Dat ook oudere werklozen straf verdienen, stond al in het regeerakkoord. Pas nu, schrijft Marc Reynebeau, groeit het inzicht dat het sociaal beleid van Arizona stoelt op een moraal van schuld en boete.
Marc Reynebeau – De Standaard
10 juni 2025
Leestijd: 7 min
Als de Heilige Geest, zoals altijd met Pinksteren, ter aarde nederdaalt, kan hij met zijn vurige tongen de meest onverwachte incarnaties aannemen.
Afgelopen weekend was het die van federaal minister van Werk David Clarinval (MR).
Wie werkloos is, zal na twee jaar het recht op een uitkering verliezen. Al is er nog clementie: het geldt niet voor 55-plussers, want zelfs deze rechtse regering beseft dat oudere werklozen op de arbeidsmarkt moeten opboksen tegen vooroordelen en zelfs discriminatie.
Op Pinksterzondag ging het licht ook branden bij CD&V-Kamerlid Nathalie Muylle, die bij Radio 1 kwam vertellen – of ‘bekennen’? – dat die oudjes dan toch niet meteen naar een Stock Américain moeten snellen om te zien of ze daar geen hangmat in de aanbieding hebben.
Meer dan vier op de vijf van hen, bijna 50.000 mensen, wordt de clementie immers ontzegd. Want ze moeten tevoren wel 30 jaar gewerkt hebben.
In feite geldt de uitzondering alleen voor wie pas op latere leeftijd tegenslag – of discriminatie – in zijn carrière te verduren kreeg.
Geen enkele leeftijdscategorie zo groot bij de ruim 184.000 straks uit de statistieken te verwijderen werklozen, die in het beste geval nog een leefloon kan hebben als inkomen.
Dat leek het grote Pinksternieuws te zijn. De linkse oppositie en de vakbonden wezen erop dat dit erg veel kwetsbare mensen nog dieper in de armoede zal duwen, waarna coalitiepartner Vooruit suste dat er “misschien” nog wat aan te verhelpen valt.
De nieuwe regeling is nog niet definitief goedgekeurd in het parlement. Ze is gekoppeld aan de invoering van een meerwaardebelasting, waarover ook nog allerlei uitzonderingen en modaliteiten in de coalitie ter discussie staan.
Een cynicus kan in die koppeling al de koehandel voorspellen: wat meer clementie voor werklozen, in ruil voor een snoepje voor aandeelhouders.
Het wordt alleen maar erger
Iedereen had het nochtans al lang kunnen weten, want het staat met zoveel woorden in het regeerakkoord, op bladzijde 18 al:
“Deze beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd geldt niet voor wie ouder is dan 55 jaar, voor zover zij vanaf 2025 een beroepsverleden hebben van minstens 30 jaar van elk minstens 156 gewerkte dagen.”
En het wordt alleen maar erger:
“Deze voorwaarde wordt gradueel verhoogd naar 35 loopbaanjaren in 2030.”
Dat geldt dan bijna alleen voor wie al van zijn achttiende permanent heeft gewerkt.
Eén troost: de termijn nog veel verder oprekken, zal niet lukken, aangezien kinderarbeid al enige tijd verboden is.
Er schuilen twee betekenislagen onder dit dispuut.
De eerste is de besparingsdrift, want de sociale zekerheid is een grote pot geld, waarvan al snel wordt gedacht dat daar best wat vanaf kan.
Dat denkt ook minister van Defensie Theo Francken (N-VA), die met een kleinigheidje daaruit, enkele miljarden, liever extra straaljagers koopt, hoe overbodig die wellicht ook zijn.
Dat afpingelen gebeurt al in de pensioenen: indexaanpassingen worden straks met enkele maanden vertraagd.
Dat is niet meer dan een makkelijke besparing, en allerminst een ‘hervorming’ die het pensioenstelsel in de toekomst moet stabiliseren, al beweert de regering dat wel als haar opdracht te zien.
Dat gepensioneerden en werklozen het straks met wat minder moeten stellen, helpt alleen de begroting een beetje op de korte termijn, maar is allesbehalve een structurele ingreep, ook niet budgettair.
Structureel is wel de tweede laag in deze kwestie: de motivatie ervoor.
Dat niet in de tijd beperkte werkloosheidsvergoedingen vrijwel uniek zijn in de wereld, is een argument dat maar zoveel waard is als de taal waaruit het stamt, de technocratie van spreadsheets en benchmarking, die geen benul heeft van de specificiteit van de Belgische sociale zekerheid en hoe die historisch is gegroeid.
Het achterliggende motief is dat politici de burgers wantrouwen, een evergreen bij de Vlaamse rechterzijde.
Die veronderstelt dat werkloosheid, aldus premier Bart De Wever (N-VA), “een levenskeuze” is, van profiteurs die liever “gaan vissen” dan te gaan werken. En dat alleen geld, meer bepaald het gebrek daaraan, hen kan prikkelen om wat vroeger op te staan.
Het is een visie die zeer geschikt is om bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten, ‘de hardwerkende Vlaming’ versus de ‘passieven’ die geen solidariteit waardig zijn.
Op de blaren zitten
Ook de christendemocrate Muylle beroept zich op die drang tot straffen en disciplineren uit het handboek van het harde neoliberalisme.
Die werkloze 55-plussers hebben het er zelf naar gemaakt, zei ze, door vroeger “geen inzet te tonen om te willen werken”.
Dat ze nu maar op de blaren zitten.
“Werkloosheid is niet de oplossing”, voegde ze er nog aan toe. Wat juist is: het is net het probleem, samen met de armoede die nog zal toenemen, maar voor beide heeft Muylle kennelijk ook geen alternatieve oplossing paraat.
In die achterdocht tegenover al wie een beroep doet op sociale voorzieningen, bouwde de Vlaamse regering al een lange traditie op.
Dat dit wantrouwen berust op moraliserend wensdenken, en niet op wetenschappelijk onderzoek, is te merken aan wat ooit ook, wel, een koninginnenstuk was, van de Vlaamse regering dan: de ‘gemeenschapsdienst’.
Na twee jaar duimendraaien thuis, kon de Vlaamse werkloze “iets terugdoen voor de gemeenschap” en wat bijleren door voor een habbekrats klusjes te doen, zoals bij de gemeentelijke groendienst (dat was het cliché).
Verplicht. Weigeren zou tot schorsing leiden. Schuld en boete.
De Vlaamse regering kreeg dat nooit voor elkaar. Ze probeerde het te redden door te gewagen van “werkstages” en nu, o newspeak, is er sprake van “samenlevingsjobs”.
In elke versie draaide het plan uit op een fiasco. Neoliberale en op sancties beluste deugpronkers in de regering hadden dus al kunnen vermoeden dat er wat mis is aan louter door vooroordelen en gemakzucht ingegeven veronderstellingen.
Geen prioriteit
Die te schorsen werklozen moeten nu voor een beetje inkomen beleefd een leefloon aanvragen bij het OCMW.
Dat “hoeft geen nachtmerrie te zijn”, aldus N-VA-kamerfractieleider Axel Ronse. Het hoeft niet, maar kan dus wel een nachtmerrie worden? Maar nee, “het kan een serieuze verbetering zijn”. Hoe dan, dat weet hij ook niet zo goed.
OCMW’s zouden nu moeten doen wat eigenlijk de kerntaak van de VDAB is; mensen ‘activeren’ en begeleiden naar werk.
Maar ondertussen sluit de Vlaamse regering wegen naar de arbeidsmarkt af door fors te besparen bij de VDAB, in cursussen, opleidingen of loopbaancheques, in het volwassenenonderwijs, ook in taallessen of andere vermeende hobby’s, of in het deeltijdse beroepsonderwijs dat nu naar het veel stroevere duaal leren wordt verwezen.
Zelden kregen de VDAB en het onderwijs zo grof het verwijt inefficiënt te zijn.
Of zijn activering of levenslang leren dan toch niet zo’n prioriteit?
“Ik ben er zeker van,” aldus nog Ronse, “dat deze hervorming een pak nieuwe inzichten zal opleveren.”
In het beste geval is dat het inzicht dat zeker kwetsbare mensen niet gediend zijn met neoliberale vooroordelen en disciplinerend moraliseren.
Daarvan is bewezen dat het nog nooit iemands sociale vaardigheden heeft bevorderd, laat staan dat het iemand aan werk geholpen heeft of de begroting heeft gered.
Maar de zwartepiet, die is dan wel uitgedeeld: eigen schuld, dikke bult.

Marc Reynebeau is journalist, verbonden aan deze krant. Zijn column verschijnt wekelijks op woensdag.
Bart De Wever in De Standaard
9 januari 2016
Lees ook
Lees meer berichten van
Marc Reynebeau
Bron: De Standaard