niet anders kan


Elk jaar 30 miljard spenderen aan wapentuig is nogal wat, stelt Marc Reynebeau vast, maar de regering weigert een democratisch debat daarover.

Marc Reynebeau – De Standaard

17 juni 2025

Leestijd: 6 min


Zo ging het vorige week in Nederland: vele miljarden meer uitgeven voor defensie, oké, maar de factuur daarvoor, dat is iets voor een volgende regering.

Daar zijn technische redenen voor te bedenken – het hoeft nu nog niet in een begroting te staan – maar eens komt toch het uur van de waarheid. Bijvoorbeeld onderwijs en zorg kunnen zich al op besparingen voorbereiden.

Ook de Belgische regering, aldus premier Bart De Wever (N-VA), belooft jaarlijks tot 30 miljard euro te zullen spenderen aan wapentuig, al weet ze nog niet waar dat geld vandaan moet komen.

Defensieminister Theo Francken (N-VA) heeft al een ideetje: haal het uit de sociale zekerheid.

Wat dat wapentuig straks zal kosten, zal bijna het totale federale budget opslorpen.

De Wever gaat er prat op dat hij met de afspiegelingscoalities van Arizona in de deelstaten nationaal “eenheid in het beleid” kan garanderen. Maar de regionale regeringen tonen zich allerminst happig om hem daarbij te helpen en om bijvoorbeeld te snoeien in het onderwijs.

Nog even, en er blijft van de Belgische staat alleen nog dat blinkende leger over, want voor iets anders zal er geen geld meer zijn.

Dat was net de uitkomst die De Wever zich droomde met het ‘confederalisme’ dat hij aan zijn kiezers beloofde, het ontmantelen van de federale staat, maar waarover hij sindsdien niet meer repte.

Dat het lidmaatschap van de Navo voortaan 5 procent van het bbp moet kosten, is, aldus De Wever, “een voldongen feit”.

Dat België alleen staat met twijfels over de goede zin daarvan, zoals De Wever stelde, is niet waar. Maar kennelijk heeft hij geen zin om daarover in Europa bondgenoten te zoeken, wat hij enkele weken geleden wel deed met zijn kritiek op het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot (Les Engagés) pruttelde nog wat tegen over de timing op een informele bijeenkomst in Turkije vorige maand (dat deed hij alvast op de radio), maar minister van Defensie Francken vindt het allemaal best.

Zo hebben ze dat bij de Navo ook begrepen. Die gang van zaken past in de sluipende, weinig transparante besluitvorming die de toon zet in het militaire en buitenlandse beleid.

Technocratisch

In het recente verleden ging dat ook zo.

In de rakettencrisis van de jaren 1980 moest premier Wilfried Martens (CVP) nog een weekje studeren om te achterhalen welke Belgische minister had ingestemd met een plan waarover grote publieke beroering was ontstaan: de plaatsing van Amerikaanse nucleaire kruisraketten op de luchtmachtbasis in Florennes.

(Het bleek zijn defensieminister en partijgenoot Frank Swaelen te zijn geweest, die zich dat niet meteen kon herinneren.)

De Navo-norm berust niet op een politieke keuze. Hij drukt niet uit wat regeringen nuttig achten in hun defensiebeleid, maar legt alleen een verband met de omvang van de nationale economie.

Dat geeft de norm een zakelijk, objectief, technocratisch en vooral apolitiek karakter, waar verder geen democratische keuzen of prioriteiten meer nodig zijn.

Toch willen veel EU-landen niet weten van een eengemaakt Europees leger, want dat zou strijdig zijn met de nationale soevereiniteit.

Maar de Navo-lidstaten onder hen hebben alvast niets meer te zeggen over hun budget daarvoor; dat doen ze in de Navo wel in hun plaats.

Valt er veel te zeggen voor Europese samenwerking en het opnemen van verantwoordelijkheid voor de collectieve veiligheid in een geopolitiek onstabiele tijd, de argumentatie blijft in België vaak erg dunnetjes uitvallen.

Politici krijgen het niet uitgelegd en durven dat allicht ook niet meer, omdat de prijs direct en indirect erg hoog kan uitvallen.

De Nederlandse regering deed nog een min of meer geslaagde poging om voor de budgetverhoging een draagvlak te creëren, met een aanzienlijke politieke en publieke consensus als gevolg.

Daar begint De Wever zelfs niet aan. De realpolitik waarop hij zich graag beroept, is nochtans de antithese van politiek leiderschap.

Die ingesteldheid brengt hem ertoe om het nu over een voldongen feit te hebben, overmacht welhaast, iets wat van buiten komt en waarvoor hij ook geen verantwoordelijkheid wil nemen.

Dat is een democratisch zwaktebod. Alsof hij als Jack Nicholson in A few good men de kiezers toeroept: “You can’t handle the truth”, jullie kunnen de waarheid niet aan.

Kampioen Griekenland

Samenwerking in bondgenootschappen als de Navo heeft nu eenmaal consequenties.

Een tank op het slagveld volgt altijd de kortste route en als er een huisje in de weg zou staan, dan is dat jammer voor dat huisje. 

Hoe onwrikbaar de logica in militaire budgetten kan zijn, bleek toen Griekenland een vijftiental jaar geleden budgettair onder internationale curatele kwam te staan en zware besparingen kreeg opgelegd, die een hoge sociale tol eisten.

Toch bleven de militaire uitgaven overeind, al bedroegen ze al meer dan de toenmalige norm van 2 procent. Dit betreft immers de zuidflank van de Navo en het strategische toezicht op de Middellandse Zee.

In 2022 gaf Griekenland 3,5 procent van zijn bbp aan defensie uit, toen het hoogste percentage in heel de organisatie, nog meer dan de VS.

Inmiddels had het land infrastructuur en staatsbedrijven moeten privatiseren, een buitenkansje voor China om zich in de Griekse havens in te kopen.

Zoals het met de nieuwe norm gaat, ging het ook met de norm van 2 procent, zonder veel publiek debat vastgelegd op de Navo-top in Wales in 2014.

Die norm deed al sinds 2006 de ronde, nadat het veel Europese Navo-leden een decennium eerder onduidelijk was geworden waar de organisatie nog toe diende.

Die twijfel knaagde niet alleen aan de Amerikaanse dominantie, maar was al evenmin goed nieuws voor de afzet van de Amerikaanse militaire industrie in Europa.

Nu Rusland een clear and present danger vormt, niet alleen in Oekraïne maar ook in zijn al aan de gang zijnde hybride oorlogen en cyberterreur, eindigt die identiteitstwijfel.

Veel belangrijker dan de vraag of de nieuwe norm 5 procent moet bedragen, is de steeds groeiende twijfel over de interne cohesie van het bondgenootschap, en over de waarden die er de grondslag en de goede zin van vormen.

Daarin speelt de factor Trump de centrale rol, die bepaald niet het uithangbord kan zijn van de vrijheid en de democratie die de Navo hoog in het vaandel draagt.

Dat niet alleen de Amerikaanse politiek, maar ook de internationale bondgenoten menen dat ze zich tegenover hem en zijn acolieten moeten beperken tot even gênant als ongeloofwaardig gevlei en jaknikkerij, is niet van aard om veel ruimte te openen voor een eerlijk democratisch debat.

Dat de al langer van weinig fantasie of inventiviteit getuigende Theo Francken zich welhaast gedraagt als his master’s voice van Washington, maakt dit al pijnlijk schimmige dossier nog veel zorgwekkender.


Dat het lidmaatschap van de Navo voortaan 5 procent van het bbp kost, is volgens premier De Wever “een voldongen feit”. © belga

Marc Reynebeau is journalist, verbonden aan deze krant. Zijn column verschijnt wekelijks op woensdag.


Lees ook


Lees ook

Lees meer berichten van

Marc Reynebeau


Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven