Hij heeft een Nobelprijs, hij kan schrijven en hij doet dat met humor. In ‘Waarom we sterven’ kijkt Venki Ramakrishnan naar de biologie achter veroudering en ook dwars door allerlei antiaginghypes. “De enige manier om de dood te ontwijken, is nooit geboren worden.”
Johan Faes – De Standaard
1 augustus 2025
Leestijd: 15 min
Zieners
Hoe kunnen we de radicale veranderingen begrijpen die onze wereld ondergaat?
In de reeks ‘zieners’ zoeken we houvast en inspiratie bij vooruitziende denkers.
In deze aflevering Venkatraman Ramakrishnan (73).
Hij is een Brits-Amerikaanse moleculair bioloog die baanbrekend werk verrichtte in DNA-onderzoek, meer bepaald over de werking van ribosomen.
Hij ontving er in 2009 de Nobelprijs Scheikunde voor.
Ramakrishnan schreef twee boeken,
Gene machine (2018) en Waarom we sterven (2024), en woont in Cambridge.
“De enige manier om de dood te ontwijken, is nooit geboren worden.”
Venkatraman Ramakrishnan
In 2009 kraakte de Brits-Amerikaanse moleculair bioloog Venkatraman Ramakrishnan – Venki, en niet alleen voor de vrienden – een zwarte doos in ons DNA.
Van ribosomen wisten we vooral dat ze belangrijk waren, hij ontrafelde hoe ze precies functioneerden als kleine fabriekjes die genetische informatie omzetten in eiwitten en hormonen die aan de basis liggen van zowat alle celfuncties.
Hij ontving er de Nobelprijs Scheikunde voor en schreef er Gene machine (2018) over, een boek dat lof kreeg van Richard Dawkins en van Ian McEwan – dan weet je dat het zowel evolutionair als literair goed zit.
In de genen schuilt de essentie van het leven, en dus ook de dood.
Door de bouwstenen te bestuderen kun je ook veel leren over de afbrokkeling ervan, die deel uitmaakt van ieders verouderingsproces. Niet dat iedereen zich daar even makkelijk bij neerlegt, blijkt uit de boomende antiaging industrie en haar vele heilsprofeten.
In een nieuw boek, Why we die – minder rijmend vertaald als Waarom we sterven. De wetenschap van veroudering en de zoektocht naar onsterfelijkheid, scheidt Ramakrishnan het kaf van het koren, en dat doet hij kritisch-wetenschappelijk, vlot vertellend en met humor – op deze cover schaart ook Stephen Fry zich bij de fans.
Zo heeft Ramakrishnan het in zijn boek over de bedenkelijke miljardenbusiness van biotech bedrijven met ‘adviserende’ wetenschappers, Nobelprijswinnaars zelfs, helaas zonder veel kennis op het gebied van veroudering “behalve dat ze zelf oud zijn”.

De 73-jarige die monter op het laptopscherm verschijnt, zelf Nobelprijswinnaar, moet er nog eens smakelijk om lachen:
“Ik ken enkelen van hen, en ze waren er niet mee opgezet. Dan ben je zeker dat het raak was.”
Ramakrishnan is op bezoek bij zijn zoon, docent kamermuziek in Maine, “ook bekend als noordoostelijk Trumpistan.
“Het is hier even mooi als altijd. Je ziet er niets van dat het hele land krankzinnig is geworden.”
De afgelopen maanden heeft de familie afscheid moeten nemen van zijn vader en van zijn schoonbroer, waardoor het thema van het boek plots heel dichtbij kwam.
Mijn deelneming met uw verlies. Ik hoop dat het niet ongepast is om zo persoonlijk te beginnen, maar helpt het bestuderen van verouderen en sterven om er in het echte leven mee om te gaan?
“Er is een diepmenselijke nood om te begrijpen wat er precies gebeurt met ons wanneer we verouderen.
“We zijn ons al eeuwen bewust van onze mortaliteit, van in de prehistorie. Maar hoe en waarom we precies sterven, dat wisten we niet.
“Die nieuwsgierigheid wordt enigszins gestild als je inzicht krijgt in het onderliggende proces van veroudering dat uitmondt in doodgaan.
“Maar de dood kent ook heel wat externe oorzaken die weinig, of toch niet direct, te maken hebben met ouder worden.
“Kanker is er daar één van – al is er natuurlijk wel een correlatie, zoals ik aanhaal in mijn boek, want de kans op kanker stijgt met het ouder worden.”
“Daarnaast bezwijken mensen ook aan infecties of door een ongeval, en die staan los van leeftijd.
“Misschien is een ongeval iets waarschijnlijker als je jonger en actiever en mogelijk onbesuisder bent, of heel erg oud – door te vallen bijvoorbeeld.
“Een longontsteking kan dodelijk zijn voor een negentigjarige terwijl een dertigjarige antibiotica neemt en herstelt.
“Ons immuunsysteem verzwakt met de jaren, alles wordt fragieler.”
“Mijn schoonbroer is bezweken aan pancreaskanker, een van de dodelijkste varianten.
“We hebben indrukwekkende vooruitgang geboekt in de behandeling van kanker, maar een persoonlijk verlies blijft emotioneel. Wetenschappelijke kennis maakt het niet minder verscheurend.
“Mijn zus is medisch getraind, zij is arts en wetenschapper, en ze begreep maar al te goed wat er zich lichamelijk afspeelde bij de man met wie ze 45 jaar getrouwd was.
“Al die kennis kan dan zelfs averechts werken: ze kunnen díé methode toch nog proberen, waarom overwegen ze dát niet?”

Zeker in de westerse cultuur duwen we de dood alsmaar voor ons uit, liefst helemaal uit het zicht. Moeten we ze leren omarmen als een cruciaal – laatste – onderdeel van het bestaan? Op voorhand vrede vinden?
“Filosofisch hebben we makkelijk praten, en dat kunnen we volhouden zolang je eigen dood niet imminent is.
“Ik weet – of ik heb toch het gevoel – dat ik niet morgen zal sterven. Ik plan al reizen en lezingen tot in de tweede helft van 2026.
“We gaan door het leven alsof we nooit zullen doodgaan.
“In die context kun je er poëtisch over doen: de dood is onvermijdelijk, we zullen ze in alle gratie aanvaarden.
“Maar zegt iemand: je hebt nog een maand te leven, dan doe je er alles aan om dat te verlengen. Niemand wil zijn bestaan opgeven, want dat is alles wat hij kent.”
“Ik heb het gemerkt bij mijn schoonbroer. Hij was niet klaar om te sterven. Na zijn diagnose greep hij naar alle opties om het te proberen uit te stellen. Dat is gewoon de menselijke natuur.
“Zoals de oude grap zegt: wie wil er nu 100 jaar oud worden? Wel, zowat elke mens die 99 is.
“Mochten ze op de proppen komen met een pil die je tien jaar extra geeft, bijna iedereen zou ze met open hand ontvangen. Het is ook de reden waarom ik cholesterolverlagers neem.” (lacht)
In bepaalde culturen wordt er gerouwd met de overledene in huis. Wij besteden alles uit, ook onze doden.
“In november is mijn vader overleden en dan mijn schoonbroer in juni. Allebei thuis – mijn zus stond daarop. Een ziekenhuis is een erg steriele omgeving.
“En we isoleren niet enkel onze doden, maar ook onze ouderen, verbannen ze naar woonzorgcentra of rusthuizen. Sommige van die serviceplekken adverteren zelfs: ‘Geen kinderen’.
“Die scheiding van generaties is relatief nieuw en ze is nefast voor oudere mensen maar ook voor jongeren. Ze missen connectie met de vorige generaties en een besef van de cyclus van het leven.
“Premoderne samenlevingen hadden dat wel nog. Ook zij vreesden de dood, niemand wílde sterven, maar ze gingen er makkelijker mee om, begrepen het op een basaal niveau.
“Vandaag wordt de dood gezien als een ziekte of een technisch probleem dat moet worden opgelost. Solving death. Maar de enige manier om de dood te ontwijken, is nooit geboren worden.”
“Sommigen willen de dood uitstellen, liefst voor onbepaalde tijd.
“Futuroloog Ray Kurzweil en gerontoloog Aubrey de Grey hebben het dan over zaken als ‘escape velocity’, de ontsnappingssnelheid van de levensduur.
“Dat de wetenschap in de toekomst, voor elk jaar dat je leeft, je leven met meer dan een jaar zal kunnen verlengen. En tegen dan is er weer vooruitgang en zo rek je het telkens weer op. Dat is een fantasie.”

En is het wel vooruitgang?
“Het is een verandering, maar of het ook ten goede is? Voor de samenleving alvast niet.
“Alsof de generatie die nu leeft beter verdient dan vorige of volgende generaties.
“Dat conflict is er altijd geweest, tussen wat het individu dient en wat het collectief, en het evenwicht helt al een tijd over naar het individu, zeker in libertaire maatschappijen.
“In de VS is het nog extremer dan in Europa, in China hebben community-rechten vooralsnog de bovenhand op het persoonlijke.”
De Britse onderzoeker Richard Wilkinson heeft aangetoond dat stijgende inkomensongelijkheid ook de levensverwachting van de rijkste individuen tempert. Een staaltje biologisch karma?
“Heel interessant is dat, ik ben niet vertrouwd met zijn werk.
“Dat ongelijkheid weegt op de gezondheid van arme mensen ligt voor de hand, maar ik kan het wel appreciëren dat het ook de gefortuneerden treft.
“Ongelijkheid creëert spanning in een samenleving. Je mag het nog zo comfortabel hebben in je gated community, het beperkt ook je eigen bewegingsruimte.
“Ik ben opgegroeid in India. Wat me daar opvalt: de rijken hebben zich afgescheiden van het openbare leven en de chaos, het lawaai, het afval en de vervuilde lucht in publieke ruimtes.
“Ze houden zich op in hun luxewoningen met luchtzuivering, komen enkel naar buiten in geblindeerde wagens, op weg naar een privévliegtuig. Geen treinen, laat staan de bus.
“Ze leven in een bubbel en elke bubbel is ook een beknotting.
“Ikzelf woon in Cambridge, Engeland, in een klein huis vergeleken met hen, maar als ik op straat kom, merk ik geen verschil in levenskwaliteit.
“De lucht is hetzelfde, de rommel is vergelijkbaar, de parken zijn evengoed mijn terrein.”
Transhumanisten willen nog verder gaan. Met technologie hopen ze zelfs hun sterfelijkheid te overwinnen.
“Het verraadt een schrijnend gebrek aan inzicht in wat en wie we zijn als mensensoort. Ons brein is geen digitaal orgaan.
“Neuronen hebben een erg complexe fysiologie en ze worden beïnvloed door chemische signalen uit het hele lichaam.
“Het hoofd staat niet los, er is een continue, wederzijdse interactie: stress is bijvoorbeeld gelinkt aan bloeddruk en hartritme.
“Transhumanisme gaat ervan uit dat je een kopie kunt maken van je brein en dat die kopie jou is. Maar wat als je twee kopieën maakt: welke ben jij dan?
“Geen kopie of kloon kan één en dezelfde persoon zijn.
“Zelfs als ze erin zouden slagen de gedachten te capteren die jij had op het moment van kopiëren, dan nog zal die kopie daarna in een bepaalde richting evolueren, en niet noodzakelijk die waarin jij zelf zou evolueren.”
Alle mysterie rond de dood zet de deur wijdopen voor charlatans. Of kan zelfs de aandacht die zij trekken, uiteindelijk de wetenschap stimuleren?
“Het merendeel van dit soort onderzoek, hoe vergezocht het ook mag lijken, heeft zijn nut. Eerst en vooral om te begrijpen wat er aan de hand is. En twee, met het potentieel om onze levens beter te maken terwijl we verouderen.
“Op dit eigenste moment sukkel ik zelf met een zeurende schouder en een pijnlijke knie – vijftien jaar geleden had ik daar geen last van.
“We financieren dit soort onderzoek niet voor miljardairs die dromen van levensverlenging, maar omdat we willen dat mensen op leeftijd gezonder, onafhankelijker en potentieel productiever kunnen zijn.”
“Hier schuilt de paradox: ik weet niet of we het ene kunnen zonder het andere.
“Met andere woorden: als we erin slagen je gezonder te houden tot op latere leeftijd, dan ga je misschien ook langer leven en wordt het verval gewoon uitgesteld tot een later tijdstip en zul je alsnog geconfronteerd worden met substantiële achteruitgang.
“Ik ben dus niet zeker of dat noodzakelijkerwijs wel zo’n goed idee is, of dat het zal verlopen zoals ze hopen.
“Dan hebben we het over de ‘compressie van morbiditeit’, of de betrachting om pas na lange tijd en toch ‘jong’ te mogen sterven.
“Vergelijk het met een auto die perfect rijdt en ineens uiteenvalt.
“Maar kan dat wel, die periode van ziekte en verval inkorten? Misschien wordt ze zelfs verlengd, en wordt enkel de aftakeling vertraagd.”
Zoals de situatie nu is eigenlijk.
“Juist. Een eeuw geleden, toen we gemiddeld op jongere leeftijd stierven, was de morbiditeit vaak heel kort. Een longontsteking en je was dood in twee weken. Nu blijven we maar leven in rusthuizen.
“Bepaalde onderzoekers koesteren de hoop om mensen gezond te houden tot ze een biologische limiet bereiken, waarop ze snel desintegreren en doodvallen. Dat lijkt zo het geval bij supercentenarians die ouder worden dan 110.
“De meesten onder hen hebben gezonde levens geleid, zijn zelfs nooit naar de dokter geweest tot ze de 100 gepasseerd waren, waarna ze relatief snel aftakelen en sterven. Het zou dus zomaar kunnen, een zekere compressie van morbiditeit.
“Maar wat niet duidelijk is: zijn de meeste ‘supereeuwelingen’ gewoon zondagskinderen met gelukkige genen en een voorspoedige levensloop?
“Het is niet zeker of ze iets in zich dragen waar we allemaal ons voordeel mee kunnen doen. Op honderdjarigen kan nog veel interessant onderzoek gebeuren.”

Het is een van die grijze zones waarop u met dit boek wat licht hebt willen werpen?
“Ik heb het geschreven om twee redenen.
“Onze samenleving veroudert zienderogen, zeker in ontwikkelde landen waar de vruchtbaarheidscijfers zijn gekelderd.
“Italië is een nijpend voorbeeld van die omgekeerde bevolkingspiramide met weinig pasgeborenen en alsmaar meer senioren.
“Een andere reden was om inzicht te geven in de biologie achter veroudering.
“Voor het eerst in ons bestaan kunnen we ook echt zaken aanpakken, wat natuurlijk veel krachten losmaakt die het leven willen verlengen.
“Dat creëert heel wat hype in het veld, de media bestoken ons met bevindingen en ontdekkingen, en de leek heeft geen idee wat ervan te maken.
“De meeste mensen die schrijven over veroudering hebben financiële belangen in bedrijven die grossieren in supplementen en diensten. Hun boeken zijn daar advertenties voor.
“Ik daarentegen ben een moleculair bioloog die geen aandelen heeft. Ik heb niks te verkopen. Alleen mijn boek.” (lacht)
In feite is het simpel, zegt ook uw boek: met een goede nachtrust, een gezond dieet en lichamelijke oefening reduceren we stress en vertragen we veroudering.
“En er is een sociaal luik: jezelf niet isoleren op latere leeftijd en een doel voor ogen houden.
“Dat advies is eeuwenoud, mijn boek toont je de biologische basis ervan, biedt een mentaal kader om te begrijpen wat er gebeurt wanneer we verouderen.
“Het heet misschien Waarom we sterven maar het gaat evengoed over ‘hoe we leven’. Wat kunnen we leren om gezond te blijven?
“Je kunt zo gefocust zijn op langer leven dat je vergeet in het nu te leven.
“In feite moeten we blij zijn dat we überhaupt geleefd hebben, dat we heel even hebben mogen aanschuiven aan dit eeuwige banket.
“Zoals de schrijfster Barbara Ehrenreich zegt:
‘Je kunt bitter of met berusting over de dood denken en alle mogelijke maatregelen nemen om ze uit te stellen. Of je kunt het leven beschouwen als een onderbreking in een eeuwigheid van persoonlijk niet-bestaan.’
Afgezien van het ontkrachten van valse beloften, wat heeft u verrast qua tastbare vooruitgang?
“Cellulair herprogrammeren. Wellicht is het de enige manier waarop je bepaalde aspecten van veroudering kunt terugdraaien.
“Ik had niet gedacht dat het zou werken in de mate waarin het dat doet bij muizen.
“Dat gezegd zijnde: er blijft een enorme afstand te overbruggen van het experimenteren op muizen naar iets dat ook maar mogelijk zou kunnen aanslaan bij mensen. Er moet nog veel werk verzet worden.
“Desalniettemin is het een sprekend voorbeeld van hoe geavanceerde moleculaire biologie vandaag meer en meer ingang vindt in het veld van veroudering.”
“Een ander punt is de algemene evolutionaire logica achter de dood.
“Lang koesterde ik de naïeve overtuiging dat sterven ten bate was van het overleven van de soort. Maar evolutie werkt niet in op een soort, ze heeft er zelfs geen weet van.
“Evolutie werkt enkel in op een individu, in het bijzonder op de genen.
“Ze selecteert op basis van levensvatbaarheid en vruchtbaarheid, niet op zolang mogelijke levensduur.
“We verouderen omdat het de evolutie niet kan schelen wat er met ons gebeurt nadat we ons hebben voortgeplant en onze genen hebben doorgegeven.
“Bepaald genetisch materiaal haalt de selectie omdat het ons van pas komt op vroege leeftijd, zelfs als het ons later in het leven schade berokkent en doet verouderen.
“Iets wat ons helpt om te groeien, kan later de kans op kanker vergroten.
“Voor ik aan dit boek begon, had ik minder oog voor die evolutionaire balans.”
Aan speculatie doet u niet, maar wat lijkt er mogelijk in de nabije toekomst?
“Een berekende gok: binnen tien tot twintig jaar zullen we op iets stoten dat onze gezondheid op hogere leeftijd gevoelig verbetert en wel op een heel specifiek gebied, zoals ontstekingen of artrose.
“Ook een mogelijkheid is een doorbraak ten aanzien van hersenaandoeningen, zoals dementie, wat een extreem harde noot blijkt om te kraken. Tegenwoordig gaan daar zoveel meer mensen en middelen naartoe …
“Dus ja, de hoop is er dat we onze gezondheid op peil kunnen houden naarmate we ouder worden.”
“Wat betreft spectaculaire levensverlenging ben ik heel wat sceptischer.
“Er is geen natuurwet die zegt dat we moeten sterven als we 120 worden, net zoals er geen natuurwet is die zegt dat het onmogelijk is om Mars te koloniseren.
“Maar binnen afzienbare tijd moeten we daar niet op rekenen.
“Ongeacht wat meneer Musk ervan denkt of een andere man van middelbare leeftijd die getrouwd is met een veel jongere vrouw.
“Wat uiteraard een sterke prikkel is om niet te willen verouderen, dat begrijp ik. ”



Lees ook
Lees andere gesprekken in deze reeks
Bron: De Standaard