Toen Gwendolyn Rutten de Israëlische financiering van het Eurovisiesongfestival benadrukte, hoorde Bart De Wever daarin “een groteske griezelige ondertoon, de banaliteit van het kwaad”.
Rutten reageert.
Gwendolyn Rutten – De Standaard
7 mei 2026
Leestijd: 5 min
Ik een voorbeeld van de ‘banaliteit van het kwaad’? Van een premier die me al twintig jaar kent, verwacht ik beter.
Gwendolyn Rutten
Oproepen tot verbinding terwijl je een democratische politieke tegenstrever onder de bus gooit. Het is een kunst waar onze premier bijzonder bedreven in is. Woensdagavond was het (nog maar eens) mijn beurt om door de mangel gehaald te worden.
De reden voor zijn toorn is dat ik oproep tot een boycot van het Eurovisiesongfestival.
Mijn pleidooi zou een voorbeeld zijn van “de banaliteit van het kwaad”, zo zei De Wever.
En dat is “het ergste wat er is”.
Met mijn oproep tot een boycot zet ik – aldus de premier – “de deuren open voor barbarij”.
Ik verslikte me in mijn koffie bij het lezen van deze citaten. Van een pleidooi voor een culturele boycot via het Eichmann-proces en Hannah Arendt naar de poorten van de hel?
Als mens, als liberaal en als democraat hoef ik die beschuldigingen niet te pikken. Niet van joodse propagandisten en zeker niet van onze premier.
Een joodse organisatie was van mening dat Joseph Goebbels fier op me zou zijn. Memes van mij als nazi werden lustig gedeeld op sociale media. De Israëlische minister haalde naar me uit.
Dat een deel van de Israëlische propaganda machine zich tot dit soort praktijken verlaagt, kan ik nog wel plaatsen, maar van een premier die me nota bene al 20 jaar kent, verwacht ik beter.
De argumenten voor een boycot van het songfestival vanwege de deelname van Israël zijn allesbehalve banaal.
De belangrijkste reden is de genocide die Israël pleegt in Gaza.
In normale omstandigheden zou dat moeten volstaan om te handelen, maar helaas is dat in België niet het geval.
Hier mag een N-VA-politicus zelfs beweren dat “kritiek op Netanyahu of de oorlog in Gaza een witwasmachine is om Auschwitz door te spoelen”.
De premier stond erbij, keek ernaar en … zweeg.
Om zijn kiespubliek tevreden te houden, werd deze foute en gevaarlijke stelling niet tegengesproken. Over de banaliteit van het kwaad gesproken.
Commercie is geld
Banaliteit van het kwaad is de term die de joodse filosofe Hannah Arendt gebruikte om het gevaar te duiden van bureaucratie en niet-kritisch denken.
Barbarij dreigt als we blind volgen in plaats van op te staan, te spreken en te durven handelen.
Dat is net het omgekeerde van wat ik doe: ik weiger te zwijgen en roep op tot ongehoorzaamheid.
Niet alleen van VRT-vakbonden, maar van ons allemaal. Omdat het hoog tijd is dat we ons verzetten en durven uitspreken tegen de gruwelijkheden die Israël pleegt.
Dat ik met mijn argumenten voor een culturele boycot de deuren openzet naar barbarij, is complete onzin.
Een historicus en intellectueel zou dat moeten weten:
- Genocide is barbarij.
- Kinderen en journalisten vermoorden is barbarij.
- De doodstraf is barbarij.
- Dokters opsluiten is barbarij.
Maar oproepen om het songfestival te boycotten is dat niet.
Wat ik gezegd heb, zowel in het parlement als in De afspraak, zijn feiten: de hoofdsponsor van de EBU – de organisator van het songfestival – is een Israëlisch bedrijf.
Als de organisatie zou optreden tegen Israël zoals ze dat tegen Rusland gedaan heeft, verliest ze haar sponsor.
Geld is dus een van de redenen waarom Rusland niet en Israël wél nog mag deelnemen aan het festival.
- Sponsoring is geld.
- Televoting a rato van tien stemmen per beller is geld.
- Commercie is geld.
Dat is ook zo bij grote voetbaltoernooien of Formule 1 bijvoorbeeld.
Of denken we echt dat Qatar vanwege zijn sportprestaties het WK mocht organiseren?
Bij het songfestival komt het geld van Israël. Dat is een feit, geen antisemitische trope.
Geld laat de wereld draaien. Oliegeld, bigtechgeld … en ja, ook Israëlisch geld. Geld speelt nu eenmaal een grote rol in geopolitiek. Dat is een simpele vaststelling.
Antwerpse kiezers
Door feiten en kritiek weg te zetten als antisemitisme, bedient men op korte termijn misschien de eigen achterban. Maar op langere termijn haalt men de noodzakelijke strijd tegen antisemitisme onderuit.
Dan dreigt het boy who cried wolf-syndroom.
Wanneer je zo vaak waarschuwt voor gevaar, gelooft niemand je nog. Door kritiek op Israël systematisch af te schilderen als jodenhaat, ondergraaft men wat jodenhaat werkelijk is.
De diepgewortelde, historische haat tegen mensen van joodse afkomst, het antisemitisme, is haat louter omwille van wie men is. Dat is verwerpelijk en daar zal ik mij altijd tegen verzetten.
Erkennen dat zulke gevaarlijke antisemitische clichés bestaan en dat ze in de geschiedenis vaak tot gruwelijkheden hebben geleid, wil echter niet zeggen dat we vandaag moeten zwijgen over wat er fout gaat. Integendeel.
Er is geen rechtvaardiging te vinden in het verleden, hoe gruwelijk en onaanvaardbaar dat verleden ook is, voor de daden die door de Israëlische regering gepleegd worden.
Juist wie de banaliteit van het kwaad wil tegengaan, moet vandaag durven spreken en handelen.
Laten we burgerlijk ongehoorzaam zijn en Israël boycotten. Ook als je daarmee een deel van de Antwerpse kiezers tegen het hoofd stoot.

Gaza Fights For Freedom
Deze film uit 2019 laat je de protestbeweging in Gaza zien zoals je die nog nooit eerder hebt gezien. De beelden zijn gemaakt tijdens het hoogtepunt van de protesten van de Grote Mars van de Terugkeer en bevatten exclusieve opnames van demonstraties waarbij sinds 30 maart 2018 meer dan 200 ongewapende burgers zijn gedood door Israëlische sluipschutters.

© Harold Cunningham
Lees ook
Lees ook
Lees meer berichten
Bron: De Standaard