De terugkeerhubs komen er nooit wegens praktisch onhaalbaar, schrijft Hendrik Vos. De communicatieadviseurs zijn vast al op zoek naar aaibare termen voor de volgende, nog minder menselijke voorstellen in het migratiedebat.
Hendrik Vos – De Standaard
15 juni 2026
Leestijd: 5 min
Mensen vluchten niet uit Afghanistan omdat ze de regen beu zijn of bij gebrek aan artisanale koffiebarretjes.
Het is een land waar de taliban meedogenloos besturen, meisjes van school worden geweerd, tegenstanders verdwijnen en de persvrijheid zo goed als onbestaande is – plek 175 op 180, voor wie van rangschikkingen houdt.
Daarbovenop: armoede, droogte, voedsel tekorten en met regelmaat een aardbeving.
Toch worden de meeste Afghaanse asielzoekers in Europa niet als vluchteling erkend. Hun terugkeer verloopt stroef.
Duitsland kon beperkte afspraken maken met de taliban, maar wat er gebeurde met wie werd teruggestuurd, is moeilijk te achterhalen.
Soms lekt er iets uit. Toen de Duitsers twee jaar geleden 28 Afghanen op het vliegtuig zetten, belandden die bij aankomst in Kaboel allemaal in de gevangenis.
Van één persoon weten we zeker dat hij nu dood is. Zo staat het in een rapport van het Europees Asielagentschap.
Daar wordt weinig ruchtbaarheid aan gegeven, want als je van plan bent om er veel meer terug te sturen, is nieuwsgierigheid naar het lot van de eersten een beetje onhandig.
Binnenkort ontvangt Brussel een taliban gezelschap voor gesprekken met de Europese Commissie. Om de delegatie gunstig te stemmen, zal er in verwennerij moeten worden voorzien.
Onze regering, die de visa uitreikt, wil er niet te opzichtig reclame voor maken.
Het vraagt enige mentale lenigheid: eerst verafschuwen we een regime, maar wie ervoor vlucht, willen we terugsturen. Daarover moeten we onderhandelen mét dat regime. En dan hopen dat niemand rapporteert over wat er daarna gebeurt.
Het Europese asielbeleid is al jaren gericht op het beperken van de instroom. Wie niet als vluchteling wordt erkend, moet bovendien zo snel mogelijk weg.
De lidstaten en het Europees Parlement bereikten daarover een akkoord waaraan ongemakkelijke gevolgen hangen.
Gelukkig beschikt het migratiedebat over een voorraad nieuwe woorden.
Deportatie heet nu terugkeerbeheer. Dat klinkt verstandig, doet minder aan Hitler denken, en het rijmt nog ook.
Een uitzetcentrum wordt een terugkeerhub. Een hub, dat oogt uitnodigend. Een hub is een plek waar je smoothies drinkt terwijl je wacht op een aansluiting naar Barcelona. Een hub heeft wifi, stopcontacten voor de laptop en een espressomachine met melkopschuimer.
Een deportatiekamp heeft doorgaans andere voorzieningen, meer prikkeldraad en minder pokébowls.
De juiste woorden maken de werkelijkheid verteerbaarder, donziger en minder scherp. Zo vermijden we kortsluiting in ons hoofd tussen wat we beweren over menselijke waardigheid en wat we in de praktijk organiseren.
Het idee achter de terugkeerhubs is intussen bekend: mensen zonder verblijfsrecht wachten niet langer in Europa op hun uitzetting, maar in Rwanda, Oeganda of Oezbekistan.
Landen die tegen betaling bereid zijn om een stuk van onze migratiepolitiek over te nemen. Ze blinken zelden uit op het vlak van mensenrechten.
Het resultaat is dat een Afghaan die de taliban ontvlucht, voor de rest van zijn leven – met Europese financiering – in een Oegandese cel zal belanden.
Pardon, een Oegandese hub. Dat scheelt.
De kans is evenwel klein dat dit beleid er ooit komt. Niet omdat de morele bezwaren te veel wegen, maar omdat de praktische dat doen. Alle eerdere pogingen mislukten.
De Britten kondigden een afspraak met Rwanda aan, maar kregen er niemand geplaatst.
Italië wilde jaarlijks 36.000 asielzoekers in Albanië onderbrengen. Hoeveel er vandaag zitten, zegt de regering liever niet, maar het zouden er enkele tientallen zijn, voor een bedrag met een indrukwekkend aantal nullen.
Welk land staat te springen om zo’n kamp op zijn grondgebied te openen, wetende dat iedereen die er belandt daar allicht voor altijd blijft? Dat vraagt een gigantische capaciteit.
Als er een opstand uitbreekt, is de chaos niet te overzien. En als er al een land toehapt, zal het Europa gedurig om extra miljarden vragen.
Het zal niet werken. Dus zullen er straks weer nieuwe voorstellen circuleren, nog radicaler, nog minder menselijk.
De communicatieadviseurs zijn vast al op zoek naar aaibare termen.
Met de aankondiging van die terugkeerhubs rijden we ons dieper vast in een doodlopende straat, geplaveid door partijen die overal in Europa migratie tot probleem der problemen uitriepen.
Niet omdat ze het willen oplossen, maar omdat een etterend probleem electoraal interessanter is.
Affiches kunnen jaren meegaan. Je moet alleen blijven herhalen dat alles – van woningnood tot criminaliteit – de schuld is van de migrant.
Die framing werkt. Bij elk incident wordt gecontroleerd of er geen asielzoeker bij betrokken is.
Omgekeerd hoor je zelden hoeveel spelers die nu op het wereldkampioenschap scoren voor Europese ploegen, ooit van elders kwamen, niet zelden als vluchteling.
Ministers, artsen of olympiërs met een migratieachtergrond gelden als uitzonderingen, terwijl de asielzoeker met een mes de norm werd, althans in de perceptie.
De uitzondering bevestigt de regel alleen wanneer het uitkomt.
De waarheid is minder sensationeel: de meeste vluchtelingen zijn geen topvoetballers, en evenmin criminelen.
Het zijn gewone mensen met gewone dromen, op zoek naar een fatsoenlijk leven.
Een beetje zoals wij, eigenlijk, doorgaans weliswaar met een meer traumatiserend verleden.
Maar wie mensen voorstelt als monsters, hoeft zich niet af te vragen wat er gebeurt wanneer ze verdwijnen.
Hendrik Vos
Doceert Europese studies aan de UGent.
Zijn column verschijnt tweewekelijks op dinsdag.

Lees ook
Lees ook
Klik op de hyperlink hieronder
en vind meer berichten van
Bron: De Standaard