Nee, nog steeds lijken verrassend weinig mensen te denken dat de democratische motor kan ontploffen, schrijft Ivo Victoria.
Ivo Victoria – De Standaard
6 augustus 2025
Leestijd: 4 min
Ergens halverwege de autorit van Milaan naar Amsterdam, begon de auto te flapperen.
Als ervaren gebruiker van de betere vierdehandswagen – in dit geval een twintig jaar oude Saab 9-3 – weet ik inmiddels: als er iets begint te flapperen, gaat het niet vanzelf over.
Je blijft het lang hopen, dat wel.
Je denkt: mmm, hij lijkt alleen te flapperen boven de honderd kilometer per uur dus weet je wat, ik rijd strak honderd.
Je denkt: het flapperen is er alleen omdat ik het dénk te horen. Je hoopt: het is de wind. Maar diep in jezelf weet je: dadelijk zal de motor ontploffen.
Ik dacht aan het interview met moleculair bioloog Venkatraman Ramakrishnan in deze krant afgelopen maandag.
Het ging over wetenschappelijk onderzoek dat streeft naar de “compressie van morbiditeit”.
Vroeger leefde de mens kort en ook de morbiditeit – de periode van aftakeling tot de dood – was kort.
Gedurende enkele tientallen jaren ging alles goed, en dan kreeg je de griep en twee weken later overleed je.
Nu worden mensen ouder en dankzij de medische wetenschap kunnen we het leven eindeloos rekken of nu ja, toch bijna.
Bij compressie van morbiditeit gaat het erom zo gezond mogelijk zo oud mogelijk te worden en dan heel snel, zonder slepende aftakeling, te sterven.
Ramakrishnan zei: “Vergelijk het met een auto die perfect rijdt en ineens uiteenvalt.”
Mijn vrouw en ik wisselden veelbetekenende blikken uit. Of tenminste, ik keek haar aan met wilde schrik in de ogen en zij keek even op van haar boek en las verder (want dat is hoe wij altijd veelbetekenende blikken uitwisselen).
Op de achterbank zaten onze meisjes, ach die onschuldige meisjes, roekeloos tiktokkend met hun hoofdtelefoons op, zich niet bewust van het flapperen.
Wat genoot míjn voorkeur eigenlijk? Ineens uiteenvallen of heel lang flapperen tot de boel tergend traag tot stilstand komt?
Wanneer het om leven en sterven gaat, valt er wat mij betreft veel te zeggen voor de eerste optie. Maar in veel andere gevallen – zoals bij auto’s of, pakweg, onze burgerrechten – geef ik toch de voorkeur aan lang flapperen.
Het rare is dat ik bij dreigende mechanische defecten aan de wagen altijd uitga van het ergste en binnen seconden word overvallen door een panische angst voor een gruwelijke dood met extreem korte morbiditeit.
Maar wanneer het gaat om onze burgerrechten, bleef ik lang denken dat het vanzelf zou overgaan.
De meeste mensen schijnen het flapperen niet eens te horen, terwijl het alleen maar luider wordt. Wellicht omdat het vaak de vorm aanneemt van wetten en beleid die op het eerste gehoor volkomen redelijk lijken.
Wie kan er nu op tegen zijn om illegaliteit aan te pakken, en ja dan moet er toch al eens een woonst betreden worden?
Extremistische organisaties verbieden, daar is toch niks flapperend aan?
Maar wiens woonst volgend jaar ‘redelijkerwijs’ betreden zal moeten worden of wie in de toekomst als ‘extremistisch’ wordt beschouwd, dat zal niemand je vertellen.
Al kan je het stelselmatig preventief (en onrechtmatig) arresteren van klimaat- of dierenactivisten, bijvoorbeeld, als een prima hint beschouwen.
Nee, nog steeds lijken verrassend weinig mensen te denken dat de democratische motor kan ontploffen.
Ironisch genoeg wordt juist hiervoor waarschuwen of in actie komen, al snel beschouwd als extremistisch of radicaal geflapper.
Afijn, lang verhaal kort: met klamme handjes stuurde ik onze auto een parkeerplaats op.
Niet veel later had mijn vrouw een gescheurd stuk bodemplaat onder de motor hersteld met drie stukjes gaffertape.
Vol-lé-dig gerustgesteld reed ik in één vloeiende beweging naar huis.
Dit is hoe het gebeurde en het spijt me dat wij hier ten behoeve van onze morbiditeit of burgerrechten bitter weinig van kunnen leren.
Neem desalniettemin alle flapperen te allen tijde au sérieux.
En hou een rol gaffertape binnen handbereik; een mens weet nooit hoe de revolutie zal beginnen.

Lees ook
Lees ook
Klik op de hyperlink
en lees meer berichten
in deze categorie
Bron: De Standaard