Jan de Zutter, Goedele Liekens en Rik Vannieuwenhuyse roepen op om de discussie over niet-medische besnijdenissen bij minderjarige jongens uit te breiden. Ze reageren op het nieuws dat het Antwerps parket twee joodse mannen wil vervolgen in een zaak van illegale besnijdenissen.
Jan de Zutter – Goedele Liekens
Rik Vannieuwenhuyse
7 mei 2026
Leestijd: 5 min
Het Antwerpse parket wil twee joodse moheels, rituele besnijders, vervolgen. Het parket neemt daarmee de enige juiste en ook enige mogelijke beslissing. De feiten in Antwerpen zijn bekend én gewoon door de wet verboden.
Men zou kunnen vermoeden dat wij dat als intactivisten, die strijden voor een verbod op niet medische besnijdenis van jongens, prettig vinden.
Dat is niet helemaal juist. Voor de joodse gemeenschap is dit wel degelijk een klap.
De Briet Milah maakt deel uit van de joodse identiteit en die wordt in het hart getroffen. We moeten daar niet flauw over doen.
De beslissing wordt al gauw vertaald als een uiting van antisemitisme, zoals ook blijkt uit de reactie van de Amerikaanse ambassadeur Bill White, die – moet het worden herhaald – zich opnieuw bemoeit met de Belgische rechtsgang.
Alle organisaties die zich inzetten voor een verbod op niet-medische besnijdenissen van jongens schreeuwen het voortdurend van de daken: wij hebben enkel de fundamentele rechten van jongens voor ogen.
Dat antisemitisme uiteraard niet speelt, blijkt ook uit het groeiende aantal joodse ouders dat de Briet Milah, de besnijdenis zeg maar, vervangt door een Brit sjaloom, een welkomstritueel in de gemeenschap, zonder besnijdenis.
Er is een bewustwording aan de gang dat het oude ritueel meer dan problematisch is.
Het is uitermate pijnlijk, wat trouwens ook de bedoeling is bij de Briet Milah, het heeft geen enkel medisch of hygiënisch voordeel, het is een aantasting van de autonomie van het kind, het tast ook zijn recht op levensbeschouwelijke vrijheid aan.
In Antwerpen komt daar nog de kwestie van de Metzitah be-peh bij, het wegzuigen met de mond van het bloed aan het kleine penisje, wat wel degelijk een ernstig gezondheidsrisico met zich meebrengt.
Deze zaak vat niet de volledige problematiek van besnijdenissen bij minderjarige jongens. Het gaat in se over de onwettige uitoefening van de geneeskunde, omdat een besnijdenis een chirurgische ingreep is, die door een arts zou moeten uitgevoerd worden. Maar ook die redenering, die meestal stomweg aanvaard wordt, is problematisch.
De discussie moet daarom uitgebreid worden. Geen enkele niet-medische besnijdenis bij minderjarig jongens is verantwoord. Want ook in dat geval worden de fundamentele rechten van de jongen aangetast.
Artsen die de ingreep toch uitvoeren overtreden de medische ethiek, ondermeer non-maleficence, het principe van niet-schaden, of géén onnodige schade veroorzaken. Een niet-medische besnijdenis veroorzaakt wel degelijk onnodige schade.
Maar ook het principe van beneficence wordt overtreden, namelijk dat de arts moet handelen in het belang van de patiënt.
Bij een niet-medische besnijdenis handelt de arts in het belang van de ouders, niet in het belang van het kind.
Een ander grondprincipe van de medische ethiek is autonomie. Ook dat wordt met de voeten getreden, want de autonomie van het kind wordt aangetast: baby’s van acht dagen oud kunnen géén toestemming geven, zoals ook jongens binnen de moslimgemeenschap, die vaak op iets oudere leeftijd besneden worden, géén toestemming kunnen geven.
Zelfs het vierde principe, rechtvaardigheid, wordt door deze artsen naast zich neergelegd. Ze overtreden dus de vier basisprincipes van hun beroep, die ze plechtig beloofd hebben te zullen naleven.
Artsen die niet-medische besnijdenissen uitvoeren, maken zich dus eveneens schuldig aan “slagen en verwondingen” mét voorbedachte rade. Wat ons betreft moeten dergelijke artsen ook vervolgd worden.
Er is nog een nijpend probleem, namelijk dat besnijdenissen van meisjes, zelfs als ze minder ingrijpend zijn dan een jongensbesnijdenis – zoals de rituele prik bijvoorbeeld – in België verboden zijn.
Bij jongens wordt het toegelaten. De wet is intrinsiek seksistisch en behandelt jongens als minderwaardige wezens.
Moet rituele besnijdenis dan verboden worden? Nee. Wie om welke reden dan ook, een besnijdenis wil, kan dat doen op een leeftijd voorop hij zelf de beslissing kan nemen.
Over die leeftijd kan gediscussieerd worden. Is dat de meerderjarigheid, of eventueel vroeger, op pakweg 16?
Laat ons parlement daarover discussiëren. Laat vooral de eigenaar van de penis beslissen. De kans dat besnijdenissen dan nog massaal zullen uitgevoerd worden, zal héél klein worden. Want dat is de reden waarom het gebeurt bij jongens die niet kunnen beslissen. Mochten ze dat wel kunnen, zouden ze het niet doen.
Er is geen enkele reden om gezond weefsel weg te snijden, niet voor esthetische, gefantaseerde hygiënische of religieuze redenen. Een jongen heeft recht op zijn lichaam. His body, his choice.
Jan De Zutter
Kunstenaar en voormalig woordvoerder van de fractie van Socialisten en Democraten in het Europees parlement.
Goedele Liekens
Senator voor Open VLD.
Rik Vannieuwenhuyse
Ondernemer en activist en auteur van het boek
Laat de jongens beslissen
Samen zijn zij actief bij de vzw RAFA
Rights And Freedoms Always,
die klacht heeft ingediend bij de Antwerpse onderzoeksrechten met betrekking tot de
niet-therapeutische besnijdenissen van minderjarige jongens in ons land.


Lees ook
Lees ook
Klik op de hyperlinks hieronder
en vind meer berichten
Bron: Knack