Nele Van den Broeck doet een oproep aan alle vrienden van de taal: “Blijf zeggen: mensen, mensheid, menselijk”


Saneren, afslanken, druk op het systeem. Toestroom en jacht. Bootcamps. Woorden schuiven op, Nele Van den Broeck wil standhouden: “Blijf zeggen: mensen, mensheid, menselijk. Blijf zeggen: medemens.”

Nele Van den Broeck – De Standaard

14 juni 2026

Leestijd: 4 min


Het begint altijd met woorden. Al van in het begin begon het met woorden. In den beginne was het Woord. Alles werd door het Woord gemaakt, en zonder het Woord is niets gemaakt, wat gemaakt is. Hoedt u, want de woorden zijn aan het schuiven. Ze schuiven steeds sneller.

Nog voor mijn geboorte waren ze al aan schuifelen. Iemand had het al over saneren gehad, een woord dat gezond klonk, als een weekje in een resort. Woorden als verzwakken of uithollen klonken steeds stiller. Afslanken, juichte iemand, alsof het over overtollig vet ging, alsof we niet de spieren, de darmen, het hart uit ons collectieve lichaam aan het trekken waren.

Op een dag was de druk daar. We hadden zorg en zekerheid uitgeput tot op het punt dat we onze minder fortuinlijke medemensen niet meer helpen konden, en dan draaiden we ons om, en vertelden hen dat zij het probleem waren, want zij zetten druk.

Druk op het systeem, druk op de begroting, druk op de voorzieningen. Zeg mij, hoe zetten zij druk? Door te bestaan? Door in leven te willen blijven? Aanpakken, zou iemand zeggen, terwijl het tegengestelde bedoeld werd: in de steek laten.

Toestroom! Iemand moet zich vast erg in zijn nopjes hebben gevoeld met dat woord. Van mensen werd een massa gemaakt. Wie van een dreiging vluchtte, werd de dreiging zelf.

Al gauw volgden vloedgolf, overspoeling, tot tsunami toe. Woorden die huiver verwekken. Woorden die om golfbrekers vroegen. Om indijken. Om afwatering.

Op een dag maakte iemand, we weten niet eens meer wie het was, gewag van de jacht. Niet die jacht op reeën of everzwijnen. Zelfs niet de jacht op talent.

De jacht op mensen die ziek zijn. De jacht op mensen die in armoede leven of geen betaald werk hebben. Niet begeleiding. Niet hulp. Jacht.

Kunt u mij nog eens uitleggen wat het doel van een jacht ook weer is? Oh ja, ik weet het weer. Een dier doodschieten met een geweer.

Dan maakte iemand, niet eens zo lang geleden, gewag van een bootcamp. Wat dat precies is, weet vooralsnog niemand.

Over welk soort kamp hebben we het hier? Model jeugdbeweging, of eerder model goelag?

Opvoeden, zegt u? Model Xinjiang? Zou het kamp zich op Belgisch grondgebied bevinden, of toch liever ergens met minder pottenkijkers?

Moet er ijzerdraad rond dat kamp? Wie beslist wanneer iemand weer uit het kamp mag?

En die boots, over welke laarzen hebben we het hier? Enkelhoogte, of eerder van die glimmende zwarte tot aan die knie? Wie draagt die laarzen dan?

Als klap op de vuurpijl in het gezicht begon iemand dat taalgebruik gespierd te noemen. Alsof de woorden kerngezond waren, afgetraind, ongenaakbaar als de David van Michelangelo.

Maar het zijn net woorden van verval en verloedering. Het is de taal van de gluiperds en de kronkelaars, van de gifmengers en de gespleten tongen, van alles wat in de duisternis krioelt en geen daglicht verdraagt, maar toch een schijnwerper zoekt.

Eindelijk iemand die zegt wat vele mensen denken, zo wordt dan gezegd. Maar het is net omgekeerd. De woorden creëren de gedachten.

Ze kneden dat vage ongemak dat wij allemaal zelfs op onze beste dagen voelen, en vormen het om, eerst tot een mening, dan tot een oordeel.

Kleverig kruipen ze de normaliteit in. En wat normaal wordt, wordt beleid. Wat gisteren nog ongezien was, is morgen het nieuws van gisteren.

Het zijn niet de kraaiers die de woorden sturen, noch de kwekkers of de kakelaars. Zij zijn slechts spreekbuizen en mondstukken.

Als kinderen testen zij hoe ver ze vandaag kunnen gaan. Elke dag wat verder.

Aan het stuur van de taal zit niets dan het Niets, de som van onze duisternis, de leegte die we delen. Probeer lang genoeg door het venster van Overton te kijken en je krijgt door dat het een spiegel is.

Vrienden van de taal. Waarde schrijfgenoten. Woord voor woord is een likkebaardende schaduw zich een weg aan het hakken naar die plek waar niemand nog een mens is.

Het is aan ons om stand te houden. De duivel heeft geen advocaten nodig.

Blijf zeggen: mensen, mensheid, menselijk.

Blijf zeggen: medemens.

Hoedt u, want de woorden zijn aan het schuiven. Ze schuiven steeds sneller.


Nele Van den Broeck is muzikant en theatermaker. Als Nele Needs A Holiday doet ze verwoede pogingen om wereldberoemd te worden. Ze schrijft een tweewekelijkse column, telkens aan de hand van één of meerdere nummers. Vandaag is dat Wordy Rappinghood van Tom Tom Club.


© getty

Lees ook


Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven