Marc Reynebeau – “Op de kap van de regering zitten” is een burgerplicht, maar Matthias Diependaele vindt van niet


Kiezen voor medezeggenschap is een ethische keuze, schrijft Marc Reynebeau. Het middenveld is geen concurrent van de politiek, maar veel Vlaamse politici hebben te lange tenen om met in- en tegenspraak te kunnen omgaan. Of ze zijn er te onzeker voor.

Marc Reynebeau – De Standaard

9 juni 2026

Leestijd: 6 min


Een wedstrijdje om ter slechtst presteren kan voor politici nuttig zijn om drastische ingrepen verkocht te krijgen aan de publieke opinie en de kiezers. Als de toestand erg is, is urgent en krachtdadig ingrijpen nodig.

Nergens in Europa, zo heet het bijvoorbeeld, eten zoveel langdurig zieken uit de ruif van de sociale zekerheid als in België.

In buurland Nederland, waar de nieuwe centrumrechtse regering ook van plan is om fors te snijden in de sociale uitgaven, eisen ze dat record evenwel voor zichzelf op: “in de buurlanden” zouden proportioneel veel minder mensen lange tijd te ziek zijn om te kunnen werken.

Wie heeft gelijk en wie kletst maar raak? Zullen, na de verlengingen, penalty’s moeten uitwijzen welk land de trofee krijgt?

Zijn de sociale stelsels in de twee landen heel verschillend georganiseerd, de globale cijfers lopen vrij parallel: geen 600.000 in België, tegen het miljoen aan in Nederland.

Het retorische wedstrijdje is uit op het creëren van een schok. In de verlamming die daarop volgt, bestaat geen ruimte meer voor reflectie over hoe het toch komt dat zoveel medeburgers zo ziek worden dat werken er voor hen niet meer in zit.

Wat blijft, is de vaststelling dat het er veel zijn, te veel.

In het vacuüm van de verbijstering sijpelen dan de veronderstellingen en de clichés binnen, de voorgekauwde gemeenplaatsen die het denken en het oordelen vergemakkelijken.

Het zeker in Vlaanderen sluimerende neoliberale discours heeft daar snelle antwoorden op. Er zou sprake zijn van systematisch geluiwammes, profitariaat en zelfs fraude.

Dat wordt gefaciliteerd door ziekenfondsen die de controleartsen opdragen de vermeende zieke leden vooral niet tegen de haren in te strijken en hen al te snel arbeidsongeschikt te verklaren.

Nog zo’n wedstrijdje over catastrofes gaat over de begroting.

Wie de federale regering aanhoort, verneemt dat de beroerde staat van de publieke financiën te wijten is aan decennia van laksheid en potverteren door kortzichtige politici.

Dan valt vaak de naam van de liberale ex-premier Guy Verhofstadt, al kon diens minister van Financiën Didier Reynders (MR) er ook wat van om belastingverlagingen te organiseren. Met name ten gunste van wie het krachtigst kon lobbyen – en het waren niet de vakbonden of andere middenveldorganisaties die het gemakkelijkst op zijn kabinet over de vloer kwamen.

Hoe dan ook staat de regering-De Wever nu voor de penibele opdracht om zo’n 7 miljard euro te ‘vinden’ om de meest acute begrotingsperikelen te verzachten.

Daar past ook de stemmingmakerij rond langdurig zieken bij. De sociale zekerheid en de gezondheidszorg lijden immers onder de wet van de grote getallen.

Die wil dat van een groot bedrag het simpeler lijkt om er wat van af te peuteren. En grote getallen ogen al snel heel abstract, waardoor even snel vergeten wordt dat er heel concrete, vaak kwetsbare en in hun levensonderhoud fragiele mensen achter schuilgaan.

De hele begrotingsoefening, die de sociale zekerheid allerminst onberoerd zal laten, zou evenwel overbodig zijn zonder de taxshift, niet zo lang geleden, van de zogeheten Zweedse regering van Charles Michel (MR), waarin de N-VA en de MR ook al het hoogste woord voerden.

Die verlaagde vooral de patronale bijdragen aan de sociale zekerheid, in naam van de concurrentiekracht van het bedrijfsleven en zo. Dat kostte en kost de overheid nog altijd miljarden aan gederfde inkomsten.

Econoom Paul De Grauwe stelde vorige week in een studie dat de staat jaarlijks 21 miljard aan fiscale en parafiscale inkomsten misloopt als gevolg van dergelijke politieke beslissingen.

Wat, besluit hij, vooral ten goede komt aan “een geprivilegieerde klasse” van grootverdieners.

Zullen, nu de regering de focus zo hard op hen richt, langdurig zieken het gelag moeten betalen?

Zeker, ook in die sector zal plantrekkerij voorkomen, maar dat behoort tot de foutenmarge die elk systeem moet incalculeren. En waar het voorkomt, kan het worden uitgewied.

Misschien zijn rechts-conservatieve liberalen als minister-president Matthias Diependaele (N-VA) wel oprecht als ze dan vol op het orgel gaan tegen het georganiseerde middenveld, de ziekenfondsen in het algemeen en de Christelijke Mutualiteiten (CM) in het bijzonder.

Politici als hij vinden medezeggenschap van sociale organisaties hinderlijk en tijdrovend voor het beleid dat hen voor ogen staat.

Het middenveld erbuiten houden, gebeurde al ten tijde van ‘Zweeds’, het is nu zowel federaal als in de Vlaamse regering de intentie.

Het hinderlijke is dat dit middenveld andere stemmen laat horen, andere inzichten en belangen een stem geeft, tot kritiek en tegenspraak toe.

Of zoals Diependaele het op een gespreksavond in Ninove zei: “De CM doen niets liever dan op onze kap zitten.”

Geen klachten over te duur zijn of luilakkerij bevorderen, wel: kritiek hebben, tegenspreken. Dat geldt niet alleen voor het sociaal overleg of voor beleidsadviezen.

Publiek protesteren wordt bemoeilijkt, bezwaar inbrengen tegen vergunningen evenzeer. De politieke overheid heeft altijd gelijk.

En de CM zouden zich bezondigen aan “stemadvies”, aldus nog Diependaele.

Of CD&V dan veel heeft aan steun van christelijke ziekenfondsen of vakbonden, valt zeer te betwijfelen. Zoals het ook maar de vraag is of veel partijmandatarissen er zich door willen laten bevoogden.

De oude zuilverbondenheid is ook niet Diependaeles meest principiële zorg, anders had hij niet opgeroepen om de CM te verlaten voor het Vlaams-nationalistische ziekenfonds VNZ, dat dezelfde “normen en waarden” toegedaan zou zijn als zijn partij.

Maar overstappen zou wel het ledental en dus de slagkracht en representativiteit van de CM aantasten als die nog eens “op de kap” van de Vlaamse regering zitten.

Aan de retoriek over de primauteit van de politiek, die middenveldorganisaties, de culturele of ecologische net zo goed als de sociale van het concrete beleid wil weghouden, kleeft een hoge mate van moralisering.

Opponenten noemt ze, al naargelang het geval, luiaards, geldverkwisters, crapuul of raddraaiers, in het beste geval zwijmelende bomenknuffelaars.

Dat moreel afkeurende taalgebruik geeft aan wat hier ten gronde aan de gang is: een ethische strijd om zeggenschap in de openbare ruimte en het publieke gesprek, en dus ook in de politiek.

Vanuit zijn verzuilde voorgeschiedenis heeft het middenveld zich ontwikkeld tot een drager van bij zijn leden en militanten diep gewortelde waarden die de dagelijkse machtspolitiek ver overstijgen, als kanaal van initiatief en betrokkenheid van onderuit, als buffer en bemiddelaar tussen individu en samenleving.

Het middenveld is geen concurrent van de politieke democratie, het is er een verrijkend complement van.

Het is een ethische keuze om dat te willen nastreven, zoals ook de democratie geen natuurfenomeen maar een ethische keuze is.

Het tegendeel daarvan in de politiek is wat ooit het oude machtswoord in de katholieke kerk was: Roma locuta, causa finita, als Rome heeft gesproken, is de discussie beslecht.

Daar is niemand ooit beter van geworden.


Politici als Diependaele vinden medezeggenschap van sociale organisaties hinderlijk. © Peter De Smedt/cc

Marc Reynebeau is journalist, verbonden aan deze krant. Zijn column verschijnt wekelijks op woensdag.


Lees ook


Lees ook

Lees meer berichten

Marc Reynebeau


Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven